zondag 24 juni 2007

Treurigheid


‘Het Texaans-Duits sterft uit, Ben.’
‘Je zegt het alsof we moeten denken: wat moeten wij daarmee?’
‘Wat moeten wij daarmee?’
‘Nou, in elk geval moeten we geen actiegroep oprichten voor het behoud van het Texaans-Duits, dat lijkt me wel duidelijk. Geen actiegroepen, geen groepen die subsidie proberen los te weken. Los daarvan: ik ben wel benieuwd hoe dat Texaans-Duits klinkt. Het lijkt me een soort van Überdeutsch te zijn.’
‘Maar jij vindt dus niet...’
‘Nee. Het Derps staat ook op het punt van verdwijnen, de taal van Egmond aan Zee. De jongste spreker die ik ken, is van mijn leeftijd, dus over dertig jaar is het Derps verdwenen.’
‘Dat is toch jammer, Ben?’
‘Waarom? Over dertig jaar hebben die jonge gassies van nu wel weer een ander accent en andere, hoe moet ik het zeggen, taalmiddelen gekregen. Neem een woord als ‘computer’. Dat bestond niet in het Derps. Bestond ook niet in het Westfries of in het Nederlands. Vanochtend, onderweg naar de super, heb ik het driemaal gehoord, van drie zeer jonge kinderen.’
‘Maar neem nou ‘te waskip gaan’. Het is toch zonde als zo’n uitdrukking verdwijnt?’
‘Dat is inderdaad doodzonde. Dat soort uitdrukkingen moet dan ook bewaard blijven in oude woordenboeken en zo. Maar als de jongelui gewoon maar af en toe te waskip gaan, is er volgens mij nog weinig verloren.’
‘Heb jij het ooit gedaan, Ben?’
‘Te waskip?’
‘Hmm.’
‘Nee, helaas. Ik woonde in Limmen, en mijn familie woonde daar niet ver vandaan. Limmen, Heiloo, Bakkum (een prachtig dorp nog, toentertijd), Castricum. Ik geloof dat je pas echt te waskip kon gaan, als je familie had in bijvoorbeeld Nibbixwoud. Daar logeren, dat zou een feest geweest zijn.’
‘Dus dat te waskip gaan veronderstelde ook een zekere afstand.’
‘Ja. Wat vroeger een afstand was, natuurlijk.’
‘Stel dat je een tante in Parijs had gehad.’
‘Dan zouden we niet over te waskip gaan gesproken hebben, maar over logeren.’

zaterdag 23 juni 2007

Just moving around


‘Dat doe jij het liefst, is het niet, Ben?’
‘Gewoon rondkijken, ja.’
‘Je klikt eerst op 2525, dan op je Wandering Primate, dan op je Bieslog.’
‘En natuurlijk op Scientific News.’
‘Jaha. Maak dat me wijs. Maar dan klik je al gauw op Volgende Blog. Zeg me eens, waarom je dat nou doet.’
‘Ik wil mezelf verwennen, Sarah.’
‘Maar verreweg het meeste dat je tegenkomt, is pure rotzooi!’
‘Ja, maar heel soms, heel soms, is daar. Ik noem maar iets: Moon River. Prachtige blog. Of die blog van Michel-Jean Dupierris. Die vind je dan. Schitterend. Dus je klikt gewoon voorbij al die onzin uit Amerika en al die Hollywood-flauwekul en al die Finse gezinsdrama’s.’
Finse gezinsdrama’s. Maar het is leuk uitgelegd, Ben.’

Het moment


‘Wat is voor jou het moment waarop je denkt, ojee, Sarah?’
‘Het moment van depressief worden?’
‘Ja. Dat moment.’
‘Ik heb je al verteld over Cassius Clay die zich Muhammed Ali ging noemen. Dat zou je zo’n moment kunnen noemen. Daarvoor was ik een actieve meid, ik deed aan toneel, ik sportte wel niet, maar ik was zo actief als de pest. Ik werd ook gewaardeerd door de mensen. Ik was een grappige meid.’
‘Dat bent ge nog steeds, Sarah.’
‘Dankoewel, heer Ben. Ik weet nog dat ik pianoles had, met gewoon de dingen van Clementi en zo. Ik weet nog dat ik daar opeens geen zin meer in had, al vóór Cassius Clay.’
‘Je wilt zeggen, het moment kwam dus al eerder.’
‘Ja. Ik weet ook nog dat ik op de middelbare school voor Nederlands een opstel moest maken. Dat opstel maakte ik niet, het lukte me niet. Terwijl het me voordien steeds gelukt was. Ik weet ook nog wat de titel van mijn opstel moest zijn: Haar.’
‘En dat lukte niet???’
‘Nee. Doe maar een Pernodje, lieverd. Nee, dat lukte me gewoon niet. Ik zat te plussen en te minnen over een eerste zin, en ik kwam er niet uit. En ik had steeds gedacht: jij wordt nog eens een grote schrijfster, Sarah!’
‘Dus: enorme verwachtingen, en dan komt de breuk: nee, het is niets met mij.’
‘Ja. Enorme verwachtingen die ik zelf had opgebouwd.’
‘Je dacht, een WF Hermans...’
‘Nou, die niet. WF Hermans vind ik nog steeds een kei. Maar een Mulisch, die zou ik wel eventjes opvreten, ja. Dat vind ik nog steeds een waardeloze schrijver, op dat ene verhaal na, waarin die twee mensen in die auto voor die grens zitten te wachten. Prachtig verhaal.’
‘Maar hèt moment van de depressie?’
‘Sorry, lieverd.’

Beste schilderij


‘Dit vind jij dus het beste schilderij van de 20ste eeuw.’
‘Ja.’
‘Ik had eerder iets verwacht van tja, van Braque of Chagall of Picasso.’
‘Nee hoor, niets van die jongens. Zeker niet van Chagall.’
‘Leg het me dan eens uit.’
‘Zoals ik dit schilderij zie? Nou, neem de titel alleen al: ‘Valeurs personelles’. Persoonlijke waarden, kun je vertalen. Maar je kunt het ook vertalen als: dingen die voor mij belangrijk zijn. En wat is voor Magritte belangrijk: ’s ochtends opstaan, wassen, tanden poetsen, scheren, haren kammen, een lekkere pijp opsteken en een lekker glas wijn. En natuurlijk moet het een beetje mooi weer zijn.’
‘Zou het zo simpel zijn, Ben?’
‘Zo simpel zie ik het. Dus hij heeft die kam, die lucifer en dat stuk zeep vergroot. Klaar is Kees. Als hij nou een vervelende Nederlandse schilder was geweest, had hij dit schilderij ‘De ochtenden’ kunnen noemen.’
‘Je bedoelt te zeggen dat je ‘De avonden’ niet zo goed vindt?’
‘Een hogelijk overschat boek, ja. Magritte stelde op het eind van zijn leven ook zijn hoed tentoon, met een plakkaat ‘Usage externe’. Voor uitwendig gebruik. Dat was het eerste dat ik zag van Magritte. Daar moest ik ongelooflijk om lachen. Toen ben ik zijn schilderijen gaan opzoeken, en later ook schilderijen van Max Ernst, De Chirico, Dali, noem maar op. Dali viel al snel af, moet ik zeggen. Maar Magritte is de schilder van de 20ste eeuw.’

