Dank je voor je reactie, Dwarslezer. Het kan geen kwaad hier even te vermelden dat je blog ‘dwarslezing’ een interessante blog is. Ik volg je regelmatig. Weet je wat mijn enige bezwaar is? De woordgrappen op namen van mensen. Daar kan ik niet goed tegen. George Boef zeggen als je George Bush bedoelt, dat kan niet, vind ik. Niet omdat hij geen boef zou zijn - want dat is ie wel - maar omdat, nou ja, je stukken daardoor minder leesbaar worden. Het heeft een te hoog GeenStijl-gehalte, die woordgrappen op namen.
(Ik heb die GeenStijl-jongens nog niet genoeg beledigd, denk ik. Anders zouden ze met mijn achternaam ook heel wat kunnen uithalen: dat zou Heaueaugebeaueaum worden, misschien.)
Nu over je reactie op het vorige stukje. Wat mij interesseert is, hoe het katholicisme in kringen van bijvoorbeeld mijn voorouders in zwang is geraakt, of hoe men zich heeft ‘verdedigd’ tegen het alom aanwezige protestantisme. In welke eeuw moeten we dus zijn? De 17e, de 18e eeuw. In die tijd bestonden mijn voorouders nog niet, zoveel is wel zeker. Dus moet je gaan zoeken naar een boek ‘De trotsche catholiek’ of zo, geschreven in 1758 of 1834, door een bevooroordeeld historicus.
Veel liever zoek ik naar boeken over bonobo’s, over de zon, over de Grünfeld-Indische Verdediging. Over dingen die ik echt wil weten.
maandag 20 augustus 2007
Genealogie
Ik heb me er nooit voor geïnteresseerd. Mijn moeders familie, de De Zeeuwen, kwamen uit Zaandam, meen ik. Mijn vaders familie weet ik eigenlijk niet. Gewoon uit Limmen? Ik heb ooit iets gehoord van Warmenhuizen. Er was ook een tante Anna, vermoedelijk een zuster van mijn oma van vaderskant, die uit Nibbixwoud kwam. Ik weet niet hoe ze van achter heette.
Maar het zijn niet de dingen die ik ga opzoeken. De mensen die wel aan genealogie doen, vind ik dull people. Waarom weet ik niet.
Het interesseert me wel wanneer bij beide families, bij de Hoogeboomen en de De Zeeuwen, het katholicisme insloeg. Wanneer, waar, waardoor? Het zal wel niet staan opgetekend. Pas in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is daar, bij althans enkelen van de Hoogeboomen (van de De Zeeuwen weet ik het niet), een eind aan gekomen. Mijn zussen Marja, Wil, Rea en José, en ook ikzelf, zijn heiden geworden. Wij gaan niet meer ter kerke. Ikzelf vind het bijvoorbeeld interessanter om iets te weten te komen over onze zon en ons zonnestelsel (dat zal volgens de nieuwe spelling waarschijnlijk ‘zonnenstelsel’ moeten zijn, hoewel het om maar één van de miljarden zonnen gaat), dan om een verhaal uit de bijbel te lezen, of te horen over dat steuncomité van ex-moslims. Zo’n geloof, dat al met al toch, laat ons wel wezen, een wat domme en krankzinnige indruk geeft, daar stap je van af. En klaar.
Maar het zijn niet de dingen die ik ga opzoeken. De mensen die wel aan genealogie doen, vind ik dull people. Waarom weet ik niet.
Het interesseert me wel wanneer bij beide families, bij de Hoogeboomen en de De Zeeuwen, het katholicisme insloeg. Wanneer, waar, waardoor? Het zal wel niet staan opgetekend. Pas in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is daar, bij althans enkelen van de Hoogeboomen (van de De Zeeuwen weet ik het niet), een eind aan gekomen. Mijn zussen Marja, Wil, Rea en José, en ook ikzelf, zijn heiden geworden. Wij gaan niet meer ter kerke. Ikzelf vind het bijvoorbeeld interessanter om iets te weten te komen over onze zon en ons zonnestelsel (dat zal volgens de nieuwe spelling waarschijnlijk ‘zonnenstelsel’ moeten zijn, hoewel het om maar één van de miljarden zonnen gaat), dan om een verhaal uit de bijbel te lezen, of te horen over dat steuncomité van ex-moslims. Zo’n geloof, dat al met al toch, laat ons wel wezen, een wat domme en krankzinnige indruk geeft, daar stap je van af. En klaar.
Moeten we daar blijven?
Ja, zeggen de politici. Anders wint de Taliban het, en dan zijn we helemaal jarig. Dat zou slecht zijn voor onze veiligheid.
Maar ik kan me niet herinneren dat wij er in Nederland veel last van gehad hebben, toen de Taliban nog aan de macht was.
Toch wordt dit absurde argument steeds maar herhaald, door Kamp, Verhagen, Middelkoop en wacht u maar: straks ook door de PvdA. Geen reporter die even doorvraagt als een politicus iets vreemds zegt.
