‘In de 19e eeuw hadden de Russen stukken van Ostrovski. Uitermate simpele stukken die een enorm succes hadden in alle theaters. Dat soort toneelstukken wordt niet meer geschreven, denk ik.’
‘Ze worden vast nog wel geschreven, maar ze worden niet meer opgevoerd door het Nationele Toneel. Alleen nog door plaatselijke amateurverenigingen. De onbetrouwbare accountant, dat soort titels, door J.W.F. Keukenmeester of K. de Grouw.’
‘Dat soort dingen kom je niet meer tegen op de buhne, nee, maar je komt het nog wel tegen in de Amerikaanse film.’
‘Daar had ik nog niet bij stilgestaan. Maar dat bedoel ik niet helemaal. Ik hoef geen happy endings. Je kunt je zo’n accountant voorstellen die eenvoudig zegt: ik ben een onbetrouwbare accountant, maar ik ben toch ook een mens!’
‘Heerlijke zin.’
‘Ja, en die accountant werkt voor een even onbetrouwbare zakenman. Enzovoorts, zijn vrouw heeft een hartje van goud. Aan het eind van het stuk moet de accountant de gevangenis in, maar de vrouw wacht, geheel monogaam, totdat hij weer vrij komt. Mijn vraag is: waarom wordt dat soort stukken niet meer geschreven?’
‘Omdat Reinhard van Leeuwen, of hoe heet die regisseur, zegt: dat soort toneel doen wij niet meer. Dat soort toneel is prut. Wij hebben volgende maand een stuk van een onbekende Oostenrijker en dat gaat over heipalen. De invloed van heipalen op onze multiculturele samenleving. Of iets dergelijks.’
‘Het is jammer. Want hoe meer simpele stukken er geschreven worden, hoe meer rotzooi - er komt een dag waarop een jongeman uit Velp of Nieuwegein aankomt met een schitterend simpel stuk.’
zaterdag 11 augustus 2007
vrijdag 10 augustus 2007
Afkortingen
DDR: Democratische Duitse Republiek.
DRC: Democratische Republiek Congo.
PVV: Partij voor de Vrijheid.
DRC: Democratische Republiek Congo.
PVV: Partij voor de Vrijheid.
Schaamte
Ik heb de koran niet gelezen, en daar schaam ik me niet voor. Ik heb geen enkel godsdienstig boek gelezen. Van mijn lijstje is Corelli, net als Bach, een componist. Magritte is een schilder. Ik heb al wel gezien dat er op internet zo’n 50 of 60 werken van hem te zien zijn. De rest van mijn lijstje is schrijver. Je hoeft je helemaal niet te schamen omdat je nooit iets van ze gelezen hebt.
Daar zou ik vijftien twintig jaar geleden anders over gedacht hebben. In die tijd zou ik alle contact met ‘andersdenkenden’ direct hebben verbroken. Ik vond het uiterst belangrijk dat de mensen met wie ik omging, net als ik, ook Nabokov of Perec lazen. Wat een arrogantie, vind je ook niet?
Tegenwoordig zeg ik alleen maar: ik vind dit of dat mooi. Vindt u dat niet zo mooi? Dat is mij ook goed. Het leven wordt er wat simpeler door, geloof ik, en ook wat eenzamer.
Ik heb een nieuwe buurvrouw, kan ik je melden! Het is een ongeveer 65 jaar oude vrouw, een beetje verlopen type zigeunerin. Ze zei dat ze eerst in Alkmaar woonde, maar daar ongelukkig was, en nu (ze is een geboren Egmondse) in vrede wil leven. ‘Dat wil ik ook, en dat kun je hier goed,’ zei ik. Toen ik haar een hand wilde geven, gaf ze me haar linkerhand omdat ze in haar rechterhand een sjekkie had.
‘Hoe heet die jongen van nummer 6?’ vroeg ze.
‘Umm, ik kan niet op zijn naam komen,’ zei ik.
‘Is hij wel in orde?’
‘Oja hoor. Hij zet elke donderdag de vuilnis klaar voor de ophalers, en dan zet hij de volgende vrijdag de bakken weer terug.’
‘In zijn eentje?’
‘Ja.’
‘Dan moet hij wel deugen.’
Ik weet haar naam nog niet, maar ik zal wel meer vertellen over haar.
Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik nog nooit gebarbecued heb. Dat is eten in gezelschap, buiten, heb ik eens begrepen. Mijn depressieve natuur zegt me dat je binnen moet eten, bij voorkeur op een keukentafel waarop ook een boek ligt dat je tijdens het eten kunt lezen. Zo eet ik elke dag, al jaren. Gerard Reve zei eens dat eten in een restaurant hem pornografisch toescheen, en dat ben ik wel een beetje met hem eens. Hetzelfde met barbecueën.
Maar ook dit verandert. Ik zal vast nog eens gevraagd worden voor een buurtbarbecue, en dan ga ik natuurlijk niet zeggen: o nee, dat nooit!, zoals ik vroeger gewoon was te doen, in the times of my bloody arrogance.
Daar zou ik vijftien twintig jaar geleden anders over gedacht hebben. In die tijd zou ik alle contact met ‘andersdenkenden’ direct hebben verbroken. Ik vond het uiterst belangrijk dat de mensen met wie ik omging, net als ik, ook Nabokov of Perec lazen. Wat een arrogantie, vind je ook niet?
Tegenwoordig zeg ik alleen maar: ik vind dit of dat mooi. Vindt u dat niet zo mooi? Dat is mij ook goed. Het leven wordt er wat simpeler door, geloof ik, en ook wat eenzamer.
Ik heb een nieuwe buurvrouw, kan ik je melden! Het is een ongeveer 65 jaar oude vrouw, een beetje verlopen type zigeunerin. Ze zei dat ze eerst in Alkmaar woonde, maar daar ongelukkig was, en nu (ze is een geboren Egmondse) in vrede wil leven. ‘Dat wil ik ook, en dat kun je hier goed,’ zei ik. Toen ik haar een hand wilde geven, gaf ze me haar linkerhand omdat ze in haar rechterhand een sjekkie had.
‘Hoe heet die jongen van nummer 6?’ vroeg ze.
‘Umm, ik kan niet op zijn naam komen,’ zei ik.
‘Is hij wel in orde?’
‘Oja hoor. Hij zet elke donderdag de vuilnis klaar voor de ophalers, en dan zet hij de volgende vrijdag de bakken weer terug.’
‘In zijn eentje?’
‘Ja.’
‘Dan moet hij wel deugen.’
Ik weet haar naam nog niet, maar ik zal wel meer vertellen over haar.
Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik nog nooit gebarbecued heb. Dat is eten in gezelschap, buiten, heb ik eens begrepen. Mijn depressieve natuur zegt me dat je binnen moet eten, bij voorkeur op een keukentafel waarop ook een boek ligt dat je tijdens het eten kunt lezen. Zo eet ik elke dag, al jaren. Gerard Reve zei eens dat eten in een restaurant hem pornografisch toescheen, en dat ben ik wel een beetje met hem eens. Hetzelfde met barbecueën.
Maar ook dit verandert. Ik zal vast nog eens gevraagd worden voor een buurtbarbecue, en dan ga ik natuurlijk niet zeggen: o nee, dat nooit!, zoals ik vroeger gewoon was te doen, in the times of my bloody arrogance.
donderdag 9 augustus 2007
Nooit meer
‘En nu wil ik niet meer horen over die gruwelijke Geert W., Sarah.’
‘Maar hij had toch een beetje gelijk met die koran, toch?’
