dinsdag 19 juni 2007

Adviseur


‘Môgge, Geert.’
‘Daj.’
‘Waar zijn je beveiligingsmensen?’
‘Die hebben een vrije daj.’
‘Je kunt hier wel normaal praten, Geert.’
‘O ja. Sorry, ouwe jongen. Jij wou eens praten over de nieuwe campagne, zei je?’
‘Ja. Het thema wordt: dring de criminaliteit terug! Daar heb ik mijn gedachten eens over laten gaan en...’
‘Hou het kort, ik moet nog naar de kapper straks.’
‘Oké. En daar heb ik ook iets over gelezen. Ten eerste: schaf de gevangenissen af.’
‘Dat lijkt me niet de manier om...’
‘Je moet me niet steeds in de rede vallen, Geert. In de plaats van de gevangenissen komen: a) de lijfstraf, en b) de doodstraf.’
‘Wat voor soort lijfstraf had je gedacht?’
‘Het afhakken van je rechterhand bijvoorbeeld. Ik dacht niet aan geselingen of steniging. Nee, een chirurgische ingreep. Heb je bijvoorbeeld een tasje gepakt van een oude dame, en word jij vervolgens door de politie gepakt, dan kost het je je hand. Inbraak: kost een hand. Tweede inbraak: doodstraf.’
‘En moord c.q. doodslag?’
‘Dat gaat moord of doodslag heten. Doodstraf.’
‘En ontvoeringen, gijzelingen, verkrachting, noem maar op? Allemaal doodstraf?’
‘Allemaal doodstraf.’
‘En bedreigingen?’
‘Hand eraf.’
‘En islamitische hangjongeren?’
‘Die geef je desnoods een tweede kans: als wij jou nog een keer tegenkomen, dan gaat je hand er af.’
‘Simpel maar rechtvaardig. Ik ga nu naar de kapper. Werk dit nog even uit, wil je?’
‘Doe ik. De mensen weten toch wel welke kapper je bezoekt, hè?’
‘Uiteraard.’

Twee velden


‘Wij zullen altijd wel afgescheiden persoonlijkheden blijven, Ben.’
‘Ja. Van elkaar vervreemd enzovoorts.’
‘Hoe komt dat, denk je?’
‘Simpel, Sarah. Ik heb bijvoorbeeld een leraar Nederlands gehad op de middelbare school die me een keer vertelde hoe je een kreeft moest bereiden.’
‘Inclusief het uit elkaar halen van een kreeft?’
‘Ja.’
‘Dus dáárom wist je hoe het moest!’
‘Ja.’
‘Ik wou dat ik zo’n leraar had gehad.’
‘Precies.’

maandag 18 juni 2007

Pilnjak


Ik moest vanmiddag even in Alkmaar zijn (ik moest naar mijn bank, om enveloppen te halen voor mijn acceptgiro’s) en als ik in Alkmaar ben, glip ik altijd even een winkel met tweedehands boeken binnen.
Hier zij overigens opgemerkt dat het leven in een Nederlandse stad, ook in Alkmaar, mij zeer ongezond voorkomt. Wat een auto’s! Wat een stank. Wat een herrie. Je kunt veel beter in Egmond aan Zee wonen. Ook hier heb je wel autoverkeer, maar het is nog niet 1% van het autoverkeer in Alkmaar. Gevolg daarvan is onder meer een vriendelijker omgang met de medemens, met veel ‘hallo’, ‘goeiemiddag’ en het opsteken van handen. Je kunt elkaar hier nog verstaan. Als je in Alkmaar een bekende tegenkomt, en die bekende staat op 20 meter afstand van je, moet je schreeuwen.
Je weet nooit wat je zult vinden in die boekenwinkels. Ik vond ‘Roodhout’ van Boris Pilnjak. Pilnjak is een van de vele schrijvers die onder Stalin zijn vermoord (andere zijn Babel, Mandelstam en ach, zo vele). ‘Roodhout’ is een in 1974 vertaald boek van drie verhalen uit de jaren twintig. Ik moet mij al sterk vergissen of het stond ook op de boekenlijst van Vladimir Nabokov, de grootste Russische schrijver, die in 1919 zijn vaderland verliet.

