Ik loop net door het dorp, zie ik Jan Borst of Pronk (zijn achternaam is me ontschoten) lopen. Grijzer, een beetje krommer, mank lopend, zijn rechterarm tegen zijn zij gedrukt houdend. Ik zeg: ‘Hé Jan!’
‘Ké eh...’ zegt hij terug. Ik denk: laat hem niet alles afgenomen zijn. Jan is een van de beste kroegbiljarters van Noord-Holland geweest. Hij kon vreselijk goed driebanden spelen, en was befaamd om zijn masséstoten. Nog befaamder was hij om zijn goede humeur en om zijn pittige opmerkingen waarmee hij ieder aan het lachen maakte.
‘Zeg maar Ben,’ antwoord ik. ‘Heb je een herseninfarct gehad?’
‘Fa fa.’
‘Ik heb er zelf ook twee gehad, maar niet zo ernstig als jouwes.’
‘Dléé???’
‘Ja. Maar ik kan bijvoorbeeld de chachacha nog dansen. Kijk maar.’ En ik maak een paar ongelukkige dansbewegingen midden op straat.
Jan begint enorm te lachen. Hij laat de boodschappentas, die hij in zijn linkerhand had, vallen en raapt die weer op.
Ik zeg: ‘Nou moet ik eigenlijk op ziekenbezoek komen, vind je ook niet? Maar ik weet niet waar je woont.’
Jan wijst in noordoostelijke richting en zegt: ‘Da... thuis!’
‘Je bent rechts, dacht ik, dus even je adres opschrijven gaat niet. Dan loop ik wel even met je mee, dan weet ik waar je woont.’
En daar lopen twee mannen door Egmond aan Zee, alletwee in een goed humeur.
‘Kou hè?’
‘Ja. Dat is de wind.’ We kijken elkaar even aan en grinniken. ‘Sommige mensen krijgen ook een heel ander gedrag, na een herseninfarct. Dat lijkt bij jou tenminste niet zo te zijn, Jan. God zij geloofd en geprezen. Wat doe jij nou, zo’n hele dag? Teevee kijken?’
‘Fa fa.’
‘Dan heb je vast vorige week het snooker gezien.’
‘Fa!’
‘Op Eurosport?’
Jan trekt een viezig gezicht.
‘O, op de BBC. Weet je wat ik nou jammer vond? Dat ze die one four seven van John Ford niet hadden opgenomen. Dat schijnt een prachtige geweest te zijn.’
Jan gaat op de tenen van zijn linkervoet staan en maakt zich zo wat langer, en kijkt zeer gefocused in de verte.
‘O ja, je bedoelt Peter Ebdon die het net niet haalde. Miste de roze bal. De mooiste wedstrijd vond ik de halve finale tussen Ronnie O’Sullivan en Shaun Murphy.’
‘Fa fa fa fa fa!’
‘Dat vind ik ook. Eén van de beste wedstrijden van het jaar.’
‘Eh... Thuis!’ zei Jan. We stonden voor zijn voordeur.
‘Mooi! Dus hier woon jij, dan weet ik dat. Dan kom ik van de week een bakkie bij je halen.’ Ik keek door zijn raam en zag een bed staan. Ik besefte dat een tegenbezoek van Jan aan mij wat moeilijker zou worden: ik woon op de eerste verdieping. Zonder lift, dus je moet een trap op. De trap op zal nog wel gaan. Maar de trap af is een stuk lastiger. Er zit alleen een trapleuning aan de rechterkant.
woensdag 24 oktober 2007
Angst voor de witte jassen (2)
Dat is een gek fenomeen. De helft van de Nederlanders heeft er last van: die blijken te hoog uit te komen bij een eenvoudige bloeddrukmeting bijvoorbeeld. Zelfs ik, die toch mijn geneesheren en behandelaars niet hoger inschat dan een metselaar om de hoek die met een muurtje bezig is, zelfs ik heb er last van.
Ik geloof dat die ‘angst’ (want echte angst is het natuurlijk niet) evolutionair van aard is. Je bent als een chimpansee die aan een hoger geplaatst mannetje om een banaan vraagt. Dat doe je natuurlijk onderdanig en zeer vriendelijk, maar ook een beetje nerveus: zal die aap me niet kapot slaan?