‘Tuurlijk. Weg met de koran. Weg met de thora. Weg met de bijbel. Weg met Céline. Weg met Kuifje. Weg met Shakespeare. Weg met Kabasa.’
‘Wie is Kabasa in godsnaam?’
‘Kabasa is een onbekende Japanse schrijver. Schreef een boekje over de kamikazi’s enzovoorts.’
‘En dat heb jij gelezen?’
‘Ja. Net zoals ik ‘Mein Kampf’ gelezen heb. Met moeite overigens. Niet omdat het zo moeilijk Duits was, maar omdat het zo langdradig geschreven was. Zo langdradig dat ik me niets meer herinner van wat erin staat. Ik herinner me nog wel dat het in dat Duitse priegelschrift gedrukt was, maar wat Hitler nu precies wilde beweren...’
‘Ander onderwerp. De PvdA.’
‘Da’s een partij die nu wel over the hill is, neem ik aan. Geen bescherming bieden voor je eigen mensen, die jongen van die ex-moslim beweging. Dan ben je heel fout bezig. Ik denk dat de SP de nieuwe PvdA wordt.’
‘En je hebt toch jarenlang zelf PvdA gestemd.’
‘Ja. Maar ik stem nu Groen Links. Dat zouden meer mensen moeten doen.’
‘Maar hij had toch een beetje gelijk met die koran, toch?’
‘Tuurlijk. Weg met de koran. Weg met de thora. Weg met de bijbel. Weg met Céline. Weg met Kuifje. Weg met Shakespeare. Weg met Kabasa.’
‘Wie is Kabasa in godsnaam?’
‘Kabasa is een onbekende Japanse schrijver. Schreef een boekje over de kamikazi’s enzovoorts.’
‘En dat heb jij gelezen?’
‘Ja. Net zoals ik ‘Mein Kampf’ gelezen heb. Met moeite overigens. Niet omdat het zo moeilijk Duits was, maar omdat het zo langdradig geschreven was. Zo langdradig dat ik me niets meer herinner van wat erin staat. Ik herinner me nog wel dat het in dat Duitse priegelschrift gedrukt was, maar wat Hitler nu precies wilde beweren...’
‘Ander onderwerp. De PvdA.’
‘Da’s een partij die nu wel over the hill is, neem ik aan. Geen bescherming bieden voor je eigen mensen, die jongen van die ex-moslim beweging. Dan ben je heel fout bezig. Ik denk dat de SP de nieuwe PvdA wordt.’
‘En je hebt toch jarenlang zelf PvdA gestemd.’
‘Ja. Maar ik stem nu Groen Links. Dat zouden meer mensen moeten doen.’
Over Geert W., de koran en zo verder
‘Heb jij de koran gelezen, Ben?’
‘Nee. Net zo min als Geert W. hem gelezen heeft. Ik ken de bijbel ook niet.’
‘Daar ken je toch wel bepaalde verhalen uit?’
‘Natuurlijk. Het brandende braambos. De kruisiging. Sodom en Gomorra. Adam en Eva. Maar die verhalen hebben nooit enige invloed op me gehad. Ik had al vroeg door dat het zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen waren. Dingen die niet konden. Dat zal met de koran of de thora precies hetzelfde zijn, neem ik aan.’
‘Toch zeggen mensen als Bos en Balkenende dat wij leven in een joods-christelijke maatschappij.’
‘Zeggen Bos en Balkenende dat?’
‘Ja, of nou ja. Dat soort mensen zegt het.’
‘Dat komt dan omdat ze in een andere wereld leven dan ik. Of laat ik het preciezer formuleren: ze pretenderen dat wij in zo een wereld leven. Bush zegt het ook, Blair zegt het ook. En, zeggen ze er meteen achteraan, we moeten die wereld verdedigen.’
‘Tegen de Russen bijvoorbeeld?’
‘Dat was nog een redelijke dreiging. Rusland had bommen en zo. Nee, tegen de terreur. Dus dan komt er een nationale terreurcoördinator aan te pas, een man die natuurlijk niets doet. En er komen absurde paspoortcontrôles op Schiphol, noem maar op. Uiteraard moeten politici enorm beveiligd worden, wat ook onzin is natuurlijk.’
‘En die jongen dan van die vereniging voor ex-moslims?’
‘Dat was een inschattingsfoutje van onze nationale terreurcoördinator. Die had natuurlijk een paar maanden zitten slapen, zoals de politie ook had zitten slapen. Natuurlijk had die jongen meteen beveiliging moeten krijgen toen ie een paar maanden geleden bekend maakte dat hij met zo’n vereniging begon. Die jongen heeft meer recht op beveiliging dan Geert W.’
‘En hoeveel zou dat ons, belastingbetalers, nou kosten, die Geert W.?’
‘Dat zou ik wel eens willen weten, ja. Hoeveel miljoenen we wegsmijten aan dat stuk ongeluk. Ongetwijfeld wordt hij bedreigd, maar als je ziet waar hij rechtzaken tegen aanspant...’
‘Je bedoelt, die kunstenaar die memorials maakte?’
‘Ja. Belachelijk om dat als bedreiging te zien. Hij kan dan evengoed mijn wens dat hij de kanker mag krijgen als een bedreiging zien. Plus dit. Hij gebruikt beledigende taal omdat hij beveiligd wordt, veilig is.’
‘Laf dus.’
‘Ja. Ik vind dat gruwelijk laf. Sta op als een man en zeg dan iets, is mijn mening. Sta niet voortdurend gebukt in je schuilkelder.’
‘Wat is jouw advies dus aan Geert W.?’
‘Schaf die beveiliging af, Geert. Praat dan verder.’
‘Nee. Net zo min als Geert W. hem gelezen heeft. Ik ken de bijbel ook niet.’
‘Daar ken je toch wel bepaalde verhalen uit?’
‘Natuurlijk. Het brandende braambos. De kruisiging. Sodom en Gomorra. Adam en Eva. Maar die verhalen hebben nooit enige invloed op me gehad. Ik had al vroeg door dat het zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen waren. Dingen die niet konden. Dat zal met de koran of de thora precies hetzelfde zijn, neem ik aan.’
‘Toch zeggen mensen als Bos en Balkenende dat wij leven in een joods-christelijke maatschappij.’
‘Zeggen Bos en Balkenende dat?’
‘Ja, of nou ja. Dat soort mensen zegt het.’
‘Dat komt dan omdat ze in een andere wereld leven dan ik. Of laat ik het preciezer formuleren: ze pretenderen dat wij in zo een wereld leven. Bush zegt het ook, Blair zegt het ook. En, zeggen ze er meteen achteraan, we moeten die wereld verdedigen.’
‘Tegen de Russen bijvoorbeeld?’
‘Dat was nog een redelijke dreiging. Rusland had bommen en zo. Nee, tegen de terreur. Dus dan komt er een nationale terreurcoördinator aan te pas, een man die natuurlijk niets doet. En er komen absurde paspoortcontrôles op Schiphol, noem maar op. Uiteraard moeten politici enorm beveiligd worden, wat ook onzin is natuurlijk.’
‘En die jongen dan van die vereniging voor ex-moslims?’
‘Dat was een inschattingsfoutje van onze nationale terreurcoördinator. Die had natuurlijk een paar maanden zitten slapen, zoals de politie ook had zitten slapen. Natuurlijk had die jongen meteen beveiliging moeten krijgen toen ie een paar maanden geleden bekend maakte dat hij met zo’n vereniging begon. Die jongen heeft meer recht op beveiliging dan Geert W.’
‘En hoeveel zou dat ons, belastingbetalers, nou kosten, die Geert W.?’