vrijdag 22 juni 2007

Reizen


‘Dus dat heeft je nooit aangetrokken, Ben?’
‘Nee. Ik moet er niet aan denken. Reizen door Thailand, Vietnam, Maleisië, Australië, noem maar op. Of wat las ik laatst, reizen door de Andes. Bah.’
‘Jij vindt elke vorm van reizen tegennatuurlijk.’
‘Ja, eigenlijk wel. Een mens moet ongeveer blijven op de plaats waar hij geboren is, vind ik. Als je dus gaat emigreren naar zeg Denemarken of Portugal, dan moet je wel zeker weten of je rotzooi daar gewenst is. De rotzooi die je automatisch meeneemt daar naartoe.’
‘Dat is emigreren. Maar een wereldreis.’
‘Daar geldt eigenlijk hetzelfde voor. Stel, je gaat eerst naar Brazilië. Dan vind ik dat je Portugees geleerd moet hebben, anders versta je niemand. Heb je die taal eenmaal geleerd, dan wil je ook minstens twee jaar in Brazilië blijven. Daarna komt bijvoorbeeld Argentinië. Daar spreken de mensen Spaans. Moet je ook leren. Dan steek je over naar Fiji, ik weet niet wat de mensen daar spreken.’
‘Jij wilt je eigenlijk thuis voelen, waar je ook bent.’
‘Ja.’
‘Ook op vakantie in Bangkok, bijvoorbeeld.’
Ik op vakantie in Bangkok? Waar houd je me voor, Sarah?’
‘Of Sidney.’
Sidney?’
‘Ik hoor het al, een wereldreis zit er niet in.’
‘Nee, dat zit er niet in. Het spijt me. Het enige wat ik wel had willen meemaken - maar dat is nu natuurlijk niet mogelijk meer, met mijn etalagebenen - is een wetenschappelijke trip door de moerassen van zeg Florida, samen met een lepidopteroloog van het soort Nabokov.’
‘Als leerling.’
‘Als leerling, ja. Elke reiziger is een leerling. Als je naar Stavanger reist, dan zijn de mensen van Stavanger je leraren. Dan moet je dus Noors kunnen spreken.’
‘Je hebt gewoon heimwee, Ben. Geef het maar toe.’
‘Daar heb ik ook last van, ja. Toen ik twintig was, ging ik eens naar de stad Groningen. Een spannende stad, had ik vernomen of gelezen. Ik was daar twee dagen, en toen moest ik weer terug naar Noord-Holland. Een ander mens zou daar twee weken gebleven zijn. Ik vond ook zelf dat ik er veel langer zou moeten blijven, maar ik vertrok na een paar dagen, en ik was zielsgelukkig toen ik weer thuis was.’
‘Maar als je nu wat schrijft.’
‘Ik schrijf uitsluitend over Egmond, Alkmaar, Limmen.’
‘Maar een personage reist bijvoorbeeld per trein naar Brussel.’
‘Dat doet een personage niet bij mij, maar als hij dat doet, dan verzin ik eenvoudig alles. Dat personage, dat natuurlijk ook verzonnen is, reist per trein naar Brussel. Dat doe je in twee zinnen. Aankomst in Brussel, daarvoor kijk ik op het internet. Ook een paar zinnen. Dan gaat hij als de wiedeweerga natuurlijk terug, want wat heeft hij in Brussel te zoeken? Niets.’

donderdag 21 juni 2007

Hollywood


‘Dat heb ik nooit begrepen, Ben.’
‘Waarom alle vrouwen alles maar afscheren, bedoel je?’
‘Ja.’
‘Daar begrijp ik ook niets van. Het zal komen door de foto’s van Amerikaanse filmsterren, denk ik. Daar willen Marie, Gerrie en Johanna op lijken.’
‘Zou het zo simpel zijn?’
‘Ik denk het wel. Ze scheren hun schaamhaar, want dan lijken ze op Joanne, ik weet niet hoe ze heet. Die pornoster.’
‘Zo van: hier is mijn kut. Profiteer er maar van?’
‘Inderdaad. Het verval der zeden.’
‘Wat heerlijk, Ben. Nog één Pernodje, en dan beloof ik je dat ik mijn okselhaar nooit zal afscheren en mijn schaamhaar hoogstens zal bijpunten.’
‘Eén Pernodje voor mevrouw.’

Sirenes


‘Het is net alsof wij dat zijn, vind je ook niet, Ben?’
‘Jij links, ik rechts.’
‘Ja. Wij staan er goed voor. Geen revolutie zal ons breken, en dat idee heb ik ook echt.’
‘Meen je dat echt, Sarah?’
‘Ja. Ik trek nu mijn shirt uit. En vervolgens mijn...’
‘Ik heb het begrepen, Sarah! Wat had je gehad willen hebben?’
‘Een Pernodje. Beetje water erbij.’

Boeken


‘Waarom heb je nou deze foto hierboven gezet, Sarah?’
‘Omdat Marilyn Monroe een icoon is van de moderne maatschappij. Bij wijze, Ben, van spreken. Ik wou gewoon een mooie foto.’
‘Vooruit. Ik ben vanmiddag naar het boekenstalletje op de markt geweest, en daar heb ik voor iets van 12 euro een paar mooie boeken gekocht.’
‘Zeg op.’
‘Ten eerste ‘De vervalsers’ van Theo Kars.’
‘O ja, dat heb ik gelezen, een jaar of dertig geleden. In het eerste hoofdstuk vertelt hij al wat hij gaat doen, en het boek gaat erover wat hij gaat doen.’
‘Ja, dat is dezelfde truc die Nabokov uithaalde in ‘Laughter in the dark’. Nabokov vertelde al in zijn eerste alinea wat er zou gaan gebeuren in dat boek. En verder een jongensboek van Hemingway en een jongensboek van Jules Verne, een boek van Margaret Atwood, ‘The robber bride’ of zoiets, twee boeken van Anita Brookner...’
‘De dames zijn dus goed vertegenwoordigd.’
‘Ja, deze keer wel. Meestal is er geen dame bij, moet ik toegeven. En verder een romannetje van Fjodor Dostojevski, ‘Oom Jegor’. Ik vind Dostojevski een afschuwelijke schrijver, maar je weet het niet. Zo’n vroege roman is misschien wel iets. Ik snap nog steeds niets van die foto, Sarah.’
‘Die foto drukt het moderne levensgevoel uit, Ben.’
‘Het moderne wat, Sarah?’