zondag 17 juni 2007

Ampersand


‘Wat een kunstenaar, Ben.’
‘Ja. Wat een kunstenaar. Hij lijkt gewoon rond te kijken en te fotograferen wat hem opvalt.’
‘Hoe heet hij ook alweer?’
‘Michel-Jean Dupierris. Ik dacht dat hij een Parijzenaar was.’
‘Wat een kunstenaar.’
‘Ja, ik vind bijna al zijn foto’s fantastisch. Ik heb er maar één woord voor: grandioos!’
‘Je hebt zijn website toch wel ergens staan, hoop ik?’
‘Natuurlijk. In mijn ‘bookmarks’, daar staat hij net onder, dat weet ik niet meer.’
‘Want dit is echt een kunstenaar die je wilt volgen. Open de drankkast, Ben!’
‘Dat zou ik ook zeggen, Sarah.’

Geweldige fotograaf ontdekt!








Dit zijn foto’s van Michel-Jean Dupierris, volgens mij een groot kunstenaar. U kunt meer van zulke fantastische foto’s zien op http://dupierris.blogspot.com/. Ik heb hier zomaar vier foto’s uitgekozen, maar hij heeft er honderden gemaakt in Brussel, Lyon, Parijs, Londen. Hij heeft een scherp oog, en gelukkig ook een camera.
Mijn vraag aan hem in een email was: noem mij de naam van de galerie of van het museum waar die foto’s te zien zijn! Ik ben zelden zo enthousiast geweest.



zaterdag 16 juni 2007

Carlus Lisboa!


Carlus Lisboa is de maker van dit kunstwerk. Ik vond het gisteravond op zijn blog http://carluslisboa.blogspot.com/, waarop nog meer aardige dingen te zien zijn.

vrijdag 15 juni 2007

Wetenschap en poëzie


‘Deze foto komt van Flickr, en ik kijk dan altijd even naar de commentaren op zo’n foto. Daar kun je veel van leren. Zo was er een mevrouw uit, meen ik, Maleisië die schreef: Birth!!!’
‘Terwijl jij graag een meer wetenschappelijk commentaar had gelezen.’
‘Ja. Of een poëtisch commentaar. Of een fotocommentaar. Je had bijvoorbeeld die foto van die ingang van die grot kunnen insturen.’
‘Jij hebt iets tegen dit soort foto’s, Ben.’
‘Niet tegen dit soort foto’s an sich, ik heb iets tegen het idee dat erachter steekt. Colaflesjes die op dames lijken.’
‘Ben je daar nog steeds boos over?’
‘Boos niet, maar het geeft stof tot schrijven. Stel dat men in de jaren twintig van de vorige eeuw die flesjes met die smerige viezigheid had laten vibreren. Dan zou zo’n colaflesje ook hebben gevibreerd. Dan zou het geen dame meer zijn, maar een vibrator. Maar nee, zeggen de heren reclamemakers, het is een dame.’
‘Waarmee ze de helft van de wereldbevolking al vergeten. Waarom zou een dame zo’n dame nou aantrekkelijk vinden?’
‘Dat is een gedachte die nog niet bij mij opgekomen was. Maar je hebt wel gelijk.’
‘En waarom die mevrouw uit Maleisië nou ‘Geboorte!!!’ roept bij die foto, da’s mij ook een raadsel.’
‘Dat komt door het Vertraagde Inzicht, Sarah.’
‘Leg uit.’
‘Als je nu een schijnwetenschap hebt, bijvoorbeeld met die fractals en met dat roeren in je kopje koffie en zo. Ik weet niet hoe ze die wetenschap noemen. Dan duurt het een jaar of 25 voordat een mevrouw uit Bolivia of Noorwegen dat oppakt en bij een foto ‘Fractals!!!’ schrijft. Zo is dat hetzelfde met die geboorte. Die mevrouw heeft, net als de fotograaf trouwens, wel eens gehoord van Freud.’
‘En dat vind jij ook schijnwetenschap.’
‘Ja. Freud was een oplichter. Maar ze heeft wel eens gehoord van Freud, met zijn fallische onzin enzovoorts, zijn droomuitleggerij en ga maar door. En dus denkt ze: Birth!!! bij een eenvoudige foto van een stuk boomschors. Maar het erge is bovendien: ze denkt ook nog dat ze origineel is met die opmerking!’
‘Dus ze maakte dezelfde fout als Francisco met die colaflesjes.’
‘Ongeveer ja. Die nam dat ook zomaar voor waar aan. Onbegrijpelijk.’
‘Toch is het wel een leuke foto, vind ik.’
‘O zeker. We kunnen ook een foto maken van twee aardbeziën die tegen elkaar aan liggen. Dan maken we daar een innig verhaal bij.’
‘Zoete liefde, noem je dat verhaal dan.’
‘Bijvoorbeeld. Het mooist zijn de foto’s die nèt even iets meer vertellen. Zoals die foto die boven dat stukje over Judas Priest stond.’