‘Dat zou ik wel eens willen weten, ja. Hoeveel miljoenen we wegsmijten aan dat stuk ongeluk. Ongetwijfeld wordt hij bedreigd, maar als je ziet waar hij rechtzaken tegen aanspant...’
‘Je bedoelt, die kunstenaar die memorials maakte?’
‘Ja. Belachelijk om dat als bedreiging te zien. Hij kan dan evengoed mijn wens dat hij de kanker mag krijgen als een bedreiging zien. Plus dit. Hij gebruikt beledigende taal omdat hij beveiligd wordt, veilig is.’
‘Laf dus.’
‘Ja. Ik vind dat gruwelijk laf. Sta op als een man en zeg dan iets, is mijn mening. Sta niet voortdurend gebukt in je schuilkelder.’
‘Wat is jouw advies dus aan Geert W.?’
‘Schaf die beveiliging af, Geert. Praat dan verder.’
woensdag 8 augustus 2007
Geert W.
‘Hij gaat wel heel ver, vind je ook niet?’
‘Ja. Hij zegt, met andere woorden: weg met de islam. Dat is ook de enige bestaansgrond van zijn partij. Hij gaat steeds een stapje verder. Nu heeft hij nog maar één mogelijkheid: eisen dat alle islamieten Nederland verlaten. Ze uitzetten dus. Nederland voor de Nederlanders.’
‘Weet je wat ik niet begrijp?’
‘Nee.’
‘Waarom hij nog niet vermoord is.’
‘Dat begrijp ik ook niet, nee. Je gaat met een vriendenclubje na op welke adressen hij verblijft. Op een goede dag leid je de bewaking af, en je schiet hem neer.’
‘Dat zal wel niet zo simpel gaan.’
‘Welja jôh. Maar kennelijk is er geen islamiet te vinden voor zo’n klusje.’
‘Maar jij zou het niet erg vinden als hij vermoord zou worden.’
‘Nee hoor, ik zou er geen moment om rouwen. Eigen schuld, dikke bult. Het zou eigenlijk wel goed zijn voor ons land als zo iemand eens vermoord werd. Of nou ja, vermoord. Als hij bijvoorbeeld kanker kreeg, een paar maanden voor de volgende verkiezingen. Dat zou wel het beste zijn. Die ziekte wens ik trouwens aan meer politici toe.’
‘Ja. Hij zegt, met andere woorden: weg met de islam. Dat is ook de enige bestaansgrond van zijn partij. Hij gaat steeds een stapje verder. Nu heeft hij nog maar één mogelijkheid: eisen dat alle islamieten Nederland verlaten. Ze uitzetten dus. Nederland voor de Nederlanders.’
‘Weet je wat ik niet begrijp?’
‘Nee.’
‘Waarom hij nog niet vermoord is.’
‘Dat begrijp ik ook niet, nee. Je gaat met een vriendenclubje na op welke adressen hij verblijft. Op een goede dag leid je de bewaking af, en je schiet hem neer.’
‘Dat zal wel niet zo simpel gaan.’
‘Welja jôh. Maar kennelijk is er geen islamiet te vinden voor zo’n klusje.’
‘Maar jij zou het niet erg vinden als hij vermoord zou worden.’
‘Nee hoor, ik zou er geen moment om rouwen. Eigen schuld, dikke bult. Het zou eigenlijk wel goed zijn voor ons land als zo iemand eens vermoord werd. Of nou ja, vermoord. Als hij bijvoorbeeld kanker kreeg, een paar maanden voor de volgende verkiezingen. Dat zou wel het beste zijn. Die ziekte wens ik trouwens aan meer politici toe.’
Cowsbrook
‘Waarom zet je Kousbroek nou op nummer 10, Ben? Daar had je toch evengoed W.F. Hermans of T.C. Boyle of, weet ik veel, Tsjechov kunnen zetten. Of Karel van het Reve?’
‘Dat had ook gekund, ja. Maar Kousbroek heeft me bijgebracht dat je op de eerste plaats plezier moet beleven aan een boek. En hij noemde Perec en Queneau. Die ging ik lezen, en zo ging het verder. Maar dat je lol kunt hebben met een boek, dat heeft Kousbroek me bijgebracht.’
‘Lol. Dan denk ik aan de Verzamelde Werken van Joop Braakhekke.’
‘Bah nee. Sarah toch.’
‘Gordon en Jolink.’
‘Afgrijselijk. Nee, de lol die Kousbroek bedoelde is bijvoorbeeld het plezier dat je ziet als de schrijver iets heeft geschreven, dat precies aan de verwachtingen voldoet. Dus je hebt het boek uit, en dan zeg je: dit boek voldoet precies aan mijn verwachtingen. Perec voldoet daar precies aan. Hoewel je, toen je aan dat boek begon, die verwachtingen natuurlijk helemaal niet had. Waarom kan ik het nu niet uitleggen?’
‘Probeer het toch maar.’
‘Het is moeilijk. Je begint een boek te lezen en na één alinea al weet je: dit kan niets meer worden. Dostojevski is een goed voorbeeld. Maar je leest een verhaal van Tsjechov en dat verhaal neemt je mee. Of je leest een verhandeling van Karel van het Reve, of een verhaal van Boyle, of een column van Piet Grijs. Ze nemen je mee. Je leest het nog eens een keer, om te controleren of het meegenomen worden wel klopte. En het klopt. Waardoor dat komt? Door de manier van schrijven, dat moet wel. Zo heeft Jan Wolkers mij nooit kunnen bekoren, en dat zit hem in zijn ‘mannelijke’ manier van schrijven.’
‘Daarom hou je ook van Bach of Vivaldi of Corelli.’
‘Ja, ik denk het wel. Barokmuziek is hoogst vrouwelijke muziek.’
‘Dat had ook gekund, ja. Maar Kousbroek heeft me bijgebracht dat je op de eerste plaats plezier moet beleven aan een boek. En hij noemde Perec en Queneau. Die ging ik lezen, en zo ging het verder. Maar dat je lol kunt hebben met een boek, dat heeft Kousbroek me bijgebracht.’
‘Lol. Dan denk ik aan de Verzamelde Werken van Joop Braakhekke.’
‘Bah nee. Sarah toch.’
‘Gordon en Jolink.’
‘Afgrijselijk. Nee, de lol die Kousbroek bedoelde is bijvoorbeeld het plezier dat je ziet als de schrijver iets heeft geschreven, dat precies aan de verwachtingen voldoet. Dus je hebt het boek uit, en dan zeg je: dit boek voldoet precies aan mijn verwachtingen. Perec voldoet daar precies aan. Hoewel je, toen je aan dat boek begon, die verwachtingen natuurlijk helemaal niet had. Waarom kan ik het nu niet uitleggen?’
‘Probeer het toch maar.’
‘Het is moeilijk. Je begint een boek te lezen en na één alinea al weet je: dit kan niets meer worden. Dostojevski is een goed voorbeeld. Maar je leest een verhaal van Tsjechov en dat verhaal neemt je mee. Of je leest een verhandeling van Karel van het Reve, of een verhaal van Boyle, of een column van Piet Grijs. Ze nemen je mee. Je leest het nog eens een keer, om te controleren of het meegenomen worden wel klopte. En het klopt. Waardoor dat komt? Door de manier van schrijven, dat moet wel. Zo heeft Jan Wolkers mij nooit kunnen bekoren, en dat zit hem in zijn ‘mannelijke’ manier van schrijven.’
‘Daarom hou je ook van Bach of Vivaldi of Corelli.’
‘Ja, ik denk het wel. Barokmuziek is hoogst vrouwelijke muziek.’