Processierupsen


‘Nu zijn het weer die vale gieren, Ben.’
‘Ja. Vorig jaar waren het de processierupsen.’
‘Dat was eervorig jaar. Vorig jaar was er iets in Drenthe, ik weet niet meer wat dat was.’
‘En het jaar daarvoor was er een slang ontsnapt. Grote paniek natuurlijk.’
‘Ik dacht nog: met Bokito hebben we dat soort nieuws wel gehad. Maar nee hoor. Vale gieren.’
‘Het journaal had van de week nog iets: een koe in een zwembad. Die koe moest er natuurlijk met vereende krachten uit gehaald worden. Water er eerst uit. Touwen. Camera erbij.’
‘En een geil glimlachende Journaal-presentator. Wat is je voorspelling voor volgend jaar, Ben?’
‘Ik zit in de richting van een paard te denken, Sarah.’
‘Paarden hebben we al gehad, met die storm in Friesland. Weet je nog?’
‘Da’s waar ook. Paarden dus niet. Ik dacht dan: een adelaar, die op een nacht een kalf aanvalt. Interview met een boer, die zegt: ‘Waarom mogen wij zo’n roofdier niet afschieten?’ Zoiets zou het kunnen worden.’
‘Ik denk dat het nog een stuk idioter gaat worden. Een boer, of nee een boswachter heeft een groot beest gezien en ook wazig gefotografeerd: een ongeveer drie meter lang, anderhalve meter hoog dier, dat lijkt op een grizzlybeer, maar met een vossenkop. En daar wil hij voor waarschuwen.’
‘Dat lijkt een beetje op die kat die ze vorig jaar op de Veluwe achterna gingen.’
‘Dat is waar, ja. Laten we het houden op jouw adelaar dan, die ook hondsdolheid verspreidt.’
‘Hondsdolheid, dat is een mooie, Sarah.’

woensdag 20 juni 2007

Just a question

‘Mr Bush, is there any member of your family active in Iraq?’
‘I would say that I am active!’
‘I meant, in the front line.’
‘Oh yeah. Uh... But the same goes for your Mr Balkenende.’
‘Indeed. Thank you, Mr President.’

Twee vijanden


Daar hoeven we toch weinig woorden meer aan vuil te maken, vindt u ook niet? (Maar als ik moest kiezen, dan koos ik onvoorwaardelijk voor die smeerlap links.)

Sarah ook


Ik wil niet met mijn gezicht in het openbaar. Dit is mooi genoeg. Nee, stoppen met fotograferen, Ben!
Sarah Harder

dinsdag 19 juni 2007

Op veelvuldig verzoek


Verschillende mensen hebben me verzocht, mijn foto eens vergroot te plaatsen. Dat doe ik graag, vanzelfsprekend. Zoals u kunt zien heb ik een varkensachtige glimlach en een volstrekt regelmatig gebit. Een geheel oprechte uitstraling!

Adviseur


‘Môgge, Geert.’
‘Daj.’
‘Waar zijn je beveiligingsmensen?’
‘Die hebben een vrije daj.’
‘Je kunt hier wel normaal praten, Geert.’
‘O ja. Sorry, ouwe jongen. Jij wou eens praten over de nieuwe campagne, zei je?’
‘Ja. Het thema wordt: dring de criminaliteit terug! Daar heb ik mijn gedachten eens over laten gaan en...’
‘Hou het kort, ik moet nog naar de kapper straks.’
‘Oké. En daar heb ik ook iets over gelezen. Ten eerste: schaf de gevangenissen af.’
‘Dat lijkt me niet de manier om...’
‘Je moet me niet steeds in de rede vallen, Geert. In de plaats van de gevangenissen komen: a) de lijfstraf, en b) de doodstraf.’
‘Wat voor soort lijfstraf had je gedacht?’
‘Het afhakken van je rechterhand bijvoorbeeld. Ik dacht niet aan geselingen of steniging. Nee, een chirurgische ingreep. Heb je bijvoorbeeld een tasje gepakt van een oude dame, en word jij vervolgens door de politie gepakt, dan kost het je je hand. Inbraak: kost een hand. Tweede inbraak: doodstraf.’
‘En moord c.q. doodslag?’
‘Dat gaat moord of doodslag heten. Doodstraf.’
‘En ontvoeringen, gijzelingen, verkrachting, noem maar op? Allemaal doodstraf?’
‘Allemaal doodstraf.’
‘En bedreigingen?’
‘Hand eraf.’
‘En islamitische hangjongeren?’
‘Die geef je desnoods een tweede kans: als wij jou nog een keer tegenkomen, dan gaat je hand er af.’
‘Simpel maar rechtvaardig. Ik ga nu naar de kapper. Werk dit nog even uit, wil je?’
‘Doe ik. De mensen weten toch wel welke kapper je bezoekt, hè?’
‘Uiteraard.’

Twee velden


‘Wij zullen altijd wel afgescheiden persoonlijkheden blijven, Ben.’
‘Ja. Van elkaar vervreemd enzovoorts.’
‘Hoe komt dat, denk je?’
‘Simpel, Sarah. Ik heb bijvoorbeeld een leraar Nederlands gehad op de middelbare school die me een keer vertelde hoe je een kreeft moest bereiden.’
‘Inclusief het uit elkaar halen van een kreeft?’
‘Ja.’
‘Dus dáárom wist je hoe het moest!’
‘Ja.’
‘Ik wou dat ik zo’n leraar had gehad.’
‘Precies.’

maandag 18 juni 2007

Pilnjak


Ik moest vanmiddag even in Alkmaar zijn (ik moest naar mijn bank, om enveloppen te halen voor mijn acceptgiro’s) en als ik in Alkmaar ben, glip ik altijd even een winkel met tweedehands boeken binnen.
Hier zij overigens opgemerkt dat het leven in een Nederlandse stad, ook in Alkmaar, mij zeer ongezond voorkomt. Wat een auto’s! Wat een stank. Wat een herrie. Je kunt veel beter in Egmond aan Zee wonen. Ook hier heb je wel autoverkeer, maar het is nog niet 1% van het autoverkeer in Alkmaar. Gevolg daarvan is onder meer een vriendelijker omgang met de medemens, met veel ‘hallo’, ‘goeiemiddag’ en het opsteken van handen. Je kunt elkaar hier nog verstaan. Als je in Alkmaar een bekende tegenkomt, en die bekende staat op 20 meter afstand van je, moet je schreeuwen.
Je weet nooit wat je zult vinden in die boekenwinkels. Ik vond ‘Roodhout’ van Boris Pilnjak. Pilnjak is een van de vele schrijvers die onder Stalin zijn vermoord (andere zijn Babel, Mandelstam en ach, zo vele). ‘Roodhout’ is een in 1974 vertaald boek van drie verhalen uit de jaren twintig. Ik moet mij al sterk vergissen of het stond ook op de boekenlijst van Vladimir Nabokov, de grootste Russische schrijver, die in 1919 zijn vaderland verliet.

zondag 17 juni 2007

Ampersand


‘Wat een kunstenaar, Ben.’
‘Ja. Wat een kunstenaar. Hij lijkt gewoon rond te kijken en te fotograferen wat hem opvalt.’
‘Hoe heet hij ook alweer?’
‘Michel-Jean Dupierris. Ik dacht dat hij een Parijzenaar was.’
‘Wat een kunstenaar.’
‘Ja, ik vind bijna al zijn foto’s fantastisch. Ik heb er maar één woord voor: grandioos!’
‘Je hebt zijn website toch wel ergens staan, hoop ik?’
‘Natuurlijk. In mijn ‘bookmarks’, daar staat hij net onder, dat weet ik niet meer.’
‘Want dit is echt een kunstenaar die je wilt volgen. Open de drankkast, Ben!’
‘Dat zou ik ook zeggen, Sarah.’