Ik geloof dat die ‘angst’ (want echte angst is het natuurlijk niet) evolutionair van aard is. Je bent als een chimpansee die aan een hoger geplaatst mannetje om een banaan vraagt. Dat doe je natuurlijk onderdanig en zeer vriendelijk, maar ook een beetje nerveus: zal die aap me niet kapot slaan?
dinsdag 23 oktober 2007
Angst voor de witte jassen
Daar heb je een beetje last van, Hadriana. Daartegen kun je twee dingen doen: vragen of het bloeddruk meten voortaan kan gebeuren door zijn assistente. Of nog beter: vragen welke bloeddrukmeter het beste is, die meter aanschaffen (ik heb ze al zien staan in de gidsen van Neckermann) en zelf je bloeddruk opnemen. Dat is sowieso het beste, want je kunt tussentijds gedurende bijvoorbeeld een paar weken een extreem hoge bloeddruk hebben. Die wordt niet gemeten normaal. Maar nu meet je hem wel, en kun je direct contact met de huisarts opnemen.
Je kiest een rustig moment van de dag om je bloeddruk te meten, bijvoorbeeld ’s ochtends na het ontbijt, als je kalmpjes naar de vogelkijns luistert. Als je nog niks doet, bedoel ik, dan meet je je bloeddruk.
Het lijkt misschien allemaal onzinnig wat ik zit te vertellen, maar omdat jij hart- en longproblemen in de familie hebt, moet je voorzichtig en verstandig zijn.
Je kiest een rustig moment van de dag om je bloeddruk te meten, bijvoorbeeld ’s ochtends na het ontbijt, als je kalmpjes naar de vogelkijns luistert. Als je nog niks doet, bedoel ik, dan meet je je bloeddruk.
Het lijkt misschien allemaal onzinnig wat ik zit te vertellen, maar omdat jij hart- en longproblemen in de familie hebt, moet je voorzichtig en verstandig zijn.
Te hoge bloeddruk
Je zit met je bloeddruk wel te hoog, Hadriana. Normale bloeddruk is 120/80. Ik neem aan dat je er medicijnen voor hebt gekregen?
Pindaolie is hetzelfde als arachideolie, ja. Gemberwortel heb ik in de vorm van djahé van Conimex. De knoflook doe ik gewoon zo: ik neem één of twee teentjes, die plet ik door ze onder een keukenmes te leggen en er plof! met mijn andere hand een klap op te geven.
Die oom die doodviel is waarschijnlijk aan een hartstilstand gestorven, denk je ook niet?
Pindaolie is hetzelfde als arachideolie, ja. Gemberwortel heb ik in de vorm van djahé van Conimex. De knoflook doe ik gewoon zo: ik neem één of twee teentjes, die plet ik door ze onder een keukenmes te leggen en er plof! met mijn andere hand een klap op te geven.
Die oom die doodviel is waarschijnlijk aan een hartstilstand gestorven, denk je ook niet?
Te waskip gaan
Dat is een Westfriese uitdrukking die ‘uit logeren gaan’ betekent. Het is de enige Westfriese uitdrukking die ik ken: het Westfries werd vroeger alleen gesproken boven de lijn Schoorl-Alkmaar-Hoorn, en ik kom uit Limmen. Limmen ligt een kilometer of 10 beneden die lijn.
Egmond aan Zee, waar ik nu woon, kent ook een eigen dialect: het Derps. Een dorp wordt hier een derp genoemd, door de oudere Derpers die het dialect nog spreken.
Egmond aan Zee, waar ik nu woon, kent ook een eigen dialect: het Derps. Een dorp wordt hier een derp genoemd, door de oudere Derpers die het dialect nog spreken.
BWV 828
Ik heb zojuist een verpletterend goede uitvoering, nee, de werkelijk allerbest mogelijke uitvoering van JS Bach’s Partita no. 4 (BWV 828) gehoord. Werkelijk de allermooiste. Onwerelds goed.
De pianist is, natuurlijk, Glenn Gould. Hij had het stuk al eerder opgenomen, ik meen in de jaren 1971 of ’72. Nu speelt hij het in 1981, vlak voor zijn dood, en hij speelt het heel anders. Vooral het tweede deel speelt hij zo ongemeen fraai, dat ik geloof dat de oude Bach er tranen van in de ogen zou krijgen.