Nog zo een


‘Wat is dit?’
‘Het lijkt je achterwerk wel.’
‘Inderdaad. Maar het is de ingang van een grot.’

Freudiaanse misvatting




Dit zijn twee plaatjes. Het ene is een dame. Het andere is een peer. Het hadden ook twee andere plaatjes kunnen zijn. Een penis en een tafelpoot bijvoorbeeld.
Het ene plaatje heeft niets, maar dan ook niets met het andere plaatje van doen. Je kunt wel zeggen dat die dame peervormig is, of die peer damesachtig. Maar meer kun je er niet over zeggen.

In elkaars armen


‘We moeten maar gaan slapen, Ben.’
‘Ja, Sarah. Zoals alle dieren.’
‘Wat leuk trouwens, vind je ook niet? Dat wij elkaar gevonden hebben.’
‘Doe je hand even weg daar, dat zit ongemakkelijk.’
‘O ja, sorry.’
‘Je hand daar, ja. Comfortabel.’
‘Maar dat we elkaar gevonden hebben. Twee depressievelingen.’
‘Je bedoelt, de scène in het duin?’
‘Bijvoorbeeld. Gijs die aan je broekspijpen hing. Een prachtig begin van deze prachtige relatie.’
‘Ja. Het leek wel of Gijs het rook, vind je ook niet? Of hij wilde zeggen: nu heb ik beet, baasje!’
‘Lieve hond. Ooh ja! Doe mij nog één Pernodje. Met een beetje water erin. Dank je wel. Je bent een keurige kastelein.’
‘Kastelein schenkt nog een glaasje rum in voor zichzelf.’
‘Dat moet mogen.’
‘Ik zit wel eens te denken: stel dat jij nou eens een depressieve Palestijnse was.’
‘En jij een depressieve jood?’
‘Bijvoorbeeld.’
‘Met een taalbarrière erbij, bedoel je.’
‘Ja. Nou ja, dat is eigenlijk ook geen probleem. Dan leer ik Palestijns of Arabisch of weet ik wat je spreekt. We beginnen wel dronkemanstaal voort te brengen, vind je ook niet?’
‘Ja, Ben. Glaasje op, en dan naar bed.’