Geweldige fotograaf ontdekt!








Dit zijn foto’s van Michel-Jean Dupierris, volgens mij een groot kunstenaar. U kunt meer van zulke fantastische foto’s zien op http://dupierris.blogspot.com/. Ik heb hier zomaar vier foto’s uitgekozen, maar hij heeft er honderden gemaakt in Brussel, Lyon, Parijs, Londen. Hij heeft een scherp oog, en gelukkig ook een camera.
Mijn vraag aan hem in een email was: noem mij de naam van de galerie of van het museum waar die foto’s te zien zijn! Ik ben zelden zo enthousiast geweest.



zaterdag 16 juni 2007

Carlus Lisboa!


Carlus Lisboa is de maker van dit kunstwerk. Ik vond het gisteravond op zijn blog http://carluslisboa.blogspot.com/, waarop nog meer aardige dingen te zien zijn.

vrijdag 15 juni 2007

Wetenschap en poëzie


‘Deze foto komt van Flickr, en ik kijk dan altijd even naar de commentaren op zo’n foto. Daar kun je veel van leren. Zo was er een mevrouw uit, meen ik, Maleisië die schreef: Birth!!!’
‘Terwijl jij graag een meer wetenschappelijk commentaar had gelezen.’
‘Ja. Of een poëtisch commentaar. Of een fotocommentaar. Je had bijvoorbeeld die foto van die ingang van die grot kunnen insturen.’
‘Jij hebt iets tegen dit soort foto’s, Ben.’
‘Niet tegen dit soort foto’s an sich, ik heb iets tegen het idee dat erachter steekt. Colaflesjes die op dames lijken.’
‘Ben je daar nog steeds boos over?’
‘Boos niet, maar het geeft stof tot schrijven. Stel dat men in de jaren twintig van de vorige eeuw die flesjes met die smerige viezigheid had laten vibreren. Dan zou zo’n colaflesje ook hebben gevibreerd. Dan zou het geen dame meer zijn, maar een vibrator. Maar nee, zeggen de heren reclamemakers, het is een dame.’
‘Waarmee ze de helft van de wereldbevolking al vergeten. Waarom zou een dame zo’n dame nou aantrekkelijk vinden?’
‘Dat is een gedachte die nog niet bij mij opgekomen was. Maar je hebt wel gelijk.’
‘En waarom die mevrouw uit Maleisië nou ‘Geboorte!!!’ roept bij die foto, da’s mij ook een raadsel.’
‘Dat komt door het Vertraagde Inzicht, Sarah.’
‘Leg uit.’
‘Als je nu een schijnwetenschap hebt, bijvoorbeeld met die fractals en met dat roeren in je kopje koffie en zo. Ik weet niet hoe ze die wetenschap noemen. Dan duurt het een jaar of 25 voordat een mevrouw uit Bolivia of Noorwegen dat oppakt en bij een foto ‘Fractals!!!’ schrijft. Zo is dat hetzelfde met die geboorte. Die mevrouw heeft, net als de fotograaf trouwens, wel eens gehoord van Freud.’
‘En dat vind jij ook schijnwetenschap.’
‘Ja. Freud was een oplichter. Maar ze heeft wel eens gehoord van Freud, met zijn fallische onzin enzovoorts, zijn droomuitleggerij en ga maar door. En dus denkt ze: Birth!!! bij een eenvoudige foto van een stuk boomschors. Maar het erge is bovendien: ze denkt ook nog dat ze origineel is met die opmerking!’
‘Dus ze maakte dezelfde fout als Francisco met die colaflesjes.’
‘Ongeveer ja. Die nam dat ook zomaar voor waar aan. Onbegrijpelijk.’
‘Toch is het wel een leuke foto, vind ik.’
‘O zeker. We kunnen ook een foto maken van twee aardbeziën die tegen elkaar aan liggen. Dan maken we daar een innig verhaal bij.’
‘Zoete liefde, noem je dat verhaal dan.’
‘Bijvoorbeeld. Het mooist zijn de foto’s die nèt even iets meer vertellen. Zoals die foto die boven dat stukje over Judas Priest stond.’

Nog zo een


‘Wat is dit?’
‘Het lijkt je achterwerk wel.’
‘Inderdaad. Maar het is de ingang van een grot.’

Freudiaanse misvatting




Dit zijn twee plaatjes. Het ene is een dame. Het andere is een peer. Het hadden ook twee andere plaatjes kunnen zijn. Een penis en een tafelpoot bijvoorbeeld.
Het ene plaatje heeft niets, maar dan ook niets met het andere plaatje van doen. Je kunt wel zeggen dat die dame peervormig is, of die peer damesachtig. Maar meer kun je er niet over zeggen.

In elkaars armen


‘We moeten maar gaan slapen, Ben.’
‘Ja, Sarah. Zoals alle dieren.’
‘Wat leuk trouwens, vind je ook niet? Dat wij elkaar gevonden hebben.’
‘Doe je hand even weg daar, dat zit ongemakkelijk.’
‘O ja, sorry.’
‘Je hand daar, ja. Comfortabel.’
‘Maar dat we elkaar gevonden hebben. Twee depressievelingen.’
‘Je bedoelt, de scène in het duin?’
‘Bijvoorbeeld. Gijs die aan je broekspijpen hing. Een prachtig begin van deze prachtige relatie.’
‘Ja. Het leek wel of Gijs het rook, vind je ook niet? Of hij wilde zeggen: nu heb ik beet, baasje!’
‘Lieve hond. Ooh ja! Doe mij nog één Pernodje. Met een beetje water erin. Dank je wel. Je bent een keurige kastelein.’
‘Kastelein schenkt nog een glaasje rum in voor zichzelf.’
‘Dat moet mogen.’
‘Ik zit wel eens te denken: stel dat jij nou eens een depressieve Palestijnse was.’
‘En jij een depressieve jood?’
‘Bijvoorbeeld.’
‘Met een taalbarrière erbij, bedoel je.’
‘Ja. Nou ja, dat is eigenlijk ook geen probleem. Dan leer ik Palestijns of Arabisch of weet ik wat je spreekt. We beginnen wel dronkemanstaal voort te brengen, vind je ook niet?’
‘Ja, Ben. Glaasje op, en dan naar bed.’