Pianisten aller landen. Luistert naar deze Glenn Gould. Meer zeg ik er niet over.
(U vindt het het gemakkelijkst door eenvoudig naar BWV 828 te joetjoeben, en dan simpel van deel 1 tot en met deel 7 te gaan.)
De pianist is, natuurlijk, Glenn Gould. Hij had het stuk al eerder opgenomen, ik meen in de jaren 1971 of ’72. Nu speelt hij het in 1981, vlak voor zijn dood, en hij speelt het heel anders. Vooral het tweede deel speelt hij zo ongemeen fraai, dat ik geloof dat de oude Bach er tranen van in de ogen zou krijgen.
Pianisten aller landen. Luistert naar deze Glenn Gould. Meer zeg ik er niet over.
(U vindt het het gemakkelijkst door eenvoudig naar BWV 828 te joetjoeben, en dan simpel van deel 1 tot en met deel 7 te gaan.)
Mijn drentelmethode (3)
Je hebt twee ooms gehad die aan een herseninfarct zijn overleden. Waren dat misschien beroertes? Omdat dat meestal het geval is: dan springt er een adertje in je hoofd en raakt je hersenpan vol bloed. Mijn vader is ook zo gestorven: beroerte, 6 weken in coma, en dood (na een hikaanval).
Jij hebt je genen van je vader en je moeder, dus je ooms doen er niet zoveel toe. Je moeder heeft twee TIA’s gehad, zoals wel twee miljoen Nederlanders een TIA hebben gehad, geloof ik. Zelfs in onze Tweede Kamer zitten Kamerleden die, denk ik, zodra er een televisiecamera loopt, een TIA krijgen.
Dus voor een herseninfarct hoef je niet te vrezen. Wel voor trombose en een longembolie. Daar zit iets erfelijks aan. Wat je daartegen moet doen? Zorgen dat je bloeddruk normaal blijft (120/80, maar iets hoger mag ook wel, hoor), zorgen dat je niet te dik en niet te dun bloed hebt. En geregeld vette vis (zalm, sardientjes, een zoute haring, tonijn en zo), knoflook en gemberwortel eten. De laatste twee gooi ik altijd als eerste in mijn pan, pindaolie erbij, even lekker laten suizelen, en dan de groenten en de kip of de vis erbij. Eet nooit varkensvlees, zou ik als laatste advies willen toevoegen, en: gebruik zo weinig mogelijk zout. Helemaal zoutloos is ook weer verkeerd, want je hebt je jodium nodig.
Ik hoorde laatst weer dat veel vis eten ongezond was door het dioxinegehalte, geloof ik. Ik heb dat even opgegoogled, en dan blijkt dat je gewoon kunt doorgaan met vis eten. Ik zou bijvoorbeeld pas last krijgen van die dioxine als ik 150 jaar oud zou worden, bij een dagelijkse inname van 1 kilogram vis.
Jij hebt je genen van je vader en je moeder, dus je ooms doen er niet zoveel toe. Je moeder heeft twee TIA’s gehad, zoals wel twee miljoen Nederlanders een TIA hebben gehad, geloof ik. Zelfs in onze Tweede Kamer zitten Kamerleden die, denk ik, zodra er een televisiecamera loopt, een TIA krijgen.
Dus voor een herseninfarct hoef je niet te vrezen. Wel voor trombose en een longembolie. Daar zit iets erfelijks aan. Wat je daartegen moet doen? Zorgen dat je bloeddruk normaal blijft (120/80, maar iets hoger mag ook wel, hoor), zorgen dat je niet te dik en niet te dun bloed hebt. En geregeld vette vis (zalm, sardientjes, een zoute haring, tonijn en zo), knoflook en gemberwortel eten. De laatste twee gooi ik altijd als eerste in mijn pan, pindaolie erbij, even lekker laten suizelen, en dan de groenten en de kip of de vis erbij. Eet nooit varkensvlees, zou ik als laatste advies willen toevoegen, en: gebruik zo weinig mogelijk zout. Helemaal zoutloos is ook weer verkeerd, want je hebt je jodium nodig.
