dinsdag 25 september 2007

GeenStijl...

Ik yak met je mee, Zeester. Wat een stelletje stoethaspels zijn het. Die Dominique Weesie blijkt een nog groter ongeluk dan ik al dacht dat hij was. En die Rutger Castricum is gewoon een man die ik ver van mij wens.
Maar waarom praten over dat soort schorem?
Nu een fijn onderwerp (we missen gelukkig, en zullen hoop ik ook verlost blijven van een ironieteken): wat kun jij doen als ik een depressie heb?
Antwoord: niets.
Of nou ja, eigenlijk kun je wel iets doen, en dat is: je gewone gang gaan. Ik bedoel: dan ga ik ook mijn gewone gang. Ik probeer toch elke dag iets op mijn blog te schrijven, zoals ik al jaren ben blijven doorschrijven in mijn dagboek. Dat dagboek zit nu, handiglijk, in ‘Mijn documenten’.
Weet je hoe ik ontdekte dat ik misschien bezig ben een depressie te krijgen? Dat was vanochtend, toen ik probeerde verder te schrijven aan ‘De zee in’. Dat schrijven lukte niet, ik had er zelfs geen zin in.

Ik word weer depressief

Goeienavond, Zeester.
Zender 48 is gewoon de zender die onder mijn knopje 48 staat. Niks speciaals dus (Nederland 1 zit bij mij onder 1, Nederland 2 onder 2 enz.). Ik kijk er heel soms naar, met het geluid uit, en dan kijk ik vooral naar het publiek van de volkszangers en -zangeressen.
Ik vrees dat ik weer depressief word, een dezer dagen. Misschien word ik het helemaal niet, hoor, maar aan mijn dagboekje te zien, klopt het. Ik word weer klagerig enzovoorts. (Misschien blijft het beperkt tot een ‘dipje’. Dat hoop ik in elk geval.)
Ik weet nog een fantastische site: BibliOdyssey. Je moet er maar eens op kijken. Ik vond hem gisteren, omdat ik op zoek ging naar De Stijl-dingen, uitkwam bij de University of Iowa - en hoe ik er verder op gekomen ben, ben ik vergeten.
Ik heb Boontjes ‘Vergeten straat’ uitgelezen. Het viel me niet mee, het heeft bijvoorbeeld niet de klasse van zijn ‘Kapellekensbaan’.
Ik ga straks op tv (Nederland 3) kijken naar GeenStijl. Onaangename mensen zijn dat, vind je ook niet?

Brood

Het werd steeds zieliger met Herman Brood. Hij verscheen op de tv, met een saxofoon die hij alleen maar droeg en niet bespeelde, en ‘zong’ dan een jazznummertje. Niemand die hem blijkbaar influisterde: ‘Doe dat toch niet, joh.’
Voor zijn ‘beeldende kunstwerken’ geldt ook: steeds zieliger, steeds zieliger.

Dolly Dots

Ik heb zender nummer 48 opstaan: Sterren.nl. Daar waren zojuist de Dolly Dots te zien. Ik schat dat het iets van twintig jaar geleden was. Of misschien dertig. In elk geval uit de tijd dat een vrouw nog niet aantrekkelijk gevonden moest worden, maar eenvoudig er als een jeugdige feeks moest uitzien.

So sad

‘The ones I love, live short.
The ones I hate, live long.
It’s so sad.’

Een gedichtje van een Birmees, vertaald natuurlijk, maar toch. Steunt, uit aller macht, het protest van de monniken in Myanmar.

maandag 24 september 2007

Een woord dat ik nooit gebruik

Ik hoop tenminste dat ik het woord zodanig nooit gebruikt heb. Ik bedoel natuurlijk in serieuze teksten, ironisch of sarcastisch kan ik het best eens hebben gebezigd. Wie het woord zodanig geregeld en in ernst gebruikt, kan mijn vriend nooit worden.
Ik las eens: ‘Er was een zodanig grote mensenmassa verzameld, dat (...)’ Bedoeld werd: ‘Er waren zoveel mensen bij elkaar, dat (...)’ Maar de schrijver wou aankomen met die ‘mensenmassa’, en dat is verkeerd.
Het wordt nog erger als zodanig opeens als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt. ‘De schade is zodanig, dat er geen opruimen meer aan is.’ Ik zou zeggen: meneer, u zult zien dat het meevalt. Begint u gewoon met opruimen, als u uitgezodanigd bent.

Als een klontje

Duidelijke taal wordt bijvoorbeeld gebruikt in het Europese Verdrag. Dat is zo duidelijk dat je het niet meer begrijpt. Voor dat soort duidelijkheid is de taal indertijd niet uitgevonden. Je ziet dat soort taal bijvoorbeeld ook in sociologische verhandelingen: niet om door te komen, zo taai. Je ziet het ook in bijvoorbeeld de zaterdagse columns van die vroegere PvdA-voorzitter (kom, hoe heet ie) in het Parool. Die man kan ook niet schrijven, hij wil te duidelijk zijn.
Nergens, nergens vind je zoiets als wat ik eens vond in een geschrift van de wiskundige Euler: ‘We doen nu even alsof het zondag is, de school is dicht en ik heb geen schoolbord.’ Wat volgde was een perfecte uiteenzetting van een griezelig ingewikkeld probleem, dat hij daarvoor met formules had uitgelegd.
Zo moet je schrijven. Ook een wereldsocialist zou zo moeten schrijven, ook Dwarslezer. Als je iets tegen die UMTS-masten wilt schrijven, doe dat dan in twee alinea’s. Neem er geen twintig voor. En kom er ook niet meer op terug: als iets geschreven is, staat het op papier.

Biafra

Ik heb in mijn leven één keer meegedaan aan een demonstratie. Ik was 16. Dat ging uit van de middelbare scholen, meen ik, en het was een demonstratie te Den Haag (van het Malieveld naar het Binnenhof) vóór of tegen de oorlog in Biafra, of tegen de hongerende kindertjes aldaar.
Ik meen dat we toen ‘eisten’ dat de Minister van Buitenlandse Zaken zich aan ons zou vertonen, maar die deed dat niet natuurlijk. Hij zal wel gedacht hebben: al die brullende deernen en knapen, mij niet gezien.
Ik besloot toen en daar dat ik me nooit meer zou begeven in zulke grote menigten. Ik vond het angstwekkend.

Agnes Kant

Ik krijg net van Agnes Kant een mail over http://www.zorggeenmarkt.nl/, waar ik het van harte mee eens ben. Ze zegt dat er in oktober een ‘manifestatie’ is in Den Haag. Daar kan ik helaas niet komen, maar ook als ik komen kon, zou ik er niet bij zijn. Ik manifesteer niet.

Dwarslaesie

Goeiemiddag, Zeester, en bedankt voor je felicitaties! Ik ben nu 54 jaar, en ik vraag me af wat mijn ‘absolute leeftijd’ is. Mulisch zegt van zichzelf dat hij altijd 17 jaar is gebleven, bij mij is dat een jaar of vijf meer, denk ik. Ik ben dus nog niet volwassen, maar heb wel belangstelling voor de volwassen wereld. Ik kijk naar die wereld, en ik moet er soms om lachen. Dat doe ik nog steeds.
Vannacht sliep ik een paar uur en ik werd zo goed als fit om 02.45 uur wakker. Dan heeft het geen zin om langer in bed te blijven woelen, dus ik stond op en ging achter mijn Olidata zitten. ‘Eerst maar eens dat blokje rechts in 54 jaar veranderen,’ bedacht ik, en vervolgens schreef ik dat stukje over Ko Colijn. Of eigenlijk ging dat over de lay-out van de World Socialist Web Site. Je hebt die lay-out ook gezien. Die lay-out wil zeggen: kijk lezer, wat u nu leest is natuurlijk de taal van de arme boeren van Kampuchea, want wij zijn geen kapitalisten of imperialistische nerds, wij weten dus niets van lay-out. Daarom hebben wij de breedst mogelijke kolom genomen, en dat is even lastig te lezen, ja.
Met zes of acht toetsen maak je er een aantrekkelijk stuk tekst van: maak een smalle kolom links op het scherm, ernaast bijvoorbeeld de kleur rood (met gele sterren of witte mokers of Che Guevara’s).
Wat mij zo tegenstaat aan die WSWS (behalve hun absolute gebrek aan humor, en - maar ik herhaal mezelf - hun gebrek aan schrijftalent), is vooral de ‘tendens’, zoals men vroeger zei, van hun geschrijf. De kapitalisten zijn overal de schuld van, zoals Wilders de schuld legt bij de moslims. Het een vind ik niet redelijker dan het andere.
Dat neemt niet weg dat ik soms even de WSWS induik, om daar met een frisse kop weer uit naar boven te komen, dat spreekt. Ik heb datzelfde met Dwarslezing: ik lees zeer graag zijn stukken over ‘het kapitalisme’, ‘het Nederlandse régime’ (waarom schrijft hij niet gewoon ‘regime’?), het ‘Verenigdestaatse imperialisme’ of ‘de uiteraard volstrekt illegale inval in Irak’. Hij is ook tegen de UMTS-masten en tegen Europa. Hij denkt waarschijnlijk: in een klein landje kunnen we misschien nog wel eens revolutie gaan maken. In een groot land is dat een stuk moeilijker. Dat is dan ook precies de reden waarom ik vóór Europa heb gestemd, en dat ook een eventuele volgende keer zal doen. Die revolutie, daar moet ik niets van hebben.
En nadat ik dat stukje geschreven had, ging ik weer naar bed. Plicht gedaan, ogen toe. Oja, ik heb nog een stukje op Puck’s Podium geschreven. Daar was iemand zo vriendelijk geweest om mijn stukje ‘Ze schrijft echt geweldig’ over te nemen, en dat vond ik wel leuk.
Ik heb vanmiddag nog een paar uur geslapen.

Nog één keer over Ko Colijn

Ko Colijn is een gematigd linkse journalist, hij is bepaald geen oproerkraaier. Zie de artikelen die hij schreef voor Vrij Nederland. Zie ook zijn werk voor Clingendael. Zo pleit hij ervoor nog maar een derde jaar in Uruzgan te blijven, onder voorwaarden.
Nu wil de Dwarslezer ons laten geloven dat deze journalist ook maar een cent zou geven voor de opvattingen van de World Socialist Web Site. Dat doet Ko Colijn niet, en hij laat dat ook duidelijk zien in zijn artikel ‘Shell helpt’ (prachtige titel!).
Ik geef u een paar citaatjes uit Colijn’s artikel.
‘Als ik er niet meer uitkom, kan ik altijd te rade bij de WSWS (...) waar de lastigste wereldproblemen immer glashelder worden uitgelegd. En het mooiste is (...)’
‘Alles in één klap verklaard (...)’
‘Het draait wat Nederland betreft namelijk allemaal om (...). Dat zit zo.’
De prachtige laatste alinea is te lang om over te tikken.
Het druipt van het sarcasme, kortom.
In zijn stuk over mij (of over Ko Colijn, of over de WSWS) zegt Dwarslezer nog dat hij het kwalijk vindt dat ik iets hatelijks had gezegd over de lay-out van die WSWS. Dwarslezer zegt, ongeveer, dat het nu eenmaal geen kunstacademie is. Nee, een kunstacademie is het zeker niet, maar zelfs ik zou er in één minuut iets aantrekkelijks van gemaakt hebben.
Met andere woorden: zou het geen opzet zijn van die WSWS, zo’n simpele, oerlelijke lay-out? Een mooie kwestie om eens over na te denken, Dwarslezer!

zondag 23 september 2007

Morgen 54

Morgen is het de grote feestdag, ik had je er al eerder over verteld: de Ben wordt 54. Juicht allen!, maar komt u maar liever niet langs.
Ja, Zeester, Paul de Leeuw irriteert mij ook (door de voor de hand liggendheid van zijn grapjes). Ik kan niet naar zijn programma’s kijken.
Nu ga ik slapen. Goeienacht, Zeester.

Colijn-artikel

Je vindt het Clingendael-artikel van Ko Colijn het makkelijkst door even naar Dwarslezing te gaan, en op zijn site naar het artikel over Uruzgan. Vandaag of gisteravond geschreven.

Als je ‘Shell!!!’ leest, Zeester...

Dan zul je wel begrijpen dat het weer mis is tussen Dwarslezer en mij. Hij heeft een stuk geschreven nadat ik het stukje over Shell schreef, waarin hij zegt: Co Kolijn is wel degelijk serieus over de World Socialist Web Site.
Terwijl Colijn nu juist koninklijk sarcastisch schrijft over de WSWS. Wie dat niet in Colijn’s stuk leest, kan a) niet lezen, of is b) een verstokte gelovige.
Verder een saaie dag gehad.

Shell!!!

De snelste manier om socialist-af te worden en je aan te sluiten bij bijvoorbeeld D66 (ocharm), is het lezen van de World Socialist Web Site. Deze site behandelt zeer ingewikkelde internationale problemen en doet dat op een zo schitterende wijze (let ook op de fantastische lay-out van de site!), dat je je wel gewonnen moet geven: je kunt je eenvoudig niet voorstellen dat ze ooit een probleem niet hebben opgelost.
Ik word van zulke dingen tenminste altijd wat giechelig.
De Dwarslezer vraagt zich af waarom wij in Uruzgan zouden moeten blijven. Hij noemt een artikel van Vrij Nederland-journalist Co Kolijn, die af en toe ook voor Clingendael schrijft. Klik je door naar dat Clingendael-stuk van Kolijn, dan blijkt dat Kolijn net zo giechelig wordt van wat de WSWS schrijft. Hij veegt er de vloer mee aan.
Waar de WSWS het deze keer over heeft? Shell zit erachter!!! En weet u waar Wouter Bos heeft gewerkt voordat hij de politiek in ging? Eén keer raden. Juist, bij Shell!!! Nou, dan weet u het verder wel.