Flesje cola


‘Volgens Francisco van Jole lijken deze flesjes op dames, Sarah.’
‘Op wat, Ben?’
‘Op dames. En omdat ze op dames lijken, is Coca Cola zo’n enorm succes geworden.’
‘En gij geleuf dat!?’
‘Natuurlijk niet, ben je gek. Coca Cola is indertijd groot geworden omdat ze een nieuwe smaak gevonden hadden. En ze zijn groot gebleven omdat ze een enorm kapitaal aan reclame hebben besteed. De echte groei is er overigens al een jaar of dertig uit. Maar dan zeggen de reclamejongens: de naamsbekendheid groeit nog steeds. Ja, dat zou ik ook zeggen als ik mijn geld op zo’n ongelukkige manier moest verdienen.’
‘Dus je wilt zeggen: Francisco zat er deze keer naast.’
‘Ja. Het ging erover dat we overal en de hele dag met sex te maken hadden.’
‘Waar dan, Ben? Wanneer?’
‘Dat weet ik ook niet precies, maar de wereld gaat aan de sex tenonder.’
‘Hoera toch?’
‘Inderdaad. Maar wat me tegenviel in zijn uitzending: hij noemde niet één keer de naam Freud, die toch verantwoordelijk genoemd kan worden voor alle heisa. Hij noemde terecht wel de katholieken, de moslims. Maar niet één keer Freud.’
‘Freud is voor de wat serieuzere mensen wat voor de minder serieuzen het geloof is, bedoel je.’
‘Ongeveer ja. En dat programma wordt echt niet door katholieken of moslims bekeken. Zo had je vroeger interessante programma’s van Wim Kayzer op de VPRO. Die had bij wijze van spreken een Engelse bioloog of filosoof die dan het universum kwam uitleggen. En die legde dat op een prachtige manier uit. Naar dat programma keken dan 200.000 Nederlanders.’
‘Zo weinig?’
‘Nou ja, ik noem maar een getal. Je moet eigenlijk een programma maken, dat je vervolgens op alle scholen kunt laten zien. Ook op scholen met den bijbel, ook op islamitische scholen. We hebben toch een minister Plasterk, bioloog, die daarvoor kan zorgen?’
‘Je bedoelt, zo’n programma over sex van Francisco - wat een prachtige voornaam trouwens - zou daarvoor geschikt moeten zijn.’
‘Ja, maar dan moet hij niet aankomen met die onzin over die colaflesjes.’

donderdag 14 juni 2007

Het roer om


Ik ken geen mooier gebouw dan de Prins Hendrik Stichting, alhier. Het heeft een koloniale uitstraling. Het heeft iets weg van het paleis van de resident te Batavia of Djokjakarta. Het is, meen ik, in de jaren dertig gebouwd, in de jaren dus dat je van een architect nog iets kon verwachten. Het is een bejaardenhuis. Ik moet er eens in de drie vier weken heen voor een bloedprik van de trombosedienst, en eens in de zoveel maanden kies ik er mijn volksvertegenwoordigers.
Gisterochtend was ik er nog voor een bloedprik, en toen dacht ik: ik moet toch eens naar ‘Het roer om’ gaan. ‘Het roer om’ is een café, recht tegenover de ingang van de Prins Hendrik. Dat café heette vroeger ‘Het witte huis’ en werd bekasteleind door Hans Klaver, een aardige man. Ik kwam er vaak.
Ik gisteravond om een uur of tien dus naar ‘Het roer om’. Ik bestel een bacootje, waar de kastelein (ik hoorde van omstanders al snel dat hij Goof heette, of er in ieder geval geen bezwaar tegen had als je hem Goof noemde) met onbekrompen maat rum in deed. ‘Jij komt vast in de hemel,’ dacht ik, toen hij het glaasje rum voor me neerzette.
Ik keek eens om me heen en herkende niets meer van de gammelheid en het niet te stuiten verval dat ‘Het witte huis’ kenmerkte. Ik zag zelfs een computer staan, waarover Goof overigens opmerkte dat het een onding was, hoogstens goed voor een toerist die dan kon schrijven naar huis waar of dat hij was.
‘Ik zit bijna de hele dag aan de computer,’ zei ik.
‘O ja? En wat doe je dan?’
‘Dingen opzoeken. Dingen lezen. En ik schrijf in mijn blog.’
Een groepje van drie dames van mijn leeftijd, maar dan een jaar of tien jonger, was geïnteresseerd. ‘En hoe heet je blog dan?’ vroeg een van de drie.
‘Ben liegt nooit,’ zei ik.
Dat gaan we eens opzoeken!’
Na twee minuten kwamen ze terug aan de bar. ‘Die blog is wel goed, maar je moet een andere portretfoto nemen. In het echt ben je veel knapper.’ Dan hoort u het eens van een ander, wil ik maar zeggen.

woensdag 13 juni 2007

Gesprek over de zon


‘Dat was een mooi programma, niet?’
‘Ja. Death of the sun. Waar was het op?’
‘National Geographic. Het mooist vond ik het eerste kwartier. Daarna gingen ze teveel door met trivialiteiten, vond ik. Die zonnestormen en zo. Dat materiaal van de zon ophalen, waarbij natuurlijk het neerkomen op de aarde weer mis ging. Als ze nou twee helicopters in plaats van die ene hadden gebruikt, was alles goed gekomen. Maar dat is de NASA.’
‘In het eerste kwartier ging het erover dat de zon 4,6 miljard jaar geleden werd ‘geboren’. Wat vond je daar zo interessant aan, Ben?’
‘Ik weet niet hoe ik het moet zeggen, Saar.’
‘Probeer het eens.’
‘Hoe die zon ontstond, zoals overal elders in het universum andere zonnen ontstonden en ontstaan, dat zou eigenlijk een vast onderdeel in het lager onderwijs moeten zijn. Om de kinderen ervan te doordringen dat een geloof in een God of welk ander oppermachtig wezen, onzinnig is. En dat het veel interessanter, en ook veel mooier, is voor die kinderen, om later in de wetenschap te duiken.’
‘Je klinkt als minister Plasterk.’
‘Dat hoop ik dan maar, Sarah.’

dinsdag 12 juni 2007

Slapen


Geenstijl


‘Ik lees in Francisco’s ‘2525’ wat er allemaal mis is met Geenstijl.com.’
‘Moeten we het daar nu over hebben, Ben? Ik dacht dat je ‘Strong opinions’ aan het lezen was.’
‘Aan het herlezen, ja. Dat ook. Waar Francisco vooral kritiek op heeft, lijkt me: als je een mening geeft, zet je naam er dan onder.’
‘Dat is wel het meest logische, ja.’
‘En dat doen die lui van Geenstijl niet. Die schelden of smeken, en dan zet er iemand Ronald of Peter onder. Je kunt het afdoen met: zo zijn nu eenmaal de manieren van de Telegraaf-lezers.’
‘Daar denk jij vast anders over, is het niet, Ben?’
‘Inderdaad. Anonieme beledigingen beschouw ik als niet gedaan. Die schrap ik meteen.’
‘Goede oplossing.’
‘Men mag me overigens wel beledigen, hoor. Als er maar een adres bij staat.’
‘Dat durft natuurlijk niemand.’
‘Nee, dat durft niemand. Niet uit dat rechtse, kleinburgerlijke kamp tenminste. Je moet dan direct terugslaan, is mijn mening.’
‘Hoe, Ben?’
‘Je weet dat ik in de slaapkamer een ‘tamelijk scherp voorwerp’ heb liggen. Dat heb ik om jou te beschermen, maar dat ligt al jaren op dezelfde plaats. Al sinds in 1982 twee jongens probeerden in te breken. Ik woonde toen nog in Alkmaar. Ik heb virtueel dezelfde maatregelen klaarstaan.’
‘Waarom heb je die foto boven ons praatje staan?’
‘O, dat leek me typisch een Geenstijl-foto, Sarah.’