Ik hoorde laatst weer dat veel vis eten ongezond was door het dioxinegehalte, geloof ik. Ik heb dat even opgegoogled, en dan blijkt dat je gewoon kunt doorgaan met vis eten. Ik zou bijvoorbeeld pas last krijgen van die dioxine als ik 150 jaar oud zou worden, bij een dagelijkse inname van 1 kilogram vis.
maandag 22 oktober 2007
Mijn drentelmethode (2)
Ik heb lange tijd gedacht (maar ik weet niet of het klopt): dat drentelen doe ik omdat het drentelcentrum in mijn hersenen is aangetast. Kijk maar: ik loop mank met mijn rechterpoot. Dus! Ik moet drentelen, en hopen dat ándere delen van mijn hersenen het lopen overnemen.
Uiteindelijk is het lopen gelukt (ik loop nog maar één op de vijf dagen met een wandelstok), maar of het nou is gekomen door mijn drentelmethode, weet ik dus niet. Ik vind het te riskant om nu maar te stoppen met ‘drentelen’.
Mijn spreekstem is beduusd, ik spreek zachtjes, met een licht Noordhollands accent. Maar zelfs als ik eens te waskip zou gaan bij een dame, zou ze me de volgende ochtend horen zingen. Dan is de betovering wel verbroken, hoor!
Uiteindelijk is het lopen gelukt (ik loop nog maar één op de vijf dagen met een wandelstok), maar of het nou is gekomen door mijn drentelmethode, weet ik dus niet. Ik vind het te riskant om nu maar te stoppen met ‘drentelen’.
Mijn spreekstem is beduusd, ik spreek zachtjes, met een licht Noordhollands accent. Maar zelfs als ik eens te waskip zou gaan bij een dame, zou ze me de volgende ochtend horen zingen. Dan is de betovering wel verbroken, hoor!
Mijn drentelmethode
Goeieavond Hadriana.
Mijn drentelmethode is: letterlijk drentelen door mijn huis. Van de keuken de slaapkamer in, dan weer terug, dan de huiskamer in, enzovoorts. En dat ik weet niet hoeveel keer. In de keuken loop ik langs het aanrecht, waarop nog een vork ligt van de vorige avond, die vork kan in de afwasbak. Ik loop langs mijn boekenkasten en ik kijk zo wat langs de titels. Verder is het peinzen geblazen, na de eerste vijf minuten van ‘oplettend lopen’ (oplettend lopen = nadenken bij wat je doet, dus bij het zetten van de stappen. Voortdurend in jezelf zeggen: ‘Rechterbeen mee. Knie heffen... Rechterbeen niet vergeten, knie weer een beetje heffen’ enzovoorts). Na een minuut of vijf hoef je dat doorgaans niet meer te doen, en kun je ‘gewoon’ verder drentelen.
Ik heb het mezelf zo aangeleerd, en ik weet niet beter meer. Ik kan het iedereen aanbevelen die een herseninfarct heeft gehad aan de linkerzijde van de hersenpan (waarbij delen van je lichaam aan de rechterzijde verlamd zijn geraakt). Heb je een infarct gehad aan de rechterzijde van je hersenpan, dan weet ik niet wat ik moet adviseren. Dan heb je bijvoorbeeld ook allerlei gedragsveranderingen, je begint bijvoorbeeld snel te schelden, doet de rits van je broek niet dicht en zo zijn er nog wel meer conventies waar je je niet meer aan houdt.
Maar gelukkig zijn de meeste herseninfarcten, zoals de mijne ook, linkshoofdig. Al kunnen ze natuurlijk nog ernstig genoeg zijn: het taalcentrum in je hersenen kan aangetast worden, en dat is wel het ergste dat je kan overkomen.
Mijn stemgeluid is prachtig als ik het gesproken woord gebruik, maar je moet je bergen als ik ga zingen.
Mijn drentelmethode is: letterlijk drentelen door mijn huis. Van de keuken de slaapkamer in, dan weer terug, dan de huiskamer in, enzovoorts. En dat ik weet niet hoeveel keer. In de keuken loop ik langs het aanrecht, waarop nog een vork ligt van de vorige avond, die vork kan in de afwasbak. Ik loop langs mijn boekenkasten en ik kijk zo wat langs de titels. Verder is het peinzen geblazen, na de eerste vijf minuten van ‘oplettend lopen’ (oplettend lopen = nadenken bij wat je doet, dus bij het zetten van de stappen. Voortdurend in jezelf zeggen: ‘Rechterbeen mee. Knie heffen... Rechterbeen niet vergeten, knie weer een beetje heffen’ enzovoorts). Na een minuut of vijf hoef je dat doorgaans niet meer te doen, en kun je ‘gewoon’ verder drentelen.