Notenlezen
Toen ik twaalf of dertien jaar was, ging ik samen met mijn zus op guitaarles. Want dat wilde ik wel leren: ik zag mezelf al staan als een soort Jimi Hendrix. Zo wilde ik ook leren spelen. Mijn zus en ik dus naar de muziekschool in Alkmaar, waar een heer ons, in klasseverband, bijbracht hoe we een c- of f-akkoord dienden aan te slaan. Op zondagmiddag speelde onze pa (een eenvoudig loodgieter, maar hij kon ook behoorlijk piano spelen) op de piano, en daar zaten mijn zus en ik dan naast. Pa zei: ‘C!’ of ‘F klein!’ en wij sloegen die akkoorden dan aan. Je kunt wel nagaan dat die guitaarlessen niet lang geduurd hebben.
Wat later nam ik pianolessen van Peter Rijs. Eén ding weet ik nog precies: hoe het notenschrift in elkaar zit. Het is net als fietsen: dat verleer je niet meer.
Wat later nam ik pianolessen van Peter Rijs. Eén ding weet ik nog precies: hoe het notenschrift in elkaar zit. Het is net als fietsen: dat verleer je niet meer.
dinsdag 7 augustus 2007
Ik heb ’n beetje gelogen gisteren
In Fotoloos (2), bedoel ik. Bedankt overigens dat je ons meningsverschil zo sportief opvat, Matthijs. Ik zei in dat stukje dat een lijst van de tien beste kunstenaars tien schrijversnamen zou bevatten. Zoiets schrijf je omdat het zo leuk past in zo’n stukje. Maar het is natuurlijk niet helemaal waar. Tot de tien beste kunstenaars (i.e. de kunstenaars die mij het meeste plezier hebben gegeven) behoort bijvoorbeeld ook zeker J.S. Bach. Die staat zelfs op plaats één. En iemand als Arcangelo Corelli (wie noemt zijn kind nou ‘aartsengel’...?) komt op bijvoorbeeld plaats acht of tien.
Ik heb Bach ‘ontdekt’ op mijn 26ste jaar, in 1979. Dat kwam doordat een zus van mij, die pianolerares is, me meenam naar een klant van haar. Die klant had een video van Glenn Gould die Bach speelde. Ik was onmiddellijk betoverd en verslaafd aan Bach en aan Glenn Gould. Daarvoor had ik geen speciale muziekbelangstelling. Ik had wel 6 jaar pianoles gehad in mijn puberjaren, maar mijn pianoleraar vond toen nog dat zulke lessen het best gegeven konden worden door de leerling stukjes van Clementi te laten spelen. Ik probeerde in die jaren wel jazzakkoordjes aan te slaan, maar gaf geen blijk van enig talent. Verder hield ik wel van wat je nu ‘hard rock’ noemt: Cream, Jimi Hendrix, Deep Purple, noem maar op.
Toen ik Bach eenmaal had ontdekt, ging ik alles verzamelen op tape. Daar luister ik nog steeds naar: BWV 1053 en BWV 140 heb ik bijvoorbeeld vanmiddag nog gedraaid. Want je had natuurlijk niet gedacht dat ik al een iPod zou hebben.
Hier is mijn lijst:
1. J.S. Bach
2. Vladimir Nabokov
3. Georges Perec
4. James Joyce
5. René Magritte
6. Ivan Toergenjev
7. Raymond Queneau
8. Arcangelo Corelli
9. Multatuli
10. Wat moet je nu op 10 zetten? Nog een schrijver? Vooruit. Rudy Kousbroek.
Ik heb Bach ‘ontdekt’ op mijn 26ste jaar, in 1979. Dat kwam doordat een zus van mij, die pianolerares is, me meenam naar een klant van haar. Die klant had een video van Glenn Gould die Bach speelde. Ik was onmiddellijk betoverd en verslaafd aan Bach en aan Glenn Gould. Daarvoor had ik geen speciale muziekbelangstelling. Ik had wel 6 jaar pianoles gehad in mijn puberjaren, maar mijn pianoleraar vond toen nog dat zulke lessen het best gegeven konden worden door de leerling stukjes van Clementi te laten spelen. Ik probeerde in die jaren wel jazzakkoordjes aan te slaan, maar gaf geen blijk van enig talent. Verder hield ik wel van wat je nu ‘hard rock’ noemt: Cream, Jimi Hendrix, Deep Purple, noem maar op.
Toen ik Bach eenmaal had ontdekt, ging ik alles verzamelen op tape. Daar luister ik nog steeds naar: BWV 1053 en BWV 140 heb ik bijvoorbeeld vanmiddag nog gedraaid. Want je had natuurlijk niet gedacht dat ik al een iPod zou hebben.
Hier is mijn lijst:
1. J.S. Bach
2. Vladimir Nabokov
3. Georges Perec
4. James Joyce
5. René Magritte
6. Ivan Toergenjev
7. Raymond Queneau
8. Arcangelo Corelli
9. Multatuli
10. Wat moet je nu op 10 zetten? Nog een schrijver? Vooruit. Rudy Kousbroek.
Strand
‘Jij gaat nooit naar het strand, Ben.’
‘Nee. Wel naar de duinen. Als het niet te warm is. Als het een beetje regent. Maar naar het strand ben ik het laatst in 1970 geweest. Eindexamenfeestje, strand van Bergen aan Zee.’
‘Toch woon je al je hele leven in de buurt van het strand.’
‘Daar komt het misschien door. We wonen nu ook 300 of 400 meter van het strand af. Ik kan er niet toe komen om erheen te gaan.’
‘Terwijl het zo romantisch is, een strandwandeling.’
‘Een strandwandeling met de benen die ik heb, is niet zo romantisch.’
‘Maar een wandeling door de duinen, dat gaat dan weer wel?’
‘Een korte wandeling door de duinen, ja. Dat doe ik ook graag, Sarah. Dan begin ik met mezelf moed in te spreken (‘het duurt maar een half uurtje, luljongen, je hoeft maar vijf zes keer te stoppen onderweg’) en daar gaat hij zijn voordeur uit: de stapper.’
‘En dan heb je ook altijd een boek bij je.’
‘Niet altijd, maar soms wel, ja. Je kunt een bankje tegenkomen onderweg, en nou ja. Wie wat leest, die weet wat. Ik had laatst ‘Oom Jegor’ van Dostojevski mee, om te controleren of dat inderdaad weer zo’n waardeloos boek zou zijn. Een kennis had me gemaild dat dat juist een mooie uitzondering was. Dat was het niet.’
‘Waarom niet?’
‘Teveel woorden bij Dostojevski. Dat verhaal had hij in novellevorm kunnen vertellen. Hoogstens 40 pagina’s. Dan was het misschien iets geweest. De gebroeders Karamazov had hij ook in 100 pagina’s kunnen doen. De idioot had hij, wat mij betreft, in 30 paginaatjes kunnen doen. Slechte schrijver dus. Wat hij ook minstens eenmaal per pagina doet, is een man of een vrouw iets laten zeggen (vaak een zin met een uitroepteken) en daar dan aan toevoegen: liet zij zich laatdunkend uit. Of een dergelijke qualificatie. De betere schrijvers zouden eenvoudig schrijven: zei zij.’
‘Een nuttige wandeling dus.’
‘Nee. Wel naar de duinen. Als het niet te warm is. Als het een beetje regent. Maar naar het strand ben ik het laatst in 1970 geweest. Eindexamenfeestje, strand van Bergen aan Zee.’
‘Toch woon je al je hele leven in de buurt van het strand.’
‘Daar komt het misschien door. We wonen nu ook 300 of 400 meter van het strand af. Ik kan er niet toe komen om erheen te gaan.’