Referendum

Wij verzoeken de Tweede Kamer een tweede referendum toe te laten, over de Europese Grondwet (of ‘verdrag’ of hoe u het noemen wilt).
(Ik stem overigens ‘Ja’.)

Ze schrijft echt geweldig

Dat doet ze inderdaad, Zeester. Ze schrijft soms zelfs jaloersmakend goed, die Puck. En ze is zo grappig. Puck is eigenlijk de enige vrouw uit de Nederlandse literatuur die me echt bevalt, die ik graag van a tot z lees.
OOK VOOR DEPRESSIEVE TIJDEN:
PUCK’S PODIUM!

De toestanden in Amsterdam

Dat had ik ook zo graag gewild, Zeester, boeken pikken van mijn broer of mijn zusters. Maar ik was de oudste van de negen, en boeken hadden wij nauwelijks. Ik herinner me wel, stiekem, een boek gelezen te hebben dat van mijn vader en moeder was: ‘Het huwelijk tussen man en vrouw’. Daar stonden prikkelende plaatjes in, vond ik toen. Ik was elf.
Het lezen begon pas echt op de middelbare school. Ik kon gemakkelijk meekomen en hoefde dus weinig tijd aan huiswerk te besteden. Engels, Frans, Duits, algebra, meetkunde zijn mij echt komen aanwaaien, zo makkelijk vond ik het, en Nederlands was al helemaal een fluitje van een cent. Wilde je daar iets mee doen, buiten opstellen maken, dan moest je iets lezen. Ik ging lezen.
(Ik herinner me opeens een ‘vrij opstel’ dat ik schreef toen ik 13 of 14 jaar was. De titel was een uitspraak van mijn leraar Nederlands: ‘De toestanden in Amsterdam zijn turbulent!’ Ik verzon in dat opstel allerlei razzia-achtige situaties.)
Ik herinner me een avondje bij Siep Valkering, een vriend uit die jaren, die Nederlands ging studeren. ‘Wat voor boeken moet je dan lezen?’ vroeg ik. Hij liet me een lijstje zien. Bijna al die boeken had ik inmiddels al gelezen, dus (dacht ik) een studie Nederlands zou voor mij in elk geval niets zijn.
Ik spreek nu over het begin van de jaren zeventig, toen een leraar Nederlands (wat ik me voorstelde ooit te worden) nog iets wist van de taal, en ook iets gelezen had.
Rond mijn twintigste begon ik me te interesseren voor de Engelse en Russische literatuur, en ook voor de Russische ‘toestanden’, voor Karel van het Reve en ga zo maar verder. Die interesse is nooit verdwenen.
Van de science fiction, een genre dat ik nooit heb leren liefhebben, ken ik alleen ‘1984’, ‘Brave new world’ en ‘Wij’ van, ik meen, Zamjatin.

zaterdag 22 september 2007

Ruzie voorkomen

Goeienavond, Zeester.
Die Tuf Tuffers zijn een rare verzameling mensen. Ik meen dat in België een club van dezelfde naam verboden is, wegens ‘straatterrorisme’. Volgens mijn Tuf Tuffende zwager is de Nederlandse tak niet verboden, maar doet men het ‘wat voorzichtiger’. Wat doen jullie dan?, vroeg ik. Nou, we hebben een internetsite en daar kunnen mensen hun klachten kwijt.
Ik dus even kijken op die site. Staan er dingen op zoals een klagende automobilist die bij het oprijden van een rotonde een fietser geen voorrang geeft, moet uitwijken, door het gras naast de rotonde heenraast (alles met een snelheid van nog geen 100 km/u), en dan bekeurd wordt.
We zullen maar zeggen dat de Heer ze in alle soorten en maten geschapen heeft.
Een ruzie is voorkomen tussen Dwarslezer en mij. Het was een ruzie tussen de rekkelijken en de preciezen, waarbij ik mezelf tot de eerste categorie reken. Het kwam door een stuk op zijn weblog, waarin hij het had over ‘zelfverrijkers’, ‘graaiers’ en zo meer, waar hij ministers en Kamerleden bedoelde. Ik schreef dus een venijnig stukje op mijn blog, maar dat haalde ik er een paar uur later weer vanaf: ik wou geen ruzie. In de paar uur dat het stukje erop stond, had Dwarslezer het gelezen, en dáár weer over geschreven. Toen moest ik vanochtend dus een stukje schrijven (Tegen de Dwarslezer, hieronder), dat rekkelijk genoeg was, geloof ik.
Verder heb ik nog een reactie op Puck’s Podium gezet vanochtend. Meer heb ik niet gedaan, vandaag. Ja, ik heb wat zitten lezen in ‘Robinson Crusoe’ van Defoe. Daar was ik vroeger nooit doorheen gekomen, maar nu vind ik het eigenlijk niet eens zo slecht geschreven.
Ik heb vandaag niet naar ‘De zee in’ omgekeken, bedoel ik.

Tegen de Dwarslezer

Ik had gisteravond, kort, hier een bericht staan onder dezelfde titel als de titel die u nu leest. Ik schrapte dat bericht, omdat ik het bij nader inzien geen goed bericht vond. Het bericht bestond dus maar een paar uur, dat was genoeg voor Dwarslezer om een tegenbericht te schrijven op zijn weblog.
Ik schrapte dat bericht (volgens Wim de Bie moet je nooit iets schrappen, want dat zou kinderachtig zijn. Ik ben het daar niet mee eens) omdat ik geen oorlog wil tussen de Dwarslezer en mij. Nu is er toch oorlog.
Waar gaat het om. Het gaat bijvoorbeeld om het feit dat Kamerleden (of ministers, daar wil ik vanaf wezen) ons op de nullijn willen houden, maar zelf mooi 10% extra opstrijken. Een schandaal, dat ben ik met de Dwarslezer eens. Maar dat vind ik geen schandaal omdat ze er zelf 10% rijker van worden. Het kan me ook geen barst schelen wat Rijkman Groenink verdient met het uitkleden van zijn bank. Ook kan het me geen barst schelen dat ikzelf op de nullijn blijf. Ik kan morgen toch, net als vandaag, m’n bloemkool en m’n piepers kopen? Nou dan. En anders teel ik ze.
Het schandaal zit ’m in het voorbeeld dat ze geven: jongens, pak maar, graai maar raak, wij doen het zelf ook. Dat is verkeerd.
Verder schrijft de Dwarslezer (ongeveer) ook dat ze geen geld overhebben voor de thuiszorg, maar wel geld zat voor de oorlog in Afghanistan. Ja, dat is ook verkeerd. Daar kiest men voor. Als u dat in den vervolge anders geregeld wilt zien, moet u GroenLinks of SP stemmen, wat ik u trouwens sowieso kan aanraden.
Kijk, ik ben het met de Dwarslezer eens als hij zegt het vreemd te vinden dat Kamerleden die nog niet eens het ‘Wat & Hoe in het Nederlands’ kennen, voor de interruptiemicrofoon staan te verkondigen dat minister Plasterk het maar uit zijn eigen begroting moet zien te halen.
Maar ja, denk ik ook bij zulke beschamende vertoningen, we hebben dit systeem nu eenmaal. Ik zie niet zo gauw een beter systeem.
Het meningsverschil tussen de Dwarslezer en ik komt erop neer dat de Dwarslezer zegt: ‘Ik ben er tegen!’ en dat ik zeg: ‘Ik ben er ook tegen, maar ja.’
(Even goede vrienden, Dwarslezer!)

Pas op, geboefte!

Ik sta soms - zoals een paar minuten geleden - voor mijn raam op de eerste verdieping van dit woningblok, en dan sta ik daar om inbraak te voorkomen. Terwijl er van inbraak of beroving nooit sprake is geweest, hier. En ik dat ook niet kan voorkomen.
In mijn meer depressieve momenten verschijn ik niet voor dat raam. Veel te bang ben ik dan, al was het maar omdat je door dat raam kunt vallen. Omdat je iets kunt stukmaken. (‘Dat glas, dat is niet van jou, droplul.’)
Toch geloof ik dat het een goede beweging van me is. Ik kijk de straat af, vanuit een verlichte kamer dus ik zie eigenlijk niets, maar ik kijk de straat af. Ik rechercheer.

Een Tsjetsjeen

Volgens de Russische justitie heeft een Tsjetsjeense crimineel Anna Politkovskaja vermoord. Zeer onwaarschijnlijk. Die criminelen bevonden zich niet in Moskou, noch waar ook in Rusland.
Maar ik begrijp het wel. Vroeger werden ook mensen als Amalrik of Daniel vastgezet, om dezelfde soort redenen.
Het stinkt nog steeds, heren. Wij doen daarom geen zaken met u. Dát zou de reactie van de Europeanen moeten zijn.
(Voor enig begrip voor de situatie leest u ‘La Russophobe’.)

vrijdag 21 september 2007

Tuf Tuf Club

Voor zover ik alles heb begrepen is die club een club van mensen die protesteert tegen de flitspalen, die je, dat spreekt voor zich, overal ziet. Een vereniging dus tegen de bekeuringen voor te hard rijden. Want, zeggen zij, wij rijden slechts 87 km/u waar wij maar 85 km/u mochten, en dan krijgen wij toch een bekeuring.
Het is ook de club waarvan de politie denkt dat de leden de flitspalen in de fik steken, zo nu en dan.
Het is dus ook de club, dat had je al geraden, van de mensen die nu zeggen: Stop Bos! Leve Wilders!

Panzerfaust

Goeienavond, Zeester.
Heb je wel eens gekeken op‘Panzerfaust’? Da’s ook een grappige columnist. Hij heeft vandaag een dagboekstuk over de seksuele escapades van Harry van Bommel. Heb ik net gelezen. Heel leuk.
Ja, wat je zegt, klopt. Wie überhaupt al naar dat soort zangers gaat, nog in een stadion ook, en dan ook nog je aansteker leeg wuiven - die is krankzinnig. Maar het is een zelfgekozen vorm van krankzinnigheid, die je voor zo’n avondje op zeg 100 euro komt te staan, plus een lege aansteker.
Mijn krankzinnigheden, die ik niet eens zelf heb gekozen, kosten me nul komma nul.
Ik meen wel eens opgemerkt te hebben dat de tolerantie van de Frans Bauer-patiënten, zoals we ze maar zullen noemen (je kunt ook spreken van minder bedeelden, maar dat doen wij uiteraard niet. Uiteraard niet, geen sprake van, geen haar op ons hoofd), wat minder groot is dan, laat ik eens een voorbeeld noemen, dan de mijne. In de semi-familiaire kring bevindt zich zo een Frans Bauer-patiënt, die mij voorhield dat het Concertgebouworkest bijvoorbeeld wel kon worden afgeschaft. Dat het onzin was om zoveel boeken te hebben. Dat dat tekeningetje, daar aan de wand, onzin was.
Ik zou, omgekeerd, nooit beweerd hebben dat het lidmaatschap van de Tuf Tuf Club een vreselijke verspilling van tijd en moeite is.

Een eind aan de files

Er moet een einde komen aan het autorijden, dan is de enige oplossing. Hoe doe je dat. Je moet toch van A naar B kunnen.
Welnu. Er moet een Deltaplan opgezet worden van extra busbanen, extra trambanen en extra baanvakken voor de trein. Dat kost je tien jaar. Maar dan is het klaar, en je hebt de nieuwe bussen, trams en treinen besteld.
Dan, op een dag, is de auto verboden. Er wordt niet meer auto gereden, vanaf die dag. Iedereen kan overal heen, met het openbaar vervoer. We houden natuurlijk vrachtverkeer, ambulances en zo verder.
Dat is de enige manier.

Smakelijk

Dag Zeester.
Dank voor je compliment: je probeert het soms wel, maar het komt niet zo vaak voor dat iets dat je schrijft de lezer beklemt. Dus zoek je naar andere woorden, en dan gebruik je bijvoorbeeld ‘smakelijk’, een beetje ironisch.
Ik heb later dat stil zitten langs de weg, te middernacht, wel gediagnosticeerd als ‘angst voor een nieuwe depressie’. Dat denken aan de dingen thuis (dat ik wel meer doe als ik ergens anders ben) is dan angstbezwering.
Maar ik weet niet of dat klopt. Depressief word je niet eentweedrie. Daar gaan een paar dagen overheen. Ik schrijf elke dag iets over mijn stemmingen van de dag in een dagboekje. Als je dat dagboekje later herleest, kun je tamelijk goed zien wanneer je depressief bent geworden. Gisteren heb ik onder meer genoteerd: ‘Femke had het over, even charmant lachen, een Wildersdingetje.’ Zo’n aantekening alleen al: dan weet je dat een depressie nog ver is.
En ja natuurlijk, krankzinnig zijn wij niet. Geenszins. Helemaal gezond zou ik mezelf ook niet willen noemen. Maar ik pak soms een woord - smakelijk, krankzinnig - waardoor een verhaal zich ook kan nestelen in de hersenen van de lezer.