Ik heb het mezelf zo aangeleerd, en ik weet niet beter meer. Ik kan het iedereen aanbevelen die een herseninfarct heeft gehad aan de linkerzijde van de hersenpan (waarbij delen van je lichaam aan de rechterzijde verlamd zijn geraakt). Heb je een infarct gehad aan de rechterzijde van je hersenpan, dan weet ik niet wat ik moet adviseren. Dan heb je bijvoorbeeld ook allerlei gedragsveranderingen, je begint bijvoorbeeld snel te schelden, doet de rits van je broek niet dicht en zo zijn er nog wel meer conventies waar je je niet meer aan houdt.
Maar gelukkig zijn de meeste herseninfarcten, zoals de mijne ook, linkshoofdig. Al kunnen ze natuurlijk nog ernstig genoeg zijn: het taalcentrum in je hersenen kan aangetast worden, en dat is wel het ergste dat je kan overkomen.
Mijn stemgeluid is prachtig als ik het gesproken woord gebruik, maar je moet je bergen als ik ga zingen.
Julian Pozzi
Kapustin
Goeiemiddag Hadriana.
Ik ben net een uur in de weer geweest met mijn kachel: de waakvlam was uitgegaan en ging niet zomaar aan. Het is een ronde Pelgrim-kachel met, hoe moet ik het zeggen, ruitjes voor het vlamgedeelte. Die ruitjes moesten er dus uit, de boel moest schoongestofzuigd, de waakvlam moest tot leven gebracht worden (met een ouwe aansteker), en toen moesten de ruitjes er weer in. Dat laatste gaat nog wel met twee handen, het zijn 18 ruitjes die naast elkaar staan. Dus dat gaat nog wel. Maar toen moest ik dat hele gedeelte weer vastkruiskopschroeven of hoe heet het. En dat ging maar niet: ruitjes vielen er telkens uit. Uiteindelijk heb ik al die ruitjes met stukjes plakband vastgezet. Toen ging het. De boel vastgeschroefd, en de plakbandjes er weer vanaf gehaald.
Ik ben nu ‘Zomerhitte’ van Jan Wolkers aan het lezen, die novelle uit 2005 die je gratis kreeg bij je boekhandelaar. Wat een prachtig boek is dat! Hij schrijft ergens in het begin dat hij in Parijs een lekkernij kreeg: bladerdeeg met daarin gesmoorde morieljes. Precies hetzelfde heb ik, ruim 20 jaar geleden, ook geproefd bij kennissen in Amsterdam, en net als Wolkers kan ik me de smaak nog precies herinneren.
Voor die Kapustin met zijn geweldige techniek moet je even naar Bieslog gaan. Ja, hij is ook de componist van die stukken.
Een gemiddelde dag van mij gaat zo. De eerste mezelf is bijvoorbeeld goedmoedig, maar ik kan ook driftig wakker worden. Als ik de vorige avond iets geschreven heb dat opnieuw moet, bijvoorbeeld.
Dan is het de beurt aan de drentel-mezelf. Ik oefen elke ochtend een kwartiertje ‘het menselijke lopen zonder te vallen of te struikelen’. Dat doe ik sinds ik mijn tweede herseninfarctje kreeg. Het hangt er maar van af hoe het oefenen gaat. Gaat het goed, dan daalt een intense tevredenheid over mij heen. Gaat het niet goed, dan heb je kans op enig gescheld.
Daarna komt de douche-mezelf. Ik heb vanochtend tijdens het douchen Bach’s ‘Air’ gezongen, ongeveer op de manier van Bobby McFerrin, hoewel ik eigenlijk een stukje Vivaldi wilde doen, maar dat kon ik me niet voor de geest halen. Ik heb een heldere tenorstem die zo lelijk is, dat je onmiddellijk begrijpen zult waarom ik nooit ben getrouwd. Voor een vrouw is zulk een stemgeluid een ondraaglijke bezoeking.