‘Terwijl het zo romantisch is, een strandwandeling.’
‘Een strandwandeling met de benen die ik heb, is niet zo romantisch.’
‘Maar een wandeling door de duinen, dat gaat dan weer wel?’
‘Een korte wandeling door de duinen, ja. Dat doe ik ook graag, Sarah. Dan begin ik met mezelf moed in te spreken (‘het duurt maar een half uurtje, luljongen, je hoeft maar vijf zes keer te stoppen onderweg’) en daar gaat hij zijn voordeur uit: de stapper.’
‘En dan heb je ook altijd een boek bij je.’
‘Niet altijd, maar soms wel, ja. Je kunt een bankje tegenkomen onderweg, en nou ja. Wie wat leest, die weet wat. Ik had laatst ‘Oom Jegor’ van Dostojevski mee, om te controleren of dat inderdaad weer zo’n waardeloos boek zou zijn. Een kennis had me gemaild dat dat juist een mooie uitzondering was. Dat was het niet.’
‘Waarom niet?’
‘Teveel woorden bij Dostojevski. Dat verhaal had hij in novellevorm kunnen vertellen. Hoogstens 40 pagina’s. Dan was het misschien iets geweest. De gebroeders Karamazov had hij ook in 100 pagina’s kunnen doen. De idioot had hij, wat mij betreft, in 30 paginaatjes kunnen doen. Slechte schrijver dus. Wat hij ook minstens eenmaal per pagina doet, is een man of een vrouw iets laten zeggen (vaak een zin met een uitroepteken) en daar dan aan toevoegen: liet zij zich laatdunkend uit. Of een dergelijke qualificatie. De betere schrijvers zouden eenvoudig schrijven: zei zij.’
‘Een nuttige wandeling dus.’
maandag 6 augustus 2007
Fotoloos (2)
De uithaal naar de fotografen en videografen onder ons moet vooral gelezen worden als de mening van iemand die nooit een fototoestel heeft bezeten (zoals ik ook nooit, om maar iets te noemen, een bromfiets of een auto of een bandrecorder of een vaatwastoestel of een, hoe heet zo’n ding ook, een microwave heb gehad). Dingen dus die je moet hebben, tegenwoordig, om mee te kunnen tellen. Ik ging pas in 2002 een beetje meedoen met de moderne maatschappij, toen ik een Vodafoontje kocht. Ik had ook nooit een telefoon in huis gehad.
Het is niet uit zuinigheid dat ik al die dingen nooit gekocht heb. Ook niet uit een hekel aan de moderniteit, of het beroemde meeleven met de Derde Wereld, of zoiets. Ik besteedde mijn geld simpelweg anders: aan drank, eerst, en later aan boeken.
Het is dus de mening van een gehandicapte, zou je kunnen zeggen: iemand die geen oog heeft voor het visuele. Maar ik heb bijvoorbeeld wel oog voor een bepaald soort schilderijen (Max Ernst, Paul Klee, Magritte, noem maar op) en ik waardeer ook bepaalde foto’s van de Fransman Dupierris.
Maar het haalt het niet, vergeleken met een willekeurige alinea van Nabokov, Tsjechov of zelfs John le Carré. Als je dit leesdier vraagt om een lijst van tien van de beste kunstenaars, krijg je een lijst van tien schrijvers.
Het is wellicht een afwijking van het normale: kijken door te lezen. Maar het is niet anders, en ik hoop dat ik je niet teveel heb beledigd, Matthijs.
(Ik zal nog wel even kijken op http://www.roodpetje.nl/.)
(Daar heb ik net op gekeken. Het is niets voor mij.)
Het is niet uit zuinigheid dat ik al die dingen nooit gekocht heb. Ook niet uit een hekel aan de moderniteit, of het beroemde meeleven met de Derde Wereld, of zoiets. Ik besteedde mijn geld simpelweg anders: aan drank, eerst, en later aan boeken.
Het is dus de mening van een gehandicapte, zou je kunnen zeggen: iemand die geen oog heeft voor het visuele. Maar ik heb bijvoorbeeld wel oog voor een bepaald soort schilderijen (Max Ernst, Paul Klee, Magritte, noem maar op) en ik waardeer ook bepaalde foto’s van de Fransman Dupierris.
Maar het haalt het niet, vergeleken met een willekeurige alinea van Nabokov, Tsjechov of zelfs John le Carré. Als je dit leesdier vraagt om een lijst van tien van de beste kunstenaars, krijg je een lijst van tien schrijvers.
Het is wellicht een afwijking van het normale: kijken door te lezen. Maar het is niet anders, en ik hoop dat ik je niet teveel heb beledigd, Matthijs.
(Ik zal nog wel even kijken op http://www.roodpetje.nl/.)
(Daar heb ik net op gekeken. Het is niets voor mij.)
Fotoloos
‘Uiteindelijk ben ik het wel met je eens, Ben. Foto’s erbij, dat is zonde. Neemt alleen maar plaats in.’
‘Vind ik ook, Sarah. Foto’s, of die YouTube-flauwekul, dat is onzin. Als je wat te zeggen hebt, zeg het dan, en draai er niet omheen. Die YouTube’s enzovoorts, dat is voor mensen die eigenlijk niets te zeggen hebben.’
‘Die ook eigenlijk niets hebben om over na te denken.’
‘Ja. Als de mensen eens doorkregen dat ze de geschiedenis van de Russische literatuur, dat boek van Karel van het Reve, konden lezen in de tijd die ze nu verdoen met videoflauwekul.’
‘Jij beschouwt fotografie of videografie ook niet als kunst, begrijp ik.’
‘Nee. Beeldende kunst, daar moet je toch je best voor doen. Dat is meer dan een kiekje maken, of een serie kiekjes. Er zijn natuurlijk wel bewerkte foto’s waarvan je met enige moeite kunt zeggen dat ze tot de beeldende kunst behoren. Man Ray bijvoorbeeld. Maar een foto haalt het niet bij een schilderij of een sculptuur. Maar ja...’
‘Het is onze SUV-cultuur.’
‘Ik zocht naar zo’n woord, Sarah. De algemene gemakzuchtigheid, vermengd met de onvermijdelijke ziekte van zovelen onzer om te laten zien wat we hebben. Ik moet opeens denken aan wat een waardeloos kunstenaar, Andy Warhol, eens zei: iedereen wordt 15 minuten lang beroemd.’
‘Je moet er niet aan denken wat hij met internet gedaan zou hebben.’
‘Vind ik ook, Sarah. Foto’s, of die YouTube-flauwekul, dat is onzin. Als je wat te zeggen hebt, zeg het dan, en draai er niet omheen. Die YouTube’s enzovoorts, dat is voor mensen die eigenlijk niets te zeggen hebben.’
‘Die ook eigenlijk niets hebben om over na te denken.’
‘Ja. Als de mensen eens doorkregen dat ze de geschiedenis van de Russische literatuur, dat boek van Karel van het Reve, konden lezen in de tijd die ze nu verdoen met videoflauwekul.’
‘Jij beschouwt fotografie of videografie ook niet als kunst, begrijp ik.’
‘Nee. Beeldende kunst, daar moet je toch je best voor doen. Dat is meer dan een kiekje maken, of een serie kiekjes. Er zijn natuurlijk wel bewerkte foto’s waarvan je met enige moeite kunt zeggen dat ze tot de beeldende kunst behoren. Man Ray bijvoorbeeld. Maar een foto haalt het niet bij een schilderij of een sculptuur. Maar ja...’
‘Het is onze SUV-cultuur.’