Heimwee

Een jaar of vijftien geleden woonde ik nog in Egmond aan den Hoef, dat is hier vlakbij. Ik ging op een avond naar een kennis, die in Alkmaar woonde. Op de fiets. Het was een avond zonder woordenstrijd, ik kan me tenminste niets meer van die avond herinneren. Om een uur of twaalf ging ik weer naar huis, op de fiets.
Ik kreeg het opeens te kwaad, ik stapte af en ging aan de kant van het fietspad op de grond zitten. Ik sloot mijn ogen en stelde me de schilderijen en tekeningen voor die thuis aan de wanden hingen, en de boekenruggen in de boekenkasten. Ik stelde me ook dingen voor als de hoek boven de tv, waar ik al een jaar niet met de stofzuiger was geweest, en het bruine fornuis dat ik morgen nodig van de vetvlekken moest ontdoen. Maar vooral zag ik mijn schilderijen en tekeningen. Ik zag een schilderij dat ik net had aangeschaft, maar dat ik niet begreep (en nog steeds niet begrijp), maar dat ik wel mooi vond (en vind). Ik zag een gouache van een Amsterdamse vriendin, die ik ‘Hoefijzer op zee’ had gedoopt. Ik zag een aquarel ‘Twee veren’ die ik van weer een andere vriendin had gekregen, nadat ik een opening voor haar expositie in Den Bosch had ‘gedaan’.
Ik opende mijn ogen, stapte weer op mijn fiets en fietste een stukje door de nacht, stapte af en toe weer af, fietste weer door enzovoorts, tot ik uiteindelijk, om een uur of drie, thuiskwam. Dolgelukkig dat ik er was.
Zo ziet mijn heimwee eruit. Een voorportaaltje van mijn krankzinnigheid, mijn hersenziekte. Daarachter komt een bruine deur, doe je die open, dan ben je bij mijn depressiviteit.
(Dit, naar ik hoop, smakelijke verslag van een waargebeurd fietstochtje van acht kilometer werd geschreven in wederom een slapeloze nacht.)

donderdag 20 september 2007

De duinen

De duinen zou ik ook missen, ik woon er vlakbij en ook vlakbij de zee. Je hoort ’s nachts ook het wereldberoemde ‘ruisen van de branding’, als de wind goed staat en niet te hard waait. Maar dat zijn dingen voor jou en voor mij.
Boris Pasternak was een Rus uit Peredelkino (vlakbij Moskou) die naar Georgië ging en die een gedicht schreef over Georgië. Zou ooit iemand uit Londen, Praag of Berlijn een gedicht over Nederland kunnen schrijven? (Antwoord: nee.)
Weet je dat ik ook een stevige heimwee heb? Ik wil altijd thuis zijn, ik vind zelfs een reis naar mijn zus te Overveen een verschrikking. Het is gewoon een hersenziektetje, dat je er gratis bij krijgt.

Nederland

Nederland is te klein voor een dichter, dat is het misschien. Je loopt een bos in en vijf minuten later loop je dat bos alweer uit. De Cauberg, zo noemen wij een heuveltje in Zuid-Limburg. Ons Ruhrgebied noemen wij ‘de Randstad’, dat trekt ook niemand aan. Verder zijn er hier en daar nog wat rivieren en weilanden.
Onze bevolking, daar kun je ook moeilijk een gedicht over maken. Onze bevolking lijkt op de Engelse, de Duitse, de Belgische, de Franse bevolking.
En onze architectuur noem je niet op in een gedicht.
Op al die punten wint Georgië het dik van ons.

Grote foto

Goeienavond, Zeester.
Ik heb de hele middag naar ‘Politiek 24’ zitten kijken, ik kijk er nu nog steeds naar. Voorlopig vind ik Pechtold de redelijkste man, hoewel hij me ook de verwaandste kwast van het stel lijkt.
Ik heb vanochtend nog even op een paar sites kunstwerken gefotografeerd gezien. Zo had Francisco van Jole een foto van wel 1.80 x 1.20 m aan zijn wand hangen. Die had hij gekocht via de kunstaankoopsubsidiëringsregeling. Die regeling gaat minister Plasterk nu afschaffen. En terecht. Wie een beeld of een ets of een schilderij wil aanschaffen, moet daar zelf maar voor bloeden. Je koopt ook zelf je cd’s en je boeken.
Een gevolg van het afschaffen van die subsidie zal immers ook zijn: de kunstwerken zullen wat goedkoper worden. Nu kost een schilderij dat in die regeling zit bijvoorbeeld 1000 euro, dat kan best 250 euro minder.
Het schrijven aan mijn verhoorverhaal is voorzichtigjes begonnen, ik heb ongeveer een pagina A4 af. Maar ik kan er nog niets over zeggen, als ik aan het schrijven ben.

Gedicht

Wij waren in Georgië. Vermenigvuldig
daar nood met tederheid en hel met paradijs,
voeg aan een broeikas toe een sokkel ijs. Geduldig
geeft het gebied dan zijn geheimen prijs.

Dit kwatrijntje is van Boris Pasternak, vertaald door Charles B. Timmer. Je zou wel willen dat een Fransman, Duitser of Engelsman vier regels van die klasse over Nederland schreef, maar dat is nog nooit gebeurd.

Puck

Ja, dat mens kan vreselijk goed schrijven. ‘Fuck, het is nog helemaal geen tien over zes!’ schrijft ze vandaag, tijdstip: 05:11 uur. Dat vind ik zo grappig! Maar het mooiste vind ik haar stukken die in het ziekenhuis spelen. Ze heeft MS en nog het een en ander, dat alleen al maakt haar tot een kameraad, maar ze schrijft er ook zo prachtig over. Dat maakt haar een vriendin.
Ik ga, nadat ik vanochtend aan mijn verhoor ben begonnen, nu luisteren naar het kamerdebat.

Gedicht

De cultuur is een walvisstation,
waar de vreemdeling al wandelend
tussen witte huisgevels en spelend grut
toch bij iedere ademhaling bespeurt
de nabijheid van de gevelde reus.

Deze is van de Zweedse dichter Tomas Tranströmer, de vertaling is van Bernlef. Dat is inderdaad de cultuur.

woensdag 19 september 2007

De zee in (4)

Ik moet je bekennen: ik heb Sara Burgerhart nooit gelezen. Schande, eigenlijk.

De zee in (3)

Goeienavond Zeester.
Ik heb vanmiddag en vanavond zo’n beetje de politiek gevolgd, op ‘Politiek 24’. De enige redelijke inbreng kwam, naar mijn smaak, van Jan Marijnissen. De leukste inbreng kwam, zoals altijd, van Femke Halsema. Niet door wat ze zei, maar omdat ze haar vroegere verlegenheid zo charmant weet weg te praten. Juffrouw Thieme van de Dieren had, zoals altijd, niets te zeggen. En daarmee hadden we het zo ongeveer wel weer gehad. Ja, Rutte (de hardwerkende mensch) en Wilders (de criminele moslims).
Morgenochtend komt de premier, dus dan kan ik gaan schrijven. En ’s middags komen daar, geloof ik, weer reacties uit de Kamer op. Dus dan kan ik weer kijken.
Tot zover mijn democratisch burgerschap.
(Voor Verdonk geldt wat minister Liefting eens zei, ik weet niet over wie: ‘Een stijfbekkig heerschap.’ Ze had beter in het gevangeniswezen kunnen blijven.)
Leuk dat je een gedichtje van Hendrik de Vries ook zo leuk vindt! Ik weet nog dat we op de middelbare school te horen kregen over de Tachtigers, de Vijftigers en wat al niet. Ik vond dat toen meteen al onzinnig. Je leest een gedicht omdat je het een mooi ding vindt, afgelopen uit. En het maakt me geen barst uit tot welke stroming het hoort.
Ik geloof trouwens dat Nederlanders, in het algemeen, het beste zijn in het korte werk: gedichten en columns. Daar zijn we beter in dan in romans. Zelfs de Max Havelaar kun je zien als een reeks columns.
Ik weet trouwens een goeie columnist op internet: Max J. Molovich. Zoek die naam maar eens op.
Je hebt gelijk met die naam Sarah (de mooiste naam voor een vrouw, zeker als je hem uitspreekt zoals Dylan het deed: Sèèràh. Ik vind dat jongensnamen éénlettergrepig moeten zijn - Ben, Kees, Grard, Sieb - en meisjesnamen tweelettergrepig, zoals Marja, Rea, Sarah, jouw naam en ook jouw bijnaam.) De niet-bestaande Sarah in mijn mei- en juni-periode heeft niets te maken met de Sarah die nu sterft in mijn verhaal. Die eerste Sarah heb ik weggestuurd, naar Engeland voor zover ik me herinner, omdat ze me stoorde bij het schrijven aan mijn blog.
Ik heb me nog enige tijd druk zitten maken over het karakter van de rechercheur in mijn verhoor, maar ik besloten dat ik me daar geen zorgen over moet maken. Gewoon schrijven, dat is het devies.

De zee in (2)

‘10 12’: mijn adres is Agnesplein 10, het adres van ‘Sarah’ is Agnesplein 12. Ik ben vanochtend begonnen met schrijven. Het wordt een ik-verhaal. Ik, Kees van Dongen, lijd aan de longziekte. Sarah, mijn buurvrouw en vriendin, lijdt aan hartfalen. We besluiten er samen een eind aan te maken. Aan het eind heeft de lezer wel door (het verhaal staat in de ik-vorm en in de verleden tijd) dat het plan voor 50% is mislukt.
Dat is het ene plan voor het verhaal. Toen ik daaraan bezig was, kreeg ik opeens een prachtig idee: een verhoor bij de politie schrijven! Een dialoog dus tussen een rechercheur en die Kees van Dongen, over die ‘zelfmoord’ van Sarah.
En dat wordt het verhaal, en daar ga ik morgenochtend aan beginnen. Zo’n verhoor schrijven, kan ik ook veel beter.

Waarom gaat ze mee (4)

Vanaf morgenochtend: schrijven schrijven schrijven en schrappen, ongetwijfeld. Niet meer nadenken, dus.

Waarom gaat ze mee (3)

Ik wil eigenlijk zo weinig mogelijk personages in dat verhaal: dus geen families van die man en die vrouw. Waarom, dat weet ik ook niet. Alleen zijzelf nemen de beslissing er een eind aan te maken. Patsboem, zegt zij, en hij is het ermee eens. Ze maken een eind aan hun gezamenlijke blog (‘10 12’), en ze gaan op weg.

Gedichtje

Met haar woorden, mooi als ’t kwelen
van een vogel in een kooi,
wacht ze wie haar stil wil strelen,
haar bestelen van haar tooi.
En in kelders met haar spelen
als een roofdier met zijn prooi.

Deze is van Hendrik de Vries, een man die eigenlijk nog geloofde in die tegenstelling tussen man en vrouw. Zoals de gemiddelde VVD-er nog, ouderwets, gelooft in die tegenstelling tussen Rita en Mark.

Waarom gaat ze mee (2)

Ze wil inderdaad op een waardige manier ‘gaan’ - maar samen met haar buurman. Dat is het probleem. Of andersom, als hij wil ‘gaan’, dan moet zij mee.
Het probleem is dus de motivatie van de ‘volgende’ partij.
Normaal gesproken lost zich zoiets op tijdens het schrijven, maar hier weet ik het nog niet. Eerst nog even nadenken: moet het een ‘kaal’ verhaal worden, of juist niet? Een verhaal met allerlei achtergronden, of juist niet?
(Ik weet al een scène waarin jouw jasmijnverhaal een plaats zou kunnen krijgen!)

dinsdag 18 september 2007

Waarom gaat ze mee

Dat is inderdaad het probleem. Ik maak die man en die vrouw iets ouder dan ikzelf ben. Een jaar of 65. Die man is niet depressief, die vrouw ook niet. Het zijn allebei slimme mensen.
Ik denk dat het initiatief voor de gezamenlijke zelfmoord van haar moet uitgaan, en dat hij dus meegaat. Misschien ook moet het anders.

De zee in

Als dat verhaal af is, zet ik het op mijn blog. Het moet gaan over een heer en een dame, buren van elkaar, beiden snel moe. Het is eind februari. De heer is een soort ‘ik’, de dame een soort ‘jij’. In het verhaal lopen ze getweeënlijk door een soort Egmond aan Zee, ze komen allerlei mensen tegen, allerlei winkels lopen ze aan voorbij. Ze komen aan op de boulevard, gaan een kroeg binnen en nemen een drankje. Dan - het is al avond - gaan ze naar buiten, het strand op, de zee in. Einde verhaal.
Ik weet nog niet of ik het in de ik-vorm moet schrijven, ik denk eigenlijk van niet. De eerste zin staat al wel vast: ‘Ik kom!’ zegt ze.
Het zal nog wel een tijdje duren voordat het af is.
Ik heb een cd-rom gevonden, maar ik weet niet of je er iets aan zult hebben. Er staat op die cd-rom onder meer:
Herinstallatie CD-ROM
Dan het logo van Olidata (het merk van mijn computer)
Dan staat er: De software op deze herinstallatie CD-ROM wordt op de harde schijf van uw toestel geïnstalleerd bij de producent. Deze CD mag enkel gebruikt worden voor backup en herinstallatie van uw Olidata computer.
Dan staat er: Windows XP Home Edition Service Pack 2.
En tenslotte: Portions © 2006 Microsoft Corporation.
Ik weet niet of dit is wat je zoekt, maar het is het enige dat ik heb.

’t Is mijn gezucht

Ik heb de hele dag zitten lezen in de dikke ‘Verzamelde gedichten’ van Hendrik de Vries, een van de beste Nederlandse dichters van de vorige eeuw. Hij was vooral goed in het korte werk. Zomaar een gedichtje:

Voel je soms omstreeks middernacht
in ’t gezicht een koude lucht,
mijmer niet of de wind ze bracht:
’t is geen tocht maar ’t is mijn gezucht.