Na het douchen, zingen en aankleden (gaat ook met gehum gepaard) neem ik mijn eerste vijf pillen van de dag, dan mijn ontbijt, en dan ga ik achter mijn computer zitten en werk ik mijn eventuele mails af. Ook ga ik elke ochtend even door mijn bookmarks (van Arnold Karskens tot en met de Wiskundemeisjes) om te zien wat ze nu weer verzonnen hebben.
Dan koffie en mijn muziek van de dag uitzoeken. Meestal is dat Bach, maar er zijn ook dagen dat ik kies voor Jan Akkerman of Corelli of Vivaldi of noem maar op.
Dan boatskâpjes doen. De rest van de ochtend is voor het lezen. Ik (her)lees nu boeken van Jan Wolkers. Ik lees altijd met een kladblokje rechts naast het boek. Op dat kladblokje noteer ik dingen zoals ‘Varkens!’ of ‘mezelf zoeken’ of ‘JJ Garfinkel, zo snel mogelijk → Europa’. Het zijn altijd heel korte notities, omdat mijn handschrift geruïneerd is, ook door dat herseninfarct. Zo had ik voor die valse citaten iets nodig van Gerrit Krol. Dan schrijf ik op: ‘Krol’. Wat ik dan bedenk, moet ik onthouden.
Dan is het langzamerhand twaalf uur geworden. Tijd voor drie pillen en voor het middageten. Na het middageten ga ik een uurtje naar bed. Naast mijn bed ligt nu ‘Tranen van een krokodil’ van Piet Vroon. Dat lees je even en dan val je vanzelf in slaap.
Wakker geworden herschrijf ik wat ik de vorige avond heb geschreven, of denk ik na over een praatje met Hadriana. Ik google wat, ik joetjoeb wat, ik schrijf wat dingen op mijn blog. Tegen vijven kijk ik even wat er op Eén Vandaag, Netwerk, Nova en Pauw & Witteman komt. En dan ga ik de kok staan uithangen. Ik neem weer drie pillen in, eet, was af (je moet er rekening mee houden dat ongeveer om de twee uur de drentel-mezelf weer optreedt, vooral als het oefenen ’s ochtends niet goed ging) en ga weer achter de computer zitten. De tv aan, als er leuke programma’s zijn tenminste. De afgelopen dagen heb ik volop genoten van het Engelse snooker.
Dan tegen elven nog één pil innemen en om middernacht ongeveer naar bed. Daar lees ik weer in Piet Vroon z’n boek (het kunnen ook boeken zijn van Hemingway, Sologoeb of Arnon Grunberg: als ze maar slecht geschreven zijn) en val ik hopelijk snel in slaap.
Maar nu ga ik eens kijken naar je Garfinkel.
Ik ben net een uur in de weer geweest met mijn kachel: de waakvlam was uitgegaan en ging niet zomaar aan. Het is een ronde Pelgrim-kachel met, hoe moet ik het zeggen, ruitjes voor het vlamgedeelte. Die ruitjes moesten er dus uit, de boel moest schoongestofzuigd, de waakvlam moest tot leven gebracht worden (met een ouwe aansteker), en toen moesten de ruitjes er weer in. Dat laatste gaat nog wel met twee handen, het zijn 18 ruitjes die naast elkaar staan. Dus dat gaat nog wel. Maar toen moest ik dat hele gedeelte weer vastkruiskopschroeven of hoe heet het. En dat ging maar niet: ruitjes vielen er telkens uit. Uiteindelijk heb ik al die ruitjes met stukjes plakband vastgezet. Toen ging het. De boel vastgeschroefd, en de plakbandjes er weer vanaf gehaald.
Ik ben nu ‘Zomerhitte’ van Jan Wolkers aan het lezen, die novelle uit 2005 die je gratis kreeg bij je boekhandelaar. Wat een prachtig boek is dat! Hij schrijft ergens in het begin dat hij in Parijs een lekkernij kreeg: bladerdeeg met daarin gesmoorde morieljes. Precies hetzelfde heb ik, ruim 20 jaar geleden, ook geproefd bij kennissen in Amsterdam, en net als Wolkers kan ik me de smaak nog precies herinneren.