‘Ik zocht naar zo’n woord, Sarah. De algemene gemakzuchtigheid, vermengd met de onvermijdelijke ziekte van zovelen onzer om te laten zien wat we hebben. Ik moet opeens denken aan wat een waardeloos kunstenaar, Andy Warhol, eens zei: iedereen wordt 15 minuten lang beroemd.’
‘Je moet er niet aan denken wat hij met internet gedaan zou hebben.’
zondag 5 augustus 2007
Beeldcanon
‘Die beeldcanon, Ben.’
‘Ja. Onzin, natuurlijk.’
‘Waarom?’
‘Ten eerste wordt zo’n canon al voorgesteld door een medium dat het met beelden moet doen. De televisie. Vanuit het praatje dat één beeld meer zegt dan duizend woorden.’
‘Jij wilt zeggen: dat klopt niet.’
‘Nee, natuurlijk niet. Lees eens een paar alinea’s van Tsjechov of Nakobov of, weet ik veel, Grunberg. Een stuk of drie of vijf of tien woorden, goed achter elkaar gezet, zeggen meer dan willekeurig welk beeld.’
‘Maar als je bijvoorbeeld de ramp van Enschede ziet...’
‘Je bedoelt met dat vuurwerk. Ja, dat is leuk om te zien. Minder leuk als je er zelf mee te maken hebt. Maar als je wilt voorkomen dat zo’n ramp zich nog eens zal voltrekken, dan heb je op zijn minst gesproken en daarna geschreven woord nodig. Videootjes zijn overbodig.’
‘Vind je dat in het algemeen videootjes overbodig zijn?’
‘Nee. Ik heb er wel graag commentaar bij.’
‘Ja. Onzin, natuurlijk.’
‘Waarom?’
‘Ten eerste wordt zo’n canon al voorgesteld door een medium dat het met beelden moet doen. De televisie. Vanuit het praatje dat één beeld meer zegt dan duizend woorden.’
‘Jij wilt zeggen: dat klopt niet.’
‘Nee, natuurlijk niet. Lees eens een paar alinea’s van Tsjechov of Nakobov of, weet ik veel, Grunberg. Een stuk of drie of vijf of tien woorden, goed achter elkaar gezet, zeggen meer dan willekeurig welk beeld.’
‘Maar als je bijvoorbeeld de ramp van Enschede ziet...’
‘Je bedoelt met dat vuurwerk. Ja, dat is leuk om te zien. Minder leuk als je er zelf mee te maken hebt. Maar als je wilt voorkomen dat zo’n ramp zich nog eens zal voltrekken, dan heb je op zijn minst gesproken en daarna geschreven woord nodig. Videootjes zijn overbodig.’
‘Vind je dat in het algemeen videootjes overbodig zijn?’
‘Nee. Ik heb er wel graag commentaar bij.’
Poker
‘Dat is echt het simpelste spel dat er is, Sarah.’
‘Dat zeg je omdat je schaak speelt.’
‘Ja. In het schaakspel moet je de verleidingen openlijk tentoonspreiden. Je doet een zet, en je tegenstander ziet die zet. Maar hij weet niet, of niet precies, wat jij met die zet voorhebt. In het pokerspel is dat duisterder. Je tegenstanders zien niet welke twee kaarten je hebt.’
‘Dus ze moeten gokken.’
‘Ja. Ze gokken. Stel dat je met z’n achten poker speelt. Jij bent de vierde man die moet inzetten of passen. Drie man hebben al gepast. Je hebt een klaveren vrouw en een ruiten drie, dus een waardeloze kaart. Dan is mijn advies: stevig raisen. En stevig blijven raisen.’
‘Maar dat kun je toch aan iemand zien!’
‘Of hij bluft? Daar moet je je geen zorgen over maken. Geen zonnebril opzetten. Hoe meer je van je gezicht laat zien, hoe meer twijfel er komt. Hoe meer dingetjes ze zullen zien. De oude Kortsnoj had ook een zonnebril op toen hij in de Filippijnen tegen Karpov speelde. Kortsnoj verloor.’
‘Zo’n zonnebril, wil je zeggen, is een teken van zwakte.’
‘Ja.’
‘Had je nog meer tips?’
‘Nee. Alleen zou ik niet graag poker spelen met iemand die het kapsel heeft van Danny Christian.’
‘Waarom?’
‘Zo’n figuur wil je graag de zaal uit timmeren. Dus dan ga je teveel bluffen.’
‘Dat zeg je omdat je schaak speelt.’
‘Ja. In het schaakspel moet je de verleidingen openlijk tentoonspreiden. Je doet een zet, en je tegenstander ziet die zet. Maar hij weet niet, of niet precies, wat jij met die zet voorhebt. In het pokerspel is dat duisterder. Je tegenstanders zien niet welke twee kaarten je hebt.’
‘Dus ze moeten gokken.’
‘Ja. Ze gokken. Stel dat je met z’n achten poker speelt. Jij bent de vierde man die moet inzetten of passen. Drie man hebben al gepast. Je hebt een klaveren vrouw en een ruiten drie, dus een waardeloze kaart. Dan is mijn advies: stevig raisen. En stevig blijven raisen.’
‘Maar dat kun je toch aan iemand zien!’
‘Of hij bluft? Daar moet je je geen zorgen over maken. Geen zonnebril opzetten. Hoe meer je van je gezicht laat zien, hoe meer twijfel er komt. Hoe meer dingetjes ze zullen zien. De oude Kortsnoj had ook een zonnebril op toen hij in de Filippijnen tegen Karpov speelde. Kortsnoj verloor.’
‘Zo’n zonnebril, wil je zeggen, is een teken van zwakte.’
‘Ja.’
‘Had je nog meer tips?’
‘Nee. Alleen zou ik niet graag poker spelen met iemand die het kapsel heeft van Danny Christian.’
‘Waarom?’
‘Zo’n figuur wil je graag de zaal uit timmeren. Dus dan ga je teveel bluffen.’
zaterdag 4 augustus 2007
Amfetamine
‘Ik herken ze gewoon.’
‘Je bedoelt, die jongens van de Raboploeg, Contador, de Discoveries, de T-Mobiles enzovoorts.’
‘Ja. Die zijn allemaal ingespoten. Kijk die jongens maar eens aan, gewoon op een rustdag. Dan weten ze niet waarnaar ze kijken moeten. Hun ogen vliegen van links naar rechts.’
‘Nu je het zegt.’
‘Ik zag het van de week ook bij een 400 meterloper uit Amerika. Die jongen deed eerst zijn uiterste best met zijn ogen, maar hij hield het niet vol. Na een minuut gingen zijn ogen ook zwerven.’
‘En dat komt volgens jou dus van de amfetamine.’
‘Bijvoorbeeld, ja.’
‘Maar ze moeten keer op keer door de dopingcontrôle.’
‘Daar hebben ze wel wat op gevonden, dacht je ook niet?’
‘Maar hoe moet het dan met Het Zwarte Gat, na hun sportcarière?’
‘Dat Zwarte Gat is een periode van afkicken. Niet zozeer van de grote vermoeidheden, maar van de grote hoeveelheden der diverse stoffen die ze hebben genomen. De meesten komen er wel doorheen, maar sommigen niet. Pantani.’
‘Dus jij denkt dat bijvoorbeeld Armstrong de zeventig jaar niet haalt.’
‘Die haalt de zeventig niet, nee. Boogert ook niet, al die jongens niet.’
‘Je bedoelt, die jongens van de Raboploeg, Contador, de Discoveries, de T-Mobiles enzovoorts.’
‘Ja. Die zijn allemaal ingespoten. Kijk die jongens maar eens aan, gewoon op een rustdag. Dan weten ze niet waarnaar ze kijken moeten. Hun ogen vliegen van links naar rechts.’