maandag 11 juni 2007

Koken met Sarah


Dit wordt een Indonesisch (?) rundvleesgerecht. Hoe de rijst moet, weten we allemaal wel. Hoe de bonen moeten, de bonen komen straks. Koop 500 gr runderlappen (voor 2 personen). Knip het vlees in repen. Je kunt het vlees ook snijden, maar ik pak altijd de schaar. Zout het vlees niet in. Braad het vlees in 2 eetlepels wokolie aan. Dat duurt een minuut of vijf. Ja, u moet wokolie hebben, mevrouw. Zonnebloemolie of boter kan ook wel, maar dat ruik je niet. De neus wil ook wat.
Nu gaan we de smoorsaus maken. Neem 1 eetlepel wokolie, heel fijn gesneden ui en paprika, chilipeper, een snufje zout, een beetje azijn, koriander, komijn, knoflook en citroengras (deze laatste vier mogen best in poedervorm). Dit meng je. Je proeft even; als je het te scherp vindt, kun je een lepel bruine suiker toevoegen. Voeg 250 ml water en deze smoorsaus aan het vlees toe. Goed doorhusselen. Anderhalf uur laten sudderen met de deksel op de pan.
Haal de laatste 10 minuten de deksel van de pan om de saus te laten indikken. Gebruik daarvoor desnoods een beetje bloem.
De bonen. Die kook je 20 minuten. Dan haal je 3 eetlepels van de smoorsaus uit de vleespan. Die 3 eetlepels smoorsaus laat je op hoog vuur koken, je doet er de bonen bij (een minuutje husselen), en klaar is kees. Je hebt onderweg tijd genoeg om de liefde te bedrijven, maar dat doen Ben en ik niet. Wij pakken een boek.
Sarah Harder

Dichten

‘Waar ik niet tegen kan, dat is de poëzie.’
‘Je hebt anders wel een hoop poëziebundels in je boekenkast staan.’
‘Ja, maar ik bedoel poëzie die bijvoorbeeld zo gaat:

Hier ben ik.
In deze armeluiskamer te Noord-Holland,
met uitzicht op een kerk, een grasveld en een cafetaria.
Hier ben ik.
Het snot der verbeelding opgedroogd.

Enzovoorts, enzovoorts. Verschrikkelijk.’

zondag 10 juni 2007

In de weer


‘Ik ben de godganse dag bezig geweest, Sarah.’
‘Waarmee, Ben?’
‘Met system alerts, spyware, virussen, wat al niet. Ik werd er gek van, m’n hele computer zat er vol mee.’
‘O ja? En zijn die dingen er nu weer uit?’
‘Ik denk het wel, de meeste.’
‘Dan is het goed. Ik ben met Gijs naar mevrouw De Jacht geweest. Je had wel gelijk, Ben. Gijs loopt een stuk makkelijker nu hij niet meer aan zijn nek wordt voortgesleept.’
‘Hoe gaat het met haar?’
‘Ze wordt dover en dover. Dus je moet bijna schreeuwen om je verstaanbaar te maken. Gijs dacht de hele tijd dat er rare dingen gebeurden.’

Judas Priest


Het enige dat me interesseert in de jongerencultuur is de hard rock: bands zoals Deep Purple, Black Sabbath, Led Zeppelin. Er zullen ook wel Duitse of Amerikaanse bands zijn geweest, maar ik kan die namen niet onthouden. Ik kijk ook elke woensdagavond naar het programma Rock Zone op MTV. Dat had u niet verwacht van een Bach-liefhebber, hè?
Dat Rock Zone bekijk ik geluidloos, omdat je die muziek (hard, snel, razende gitaarsoli) zo langzamerhand wel kent. Het gaat mij om het plezier dat ik krijg van die video’s: het onweert in de helft van die video’s, en dergelijke cliché’s.
Vanavond had BBC 2 een aardig programma over die hard rock. Ze toonden een nog jonge, maar ook toen al volledig gekke Ozzy Osbourne, het nummer ‘Smoke on the water’ van Deep Purple, en nog zo wat muziek. Maar vooral toonden ze de rechtszaak in de V.S. tegen de Engelse band Judas Priest. Twee Priest-fans hadden zelfmoord gepleegd. Volgens de aanklager had de band daar schuld aan. Judas Priest werd vrijgesproken.
Er zijn twee soorten mensen: mensen die zeggen dat zo de democratie nu eenmaal werkt, en mensen die zeggen dat zoiets in een democratie niet thuishoort. Ik behoor tot de laatste groep.

zaterdag 9 juni 2007

Fietsboom


Deze foto vond ik in een van de blogs, ik dacht een Spaanse. Er stond bij: ‘Bike eaten by a tree’. Ik dacht: dat doet die boom juist niet, die fiets opeten.
Sarah Harder

Sarah kan het ook


‘Je zou ook zelf een blog kunnen beginnen, Sarah.’
‘Nee hoor. Dat doe ik niet.’
‘Waarom niet?’
‘Daar ben ik niet origineel genoeg voor.’
‘Origineel ben ik ook niet.’
‘Laten we het maar houden zoals we het nu doen. Weet je wat? Als ik eens een stukje heb, of ik heb een leuke foto gevonden, dan zet ik er ‘Sarah Harder’ onder. Is dat goed?’
‘Prima. Waarom wou je die foto van George Bush hierboven hebben?’
‘Nou, ik las van de week over Eric van O., die Nederlandse moordenaar in Irak. En toen dacht ik: nou moet ik een foto zien te vinden van Eric z’n hoogste baas. Die Eric zou een jaar of zes moeten vastzitten.’
‘Vind ik ook. In Irak.’
‘Ja. Maar Bush zou levenslang moeten krijgen.’

vrijdag 8 juni 2007

Kunst, door Sarah uitgekozen





‘Je hebt een goede smaak, Sarah. Hoe ben je eraan gekomen?’
‘Gisteravond ging jij een uurtje liggen. Toen heb ik op je computer gezeten. Ik ging naar je blog toe, en daar klikte ik op ‘volgende blogs’. Ik had ze in een half uurtje.’
‘We hoeven nooit meer naar de kunstuitleen.’