Acht, icht, ucht, acht, ocht, ucht, lees ik. Voor de enige ontbrekende klinker was geen plaats: echt, slecht, gerecht enzovoorts. Hij had natuurlijk de laatste regel zo kunnen maken: ‘’t is geen tocht, slechts mijn gezucht’, maar hij wou die m-en erin houden: omstreeks middernacht, mijmer, maar mijn gezucht.
En zo geeft hij wel meer te denken. In de tweede regel zitten geen m-en, ik denk omdat hij vond dat m-en te warm zijn.
Daar ben ik dus de hele dag mee bezig geweest, Zeester. Dank voor de McFerrintjes! Het is vooral de breekbaarheid van zijn stem, die mij bevalt.
Richard Burton die gedichten doet van Robert Frost, ik wist nooit dat hij dat gedaan had, maar ik kan me goed zijn stem voorstellen: hoe hij dat dan doet in zijn precieze Engels, en clara voce.
Richard Burton herinner ik me vooral, samen met Liz Taylor, in ‘Who’s afraid of Virginia Woolf?’ van Edward Albee. Prachtig stuk, om te zien met die twee, maar ook om te lezen.
Ik heb nog even gekeken of ik een Windows-cd heb. Ik kan er nog geen een vinden, maar ik moet er toch een hebben. Als ik hem vind, kan ik hem naar je opsturen. Moet je me wel je adres mailen.

Snel moe

Dat zijn we allebei, Zeester, door verschillende oorzaken. Ik ben in het geheim al bezig met een verhaal over twee buurlieden (één met hartfalen, de ander met longfalen) die in november rondlopen door het dorp, onderweg praten met iedereen, en ik wil dan dat die twee uiteindelijk... Wat ze uiteindelijk doen, moet niet in het verhaal staan, vind ik.
Laat me maar schrijven, bedoel ik.

Vergeten straat (2)

Ik probeerde ook het omslag te beschrijven, zodat je het zou herkennen. Wat leuk, dat dat gelukt is! Of ik het in één dag zal kunnen uitlezen... Daar zullen zich wetten en bezwaren tegen aantekenen, vrees ik. Geef me twee dagen. (Ik moet toch ’s ochtends eerst mijn mails doen, de diverse internetsites nakijken - heb jij al van de Behavioral Ecology Blog gehoord? Ik noem maar iets -, kijken wat de Volkskrant en de NRC hebben enzovoorts.) Dus er blijft maar zes à acht uur over om te lezen, op een dag. Dan moet je ook nog het Belgische karakter van een boek rekenen, dat is voor mij even erg als Frans. Aan de andere kant, de Kapellekensbaan heb ik ook supersnel gelezen. Simpel, omdat het zo’n goed boek was.

maandag 17 september 2007

Waterleiding

Vanavond was om kwart voor acht de waterleiding stuk. Dat duurde tot een uur of elf. Er was, blijkens de nieuwsberichten, een hoofdleiding gebroken, ergens in Noord-Holland. Dat hebben ze dus, in maar drie uur tijd, gerepareerd, of vervangen. Ik vind dat een typisch staaltje Nederlands gedrag: optreden!

Geuren

Geuren, kleuren in september. Onder de kastanjeboom lopend, 30 meter van mijn huis, ruik je inderdaad iets. Iets doods. Dat wil zeggen, je ruikt iets dat wij gewend zijn doods te noemen, omdat je weet dat die boom straks weer bruin, en dan kaal zal zijn. Zo’n kale boom noemen wij ook dood, of in elk geval: pas in het voorjaar komt ie weer tot leven.
Eigenlijk is dat onzin, net zo onzinnig als een zwangere vrouw doods te noemen.
Sorry, Zeester, dat ik je herinnerde aan de dood van je broer. Dat wilde ik niet. Hij stierf, begrijp ik, in het voorjaar als de jasmijn gaat bloeien. Je ruikt de jasmijn dan. Ik heb geprobeerd om een ander woord te vinden voor jasmijngeur. Een heerlijke parfumgeur, dat is het zeker.
Er zijn drie bloemen die de nationale bloemen van Indonesië vormen: de jasmijn (ik geloof dat het de Arabische jasmijn is), een soort van orchidee, en nog een andere bloem, welke weet ik niet. Ik hoop, en geloof ook eigenlijk, dat de jasmijn de geur van Indonesië geeft.
Wat de kleuren van september betreft: fletsgroen, dat heel snel grauw wordt.

Vergeten straat

Ik bezit een Salamander-pocket uit 1965 van ‘Vergeten straat’, met een prent van Herman Berserik op het omslag: een man met een ‘bastrompet’ zoals ik het instrument toen noemde, en nog drie vier mensen, achter een slagboom. Ik heb het boek gekocht in 1969, voor het bedrag van ƒ 3,75. Het prijsje zit er nog op. Ik kocht het boek om die prent, die ik mooi vond. Ik had toen nog geen idee van Boontje.
Ik was 15 of 16 jaar oud en nam het boek een keer mee naar Nederlandse les. De leraar Piet Meeuwisse was enorm enthousiast: ‘Maar het is wel erg Belgisch, hoor!’ Ik was natuurlijk verguld door zijn reactie, en ook door zijn normale manier van praten. Hij werd, ook na de middelbare school, een vriend.

Straks weer jarig

Je hebt gelijk met die virtual machines: plaats een oproepje in een Linux nieuwsgroep, en je krijgt antwoord. (Dat hoort tot de mooie dingen in het computerleven.)
Ik word over precies een week, op de 24ste, 54 jaar. Ik geef op verjaardagen nooit een feest meer. Mijn twee beste vrienden zijn een paar jaar geleden overleden: een ceramist uit Alkmaar (botkanker) en een schilder, oorspronkelijk uit Den Bosch (zelfmoord). De ceramist overleed op 18 september 2001, de schilder op 30 september 2005. De ceramist maakte Picasso-achtige creaties, de schilder surrealistische. Zo’n beetje à la Max Ernst. Ik maakte de openingsspeeches voor hun exposities, die droeg ik ook voor. Ik weet nog hoe het ging bij de laatste expositie van de ceramist, in een galerie in Alkmaar. Mijn huid stond strak gespannen, ik zat midden in een depressie, en ik hield dus die toespraak, die ik eindigde met: ‘U hebt nu het slechtste gedeelte meegemaakt, dames en heren. Ik dank u.’ Ik dacht: godzijdank! Nu naar buiten. Desnoods loop ik onder een auto. Maar ik had helemaal niet door dat men applaudisseerde en lachte. Men sloeg mij op de rug, iemand vroeg of hij de tekst die ik had voorgelezen mocht nalezen. Ik gaf hem de tekst, en die tekst heb ik nooit meer teruggezien.
Morgenochtend schrijf ik een mailtje naar de weduwe van die ceramist, die nu in Zaandam woont. De schilder was, net als ik, ongetrouwd. (‘Daar ben ik een te sombere Pipo voor,’ zei hij altijd.) Ik heb zijn ouders of broer nooit meegemaakt.
Je zult dus misschien begrijpen dat ik nooit meer feestjes geef, en ook dat ik minder graag naar feestjes van bijvoorbeeld familie ga.
Wat ik doe op mijn verjaardagen: onwijs lekker koken! Ik zit me nu al te verlekkeren aan het idee van een maaltijd met rivierkreeftjes, prei, rijst, met daaroverheen een kerriesausje. Ook ga ik op mijn verjaardag weer een boek pakken dat ik al een eeuw heb, maar nog nooit gelezen heb: ‘Vergeten straat’ van Louis Paul Boon.

Mais naturellement, Madame!

Brahms hoort, bijvoorbeeld met dit pianoconcert, ook in mijn depressiekit. Ik heb deze uitvoering van Leonard Bernstein zelf ook toevallig. Goed voorbeeld van een glorieuze uitvoering.
Wat er nog meer in die kit thuishoort is bijvoorbeeld ‘De hongerkunstenaar’ van Kafka, korte verhalen van Nabokov, ‘Meesters der misdaad’ van Uitgeverij Loeb. Boeken van Patricia Highsmith. Boeken van Anita Brookner.

zondag 16 september 2007

Depressies (2)

Ik heb nooit de moed of de zin gehad om eens na te gaan, in welk onderdeel van mijn hersenen het zit. Neo-cortex, amygdala, linker- of rechtervoorkwab - het zal me ook worst wezen. Ik heb die hersenziekte nu eenmaal, het is ongeneeslijk, en klaar. Verder niet over zeuren.
Het is vroeger (toen ik nog niet besefte dat depressies ook altijd weer over gaan) wel erger geweest dan nu. Het baanvak Alkmaar-Castricum ken ik vrij goed: ik zal wat nachten hebben doorgebracht aan de spoorlijn te Heiloo! Ik weet nu ook heel goed hoe ik zelfmoord moet plegen: gewoon op een nacht aan het eind van de winter de zee in lopen. Je blijft staan, je raakt onderkoeld. Met een hart als het mijne is het in een kwartiertje gebeurd.
Ik zal dat niet doen, zoals ik je beloofd heb.
Wat ik doe, als zich weer een depressie aandient, is: mezelf omringen met dingen, die niet te treurig zijn, maar die wel mooi zijn. Bach, Glenn Gould, McFerrin (!), Oestvolskaja, ‘Onbegeerde reis naar Siberië’ van Andrej Amalrik, gedichten van Tomas Tranströmer, ‘Op weg naar het einde’ van Gerard Reve, dat soort dingen. Ik verzamel al in de goede tijden leuke dingen op het internet: Noorderlicht, Puck’s Podium, noem maar op. Mijn bookmarks zitten propvol. Een schrijver die je goed kunt lezen als je depressief bent, is Jan Blokker.
Maar ik ben al ruim een half jaar niet meer depressief geweest. Houen zo, dus. Wel een lichte dip gehad in de maand juli, maar dat viel ook allemaal wel mee.
O ja, je vroeg me of ik ook interesse had in Mozart’s ‘Nachtmusik’. Nee, daar heb ik niet zoveel belangstelling voor (die melodie is me te bekend en ik vind het eigenlijk een rotwerkje).
Hoe is het met de installatie gegaan?

Depressies

Depressies komen, maar depressies gaan ook weer. Ik lijd er sinds mijn 17e jaar aan, voor zover ik er niet al eerder aan leed. Officieel heet ik manisch-depressief te zijn.
Ik heb in de loop der jaren wel alle psychiaters en therapeuten in de omgeving van Alkmaar gesproken. Geen van hen had een oplossing. Geen van hen had ook een medicatie. Ik heb alle middelen wel geprobeerd, van betablokkers tot, hoe heet dat ook, Remidon. Maar niets helpt. Wat helpt is het eerste zinnetje van dit stuk. Ik heb een kartonnetje (formaat A4) waarop ik die tekst heb geprint, met daaronder een wegvliegende duif. Daar kijk ik dan af en toe naar, als ik depressief ben. ‘Het gaat wel weer over,’ denk ik dan.
Ik gebruik nu al 5 jaar lang geen antidepressiva meer, ik ben in die tijd niet meer of extra of langer depressief geweest dan in de jaren dat ik wél allerhande troep slikte. Ook niet minder natuurlijk, maar ach nou ja, ik heb mijn depressiviteit aanvaard, zoals de pastoor op zijn preekstoel zou zeggen.

McFerrin: nog precies ook!

Dank voor de toezending van de nieuwste Paper Music-stukken. Het mooist vind ik het concert van Vivaldi, en vooral het stukje Bach. Ik heb net nog even de piano-uitvoering met Glenn Gould gedraaid, en McFerrin zingt precies de bovenhand! Hij zingt dus niet alleen goddelijk mooi, ook nog eens precies zoals de componist het voorschreef. Razend knap. Deze twee stukken vind ik, met de Boccherini die je me gisteren toezond, van de allerhoogste klasse. Ik zal de Paper Music ook doorsturen naar mijn zus, de pianolerares, in de hoop dat ze me terug zal mailen ‘Wat verschrikkelijk mooi!’
O ja, op mijn zoektochtje gisteravond naar informatie over Bobby McFerrin, kwam ik ook een YouTube-filmpje tegen, waarin hij live het Ave Maria (‘Oiveh Maria, for Jews’) zingt, van Bach/Gounod. Ook al zo mooi.
Hoe gaat het met de installatie van die vmware?

Mouth music

Als je een artiest eenmaal bewondert, zoals Bobby McFerrin, wil je ook alles van hem weten. Je googlet naar hem, ontdekt van alles over zijn jazzachtergronden, over zijn grote hit in, ik meen, 1988, over zijn vermeende zelfmoord na die tijd. Alles. Je hoort steeds weer die prachtige stem overal doorheen klinken. Je gaat het zelfs logisch vinden dat hij in 1995 op ‘Paper music’ dat schitterende menuet van Boccherini deed. O, en dat prachtige largo van Vivaldi. Heavenly, er is geen ander woord voor.
In 2001 bracht hij ‘Mouth music’ uit. Ik weet al zeker dat het een formidabel album geweest is, omdat het zijn mouth was.

Over 100 jaar

Waar zullen we over 100 jaar muzikaal van genieten? Zullen dat de Beatles zijn, de Rolling Stones, Eric Clapton? De Beach Boys, Jan Akkerman? Q 65? Misschien Pijper of Andriessen?
Ze zullen wel herontdekt worden, door musicologen over de hele wereld.
Maar genieten zullen we nog steeds van de ouwe jongens. Bach, Händel, Mozart, Beethoven enzovoorts. Ik gok uit de 20ste eeuw: Pärt en Gorecki.