‘Nu je het zegt.’
‘Ik zag het van de week ook bij een 400 meterloper uit Amerika. Die jongen deed eerst zijn uiterste best met zijn ogen, maar hij hield het niet vol. Na een minuut gingen zijn ogen ook zwerven.’
‘En dat komt volgens jou dus van de amfetamine.’
‘Bijvoorbeeld, ja.’
‘Maar ze moeten keer op keer door de dopingcontrôle.’
‘Daar hebben ze wel wat op gevonden, dacht je ook niet?’
‘Maar hoe moet het dan met Het Zwarte Gat, na hun sportcarière?’
‘Dat Zwarte Gat is een periode van afkicken. Niet zozeer van de grote vermoeidheden, maar van de grote hoeveelheden der diverse stoffen die ze hebben genomen. De meesten komen er wel doorheen, maar sommigen niet. Pantani.’
‘Dus jij denkt dat bijvoorbeeld Armstrong de zeventig jaar niet haalt.’
‘Die haalt de zeventig niet, nee. Boogert ook niet, al die jongens niet.’
Vreemde woorden
‘Ik bedoel dat woorden als computer of laptop zo langzamerhand gewoon Nederlandse woorden zijn geworden.’
‘Akkoord. Maar een woord als management...’
‘Dat noemen we in Nederland toch bestuur? Het bestuur van de ABN-AMRO stelt voor enzovoorts. Policy is een woord dat ze ook een tijdje geprobeerd hebben. Beleid.’
‘Maar dat soort dingen stoort je dus niet.’
‘Neuh. Ik blijf gewoon Moskou en Peking zeggen, en niet Moskwa en Bejing, maar als andere mensen daar anders over denken...’
‘Ik herinner me anders wel dat je enorm gelachen hebt om iemand die op de tv sprak over Weedzjing toen hij Peking bedoelde.’
‘Jaha! Dat is het soort mensen dat Sjanghai kent, maar Shanghai in een boek leest en dan die plaatsnaam heel anders gaat uitspreken: Zzzhwanghaai. Heerlijk!’
‘Maar verder dus: all right of voilà of verdummt!, als je dat soort termen gebruikt, dan doe je ze cursief en klaar ermee.’
‘Ja. De tekst is Nederlands. De schaarse dingen in andere talen doe je cursief.’
‘Dat is de höftsack. We drinken nog even deze fles port op, Ben.’
‘Akkoord. Maar een woord als management...’
‘Dat noemen we in Nederland toch bestuur? Het bestuur van de ABN-AMRO stelt voor enzovoorts. Policy is een woord dat ze ook een tijdje geprobeerd hebben. Beleid.’
‘Maar dat soort dingen stoort je dus niet.’
‘Neuh. Ik blijf gewoon Moskou en Peking zeggen, en niet Moskwa en Bejing, maar als andere mensen daar anders over denken...’
‘Ik herinner me anders wel dat je enorm gelachen hebt om iemand die op de tv sprak over Weedzjing toen hij Peking bedoelde.’
‘Jaha! Dat is het soort mensen dat Sjanghai kent, maar Shanghai in een boek leest en dan die plaatsnaam heel anders gaat uitspreken: Zzzhwanghaai. Heerlijk!’
‘Maar verder dus: all right of voilà of verdummt!, als je dat soort termen gebruikt, dan doe je ze cursief en klaar ermee.’
‘Ja. De tekst is Nederlands. De schaarse dingen in andere talen doe je cursief.’
‘Dat is de höftsack. We drinken nog even deze fles port op, Ben.’
Eduvacation
‘Als je ‘benliegtnooit’ intikt, krijg je onze blog natuurlijk, maar je krijgt ook een paar andere sites, onder meer Eduvacation.’
‘So what, Ben?’
‘Nou, daar staat ons gesprekje over Reizen. Ik geloof niet omdat dat zo goed geschreven was, maar omdat er Thailand of Sidney of Denemarken als naam in voorkwam. Ze grazen gewoon alles af, geloof ik.’
‘En wat wou je nou eigenlijk zeggen?’
‘Ik wou dat eens controleren, door een fantastisch vakantieoord te noemen.’
‘Je bedoelt niet Torremolinos.’
‘Tuurlijk niet.’
‘Je bedoelt bijvoorbeeld een spannende ecovakantie naar Belize.’
‘Ja!’
‘En wat nu?’
‘Kijken bij Eduvacation.’
‘So what, Ben?’
‘Nou, daar staat ons gesprekje over Reizen. Ik geloof niet omdat dat zo goed geschreven was, maar omdat er Thailand of Sidney of Denemarken als naam in voorkwam. Ze grazen gewoon alles af, geloof ik.’
‘En wat wou je nou eigenlijk zeggen?’
‘Ik wou dat eens controleren, door een fantastisch vakantieoord te noemen.’
‘Je bedoelt niet Torremolinos.’
‘Tuurlijk niet.’
‘Je bedoelt bijvoorbeeld een spannende ecovakantie naar Belize.’
‘Ja!’
‘En wat nu?’
‘Kijken bij Eduvacation.’
Humor
‘Ik heb nu anderhalf uur gekeken naar Jim Carrey. Ik heb niet één keer gelachen om Jim Carrey. Hij deed er wel zijn uiterste best voor, maar ik heb niet om hem kunnen lachen.’
‘Je bedoelt dat voortdurende gebekkentrek.’
‘Ja. Ik herinner me een Amerikaanse schilder van vijftien jaar geleden, Jim of James of John Garrison of zoiets, die hoog opgaf van de humor van Jim Carrey. Ik had hem toen nog nooit gezien, dus ik mompelde maar wat.’
‘Jij houdt meer van de Britse gein.’
‘Bijvoorbeeld. Ik houd niet van mensen die een geinponum opzetten. Ik vind juist dat je een grap moet vertellen met een betrekkelijk ernstig gezicht.’
‘Op het gezicht moet niet teveel te lezen zijn, bedoel je.’
‘Nee. Een figuur zoals meneer Vonhoff van de VVD bijvoorbeeld. Hem wordt iets gevraagd en hij antwoordt, volkomen serieus: ‘U bedoelt orale communicatie.’ Dat zijn de krenten in de pap.’
‘Je bedoelt dat voortdurende gebekkentrek.’
‘Ja. Ik herinner me een Amerikaanse schilder van vijftien jaar geleden, Jim of James of John Garrison of zoiets, die hoog opgaf van de humor van Jim Carrey. Ik had hem toen nog nooit gezien, dus ik mompelde maar wat.’
‘Jij houdt meer van de Britse gein.’
‘Bijvoorbeeld. Ik houd niet van mensen die een geinponum opzetten. Ik vind juist dat je een grap moet vertellen met een betrekkelijk ernstig gezicht.’
‘Op het gezicht moet niet teveel te lezen zijn, bedoel je.’
‘Nee. Een figuur zoals meneer Vonhoff van de VVD bijvoorbeeld. Hem wordt iets gevraagd en hij antwoordt, volkomen serieus: ‘U bedoelt orale communicatie.’ Dat zijn de krenten in de pap.’
vrijdag 3 augustus 2007
Ziekenhuisberichten
‘Ik ga nooit meer in een ziekenhuis liggen, Sarah.’
‘Komt dat door de alomtegenwoordige publiciteit, Ben?’
‘Nee. Of ja, misschien. Er zijn per jaar, naar mijn schatting, 30.000 fouten. Vermijdbaar of verwijtbaar, zoals ze dat noemen. Verwijtbaar, zoals ik het zie.’