Maar ik kan me niet herinneren dat wij er in Nederland veel last van gehad hebben, toen de Taliban nog aan de macht was.
Toch wordt dit absurde argument steeds maar herhaald, door Kamp, Verhagen, Middelkoop en wacht u maar: straks ook door de PvdA. Geen reporter die even doorvraagt als een politicus iets vreemds zegt.
zondag 19 augustus 2007
Hans Teeuwen overleden
Ik heb zojuist het schokkende bericht gekregen dat mijn favoriete cabaretier Hans Teeuwen overleden is. Zelfmoord, zegt de politie. Het schijnt dat Hans, na zijn overstap van cabaretier naar zanger van Amerikaanse liederen, steeds ongelukkiger is geworden, en wij met hem. Wij betreuren zijn dood zeer, en wensen familie en vrienden alle sterkte toe. Hans was in zijn laatste jaren ook, wat zeer weinig mensen wisten, pastor. Hij ondersteunde zeer velen. Maar het meest zal mij bijblijven zijn hartgrondig uitgeroepen ‘Gggodverrrdomme!’, al kan dat ook van die andere Eindhovense cabaretier gekomen zijn.
Hij ruste in vrede.
Hij ruste in vrede.
Max Roach, Jos Brink
Ze gingen bijna tegelijk dood. Max kreeg daar bijna geen publiciteit door. Ja, op internet hoorde je wat. Ik zag het op ‘bieslog’ omdat ik daar geregeld op kijk, omdat Wim de Bie geregeld aardige dingen schrijft.
De dood van Jos Brink was bijna een nationale gebeurtenis. Elk journaal en elk actualiteitenprogramma had wel een blokje Brink. Terwijl het een zak tabak was! Een oelewapper, die als oelewapper bij de AVRO debuteerde en zijn gehele leven dezelfde oelewapper is gebleven!
‘Ja maar,’ kunt u nu tegen me zeggen, ‘het was toch een eerlijke man!’
Maar 99% van de gestorvenen is een eerlijk mens geweest, mevrouw.
‘Hij deed toch als pastor veel.’
Bent u katholiek, mevrouw?
‘Nou, nee.’
Als iemand gezalfde taal gebruikt, is die iemand dan meteen goed?
‘Nou, nee.’
Dat zou ik ook denken, mevrouw. Hoed u voor the Lord’s anointed.
De dood van Jos Brink was bijna een nationale gebeurtenis. Elk journaal en elk actualiteitenprogramma had wel een blokje Brink. Terwijl het een zak tabak was! Een oelewapper, die als oelewapper bij de AVRO debuteerde en zijn gehele leven dezelfde oelewapper is gebleven!
‘Ja maar,’ kunt u nu tegen me zeggen, ‘het was toch een eerlijke man!’
Maar 99% van de gestorvenen is een eerlijk mens geweest, mevrouw.
‘Hij deed toch als pastor veel.’
Bent u katholiek, mevrouw?
‘Nou, nee.’
Als iemand gezalfde taal gebruikt, is die iemand dan meteen goed?
‘Nou, nee.’
Dat zou ik ook denken, mevrouw. Hoed u voor the Lord’s anointed.
Natuurmonumenten
‘Nederland moet weer open en groen worden. Dat is wat Natuurmonumenten gaat doen.’ Dat is mooi gezegd op de tv. Maar wat gaat Natuurmonumenten dan doen?
Je denkt bij open en groen aan de provincies Friesland en Groningen. Zo moet Nederland er dus uit gaan zien. Dat wordt slopen geblazen in Zuid-Holland, Utrecht, Noord-Brabant. Ik zie tenminste geen andere manier.
Ze bedoelen natuurlijk: Nederland moet hier en daar weer open en groen worden. Of, laat ons wel wezen, er moet hier en daar een boom en een heg en een grasveld komen. Gaat Natuurmonumenten dat dan doen?
Neen.
Dit soort dingen doet me denken aan de Hartstichting, die op een soortgelijke manier adverteert: geef ons geld, dan doen wij onderzoek naar hartziekten. Hartstikke nodig hoor, dus geef ons geld. Ik ben toevallig zelf een hartpatiënt en ik weet dat de Hartstichting nul komma nul procent bijdraagt aan n’importe welk hartonderzoek dan ook. Dat hartonderzoek, voor zover nog nodig, gebeurt door specialisten in Amerika, Australië, Duitsland. Die hebben een Hartstichting niet nodig. Laat u niet belazeren, is mijn boodschap.
Je denkt bij open en groen aan de provincies Friesland en Groningen. Zo moet Nederland er dus uit gaan zien. Dat wordt slopen geblazen in Zuid-Holland, Utrecht, Noord-Brabant. Ik zie tenminste geen andere manier.
Ze bedoelen natuurlijk: Nederland moet hier en daar weer open en groen worden. Of, laat ons wel wezen, er moet hier en daar een boom en een heg en een grasveld komen. Gaat Natuurmonumenten dat dan doen?
Neen.