Groot plezier

Wat doe je me een plezier met je McFerrin-opnamen! Het menuet van Boccherini vind ik schitterend, het stukje Stravinsky ook. Wat een formidabele zanger! Zelfs in die overbekende pavane van Fauré, een totaal uitgekauwd stuk toch, is het beluisterbaar. Maar die Boccherini, dat is werkelijk onovertroffen.

zaterdag 15 september 2007

Erger

Je denkt soms: wat ik heb, is erg. Maar wat ik heb, is alleen maar zo’n beetje lastig, vergeleken met wat jij hebt, Zeester. Het is zelfs geen vergelijk: 30% longscapaciteit nog maar over, dan ben je dus de hele dag moe, stel ik me voor. Godverdomme. De ellende van de bestraling ook nog achter de rug. Godsallemachtig.
Sommige mensen krijgen het ook voor hun kiezen, is wat ik nu denk, en het zijn altijd ook nog de mensen die iets kunnen, zoals jij. Mensen met smaak. Het is nooit eens een lid van het kabinet, om maar iets te noemen. Nooit de gorgelhoest, daar.
Je moet weten, Zeester, dat ik soms zeer depressief ben. Ik ben het nu al een half jaar niet geweest, goddank. Ik beloof: ik zal in elk geval mezelf niet van kant maken, voordat jij bent overleden. En dat duurt nog jaren. Jaren, om plezier in te beleven. All right?

Een Mozartje

Dank voor toezending, Zeester. Ik vind het toch leuker om zo naar een Mozartje te luisteren, dan naar een cd. Dit krijg je van iemand, en dat maakt het toch anders.
Ik weet nog dat een jaar of twintig geleden een paar Nederlandse componisten het over Mozart hadden. Een van die componisten had het over ‘een hoge Es’ in een bepaald werk van Mozart, die hij enorm bewonderde. Ik dus zoeken en luisteren of ik een hoge Es kon vinden, ergens. Ik heb hem nooit gevonden. Hoe heette die componist toch, die dat zei? O ja, Peter Schat. Of nee, het was Louis Andriessen. Het behoort nog steeds tot mijn ‘levenstaken’, om het zo maar te noemen, om ooit die hoge Es nog eens te vinden.

Het Grote Boek

Blij dat je het al gedownload hebt. Dan zal de installatie ook wel lukken.
Je hebt, wat Andreas Scholl betreft, gelijk: die heb ik al. Zeer beluisterbaar, wat vergeleken met ‘zeer leesbaar’ in de boekenwereld, de hoogste lof betekent. Maar als je me meer Paper Music zou kunnen sturen, zou ik je zeer dankbaar zijn.
Ik weet nog een zeer leesbaar boek: ‘His monkey wife’ van John Collier, geschreven in de jaren dertig. Het is in 1980 of 1985 vertaald als, meen ik, ‘Zijn apevrouw’. Zelf zit ik nu gedichten van J.A. Dèr Mouw te herlezen (‘Ik ben Brahman. Maar we zitten zonder meid’). Ik had ze al 30 jaar niet meer gelezen.
Vroeger las ik gedichten om ze uit mijn hoofd te kennen.

De hulp is er!

Neef Chris wil niet met z’n adres op mijn blog staan, omdat hij dan allerlei spam binnen krijgt. Maar hij schrijft me dat de virtual machine waar je het over had, dus om Windows toepassingen op Linux te draaien, te vinden is bij ‘vmware’: http://www.vmware.com/products/player/. Hij zegt er wel bij dat het betrekkelijk moeilijk is. Als het niet lukt, moet je contact opnemen met degene die Linux op je computer heeft geïnstalleerd.
Ik hoop dat het je lukt, Zeester.

Gloriosae memoriae

Dag Zeester.
Neef Chris zit vandaag niet aan z’n computer, vrees ik. Ik heb zojuist mijn mails opgeruimd, en ik stuitte (of is het stiet?) op iets van Digileen: disco@cdr.nl, waar een mens vragen en suggesties kwijt kan. Misschien kunnen zij je ook helpen. (Ik blijf wachten op Chris, natuurlijk.)
Digileen heeft niets van Bobby McFerrin, heb ik al gezien. Ik zal nog eens bij bol.com gaan kijken, en eventueel nog verderop.
Wat ik met ‘glorieuze uitvoeringen’ bedoelde, weet ik zelf eigenlijk ook niet. Maar ik bedoelde bijvoorbeeld de zang van Aafje Heynis of het spel van Yehudi Menuhin, die samen met het Bath Symphony Orchestra concerti grossi van Händel opnam, in 1968 dacht ik. Dat was de eerste klassieke elpee die ik kocht. Niet veel later kocht ik ook een elpee ‘De mazurka’s van Chopin’ (dat vind ik nu oervervelende muziek) en toen ik eenmaal de Goldberg Variaties (gespeeld door Glenn Gould) bezat, wist ik: dit is het mooiste wat er is. Ik heb later mijn elpees overgezet op tapes, die ik nu nog steeds elke dag draai.
Maar wat ik precies met dat ‘glorieuze’ bedoelde... Het moet iets te maken hebben met ‘de volle toon’. Dezelfde volle toon als waar ik van hield in mijn hard rock-jaren. Ik luister er soms nog naar: woensdagnacht op MTV (‘Rockzone’). Ik kijk daar giechelend naar: die video’s zijn zo krankzinnig.
Van Dylan vind ik maar één nummer goed: ‘Tangled up in blue’. Ry Cooder en die ander die je opnoemde, ken ik te weinig. Weet je wat ik toentertijd heel aardig vond: de Bonzo Dog Doo Dah Band. Jan Akkerman vond ik enorm goed. Ernaar luisteren doe ik niet meer.

Dát noem ik nou een verrassing!

Zeester, geweldig bedankt voor die Vivaldi-uitvoering van Bobby McFerrin. Wat een goddelijke muziek! En ik had er nog nooit van gehoord, ik wist niet dat het bestond. Een eye-opener, of liever gezegd een ear-opener eerste klas! Ik ga meteen alles van Bobby McFerrin beluisteren dat ik maar te pakken kan krijgen.

Hulp is onderweg

Dag Zeester.
Ik heb mijn neef Chris Brouwer (een zoon van mijn zus, de pianolerares) gemaild en heb hem het probleem voorgelegd. Hij mailt me terug, of hij schrijft iets op mijn blog, als hij meteen al een oplossing weet. Zodra hij me teruggemaild heeft, zet ik zijn mailadres op mijn blog, zodat je hem zelf kunt mailen.
Hulp is nog niet onderweg voor de VVD, als ik tenminste af mag gaan op hun ledencongres! Wat een feest om naar te kijken.

Asterias rubens


M’n neefje

Dat komt goed, Zeester. Morgenochtend schrijf ik mijn neefje, en daarna zet ik zijn mailadres hierop. Dan kun je hem zelf schrijven. Ik leg hem je probleem wel voor.
Ja! Stuur me anything van die McFerrin-Vivaldi! Je maakt me enorm nieuwsgierig!
Je zei, een vorige keer, dat je de BWV 140 had in een uitvoering met ‘originele’ of ‘authentieke’ instrumenten. Ik ken die uitvoering niet, dus ik ‘oordeel niet over uw smakenpallet’. Maar mijn smaak gaat toch meer uit naar de jaren zeventig, tachtig - toen werd Bach hier en daar nog glorieus uitgevoerd, je had ook Glenn Gould nog. Dat is mijn Bach-smaak. Gek genoeg ligt dat met Corelli bijvoorbeeld anders: daar heb ik liever de precieze interpretatoren voor.
Onder de voortdurende ‘druk’ van mijn lieve zuster Marja (een pianolerares te Alkmaar) ben ik nu al enkele jaren lang bezig Mozart mooi te gaan vinden. Je kunt aan de zinsconstructie al wel zien dat dat enige moeite geeft. (Ik vind Mozart, eerlijk gezegd, een soort Monkees. Hij kwam na de Beatles: Bach.)
Maar het is een hele evolutie, als je nagaat dat ik op mijn achttiende, twintigste jaar alleen maar interesse had voor hard rock.
‘Ik weet’. Kijk maar wanneer je ergens over wilt praten, Zeester. Goed?

vrijdag 14 september 2007

Elefantiasis

Dag Zeester.
Nee, dat zoutloze advies kwam in 2002, toen had ik inderdaad een tweede herseninfarct (niet zo erg, hoor. Ik geloof dat een mens in zijn leven zo ongeveer 50 of 100 kleine herseninfarctjes krijgt. Zie de dames en heren in de Nederlandse politiek), maar ik ging het ziekenhuis in met twee elefantiasis-onderbenen. In een tijd van een paar dagen waren ze ‘volgelopen’ met vocht. Op de weegschaal zag ik, later, dat ik 9 kilo minder woog. Conclusie: u hebt hartfalen, meneer. Toen kwamen ze met het advies: geen zout meer, uitkijken met vet, eet veel vis, drink per dag anderhalve liter vocht en slik elke dag, naast alle andere pillen, ook bumetanide. Dat is een vochtafdrijver, door mij ‘pisser’ genoemd. Ook werden mijn benen gemeten, een maand later, voor steunkousen. Maar die heb ik nooit gedragen. Ik houd me simpelweg aan de adviezen, dat moet genoeg zijn.
Hartfalen dus. Mijn hartspier, zeiden ze, pompt niet meer goed genoeg. Vandaar al die pillen. Op mijn vraag hoe deze patiënten gemiddeld sterven, konden ze geen antwoord geven. Ik vermoed: hartaanval, of hartstilstand. Ik prefereer het laatste, natuurlijk. Maar ach, dood gaan we allemaal. Laten we eerst nog maar wat plezier beleven, vind je ook niet?
Als je dat Digileen toch op Linux wilt krijgen, dan is het misschien een idee om met mijn neefje (student informatica en een groot computerkenner) contact op te nemen. Ik heb zijn mailadres niet, maar daar kom ik wel achter. Dan schrijf ik hem eerst wel, dat er een Zeester voor hem klaarligt. Zal ik dat doen?
Bobby McFerrin... Bobby McFerrin... Er staat me iets bij van een VPRO-radio-avond, zo’n tien jaar geleden. Maar ik heb geen idee hoe hij klinkt. Ik zal eens kijken of Digileen iets van hem heeft. Het zal vast wel.

Foutje!

Heeft de IJzeren Lady toch weer een foutje gemaakt. Meneer Lievestro was twee weken geleden al eens bij haar thuis, en toen vroeg zij hem: ‘Wil jij niet mee met mij in de Groep Verdonk?’ Het leek Lievestro niets, natuurlijk.
Het betekent Rita’s einde, da’s duidelijk. Haar plannetje om het zo mooi te gaan regelen, is ontmaskerd. Nu zullen ze in de VVD hardop gaan zeggen: ‘Voorbedachten rade! Weg met het wijf!’
Zoals ook het plannetje toen met Ayaan helemaal misliep.
Het wijf zal misschien haar zetel niet opgeven, maar het einde nadert. Godzijdank.

Tip voor politici

Straks komt Rita Verdonk met de Groep Verdonk in de kamer te zitten. Dan heeft ze weer een rechte rug, is ze weer van ijzer en wijst ze weer recht door zee - ze krijgt kortom weer spreektijd.
Of ze blaast de VVD op en wordt de nieuwe VVD-leider, want alles kan daar, het geblunder heeft geen eind.
Mijn tip voor alle politici ter linkerzijde van deze mevrouw: ga niet op haar in. Negeer haar. Laat haar gaar stoven. (Dat hadden jullie ook al met Geert Wilders moeten doen.) Laat haar ruzie maken met de rechtse kamerleden.
Maak geen ruzie met Rita, dat is het belangrijkste. Bedenk: het wijf wil onze premier worden. Daar moet alles voor wijken. Denk dus vooral aan het landsbelang.

Beieren

Goedemiddag, Zeester.
Ik heb BWV 659 opgezocht en het is een typisch Bach-melodietje, dat een mens geheel zorgeloos en vredelievend kan maken. Je ziet jezelf wandelen in Beieren (niet dat ik daar ooit geweest ben), de melodie meeneuriënd, onderweg de koeien en merels met een beleefde hoofdknik groetend. Verder is dit weer een dag voor de Tartini-viooltjes. Ik heb nu zo ongeveer wel alles beluisterd wat Digileen van hem heeft. Wat me het meest opvalt, is dat hij zo goed schrijft in de kleine terts. Daar is hij een meester in. Bach of Händel kunnen het ook in de grote terts, maar dat lukt Tartini niet, lijkt het. Dan wordt het Spielerei bij hem. Het is maar goed dat ik vooral houd van droevige, stemmige muziek.
Wat het koken aangaat: ik kreeg vijf jaar geleden het advies van een diëtiste van het ziekenhuis dat ik nooit meer zout moest eten. ‘Maar ik mag wel lekker blijven eten?’ Dat mocht eventueel wel, maar ik moest ook uitkijken met vet. Ik heb sindsdien mijn dieet grondig aangepast. Ik eet veel vis en schaaldieren, en van de pratende dieren eet ik alleen het kippevlees. Rund, varken en paard raak ik niet meer aan. Wil je het zout vervangen, dan kun je zoeken in de Oosterse keuken: sereh, djahé, laos, koenjit, ketoembar en zo verder.
De diëtiste wees me ook op het bestaan van zoutloos brood, dus dat heb ik ook geprobeerd, maar het is niet geschikt voor menselijke consumptie. Ik koop elke ochtend een halfje Dageraad Volkoren, waarvan ik elke volgende ochtend de overgebleven sneetjes op het grasveld voor mijn huis strooi. De vogels zitten dan al op wacht, elkaar toekwetterend: ‘Pfwiet! Daar is Hij weer, onze Weldoener! Pfjoewiet!’
Het grote verschil met vroeger is dat ik nu meer plezier heb met het eten. Ik ga straks spinazie, gebakken piepertjes en een makreel eten. Ik zit me al te verlekkeren over de kruiderij.