‘Hoe kom je aan dat getal, Ben?’
‘Per jaar maken ze 1700 mensen dood in ziekenhuizen. Complicaties, noemen ze het. Plus 6000 mensen die uit het ziekenhuis komen met chronische klachten. Reken daar de niet-chronische klachten nog eens bij. Dan kom je op 30.000, volgens mij.’
‘Lijkt me een redelijke schatting. Maar als je nou eens een been breekt?’
‘Dan ga ik naar het ziekenhuis, natuurlijk. Maar stel, er moet iets gebeuren aan mijn hart. Een operatie. Dan wordt er gezegd: dan moet u naar dit of dat ziekenhuis gaan, meneer Hoogeboom, want daar hebben ze er ervaring mee. Kunstje van niks.’
‘En dat vertrouw jij niet.’
‘Nee. Maar eigenlijk vind ik ook: moet ik nou overleven, terwijl er talloze José’s, Carmelita’s en Jhu Chang Li’s aan dezelfde ziekte zullen sterven? Zeg nou zelf, lieve Sarah, dan kan ik toch beter gewoon op mezelf dood gaan?’
‘Komt dat door de alomtegenwoordige publiciteit, Ben?’
‘Nee. Of ja, misschien. Er zijn per jaar, naar mijn schatting, 30.000 fouten. Vermijdbaar of verwijtbaar, zoals ze dat noemen. Verwijtbaar, zoals ik het zie.’
‘Hoe kom je aan dat getal, Ben?’
‘Per jaar maken ze 1700 mensen dood in ziekenhuizen. Complicaties, noemen ze het. Plus 6000 mensen die uit het ziekenhuis komen met chronische klachten. Reken daar de niet-chronische klachten nog eens bij. Dan kom je op 30.000, volgens mij.’
‘Lijkt me een redelijke schatting. Maar als je nou eens een been breekt?’
‘Dan ga ik naar het ziekenhuis, natuurlijk. Maar stel, er moet iets gebeuren aan mijn hart. Een operatie. Dan wordt er gezegd: dan moet u naar dit of dat ziekenhuis gaan, meneer Hoogeboom, want daar hebben ze er ervaring mee. Kunstje van niks.’
‘En dat vertrouw jij niet.’
‘Nee. Maar eigenlijk vind ik ook: moet ik nou overleven, terwijl er talloze José’s, Carmelita’s en Jhu Chang Li’s aan dezelfde ziekte zullen sterven? Zeg nou zelf, lieve Sarah, dan kan ik toch beter gewoon op mezelf dood gaan?’
donderdag 2 augustus 2007
Twee maar
‘Vijfentwintig jaar geleden was ik eens op een feestje bij buurvrouw Mo. Van dat feestje bleven over: Mo, ik en een jongen, die als begeleider of zoiets werkzaam was in een inrichting voor kinderen. Mo werkte toen ook nog in die inrichting. Mo en die jongen praatten met elkaar, en ik zat er maar zo’n beetje bij.’
‘Zeker veel gedronken?’
‘Nee. Helaas niet. Als ik veel gedronken heb, meng ik me juist in conversaties.’
‘Dan maak je aardige opmerkingen, bedoel je.’
‘Ja. Tot veel meer ben ik nooit in staat geweest. Maar die Mo en die jongen praatten maar en praatten maar, en het ging over een meisje dat er slecht aan toe was.’
‘Een zelfmoordklantje?’
‘Ik dacht het wel, ja. En Mo en die jongen praatten maar door, en steeds ging het maar over dat meisje. Ik stond op een gegeven ogenblik op en zei tegen die jongen: als je een vent bent, haal je dat meisje in huis! Je laat haar niet verkommeren in die inrichting.’
‘Dat viel natuurlijk niet zo goed.’
‘Nee. Dat zag ik helemaal verkeerd, want enzovoorts. Aan dat verhaal moest ik vanavond denken toen ik nog even iets zag van het Belgische ‘Terzake’. De laatste tien minuten daarvan gingen over twee Congolese weesjongens in een orphelinat in, dat weet ik niet, Brazzaville misschien. Daar waren een Franse mevrouw en meneer op afgekomen. En die twee Fransen hadden het voor elkaar gekregen om die twee weesjongens een computeropleiding te laten volgen.’
‘Een wat?’
‘Een computeropleiding. En die twee jongens waren 6 en 8 jaar. Ze zaten in een weeshuis met nog twintig of dertig kinderen. Die kregen geen computeropleiding, begreep ik. Die kregen niets. En ik moest gelijk denken aan die jongen op Mo haar feestje, vijfentwintig jaar geleden. Een van die twee weesjongens in ‘Terzake’ kon geen woord uitbrengen, hij zei niks. Echt een zelfmoordklant, als je het mij vraagt.’
‘Je bedoelt, zo’n jongen heeft geen cursus nodig, die heeft een thuis nodig.’
‘Natuurlijk heeft ie een thuis nodig. maar dat heeft hij niet. Zijn vader en moeder waren overleden door, denk ik, aids. Het is logisch dat een jongen zwijgzaam wordt, als hij in een weeshuis zit met zalvende pleegzusters bloedwijn. We hebben ons doel bereikt, zeiden die twee Fransen tenslotte.’
‘Ze moesten dat soort toerisme aan banden leggen.’
‘Zeker veel gedronken?’
‘Nee. Helaas niet. Als ik veel gedronken heb, meng ik me juist in conversaties.’
‘Dan maak je aardige opmerkingen, bedoel je.’
‘Ja. Tot veel meer ben ik nooit in staat geweest. Maar die Mo en die jongen praatten maar en praatten maar, en het ging over een meisje dat er slecht aan toe was.’
‘Een zelfmoordklantje?’
‘Ik dacht het wel, ja. En Mo en die jongen praatten maar door, en steeds ging het maar over dat meisje. Ik stond op een gegeven ogenblik op en zei tegen die jongen: als je een vent bent, haal je dat meisje in huis! Je laat haar niet verkommeren in die inrichting.’
‘Dat viel natuurlijk niet zo goed.’
‘Nee. Dat zag ik helemaal verkeerd, want enzovoorts. Aan dat verhaal moest ik vanavond denken toen ik nog even iets zag van het Belgische ‘Terzake’. De laatste tien minuten daarvan gingen over twee Congolese weesjongens in een orphelinat in, dat weet ik niet, Brazzaville misschien. Daar waren een Franse mevrouw en meneer op afgekomen. En die twee Fransen hadden het voor elkaar gekregen om die twee weesjongens een computeropleiding te laten volgen.’
‘Een wat?’
‘Een computeropleiding. En die twee jongens waren 6 en 8 jaar. Ze zaten in een weeshuis met nog twintig of dertig kinderen. Die kregen geen computeropleiding, begreep ik. Die kregen niets. En ik moest gelijk denken aan die jongen op Mo haar feestje, vijfentwintig jaar geleden. Een van die twee weesjongens in ‘Terzake’ kon geen woord uitbrengen, hij zei niks. Echt een zelfmoordklant, als je het mij vraagt.’
‘Je bedoelt, zo’n jongen heeft geen cursus nodig, die heeft een thuis nodig.’
‘Natuurlijk heeft ie een thuis nodig. maar dat heeft hij niet. Zijn vader en moeder waren overleden door, denk ik, aids. Het is logisch dat een jongen zwijgzaam wordt, als hij in een weeshuis zit met zalvende pleegzusters bloedwijn. We hebben ons doel bereikt, zeiden die twee Fransen tenslotte.’
‘Ze moesten dat soort toerisme aan banden leggen.’
Abonneren op:
Posts (Atom)