Jenson


‘Dus daarvan kun jij genieten, Ben?’
‘Ja, vooral van die Q. De cursieve variant daarvan vind ik zo prachtig gevonden. Q! Zie je dat, Sarah? Hij heeft het niet in de Georgia, dat is de letter waarin wij praten.’
‘Ik vind eigenlijk alleen die cijfers mooi.’
‘Omdat ze onder de regel hangen. Ja, dat zijn ook mooie dingen, net als die Q.’

donderdag 7 juni 2007

Andrew en Chris

‘Ik las laatst een blog van een Andrew Wasteland of Eastland, ik kan geen namen onthouden.’
‘Dat dacht ik al, Ben. We hadden het een keer over een schilderij van De Hooghe, en toen kwam je ook al niet verder dan: hoe heet die knul toch? In de buurt van Rembrandt.’
‘Ja. Toch kwamen we er uit. Wij hebben vaak leuke discussies, vind je ook niet?’
‘Soms, ja.’
‘Die Andrew heeft een blog die, meen ik, 4th Avenue Blues heet. Andrew is een paranoïde psychopaat en dat is hij geworden, zegt hij ongeveer, nadat hij vele jaren gezopen heeft als een ketter.’
‘Hoe oud is hij?’
‘35.’
‘En hij woont nog bij zijn ouders?’
‘Ja. En hij klaagt dat hij zijn dokter nooit alleen te zien krijgt, omdat zijn vader hem naar die dokter toe moet rijden. Hij vindt ook dat hij teveel medicijnen krijgt. Bijwerkingen. Hij werd dikker enzovoorts.’
‘O ja, dat doen sommige medicamenten. Wat slik jij?’
‘Daar vraag je me wat, Sarah... Remeron!’
‘Dat is een goed medicijn. Daar word je niet dik van.’
‘Maar toen ging ik kijken in zijn reacties, en daar was een Chris bij die vertelde dat Andrew met zijn ass aan het werk moest gaan. Dan zouden alle problemen als sneeuw voor de zon verdwijnen, zei hij.’
‘Heer god, Geenstijl is ook al in Amerika doorgedrongen.’
‘Dus ik heb hem een berichtje geschreven: in tijden van crisis moet je niet luisteren naar de Chrisses, Andrew.’
‘Dat heb je goed gedaan. Ja, schenk jezelf nog maar eens in. Het mag, zegt de vrouw des huizes. Hoe vond jij Francisco van Jole vanavond?’
‘Ik vond hem fantastisch goed, Sarah. Dat programma moet een Nipkowschijf krijgen.’
‘Weet je wat ik er zo goed aan vond? Ik wil graag nog een Pernod met een beetje water.’
‘Zo?’
‘Dat is voldoende, ja. Wat er zo goed aan was, was dat hij het probleem niet bij de allochtonen legde.’
‘Ja. Die hebben ook eigenlijk geen schuld aan dat gevoel van onveiligheid. Wat de Chrisses ook zeggen.’

De regie regeert

Hoe doe je een tenniswedstrijd? Dat doe je zo. Je neemt één televisiecamera, die zet je neer en die laat je ook gewoon staan. En je hebt nog een presentator nodig, bij voorkeur een oud-tennisser of een geïnteresseerde leek, die dus niet gaat staan psychologiseren over Maria Sharapova (‘ze moet haar ritme nu snel vinden’), maar die kalm en rustig vertelt over de backhand van Justine Henin of de forehand van Ana Ivanovic. Zo moet het, en niet anders. Desnoods neem je nog een tweede camera mee, voor de herhalingen in slow-motion.
Hoe anders gaat het bij Roland Garros in Frankrijk! Daar probeert de regisseur het spel voor ons ‘spannend’ te maken door voortdurend niet-essentiële beelden te laten vervloeien met de beelden waar het om gaat: de beelden vanuit die ene stilstaande camera. Het ergst zijn dan nog de commentaren van de presentator, die mee gaat doen met de regisseur: ‘Ja, Jankovic lacht meestal veel op de baan. Maar vandaag?’ - als er weer zo’n onzinnig beeld te zien was van een tennisster die een bal de baan uit mikte, en die even treurig keek.
Overigens zal de damesfinale tussen Justine en Ana na 64 minuten zijn uitgelopen op 6-1 en 6-2.
De herenfinale tussen Federer en Nadal zal ook tamelijk snel gaan: 6-2, 6-3 en 7-5 voor Federer.

woensdag 6 juni 2007

Samen

‘Wat vind jij nou bijvoorbeeld aantrekkelijk aan mij, Ben?’
‘Je wilt wel altijd het essentiële weten, hè. Maar wat mij aantrekt in jou, Sarah - ik neem nog even een slokje - dat is je fantastische figuur. Je figurette, om het eens officieel uit te drukken.’
‘Laat nou de bom barsten.’
‘Nee, ik meen het echt. Oprecht. Je weet dat ik niet lieg.’
‘Ghrr.’
‘Dat heb ik vroeger wel veel gedaan, liegen. Ik loog totdat ik barstte. Maar dat doe ik nu niet meer. Ik spreek uitsluitend de zuivere waarheid. Je figurette. Toen je vanmiddag stond te koken, met die kipfilets, die uien, die paprika’s, die champignons enzovoorts, toen was je prachtig. Ik keek af en toe om een hoekje. Maar hoe doe jij dat - zo snel iets maken dat zo lekker is?’
‘Koken is een kwestie van organiseren en van je handen laten wapperen. Weet je wat ik aantrekkelijk in jou vind, Ben?’
‘Mijn wellustige snavel.’
‘Nou, dat is misschien ook een punt.’
‘Mijn prachtige neuspartij?’
‘Jij hebt gewoon een aardappelneus. Nee, zoals jij zit te lezen in bijvoorbeeld ‘Meesters der Misdaad’. Want de mensen denken dat jij constant zit te lezen in James Joyce of in Nabokov, maar vanmiddag dus niet. Vanmiddag zit jij in die grijze fauteuil met ‘Meesters der Misdaad’. Je stopt even met lezen, legt dat boek op je billen en je kijkt radeloos om je heen. Dat was een mooi moment, een moment van liefde, zou je kunnen zeggen. Ik ben gelijk gaan koken.’
‘Ik keek niet radeloos, maar teleurgesteld om me heen. Had weer een butler het gedaan!’
‘Hoe ook, zeer aantrekkelijk.’
‘Genoeg om eh...’
‘O ja, zeker Ben. Ik trek bij je in.’

‘Ilona?’

‘Ilona, Ben?’
‘Wat een heerlijke vis heb je gemaakt, Sarah. Wat voor vis is het trouwens?’
‘Kabeljauw.’
‘Heerlijke vis, ik kan niet anders zeggen. Voortreffelijk, met een lekker sausje erbij.’
‘Een botersausje. Daar doe ik altijd een tikje djahé doorheen.’
‘Heerlijk. Mijn keukenprinses: Sarah!’
‘Ilona.’
‘Hmm?’
‘Wie is die Ilona?’
‘Uhm... spreek die naam nog eens uit?’
‘Ilona.’
‘Aha! En nu wil jij weten waar ik die Ilona van ken.’
‘In. Derd. Aad! Zeg op.’
‘Ilona komt uit een vroeger leven, kan ik wel zeggen. Uit mijn vorige leven, Sarah. Ik heb een maand lang op de live.spaces gezeten.’
‘En daar kwam je Ilona tegen.’
‘Ja. Zo simpel is het!’
‘Zeker een bimbo is die Ilona dan. Ja, ik ken je voorkeuren wel, Benneman! Glimmende tieten.’
‘Dat valt me van je tegen, Sarah.’
‘O ja?’
‘Daar houd ik helemaal niet van, en dat weet je heel goed. Waar ik van houd, is bijvoorbeeld...’
[over de nu volgende scènes kunnen helaas geen mededelingen worden gedaan]
‘Je had het helemaal mis, Sarah. Die Ilona kon schrijven. En weet je wat het gekke is? Ik heb mijn Live ID informatie, of hoe dat ook heet, weggegooid. Dus ik kan niet meer op haar space kijken, of op welke andere space ook.’
‘Een groot gemis. Je kijkt ook zo enorm teleurgesteld.’
‘Een treurige blik, ja. Dat krijg je van die tegenslagen.’
‘Ik heb met je te doen, Ben. Echt.’
‘Maar die spaces mis ik niet. In een maand tijd heb ik twee, zeg maar, fatsoenlijke mensen ontmoet. Ilona, en een vrouw uit Kuala Lumpur.’
‘En die Ilona komt uit?’
‘Zuiden des lands, meen ik me te herinneren.’
‘Je hebt je bordje nog niet op.’
‘O ja. Kabeljauw. Terwijl je hier, in die blogs, een stuk serieuzer, een stuk internationaler zit, of ik weet niet hoe ik het moet zeggen. Daar wil je je bij aansluiten, terwijl je bij die spaces het idee had...’
‘Dat waren familieberichten.’
‘Ja. Meisjes van 19 die zichzelf ‘a lonely girl’ noemen. Jongens van 19 met een serie van 173 vakantiefoto’s. Dat heb je in de blogs een stuk minder.’