Brokeback mountain

Zo heet een, mij nog onbekend, verhaal van Annie Proulx, waarop die film van die twee homoseksuele cowboys gebaseerd is. Tja, verzucht ik. Tja. Ik heb de film ook niet gezien, maar ik kan me wel voorstellen wat ervan gemaakt is, door de preutse klootzakken daar. Vooral voorzichtig blijven, was natuurlijk het adagium.
Midden jaren vijftig schreef Vladimir Nabokov een boek over een nog veel groter taboe: de pedofilie. Het was een van zijn beste romans, en het zou tegenwoordig niet meer uitgegeven worden. Niet meer geschreven, zelfs, vrees ik.
Als je een minimum schrijver bent, dan schrijf je over de dingen die je kent en meemaakt. Ben je een maximum schrijver, dan schrijf je over de hele wereld. Annie Proulx, die ik heel hoog had zitten, zit tussen die twee in. Homoseksuelen! Een non-problem.

donderdag 13 september 2007

Twee homoseksuele cowboys

Dank voor je reactie, Zeester. Ik moet steeds nadenken, want ik wil steeds ‘Esther’ schrijven.
Ik heb lekker gegeten, dank je wel. De saus heeft bestaan uit een klein restje ui, een beetje pindakaas, wat sambal en nog wat kruiden zoals sereh. Dat is citroengras of zoiets. Het maken van een sausje is altijd het spannendste en leukste deel van de kokerij, vind ik. De kok moet voortdurend, een zeer vakkundig gezicht trekkend, proeven en uitermate belangrijke beslissingen nemen, je begrijpt wel hoe het gaat. Reden waarom het maken van het sausje even veel tijd kost als de rest van de maaltijd.
Jammer dat Digileen niet op Linux draait, joh. Maar dat is toch vreemd, want je kunt er wel naar toe googlen, maar dan verdomt hij het.
Ik heb nog niet gezocht hoe het Proulx-boek heet over die twee homoseksuele cowboys. Tja, in Amerika is dat een heikel onderwerp, maar hier toch niet. Ik herinner me ook dat een film er vorig of eervorig jaar over ging, maar ik wist niet dat het een Proulx-verfilming was. Het vermindert mijn achting voor de schrijfster, ik weet niet goed waarom.
Ja, wat heerlijk, om de moeilijkheden in de VVD te volgen, vind je ook niet? Ik vond het vorig jaar al zo mooi toen Rita in dat Haagse cafeetje tekeer ging. Heb je Pauw & Witteman vanavond gezien? Fantastisch, die opgevoerde hypocrisie! Reken ook in de toekomst maar op de vreselijkste blunders! (Het is natuurlijk wel goed als Rita in de kamer blijft. Alleen al door haar stem zal Geert Wilders nóg rechtsere taal moeten uitslaan. Het schept, aan de rechterzijde, wat duidelijkheid.)
Ik weet nog een mooi boek, dat ik van de week in een tweedehands zaak in Alkmaar vond: ‘Hunted through Central Asia’ van Paul Nazaroff. Een waar gebeurd verhaal van die Nazaroff, die achtervolgd wordt door Lenin’s geheime politie. Het speelt in 1918, 1919. Ze begonnen er al vroeg mee, bedoel ik, en ze gaan er nog steeds mee door. Denk aan Litvinenko.
Nu weet ik het niet meer. Het is zeer plezierig om brieven met je te schrijven, Zeester.

RVN

De journaals en alle Achter het Nieuwzen hadden het vandaag over het wegsturen van Rita Verdonk. Rita deed wat slachtofferwerk voor de camera’s: ze was ‘verbijsterd’, zei ze. Ze moest zich beraden enzovoorts.
Het is natuurlijk jammer, want nu krijgen we weer dat hele verhaal van ‘rechte rug’ en ‘recht door zee’, vanaf morgen. De kans dat ze nu ook andere teksten zal verzinnen, lijkt me verwaarloosbaar klein.
Ik neem tenminste aan dat ze een éénvrouwsfractie zal beginnen. (Overigens is dat prachtig: Wilders zal veel minder stemmen krijgen, de VDD verliest ook een paar zetels, Rita krijgt bij de volgende verkiezingen 12 zetels. Hoe meer verwarring in het kamp van de tegenstanders, hoe beter. En hoe de VVD daar op moet reageren? De VVD zal daar blunderend op reageren, zoals zij daar in het verleden ook altijd blunderend op gereageerd heeft. Het wordt, met andere woorden, weer leuk in Den Haag.)
Hoe moet Rita haar partij noemen? Ik stel voor: Rita Voor Nederland, de RVN.

Duivelstriller

Laat ik, op dit moment, luisteren naar de Duivelstriller! Ik zei de vorige keer dat er maar één mooi deeltje in die sonate zat, daar vergiste ik me in. Ik beluister hem nu voor de tweede keer achter elkaar en ik vind het een formidabel ding. Als geheel. Het is trouwens vandaag de hele dag al Tartini-dag en dat zullen de volgende dagen ook wel worden. Wat een prachtig vioolwerk! Bedankt dus voor deze ontdekking, Zeester!
Heb jij Digileen op je computer, Zeester? Da’s een gratis dienst van de Nederlandsche Bibliotheken, je kunt er even naar googlen. Ik heb er bijvoorbeeld de muziek van Godár ontdekt.
Ik loop nu even, op mijn stramme oudemannenbenen, naar mijn muziekkast om te kijken of ik BWV 659 heb. Nee hoor, die heb ik niet, en dat dacht ik ook al. Ik kon me al geen ‘muziek’ voorstellen, bij het Bachnummer, en evenmin bij de titel. Ik zal hem straks opvragen bij Digileen.
Ik ken van Somerset Maugham alleen zijn ‘Of human bondage’, de Ashenden-verhalen en ‘A writer’s notebook’, waarin hij bijvoorbeeld schrijft dat Toergenjev niet de grootste van de Russische schrijvers is. Tolstoj vindt hij een stuk grootser. Later heeft hij die mening herzien: hij moest toegeven dat Toergenjev, gezien zijn beschaving en kalmte, misschien toch wel de beste van de 19e eeuw was. Toen ik dat las, ben ik een beetje afgeknapt op Somerset Maugham, niet omdat hij op zijn woorden terugkwam, maar omdat het vergelijken van schrijvers mij onzinnig voorkomt. Maar zijn Ashenden-verhalen zijn mooi.
Vreemd, ik heb nooit een letter gelezen van Saul Bellow.
Titels, vraag je. Het mooiste boek van Annie Proulx vind ik ‘Postcards’, maar ook haar ‘Scheepsberichten’ en ‘Accordeonmisdaden’ zijn geweldig goed. Die laatste twee ken ik alleen in de Nederlandse vertaling. Ik weet niet hoe ‘Postcards’ is vertaald. ‘Ansichtkaarten’?
Van T. Coraghessan Boyle zijn de verhalen het mooist (dat vind ik ook gelden voor bijvoorbeeld Mulisch en W.F. Hermans). Ik bezit een collectie van 40 of 50 verhalen van hem. Het eerste verhaal, ‘Descent of man’, begint zo: ‘I was living with a woman who suddenly began to stink.’ Toen ik dat zinnetje las, op een dinsdagmiddag in mei 1992, wist ik meteen dat ik er een lievelingsschrijver bij had. Later kocht ik ook andere boeken van Boyle, zoals ‘Water music’, ‘The road to Wellville’ en ‘Talk talk’ - alledrie beter dan welke Nederlandse roman ook.
Ik ga het me straks makkelijk maken. Ik heb een ui, een rode paprika, ik heb wat paddestoeltjes en ik heb een kipfilet. Dat snij ik allemaal fijn (de kip knip ik fijn, gewoon met de huishoudschaar). Ik roerbak het geheel in pinda-olie, vermengd met wat knoflookpoeder en djahé. Ik doe er wat mie bij en moet dan alleen nog maar een eindbeslissing nemen over smaak en samenstelling van de saus.
Nu eerst op zoek naar BWV 659.

Plek in het bos

Toen ik 14 of 15 jaar oud was, ging ik eens naar Bakkum-Noord. Aan de Herenweg heb je daar het kinderkoloniehuis, zoals ik dat toen noemde. Rechts daarvan ga je het bos in, en uiteindelijk kom je dan op een mooie plek.
Die plek staat in mijn geheugen gegrift, en zal ik niet verraden. Het is voor mij een persoonlijke plek. (Najaar, licht dat tussen de bomen opschijnt, een mierenhoop, bladeren die nog net niet vallen.)
Ik zou nog steeds, veertig jaar later, het plekje kunnen vinden. Het geheugen zit niet alleen in je hoofd of in je vingers (denk aan pianisten), het zit ook in je benen.

De zee

Ik ben geboren in Limmen, en heb daarna gewoond in Alkmaar, Egmond aan den Hoef en Egmond aan Zee. Ik ben op vakantie geweest éénmaal in België, en tweemaal in Zuid-Engeland. Uw conclusie klopt: ik ben een heimwee-kereltje. Mijn streven is steeds: thuis zijn, en nergens anders.
Dat weerhoudt me er niet van om bijvoorbeeld alles te weten te komen over de klimaatsverschillen in Karaganda of Wladiwostok - ik zou er voor geen geld naar toe willen. Google Earth is voor iemand als ik een mooi ding.
Ik herinner me een najaarszondag in het jaar 1960 of 1961 (ik was acht of negen jaar oud), toen mijn vader en moeder, ik, en twee of drie zusjes en mijn broertje naar het strand van Castricum aan Zee gingen. We gingen met de zwarte Volkswagen Kever van mijn vader.
‘Hier omkleden?’ vroeg ik op de parkeerplaats. Nee nee, omkleden da’s straks. (Ik dacht, uit allerlei opmerkingen, geconcludeerd te hebben dat je je voor het strand, dus ook vóór het strand, moest kleden.)
En toen kwam de zee, en het einde van het land. Ik dacht (en denk eigenlijk nog steeds): ‘Een uitweg! Hier kan ik ontsnappen, als de nood aan de man komt!’
Ik heb die indrukken van mij diverse keren voorgelegd aan Derpers (inwoners van Egmond aan Zee) en ze waren het steeds met me eens. Je kunt, hoe belachelijk het ook klinkt, tenminste ontsnappen. Daarom woon je aan zee.

Matthijs dot com

Zeg maar wat je site is, Matthijs. Daar ‘ben ik wel aan toe’, langzamerhand. Hoe ik over je site zal denken, daar moet je je geen zorgen over maken, zoals ik me geen zorgen maak over hoe de mensen over mijn site denken. Je kunt een belijdend gristen zijn, of een Motörhead-liefhebber, of een aan de vervelende gevolgen der necrofilie ten onder gaande ouwe kerel - het maakt mij niet uit.
Ik krijg steeds, als ik op je naam klik, de melding dat je ‘profiel’ niet bereikbaar is. Er is dus een profiel, concludeerde ik uit de mededeling.
Wat de openbaarheid der namen betreft, vind ik dit. Als je een stuk schrijft over bijvoorbeeld Geert Wilders of die zak tabak van de PvdA, hoe heet ie, Dijsselbloem, dan vind ik dat je dat stuk moet ondertekenen met je eigen naam. Niet met Geesje Plug of De Kanonnier. Dat laatste is wel in de mode, op internet. Helaas.

woensdag 12 september 2007

Tartini!

Dat vind ik nou zo leuk! Iemand die van Tartini houdt. Ik ken van Tartini alleen zijn ‘Duivelstriller’, en daarvan vind ik maar een klein deeltje opzienbarend en prachtig. Verder ken ik van Tartini niets, maar ik kan me voorstellen dat iemand verliefd wordt op Tartini.
Je zit, Zeester, ook verder helemaal goed met de muziek. Bach! Die heb ik bijna de hele dag aanstaan. Händel, Corelli, Vivaldi! Weet je waar je mij vergevingsgezind jegens de ganse mensheid mee kan maken? BWV 140. Dat is Bach’s mooiste cantate. Ik heb er zes of zeven uitvoeringen van, waarvan er twee mij tot tranen kunnen ontroeren. De andere opvoeringen zet ik soms op, als ik bijvoorbeeld een stukje over de Nederlandse politiek wil schrijven: je wilt kritisch blijven, maar giftig word je niet, met die muziek om je heen. Je behoudt een zekere balans. (Niet lachen, hè.)
Dat je een vrouw was, Zeester, wist ik al (je naam had ook door een jongen of man verzonnen kunnen zijn, maar die jongen of man had nooit zo kunnen schrijven als jij) - maar je zult wel begrijpen dat ik met enige reserve hij/zij schreef.
Wat je leeswerk betreft: heb je al eens iets van Annie Proulx gelezen of van T.C. Boyle? Allebei allemachtig goeie schrijvers.
Eerste taak voor morgenochtend: bij Digileen stukken van Tartini opvragen.

Mijn strijd

Minister Plasterk wil ‘Mein Kampf’ vrijgeven. Terecht natuurlijk. Ik heb het boek zo’n kwart eeuw geleden gelezen en herinner me weinig meer van de inhoud ervan, behalve dat het zo belabberd slecht geschreven was. Hitler had bijvoorbeeld geen idee van de kracht van korte zinnetjes, heel anders dan bijvoorbeeld Churchill, die wel wist hoe het moest.
Erven Hitler: zoek een uitgever, zoek een vertaler. Uw boek zal even succesvol zijn als dat boek van die andere Duitser, Karl Marx. (Ik heb ‘Das Kapital’ twintig dertig jaar bewaard, half gelezen maar nooit van begin tot eind gelezen, omdat ook dat boek zo stomvervelend is. Het boek is verloren gegaan, met andere slecht geschreven boeken, in het Jaar van de Grote Opruiming 2003.)