Flesje cola


‘Volgens Francisco van Jole lijken deze flesjes op dames, Sarah.’
‘Op wat, Ben?’
‘Op dames. En omdat ze op dames lijken, is Coca Cola zo’n enorm succes geworden.’
‘En gij geleuf dat!?’
‘Natuurlijk niet, ben je gek. Coca Cola is indertijd groot geworden omdat ze een nieuwe smaak gevonden hadden. En ze zijn groot gebleven omdat ze een enorm kapitaal aan reclame hebben besteed. De echte groei is er overigens al een jaar of dertig uit. Maar dan zeggen de reclamejongens: de naamsbekendheid groeit nog steeds. Ja, dat zou ik ook zeggen als ik mijn geld op zo’n ongelukkige manier moest verdienen.’
‘Dus je wilt zeggen: Francisco zat er deze keer naast.’
‘Ja. Het ging erover dat we overal en de hele dag met sex te maken hadden.’
‘Waar dan, Ben? Wanneer?’
‘Dat weet ik ook niet precies, maar de wereld gaat aan de sex tenonder.’
‘Hoera toch?’
‘Inderdaad. Maar wat me tegenviel in zijn uitzending: hij noemde niet één keer de naam Freud, die toch verantwoordelijk genoemd kan worden voor alle heisa. Hij noemde terecht wel de katholieken, de moslims. Maar niet één keer Freud.’
‘Freud is voor de wat serieuzere mensen wat voor de minder serieuzen het geloof is, bedoel je.’
‘Ongeveer ja. En dat programma wordt echt niet door katholieken of moslims bekeken. Zo had je vroeger interessante programma’s van Wim Kayzer op de VPRO. Die had bij wijze van spreken een Engelse bioloog of filosoof die dan het universum kwam uitleggen. En die legde dat op een prachtige manier uit. Naar dat programma keken dan 200.000 Nederlanders.’
‘Zo weinig?’
‘Nou ja, ik noem maar een getal. Je moet eigenlijk een programma maken, dat je vervolgens op alle scholen kunt laten zien. Ook op scholen met den bijbel, ook op islamitische scholen. We hebben toch een minister Plasterk, bioloog, die daarvoor kan zorgen?’
‘Je bedoelt, zo’n programma over sex van Francisco - wat een prachtige voornaam trouwens - zou daarvoor geschikt moeten zijn.’
‘Ja, maar dan moet hij niet aankomen met die onzin over die colaflesjes.’

donderdag 14 juni 2007

Het roer om


Ik ken geen mooier gebouw dan de Prins Hendrik Stichting, alhier. Het heeft een koloniale uitstraling. Het heeft iets weg van het paleis van de resident te Batavia of Djokjakarta. Het is, meen ik, in de jaren dertig gebouwd, in de jaren dus dat je van een architect nog iets kon verwachten. Het is een bejaardenhuis. Ik moet er eens in de drie vier weken heen voor een bloedprik van de trombosedienst, en eens in de zoveel maanden kies ik er mijn volksvertegenwoordigers.
Gisterochtend was ik er nog voor een bloedprik, en toen dacht ik: ik moet toch eens naar ‘Het roer om’ gaan. ‘Het roer om’ is een café, recht tegenover de ingang van de Prins Hendrik. Dat café heette vroeger ‘Het witte huis’ en werd bekasteleind door Hans Klaver, een aardige man. Ik kwam er vaak.
Ik gisteravond om een uur of tien dus naar ‘Het roer om’. Ik bestel een bacootje, waar de kastelein (ik hoorde van omstanders al snel dat hij Goof heette, of er in ieder geval geen bezwaar tegen had als je hem Goof noemde) met onbekrompen maat rum in deed. ‘Jij komt vast in de hemel,’ dacht ik, toen hij het glaasje rum voor me neerzette.
Ik keek eens om me heen en herkende niets meer van de gammelheid en het niet te stuiten verval dat ‘Het witte huis’ kenmerkte. Ik zag zelfs een computer staan, waarover Goof overigens opmerkte dat het een onding was, hoogstens goed voor een toerist die dan kon schrijven naar huis waar of dat hij was.
‘Ik zit bijna de hele dag aan de computer,’ zei ik.
‘O ja? En wat doe je dan?’
‘Dingen opzoeken. Dingen lezen. En ik schrijf in mijn blog.’
Een groepje van drie dames van mijn leeftijd, maar dan een jaar of tien jonger, was geïnteresseerd. ‘En hoe heet je blog dan?’ vroeg een van de drie.
‘Ben liegt nooit,’ zei ik.
Dat gaan we eens opzoeken!’
Na twee minuten kwamen ze terug aan de bar. ‘Die blog is wel goed, maar je moet een andere portretfoto nemen. In het echt ben je veel knapper.’ Dan hoort u het eens van een ander, wil ik maar zeggen.