Portugal!


Dat kom je zelden tegen: een Portugees met mijn smaak! Ik bedoel, die had een blog dat opende met dit ‘drieluik’ van Magritte. Mijn pijp viel uit mijn mond, toen ik het zag.

Net ontdekt!

Niran Khan of Nikan Khan. Prachtige dingen maakt hij!

Het wereldgebeuren

‘Dus jij wilt geen voetstappen nalaten.’
‘Nee, Sarah.’
‘Je wilt gewoon een keer doodgaan.’
‘Dat lijkt me wel het beste, ja.’
‘Maar stel nou dat je een idee hebt. Bijvoorbeeld over Irak, of over de evolutie, of over de vervuiling der internationale zeeën.’
‘Mijn antwoord op al dat soort problemen is: schaf de religie af, en kijk dan verder.’
‘En je wilt dat dat idee verder gedragen wordt.’
‘Tja, Sarah. Verder gedragen ideeën, dat is meer iets voor mensen zoals Shakespeare, Tolstoj, Nabokov.’
‘Voor de echt uitzonderlijke kunstenaars, bedoel je.’
‘Ja. Niet voor eenvoudige bloggers zoals wij.’
‘Zoals jij, bedoel je.’
‘Vooruit. Maar noem eens een idee dat jij in de openbaarheid wilt brengen, Sarah.’
‘Ik wil kindermoordenaars straffen, niet met een gevangenisstraf, maar met de doodstraf.’
‘Welke doodstraf?’
‘Een spuitje of zo.’
‘Dat lijkt me een heel clemente behandeling, ja. Goed idee, Sarah. Voetstappen nagelaten enzovoorts, maar laten we nog maar een glaasje rum nemen.’

Hoeken




Van Agt


Vanavond was oud-premier Van Agt op de televisie, om te spreken over Israël en de Palestijnen. Het was in dat EO-programma van Benevel & Van den Krink, die het natuurlijk helemaal oneens met hem waren. Want joden en de ouderwetse christenen, dat weet wat.
Van Agt zei heel aardige dingen: neem nou gewoon dat ouwe plan van Arafat uit 1988. Meer hoeft Israël niet te doen.
En meer hoeven ze ook niet te doen.

Krantenlezer

Sarah vraagt: ‘Maar je wilt toch ook gelezen worden?’
Ik zeg: ‘Gelezen? Door wie?’
‘Nou, door iedereen.’
‘Iedereen kan dit ook lezen, Sarah.’
‘Ik zie nooit een stukje van jou in dat bloglog.’
‘En daar zou je me graag tussen zien staan.’
‘Ja.’
‘Sarah.’
‘Ja, Ben?’
‘Ik heb een vraag.’
‘Stel hem.’
‘In dat bloglog gaat het over de verschrikkingen die Paris Hilton meemaakt. Of een Geenstijl-jongen heeft weer eens een opmerking over laat ons zeggen Francisco van Jole. Of een technicus komt melden dat je de nieuwste iPod moet hebben. Of een geilaard meldt: ‘en dan sluiten we deze avond af met de weelderige boezempartij van Jeanine’. Moet ik tussen dat soort gedarmte staan? Dat was mijn vraag.’
‘Als je het zo zegt, nee natuurlijk.’
‘Ik ben blij dat je het met me eens bent, Sarah.’
‘Jij bent liever een krantenlezer, begrijp ik.’
‘Een ouderwetse krantenlezer, dat heb je goed gezien. In de kast links, Sarah.’
‘Daar staat wat, Ben?’
‘Daar staat een fles goede, bruine rum.’
Ooh! Wat worden wij het vaak eens! Zelfde dinges.’
‘Zelfde wat, Sarah?’
‘Zelfde golflengte, Ben.’

maandag 4 juni 2007

Surrealisme in Rusland


In Nederland gebeuren de dingen 50 jaar later dan elders, volgens Heine. Maar dat is in Rusland nog erger. In Rusland is het surrealisme herontdekt. Gevolg: dit soort schilderijen, waar je van moet houden. Ikzelf vind het niet eens onaardig, maar de titel klopt niet: ‘Eiland’. Ja verdomme, denk je, dat zie ik zelf ook wel, dat dat een eiland is. ‘Heiland’ zou nog een betere titel zijn geweest.
Meer van dergelijke amateurismen uit Rusland vindt u op www.arthit.ru.

zondag 3 juni 2007

Léuke stunt?

Of dat nou zo leuk was, die nierstunt van BNN... Eerst doen ze alsof het echt was, met een echte nierdonor. Dus daarvan zeggen CNN, BRD, ARD en Hanneke Groenteman: ho! Dát mag niet! Vervolgens blijkt het een actrice te zijn, hie ho hie ho. Dat mag wel.
Je hoorde al geluiden alsof BNN de nieuwe VPRO zou zijn. Heren, de VPRO had het geval toch anders aangepakt. Met een echte nierdonor, geloof mij maar.
Het gevolg van deze BNN-stunt zou natuurlijk positief kunnen uitvallen, maar ik denk niet dat Den Haag zo enorm ‘geschokt’ reageert. We hebben daar een minister Klink of Klinker zitten, van het CDA is die, en daar moet je tegenaan schoppen, wil je iets gedaan krijgen.
Leuke stunt dus misschien. Die nergens toe dient, tenslotte.

vrijdag 1 juni 2007

Mijn verontschuldigingen

Ik heb vanavond ‘Is dat eigenlijk wel zo’ gezien, en je moet daarvan toch eigenlijk wel zeggen: een beter programma is er op de Nederlandse televisie niet. Ondanks die schermen, ondanks die techniek enzovoorts. Ik vind nog steeds dat je al die dingen niet nodig hebt om iets te zeggen, maar anderzijds: ik had het idee dat daar een man stond die ons iets te vertellen had. Verdomd. Het was niet meer de Francisco uit de eerste aflevering, die als het ware door al die schermen heen en weer bewoog - het was alsof hijzélf die beelden deed bewegen. Dat moeten we hebben.