Voor die Kapustin met zijn geweldige techniek moet je even naar Bieslog gaan. Ja, hij is ook de componist van die stukken.
Een gemiddelde dag van mij gaat zo. De eerste mezelf is bijvoorbeeld goedmoedig, maar ik kan ook driftig wakker worden. Als ik de vorige avond iets geschreven heb dat opnieuw moet, bijvoorbeeld.
Dan is het de beurt aan de drentel-mezelf. Ik oefen elke ochtend een kwartiertje ‘het menselijke lopen zonder te vallen of te struikelen’. Dat doe ik sinds ik mijn tweede herseninfarctje kreeg. Het hangt er maar van af hoe het oefenen gaat. Gaat het goed, dan daalt een intense tevredenheid over mij heen. Gaat het niet goed, dan heb je kans op enig gescheld.
Daarna komt de douche-mezelf. Ik heb vanochtend tijdens het douchen Bach’s ‘Air’ gezongen, ongeveer op de manier van Bobby McFerrin, hoewel ik eigenlijk een stukje Vivaldi wilde doen, maar dat kon ik me niet voor de geest halen. Ik heb een heldere tenorstem die zo lelijk is, dat je onmiddellijk begrijpen zult waarom ik nooit ben getrouwd. Voor een vrouw is zulk een stemgeluid een ondraaglijke bezoeking.
Na het douchen, zingen en aankleden (gaat ook met gehum gepaard) neem ik mijn eerste vijf pillen van de dag, dan mijn ontbijt, en dan ga ik achter mijn computer zitten en werk ik mijn eventuele mails af. Ook ga ik elke ochtend even door mijn bookmarks (van Arnold Karskens tot en met de Wiskundemeisjes) om te zien wat ze nu weer verzonnen hebben.
Dan koffie en mijn muziek van de dag uitzoeken. Meestal is dat Bach, maar er zijn ook dagen dat ik kies voor Jan Akkerman of Corelli of Vivaldi of noem maar op.
Dan boatskâpjes doen. De rest van de ochtend is voor het lezen. Ik (her)lees nu boeken van Jan Wolkers. Ik lees altijd met een kladblokje rechts naast het boek. Op dat kladblokje noteer ik dingen zoals ‘Varkens!’ of ‘mezelf zoeken’ of ‘JJ Garfinkel, zo snel mogelijk → Europa’. Het zijn altijd heel korte notities, omdat mijn handschrift geruïneerd is, ook door dat herseninfarct. Zo had ik voor die valse citaten iets nodig van Gerrit Krol. Dan schrijf ik op: ‘Krol’. Wat ik dan bedenk, moet ik onthouden.
Dan is het langzamerhand twaalf uur geworden. Tijd voor drie pillen en voor het middageten. Na het middageten ga ik een uurtje naar bed. Naast mijn bed ligt nu ‘Tranen van een krokodil’ van Piet Vroon. Dat lees je even en dan val je vanzelf in slaap.
Wakker geworden herschrijf ik wat ik de vorige avond heb geschreven, of denk ik na over een praatje met Hadriana. Ik google wat, ik joetjoeb wat, ik schrijf wat dingen op mijn blog. Tegen vijven kijk ik even wat er op Eén Vandaag, Netwerk, Nova en Pauw & Witteman komt. En dan ga ik de kok staan uithangen. Ik neem weer drie pillen in, eet, was af (je moet er rekening mee houden dat ongeveer om de twee uur de drentel-mezelf weer optreedt, vooral als het oefenen ’s ochtends niet goed ging) en ga weer achter de computer zitten. De tv aan, als er leuke programma’s zijn tenminste. De afgelopen dagen heb ik volop genoten van het Engelse snooker.
Dan tegen elven nog één pil innemen en om middernacht ongeveer naar bed. Daar lees ik weer in Piet Vroon z’n boek (het kunnen ook boeken zijn van Hemingway, Sologoeb of Arnon Grunberg: als ze maar slecht geschreven zijn) en val ik hopelijk snel in slaap.
Maar nu ga ik eens kijken naar je Garfinkel.