Een mooie naam zoals ‘Zeester’

Toen ik met deze blog begon, heb ik ook gedacht: moet ik daar nou een mooi pseudoniem voor verzinnen? Ik heb het uiteindelijk niet gedaan. U kunt zelfs, als u daar belangstelling voor heeft, mijn adres, telefoonnummer en bankrekeningnummer krijgen. Oplettende lezers zullen al wel weten waar ik ongeveer woon, in Egmond aan Zee.
Het was mij een groot plezier om een mailtje te krijgen van de Dwarslezer, waarin hij bekend maakte hoe hij heette en waar hij (ongeveer) woont. Hij heet Frank, en meer meen ik niet te mogen verklappen.
Dat is niet de enige reden waarom ik u http://dwarslezing.blogspot.com/ aanraad, dat zult u begrijpen. Wie het linkse voer graag vreet, leest zijn blog, maar vooral voor de rechtse jongeren (en ouderen) kunnen zijn stukjes heel leerzaam zijn. Zelfs ik heb meermalen gedacht: hoe kan hij dat nou schrijven, dat klopt toch niet? Of wel?
Het interessantst vind ik de sites van mensen die hun naam niet opgeven, en wier geslacht ook onbekend blijft. Zo is ‘Zeester’ een volkomen onbekende voor mij - ik weet niet eens of hij of zij een blog of zoiets heeft. Het lijkt me iemand die zijn/haar zinnetjes zorgvuldig componeert, er wordt niet met de pet naar gegooid, bedoel ik, zoals je wel ziet in alle Nederlandstalige blogs.
Ik ben vooral benieuwd of ‘Zeester’ een vrouw of een man is. Mijn gok is voorlopig: of een jonge man of een vrouw ‘van mijn leeftijd’, dus uiterlijk 41 jaar oud.
Stuur me een mail, Zeester! (Het hoeft natuurlijk niet, hoor. Maar ik ben zo nieuwsgierig als een uil. Een ouwe uil, je kenniet eens meer vliegen, roept iedereen, en daar heeft iedereen gelijk in.)

Hakbijlmoord (7)

Dank voor je reactie, Zeester. De dader was inderdaad een krankzinnige: hij zei dat hij op zoek was naar een Nederlandse ‘commando’. Die kon hij niet vinden, zei hij. Dus vond hij een willekeurige andere man in Roosendaal. Ik heb al gezegd dat het even goed een Canadees of Fransman had kunnen zijn, maar het was een Nederlander die daar zat. Ik vermoed tenminste dat hij daar zat, gezien de lengte van die krankzinnige (1.62 m).
Sites zoals Geenstijl hebben al gezegd dat de dader een links iemand zou zijn (‘wederom een linkse aanslag’ enzovoorts), maar dat lijkt me onzinnig. Dit soort krankzinnigheid gaat voorbij links of rechts, voor- of achteruit.
Blijft over: wat doen we met de man. Uitleveren zal niet zomaar gaan. Dus we moeten hem zelf opsluiten. In een gevangenis? Daar wordt hij alleen maar gekker dan hij al is. Hij moet maar meteen in een TBS-inrichting. Proberen hem te behandelen.
Maar de familie van het slachtoffer dan? Zullen zij dan geen wraak willen? Ik geloof het niet. De dader mag dan een Amerikaan zijn, ze zullen toch geen Amerikaanse toestanden willen in dit land. Ze zullen, uiteindelijk, wel toestemmen in een TBS.

dinsdag 11 september 2007

Arthur Japin

Ik zie hem net bij Pauw & Witteman, en ik weet opeens zeker dat de man niet kan schrijven. Die man is een acteur, geen schrijver. Hij pakt een onderwerp, waar ook vandaan, en daar schrijft hij over. Dit keer de Commanches.
Ook verder was deze aflevering van Pauw & Witteman een teleurstelling: Ehsan Jami, die zich ongecontroleerd uitliet over het moslimgeloof, en Mark Rutte. Die zou komen vertellen hoe hij het fileprobleem zou oplossen. U weet al waar dat op uitdraaide: meer wegen aanleggen. Juist het stomste wat je kunt doen. Je moet, als je tegen de files bent, eerder minder wegen voor de auto beschikbaar stellen. Die automobilisten moeten het zelf leren. Eenvoudige psychologie.

Eshan Jami

Ik heb de boodschap van je steuncomité gelezen, Eshan. (Eindelijk heb ik je voornaam goed!) Ik heb vanavond ook Joost Zwagerman gezien op de tv. Die zei heel normale dingen over geloven en niet-geloven, zo gewoon dat ik dacht: maar waarom dan moet dit allemaal? Het is toch allemaal de gewoonste zaak van de wereld?
Als je van je geloof afvalt, val je van je geloof af. Klaar. Zo heb ik jarenlang geloofd dat de partij waar jij lid van bent, de PvdA, heel wat goeds kon brengen. Dat geloof ik niet meer, maar dat schreeuw ik niet van de daken af. Ik stem de volgende keer gewoon SP.
Zo kun je ook van het gereformeerd, of van het moslim, of van het hervormd zijn afstappen. Stilletjes, bedoel ik. Maak er geen ophef over.
Hoogstens kun je twintig of dertig jaar later eens een boekje schrijven over het moslimgeloof, zoals Maarten ’t Hart deed met het christendom.

Jan Marijnissen

Marijnissen is een aardige vent, hij is ook een goed politicus. Toch begin je te twijfelen, soms. Op zijn website (die gewoon ‘Jan Marijnissen’ heet, u moet er maar eens naar toe gaan) staat vandaag een ‘telefoon’gesprek met een Brabants Statenlid van de SP. Dat Statenlid brengt Marijnissen het nieuws van het grote graaien daar. Hij zegt bijvoorbeeld (ik citeer niet, hoor) dat een bepaalde ambtenaar zo en zoveel jaar wachtgeld krijgt. Dan hoor je, eventjes maar, het snikkende geluid van Marijnissen. Dat lachende snikken doet hij daarna nog een keer. Alsof het geheel nieuw is, voor hem. Alsof het hem verbaast. Alsof de uitgekeerde bedragen nu toch wel de spuigaten uit lopen.
U moet er maar eens op letten als Marijnissen weer in de Tweede Kamer is, en het gaat over dit soort dingen. ‘Dat loopt de spuigaten uit!’ zal hij ongetwijfeld zeggen.
Ter sprake komt in dat ‘telefoon’gesprek ook het VVD- of CDA-kamerlid Van Beek of Ter Beek, ik kan geen namen onthouden. Die was eerst Statenlid in Brabant, meen ik, werd toen kamerlid maar bleef nog wel twee jaar wachtgeld ontvangen. Als dat zo is, Marijnissen, noem het dan gewoon even, desnoods tijdens een schorsing, en eis dat hij die twee jaar terugstort. Doet hij dat niet, dan begin je een rechtszaak.

Hakbijlmoord (6)

De hakbijlmoordenaar te Roosendaal blijkt Carlos H., een 41-jarige Amerikaan van 1.60 meter lengte, wiens broer is gestorven en die sindsdien alles afkeurt wat de Amerikaanse overheid doet. Dus ook wat de Nederlandse overheid (die deed mee in Irak) doet. En die daarom insloeg op een 22-jarige, willekeurige man. Zijn slachtoffer had dus net zo goed een Nieuw-Zeelander of Canadees kunnen zijn.
Wat moeten we daar nu mee. Een duidelijk geval van krankzinnigheid. Daarvoor hebben we geen gevangenissen, daar hebben we TBS-inrichtingen voor.

Je hebt gelijk, Zeester

Dank voor je reactie op ‘Hakbijlmoord’, Zeester. Wat je zegt over de verantwoordelijkheid van de dader of zijn krankzinnigheid, lijkt me precies te kloppen. Wat de Dwarslezer beweerde, was meer vanuit de oplossingenkant gedacht, wat jij en ik beweren is meer gedacht vanuit het feit zelf.
Ik ben daar ook in geïnteresseerd, ja. De dader van de hakbijlmoord was een 41-jarige Amerikaan, zonder vaste woon- of verblijfplaats. Hij kende het slachtoffer niet. Hij pleegt de daad, en daar is de politie al om hem te arresteren. Dan heb ik verschillende vragen: waar heeft hij die bijl vandaan? Heeft hij al eerder op dat Roosendaalse station rondgehangen? Het afschuwelijke van de daad doet mij denken aan vergelijkbare incidenten in Amerika, waarbij metamphetamine-gebruik in het spel was. Of heeft de man al eerder soortgelijke misdaden begaan, in Amerika of in de ons omringende landen? Wenst hij misschien juist in Nederland opgesloten te zitten?

maandag 10 september 2007

Discussie

Soms lopen discussies helemaal mis. Je begint bijvoorbeeld met te zeggen dat Mohammed indertijd een pedofiel was (hij trouwde met een 9-jarig meisje) of je zegt dat de koran verboden moet worden. Dan weet je wat voor reacties je krijgt. Zo’n discussie komt nooit meer goed.
(Dat verbieden van de koran werd trouwens geopperd door de Partij voor de Vrijheid.)
Maar soms ook gaat het goed met discussies. Zo hebben Dwarslezer en ik gisteren en vandaag gediscussieerd over de maatschappelijkheid van misdaden, om het zo maar te zeggen. Zie zijn http://dwarslezing.blogspot.com/ en de stukjes ‘Hakbijlmoord 1-5’ op deze blog (met zijn commentaren eronder).
Wie het eerste stuk van Dwarslezer leest, kan zich voorstellen dat daar iets tegenin te brengen was. Maar er was ook heel wat tegen mijn stukjes in te brengen, en dat deed Dwarslezer dan ook. We hebben allebei heel wat ingeleverd, en zijn uiteindelijk als vrienden heengegaan. Ging het maar overal zo!

Hakbijlmoord (5)

Dank weer voor je reactie, Dwarslezer. Ik geloof dat we het nu ongeveer eens zijn geworden. De hakbijlmoordenaar in Roosendaal was ziek of krankzinnig (hij kende zijn slachtoffer helemaal niet) en dus hoort hij niet in de gevangenis, hij hoort in een psychiatrisch ziekenhuis.
Ik vind eigenlijk dat alle geweldplegers daar thuis horen. Dat zal nog wel 100 jaar lang niet gangbaar worden. De gevangenis houden we slechts voor fraudeurs en dergelijke.
Einde discussie, Dwarslezer? (Een goeie site om eens naar te kijken is http://www.seriemoordenaars.boogolinks.nl/.)

Hakbijlmoord (4)

Dank weer voor je reactie, Dwarslezer. (U moet zijn blog eens lezen, dames en heren: http://dwarslezing.blogspot.com/. De man schrijft vaak zeer interessante stukken, waar ik het maar in de helft van de gevallen mee eens ben, maar hij bereikt zijn doel: ge zult nadenken!)
Eerst maar eens wat ik met die ‘krankzinnigheid’ bedoel. Daarmee bedoel ik in elk geval niet een ‘vervaagd normbesef’, omdat ik zulke woorden nooit zou gebruiken eerstens, en tweedens omdat ik er het zeer blanke hoofd van Geert Wilders bij krijg, die zegt dat wij iets moeten gaan doen aan ‘de Marokkaanse hangjongeren met een vervaagd normbesef’. Alsof die Marokkaantjes niet zouden weten dat schelden, tieren en bedreigen verkeerd zijn. Dat weten ze wel, dat beseffen ze zich zeer wel.
Maar ik heb het hier niet over ‘turbulentie op de openbare weg’ (of hoe moet ik het noemen), ik heb het over misdaad, ik heb het over extreme dingen. Wat is de ergste, de gevaarlijkste vorm van misdaad? Het seriemoordenaarschap. Want ik kan, met moeite, met je akkoord gaan dat bankroven, huisbraken, het stelen van pinpasjes maatschappelijk bepaald zijn. Verkeerde vrienden, slechte onderwijzer, noem maar op. (Hun neiging tot geweld gebruiken is dan weer onmaatschappelijk, maar goed.)
In mijn voorbeeld van een overspannen moeder met een dochter en twee zoons werd één van die zoons een seriemoordenaar. Toen het joch zeven jaar oud was, pakte hij een keukenmes en ontleedde hij de kat van de buren. Later deed hij het nog eens met een hond uit de buurt. En weer later verkrachtte en vermoordde hij een twintigtal vrouwen. Dat soort krankzinnigheid bedoel ik.
Het doet vermoeden dat er mensen zijn die ‘slecht’ of in elk geval verknipt geboren worden. Ze hebben bijvoorbeeld in hun hoofd niet het klikje, dat bij ons zo weldadig werkt, dat op de stand ‘berouw’ of ‘schaamte’ kan springen.