woensdag 13 juni 2007

Gesprek over de zon


‘Dat was een mooi programma, niet?’
‘Ja. Death of the sun. Waar was het op?’
‘National Geographic. Het mooist vond ik het eerste kwartier. Daarna gingen ze teveel door met trivialiteiten, vond ik. Die zonnestormen en zo. Dat materiaal van de zon ophalen, waarbij natuurlijk het neerkomen op de aarde weer mis ging. Als ze nou twee helicopters in plaats van die ene hadden gebruikt, was alles goed gekomen. Maar dat is de NASA.’
‘In het eerste kwartier ging het erover dat de zon 4,6 miljard jaar geleden werd ‘geboren’. Wat vond je daar zo interessant aan, Ben?’
‘Ik weet niet hoe ik het moet zeggen, Saar.’
‘Probeer het eens.’
‘Hoe die zon ontstond, zoals overal elders in het universum andere zonnen ontstonden en ontstaan, dat zou eigenlijk een vast onderdeel in het lager onderwijs moeten zijn. Om de kinderen ervan te doordringen dat een geloof in een God of welk ander oppermachtig wezen, onzinnig is. En dat het veel interessanter, en ook veel mooier, is voor die kinderen, om later in de wetenschap te duiken.’
‘Je klinkt als minister Plasterk.’
‘Dat hoop ik dan maar, Sarah.’

dinsdag 12 juni 2007

Slapen


Geenstijl


‘Ik lees in Francisco’s ‘2525’ wat er allemaal mis is met Geenstijl.com.’
‘Moeten we het daar nu over hebben, Ben? Ik dacht dat je ‘Strong opinions’ aan het lezen was.’
‘Aan het herlezen, ja. Dat ook. Waar Francisco vooral kritiek op heeft, lijkt me: als je een mening geeft, zet je naam er dan onder.’
‘Dat is wel het meest logische, ja.’
‘En dat doen die lui van Geenstijl niet. Die schelden of smeken, en dan zet er iemand Ronald of Peter onder. Je kunt het afdoen met: zo zijn nu eenmaal de manieren van de Telegraaf-lezers.’
‘Daar denk jij vast anders over, is het niet, Ben?’
‘Inderdaad. Anonieme beledigingen beschouw ik als niet gedaan. Die schrap ik meteen.’
‘Goede oplossing.’
‘Men mag me overigens wel beledigen, hoor. Als er maar een adres bij staat.’
‘Dat durft natuurlijk niemand.’
‘Nee, dat durft niemand. Niet uit dat rechtse, kleinburgerlijke kamp tenminste. Je moet dan direct terugslaan, is mijn mening.’
‘Hoe, Ben?’
‘Je weet dat ik in de slaapkamer een ‘tamelijk scherp voorwerp’ heb liggen. Dat heb ik om jou te beschermen, maar dat ligt al jaren op dezelfde plaats. Al sinds in 1982 twee jongens probeerden in te breken. Ik woonde toen nog in Alkmaar. Ik heb virtueel dezelfde maatregelen klaarstaan.’
‘Waarom heb je die foto boven ons praatje staan?’
‘O, dat leek me typisch een Geenstijl-foto, Sarah.’