Varkens lachen altijd
Je krijste
Volgens Dostojevski krijste je, Hadriana, en gleed je vervolgens tussen de lakens. Dostojevski gebruikte dat soort woorden (krijsen, gillen, galmen) nogal veel en nogal ten onrechte. Hij schreef ook weinig ‘zei hij’ of ‘vroeg zij’. Daarvoor in de plaats kwam dan ‘deed hij de deur met een klap dicht’ of ‘ging zij zwijgend de kamer uit’. Dat maakt Dostojevski bijna onleesbaar voor eenvoudige lieden zoals ik, maar wel leuk om te persifleren.
zondag 21 oktober 2007
Jezelf nog tegengekomen? (2)
Goedenacht Hadriana.
Ik ben er een tijdje uit geweest. Dat komt door de boeken van Jan Wolkers die ik nu aan het herlezen ben, en door het schitterende snooker op de tv. De finale is net klaar en Marco Fu heeft hem gewonnen. Prachtige wedstrijd, en dat zeg ik, hoewel ik een fan ben van zijn tegenstander Ronnie O’Sullivan.
‘Jezelf’. Wat is dat eigenlijk. Ik kan alleen over mezelf spreken en dan blijkt het een onzinnig idee te zijn. Ik heb honderden mezelven, van de zeer sombere via de uiterst solide tot en met de uiterst geestdriftige mezelf, van de tamelijk verstandige tot de als een kind om die zonnebril lachende mezelf.
Een mens heeft niet een ‘mezelf’, is niet een ‘mezelf’ - dat moet welhaast de conclusie zijn. Dus is het onzin erover te praten of ernaar op zoek te gaan. Je kunt hoogstens zeggen dat de ene mens wat meer geneigd is tot lachen en de andere mens tot treuren enzovoorts. (Het enige dat we met alle schepselen delen, het enige waar we zeker van kunnen zijn, is: dood gaan.)
Ik kwam hierop door dat NCRV-stukje op Puck’s Podium en jouw reactie daar weer op (en doordat één van die mezelven van mij een enthousiast Skepsis-volger is). Als mijn stukje wat te sarcastisch was naar jouw smaak, moet je maar denken: zo schrijft een mens soms als hij zeer overtuigd van zijn gelijk is.
Ik ben er een tijdje uit geweest. Dat komt door de boeken van Jan Wolkers die ik nu aan het herlezen ben, en door het schitterende snooker op de tv. De finale is net klaar en Marco Fu heeft hem gewonnen. Prachtige wedstrijd, en dat zeg ik, hoewel ik een fan ben van zijn tegenstander Ronnie O’Sullivan.
‘Jezelf’. Wat is dat eigenlijk. Ik kan alleen over mezelf spreken en dan blijkt het een onzinnig idee te zijn. Ik heb honderden mezelven, van de zeer sombere via de uiterst solide tot en met de uiterst geestdriftige mezelf, van de tamelijk verstandige tot de als een kind om die zonnebril lachende mezelf.
Een mens heeft niet een ‘mezelf’, is niet een ‘mezelf’ - dat moet welhaast de conclusie zijn. Dus is het onzin erover te praten of ernaar op zoek te gaan. Je kunt hoogstens zeggen dat de ene mens wat meer geneigd is tot lachen en de andere mens tot treuren enzovoorts. (Het enige dat we met alle schepselen delen, het enige waar we zeker van kunnen zijn, is: dood gaan.)
Ik kwam hierop door dat NCRV-stukje op Puck’s Podium en jouw reactie daar weer op (en doordat één van die mezelven van mij een enthousiast Skepsis-volger is). Als mijn stukje wat te sarcastisch was naar jouw smaak, moet je maar denken: zo schrijft een mens soms als hij zeer overtuigd van zijn gelijk is.
Valse citaten (2)
Van welke schrijver had dit citaat kunnen zijn:
In het algemeen zijn er twee soorten brillen: de bril waardoor men de wereld kan aanschouwen (zien) en de bril waardoor men dat, bijvoorbeeld ’s nachts, nauwelijks kan: de zonnebril.
In het algemeen zijn er twee soorten brillen: de bril waardoor men de wereld kan aanschouwen (zien) en de bril waardoor men dat, bijvoorbeeld ’s nachts, nauwelijks kan: de zonnebril.
Abonneren op:
Posts (Atom)