Hakbijlmoord (3)

Dank voor je reactie, Dwarslezer. Het is een beetje jammer dat je onze discussie tot een academische verklaart, omdat het een interessant punt is wat we aanraken.
Kijk, misdaden komen voor in elk type maatschappij dat we kennen. Het komt voor in ons westen, maar ook in Bhutan, Saoedi-Arabië, Birma, China, Rusland, Malawi. Overal wordt wel eens gestolen of gemoord, ik heb er alleen geen berichten over in stone age-samenlevingen in Zuid-Amerika of Nieuw-Guinea.
Je oppert dat de opvoeding ermee te maken heeft, en daar geef ik je deels gelijk in. De maatschappij (whatever that may be) zegt: voed je kinderen een beetje normaal op. Dat is een algemeen, globaal geldende regel. Dat ze niet voor galg en rad opgroeien, wordt er in onze contreien zelfs bijgevoegd.
Het komt ook voor in de biografieën van seriemoordenaars in Amerika. Man, vrouw, een paar kinderen. Man gaat weg, vrouw wordt overspannen, van die paar kinderen is er maar één die seriemoordenaar wordt. De andere kinderen van het gezin worden het niet, hoe slecht ook zij zijn opgevoed. Die slechte opvoeding is dus maar één van de elementen die meespelen. We weten nog niet welke andere elementen een rol spelen, maar het lijkt wel zeker dat een zekere krankzinnigheid ermee te maken heeft.
Het wordt tijd dat de criminologische psychiatrie (als dat vak al bestaat) het eens gaat uitzoeken: hoe komt het dat een jongetje gaat roven, verkrachten of moorden? Als je daar eenmaal achter bent, kun je ook medicatie en therapieën verzinnen.

zondag 9 september 2007

Hakbijlmoord (2)

Leest u blogger Dwarslezing, met wie ik hier in een grondig meningsverschil ben. (De Dwarslezer reageert een beetje kwaaiig op mijn zinsnede dat hijzelf dus medeplichtig is aan misdaden. Hij heeft gelijk met die kwaadheid; ik had moeten schrijven: ‘Bedenk wel dat jij, Dwarslezer, en ook ik dus medeplichtig zijn enzovoorts’.)
Alle misdaden, beweert Dwarslezer, zijn de schuld van de maatschappij. Ik beweer: helemaal niet. Het stelen van een tientje door een jochie, het dronken doodrijden door een jongeman en het verkrachten en vermoorden van vier hoeren door een man zijn al misdaden waarvoor je de maatschappij niet verantwoordelijk kunt houden.
Dat tientjesstelende jongetje kan dan wel snoep of een game of weet ik wat gaan kopen, eerst heeft hij dat tientje gestolen. Daarvan zegt onze maatschappij nou juist: dat mag niet! Stelen is verkeerd! Toch doet dat jongetje het. Het jongetje protesteert dus tegen die maatschappij.
Gelukkig zijn het maar betrekkelijk weinig jongetjes die tientjes stelen, de meeste jongetjes zijn het eens met het verbod op stelen, of zijn te bang om uit stelen, roven of moorden te gaan.
Ik zou dus juist zeggen dat het niet plegen van misdaden komt door de maatschappij. Het plegen van misdaden zou ik een aberratie, een afwijking noemen.

Hakbijlmoord

Dwarslezing heeft een stuk over de hakbijlmoord, en concludeert in dat stuk dat alle misdaden een gevolg zijn van onze, ‘tot in haar wortels bijna’, doodzieke maatschappij.
Dus als een jochie een tientje steelt uit een mantel van zijn tante die aan de kapstok hangt, dan komt dat door de maatschappij. Als datzelfde joch tien jaar later dronken in de auto stapt en zijn buurvrouw doodrijdt, komt dat ook door de maatschappij. En als hij, weer tien jaar later, vier hoeren verkracht en vermoordt, komt dat wederom door de doodzieke maatschappij.
Bedenk wel dat ook jij, Dwarslezer, deel uitmaakt van die maatschappij. Je bent dus medeplichtig aan die misdaden.
‘Dat heb ik niet gezegd!’
Nee, maar het is wel de consequentie van je woorden. Wat mij interesseert aan die seriemoordenaars...
‘Laten we het eens hebben over de moorden door Amerika in Irak!’
Daar hebben we het een volgende keer nog wel over. Wat mij interesseert aan die seriemoordenaars is, hoe hun particuliere krankzinnigheid zich heeft ontwikkeld. In de jaren zeventig en tachtig werd wel gezegd, in Amerika: het komt door Vietnam. De verschrikkelijke wreedheden die daar gebeurden, en dan komen zulke jongens weer terug in Amerika enzovoorts. Maar dat verhaal bleek niet te kloppen. Het overgrote deel van de seriemoordenaars had zelfs niet in het leger gezeten en was nooit buiten de landsgrenzen geweest. Trouwens, er waren ook seriemoordenaars in heel andere ‘maatschappijen’, zoals Rusland of India of Colombia.
Met de ziekten van de maatschappij heeft het allemaal weinig van doen. Je zult moeten accepteren dat er mensen zijn met een bepaalde krankzinnigheid: een bereidheid grote risico’s te nemen, plus een afwezigheid van gevoelens als spijt, berouw en schaamte.
Mij interesseert bij die hakbijlmoord bijvoorbeeld: kenden dader en slachtoffer elkaar? Als ze elkaar niet kenden, waar woonde dan de dader (hij zal zijn bijl wel van thuis hebben meegenomen)? Woonde hij vlak tegenover het station of aan het andere eind van de stad? En hoe is de arrestatie in zijn werk gegaan? Gelukkig waren ze er snel bij.

Justienetje

Ze moest eerst al tegen die enorm grote Amerikaanse meiden, Venus en Serena, en nu moest ze tegen een kleine Russische, Kuznetskova. Ze wint al de partijen in twee sets. Zojuist heeft ze Kuznetskova verslagen met 6-1 en 6-3. Ze speelt de prachtigste ballen.De laatste bal bijvoorbeeld: schitterend. Nog even een perfect geplaatst lobje.
Je kon trouwens al bij de allereerst gespeelde bal zien dat Justine zou winnen.
Toen ik haar voor de eerste keer zag spelen, zeven of acht jaar geleden, dacht ik: wat een kleine meid! Dat wordt nooit wat. Daar kwamen die Williams-zusjes bij, toen. Ik dacht ook: wat een lelijke meid, toen. Ze had niet eens de aantrekkelijkheid van een Clijsters.
Maar ze won wel steeds van die Clijsters, en ik begon op te letten. Ze won steeds meer toernooien, ze werd nummer 1 van de wereld en dat zal ze nog wel een tijdje blijven.
O Justine, prachtige vrouw, word ook Olympisch kampioen in Peking!

zaterdag 8 september 2007

Blackwater

Het is goed dat internet er is. Zapruder heeft een film over de war profiteers op het net gezet, die ieder Nederlands kamerlid moet zien.
Ik heb geen commentaar op deze film. Maar waarom moesten wij aan die walglijkheden deelnemen?
Balkenende: antwoord!

Joris Driepinter

‘Waarom doe je dat toch, Ben? Die goeie eerste zinnen opnoemen.’
‘Om van mijn smaak blijk te geven. Niks anders.’
‘Dus dat deed je ook vroeger al, toen je alleen nog brieven schreef.’
‘Ja.’
‘Dan nam je ook een paar eerste zinnen...’
‘Nou nee, toen had ik weer andere dingen. Ik schreef bijvoorbeeld met een schilder uit het midden des lands, en dan was het mij een eer om een brief zo te schrijven dat één op de vier zinnen een citaat (of een bewerkt citaat) was van schilders. Van Picasso, Magritte, Ernst, noem maar op.’
‘En dan hoopte je dat de geadresseerde dat opving?’
‘Dat hoopte je dan, ja.’
‘Eén op de vier zinnen?’
‘Ja. Eén op de drie of één op de vijf leek me onmogelijk.’
‘Jaja. Maar die goeie eerste zinnen, dat kunnen dus evengoed goeie reclamezinnen zijn?’
‘Die hoor ik nooit. Ik kijk tv met het geluid uit. Ik heb de radio nooit aan staan. Op het internet zie ik berichten over de Griekse branden met daarnaast advertenties over wonen in Griekenland. Dus advertenties, dat weet ik niet zo.’
‘Joris Driepinter bedoel ik bijvoorbeeld.’
‘Joris Wie?’

Goeie eerste zin (6)

Deze is van Peter Carey, die zijn verhaal ‘Do you love me?’ verrassenderwijs begint met: ‘Perhaps a few words about the role of the Cartographers in our present society are warranted.’ Prachtig. Prachtig verhaal ook. (Staat in ‘Exotic pleasures’.)

vrijdag 7 september 2007

Tegencomité

Als ik van drama hield, zou ik mezelf een afvallige katholiek noemen. Maar ik houd niet van drama. Nu en dan komt het in de conversatie naar voren (‘Sommige mensen zeuren teveel, het zijn net christenen’ enzovoorts), maar verder zult u er mij niet over horen.
Daarom kan ik praten met iedereen, gelovig of niet-gelovig, communist of fascist, metselaar of president-directeur. Het liefst praat ik natuurlijk met een niet-gelovige, communistische president-directeur, maar daarvan zijn er niet zoveel. De meesten zijn gelovig, en je moet dan je woorden wegen. De man of vrouw mag best weten dat je afvallig bent (je moet daar ook geen geheim van maken, natuurlijk), maar het zou van weinig goede smaak getuigen om in zo’n gesprek te gewagen van het hoerenlopersgedrag van Jezus Christus.
Dat is een beetje wat Afsem Jami (ik hoop dat ik zijn naam goed spel) doet. Hij mag best denken dat die Mohammed een grote schurk was, maar hij moet het eigenlijk niet zeggen. Als hij vindt (en dat vindt hij, geloof ik) dat moslimvrouwen er betrekkelijk slecht aan toe zijn, moet hij daarvoor een comité oprichten.
Niet een comité voor afvallige moslims. Die ex-moslims kunnen zich, net als ex-katholieken of ex-gereformeerden, best wel zelf redden. Ik hoorde vanavond dat er alweer een tegencomité zou worden opgericht. Maar dat is Nederland, Efsam.

De koran

De koran is een even belachlijk boek als de bijbel, en je hoeft niet één van beide boeken gelezen te hebben om tot die kennis te komen. Neem het nou maar van mij aan, ouders, kinderen: je kunt veel beter een stuk Shakespeare of Rabelais of Nabokov nemen om voor te lezen of voorgelezen te krijgen, om vragen over te stellen en ga maar door.
Maar om nou de koran te willen verbíeden, zoals Wilders zegt (en hij zegt het alleen maar, hoor, namens die paar honderdduizend stomme Nederlanders en die paar veiligheidsagenten), gaat te ver. Elk boek maakt, zodra het eenmaal geschreven en uitgegeven is, onderdeel uit van onze cultuur. Ook Hitler’s boek, ook de koran. Zelfs Harry Potter maakt daar deel van uit. (Van die drie ken ik alleen ‘Mein Kampf’, dat me ook minder geschikt lijkt voor voorlezing: te slecht geschreven.)

donderdag 6 september 2007

Vierkleurenpen

‘Komt tijd, komt raad’: mijn favoriete gezegde. Als er eens een probleempje is, dan los ik die moeilijkheid niet op. Ik wacht. Ik wacht eenvoudig totdat zich een oplossing aandient. Zo heb ik indertijd ook niet tegen de kruisraketten gedemonstreerd, omdat ik dacht: het komt wel weer in orde. En het is ook weer in orde gekomen.
Ik kreeg zo’n 10 jaar geleden een herseninfarctje, en later, in 2002, kreeg ik er nog één. De gevolgen daarvan merk ik nog steeds: ik moet elke ochtend even ‘leren lopen’, mijn geheugen is lang zo goed niet meer als ervoor (ik heb moeite met namen onthouden; als ik bijvoorbeeld in een gesprek Rembrandt of Ir. Lely te berde wil brengen, moet u er rekening mee houden dat ik even stil val. Ik ben dan bezig me die naam te herinneren. Het kan ook een doodgewone ouderdomskwaal zijn, natuurlijk), en de fijne motoriek van mijn rechterhand is minder goed geworden. Ik kan met die hand (ik ben rechts) niet meer normaal schrijven.
Dat dacht ik. Maar met een vierkleurenpen, die veel dikker is dan een gewone Bic en veel vaster in de hand ligt, kan ik nog redelijk leesbaar schrijven, heb ik pas vorige week gemerkt.
Doe hier uw voordeel mee, mede-lijders, fysiotherapeuten, ergonomen!

Knettergek!

Wilders zei dat minister Vogelaar knettergek was, omdat zij had gezegd dat we over een paar honderd jaar in een joods-christelijk-islamitische cultuur leven. Dat moet niet mogen, zegt Wilders, u bent geschift.
Eerst maar even dat jo-chr-isl. Eerst was er het joodse geloof (één god), toen kwam het christelijke geloof, dat zei: nee, niet één maar drie goden, toen kwam het moslimgeloof dat weer zei: één god. Niet dat het zo belangrijk of zelfs interessant is. Er bestaat geen god. Leest u eens een paar boeken, zou ik alle gelovigen willen zeggen.
Het is dus maar een woordenspel van die politici. Je kunt de Nederlandse cultuur ook zo omschrijven: de molen-wind-en-gloeilampcultuur. Dat is veel redelijker dan dat met die christenen enzovoorts.

Beter leren

Studenten kunnen niet meer uit hun hoofd 12 x 17 uitrekenen, ze kunnen ook geen fatsoenlijk Nederlands schrijven en ze spreken het Engels even slecht als premier Balkenende. Dat is de klacht van de Onderwijsraad. ‘We moeten eisen gaan stellen,’ zegt de Onderwijsraad: wie een onvoldoende eindexamencijfer heeft voor Nederlands, Engels en Wiskunde, komt de universiteit niet meer in.
Daar ben ik het helemaal mee eens: wie voor zulke eenvoudige vakken zakt, die moet maar iets anders gaan doen. Niet studeren in elk geval.
Een en ander is in een voorstel vervat, dat nu ‘heel rustig’ door minister Plasterk zal worden ‘bekeken’. U weet wat dat betekent, hè?