maandag 11 juni 2007

Koken met Sarah


Dit wordt een Indonesisch (?) rundvleesgerecht. Hoe de rijst moet, weten we allemaal wel. Hoe de bonen moeten, de bonen komen straks. Koop 500 gr runderlappen (voor 2 personen). Knip het vlees in repen. Je kunt het vlees ook snijden, maar ik pak altijd de schaar. Zout het vlees niet in. Braad het vlees in 2 eetlepels wokolie aan. Dat duurt een minuut of vijf. Ja, u moet wokolie hebben, mevrouw. Zonnebloemolie of boter kan ook wel, maar dat ruik je niet. De neus wil ook wat.
Nu gaan we de smoorsaus maken. Neem 1 eetlepel wokolie, heel fijn gesneden ui en paprika, chilipeper, een snufje zout, een beetje azijn, koriander, komijn, knoflook en citroengras (deze laatste vier mogen best in poedervorm). Dit meng je. Je proeft even; als je het te scherp vindt, kun je een lepel bruine suiker toevoegen. Voeg 250 ml water en deze smoorsaus aan het vlees toe. Goed doorhusselen. Anderhalf uur laten sudderen met de deksel op de pan.
Haal de laatste 10 minuten de deksel van de pan om de saus te laten indikken. Gebruik daarvoor desnoods een beetje bloem.
De bonen. Die kook je 20 minuten. Dan haal je 3 eetlepels van de smoorsaus uit de vleespan. Die 3 eetlepels smoorsaus laat je op hoog vuur koken, je doet er de bonen bij (een minuutje husselen), en klaar is kees. Je hebt onderweg tijd genoeg om de liefde te bedrijven, maar dat doen Ben en ik niet. Wij pakken een boek.
Sarah Harder

Dichten

‘Waar ik niet tegen kan, dat is de poëzie.’
‘Je hebt anders wel een hoop poëziebundels in je boekenkast staan.’
‘Ja, maar ik bedoel poëzie die bijvoorbeeld zo gaat:

Hier ben ik.
In deze armeluiskamer te Noord-Holland,
met uitzicht op een kerk, een grasveld en een cafetaria.
Hier ben ik.
Het snot der verbeelding opgedroogd.

Enzovoorts, enzovoorts. Verschrikkelijk.’

zondag 10 juni 2007

In de weer


‘Ik ben de godganse dag bezig geweest, Sarah.’
‘Waarmee, Ben?’
‘Met system alerts, spyware, virussen, wat al niet. Ik werd er gek van, m’n hele computer zat er vol mee.’
‘O ja? En zijn die dingen er nu weer uit?’
‘Ik denk het wel, de meeste.’
‘Dan is het goed. Ik ben met Gijs naar mevrouw De Jacht geweest. Je had wel gelijk, Ben. Gijs loopt een stuk makkelijker nu hij niet meer aan zijn nek wordt voortgesleept.’
‘Hoe gaat het met haar?’
‘Ze wordt dover en dover. Dus je moet bijna schreeuwen om je verstaanbaar te maken. Gijs dacht de hele tijd dat er rare dingen gebeurden.’

Judas Priest


Het enige dat me interesseert in de jongerencultuur is de hard rock: bands zoals Deep Purple, Black Sabbath, Led Zeppelin. Er zullen ook wel Duitse of Amerikaanse bands zijn geweest, maar ik kan die namen niet onthouden. Ik kijk ook elke woensdagavond naar het programma Rock Zone op MTV. Dat had u niet verwacht van een Bach-liefhebber, hè?
Dat Rock Zone bekijk ik geluidloos, omdat je die muziek (hard, snel, razende gitaarsoli) zo langzamerhand wel kent. Het gaat mij om het plezier dat ik krijg van die video’s: het onweert in de helft van die video’s, en dergelijke cliché’s.
Vanavond had BBC 2 een aardig programma over die hard rock. Ze toonden een nog jonge, maar ook toen al volledig gekke Ozzy Osbourne, het nummer ‘Smoke on the water’ van Deep Purple, en nog zo wat muziek. Maar vooral toonden ze de rechtszaak in de V.S. tegen de Engelse band Judas Priest. Twee Priest-fans hadden zelfmoord gepleegd. Volgens de aanklager had de band daar schuld aan. Judas Priest werd vrijgesproken.
Er zijn twee soorten mensen: mensen die zeggen dat zo de democratie nu eenmaal werkt, en mensen die zeggen dat zoiets in een democratie niet thuishoort. Ik behoor tot de laatste groep.

zaterdag 9 juni 2007

Fietsboom


Deze foto vond ik in een van de blogs, ik dacht een Spaanse. Er stond bij: ‘Bike eaten by a tree’. Ik dacht: dat doet die boom juist niet, die fiets opeten.
Sarah Harder