Dit soort dingen doet me denken aan de Hartstichting, die op een soortgelijke manier adverteert: geef ons geld, dan doen wij onderzoek naar hartziekten. Hartstikke nodig hoor, dus geef ons geld. Ik ben toevallig zelf een hartpatiënt en ik weet dat de Hartstichting nul komma nul procent bijdraagt aan n’importe welk hartonderzoek dan ook. Dat hartonderzoek, voor zover nog nodig, gebeurt door specialisten in Amerika, Australië, Duitsland. Die hebben een Hartstichting niet nodig. Laat u niet belazeren, is mijn boodschap.
zaterdag 18 augustus 2007
Teveel vreten neemt toe
Max Dohle heeft vandaag in zijn ‘blog 2.0’ (daar moet u eens op kijken) een halfgrappig stukje met de titel: ‘Obesitas neemt toe’. Hij komt namelijk geregeld dikke vrouwen en mannen tegen, en hij concludeert dan dat dat met obesitas te maken heeft. Daar heeft dikte bijna nooit mee van doen. De dikkerds vreten eenvoudig teveel. Teveel vet, teveel fastfood, teveel tussendoortjes, zoals dat in ons gezellige Nederlands heet.
Wat u moet doen, is drie keer per dag eten. Niks tussendoor nemen. Ja, maar dan heb ik om 10 uur, om 3 uur en om 9 uur ’s avonds alweer honger! Da’s dan jammer. Sta je ervoor, dan moet je erdoor, heeft eens een schrijver geschreven. Dus je neemt geen bakje chips, geen patatje, en je drinkt ’s avonds ook niets. Hoogstens een glaasje rode wijn of, nog beter, jonge genever, en dan naar bed.
U moet ook een beetje in beweging komen. Laat de auto dus maar staan, stap op uw fiets. Ga lopen. Niet meteen fanatiek worden met sportscholen enzovoorts. Nergens voor nodig. Als u per dag een half uurtje wandelt, heeft u al genoeg beweging.
Zo moet het, en niet anders. Maagbandoperaties en wat er verder nog mogelijk is: uit het ziekenfondspakket halen.
Wat u moet doen, is drie keer per dag eten. Niks tussendoor nemen. Ja, maar dan heb ik om 10 uur, om 3 uur en om 9 uur ’s avonds alweer honger! Da’s dan jammer. Sta je ervoor, dan moet je erdoor, heeft eens een schrijver geschreven. Dus je neemt geen bakje chips, geen patatje, en je drinkt ’s avonds ook niets. Hoogstens een glaasje rode wijn of, nog beter, jonge genever, en dan naar bed.
U moet ook een beetje in beweging komen. Laat de auto dus maar staan, stap op uw fiets. Ga lopen. Niet meteen fanatiek worden met sportscholen enzovoorts. Nergens voor nodig. Als u per dag een half uurtje wandelt, heeft u al genoeg beweging.
Zo moet het, en niet anders. Maagbandoperaties en wat er verder nog mogelijk is: uit het ziekenfondspakket halen.
Als ik me verveel
Als ik me echt wezenloos zit te vervelen, als ik nergens zin in heb, ook niet in lezen of internetten of tv kijken, als ik zelfs geen zin heb in Bach (u kunt wel nagaan dat het dus weinig voorkomt), dan pak ik mijn schaakbord, ik pak een van mijn schaakboeken erbij en ik ga een paar partijen naspelen van Kasparov. Op de een of andere manier helpt dat.
Na vier of vijf Kasparovjes krijg ik weer zin om bijvoorbeeld brieven te schrijven of ik heb weer iets aardigs voor deze blog of ik krijg honger en ga iets koken of ik schrijf een stukje verder aan mijn (soort van) autobiografie. Meestal zet ik gelijk een cantate van Bach op.
Na vier of vijf Kasparovjes krijg ik weer zin om bijvoorbeeld brieven te schrijven of ik heb weer iets aardigs voor deze blog of ik krijg honger en ga iets koken of ik schrijf een stukje verder aan mijn (soort van) autobiografie. Meestal zet ik gelijk een cantate van Bach op.
Door oorlog verwoest
‘Ik liep door door oorlog verwoest gebied.’ Dat is een gewone Nederlandse zin. Niet in het Journaal, waar de reporter een ‘door’ vergeet.
Ned-Fr-Du-Eng
Nee, Matthijs, ik heb geen bezwaar tegen vertalingen uit het Engels van Nabokov of van welke andere schrijver ook. Hijzelf vertaalde zijn eerdere boeken vanuit het Russisch in het Engels. Ik heb een paar boeken van hem in het Engels, dat lees ik bijna even gemakkelijk als het Nederlands. De meeste Nabokovs heb ik in het Nederlands.
De talen die ik lees zijn Nederlands, Engels, Frans en Duits. De talen dus die ik op de middelbare school leerde. Ik ken het cyrillische schrift wel, maar Russisch lezen is me toch teveel moeite. Ik heb het altijd jammer gevonden dat ik geen Grieks heb gehad op school. (Net zo jammer als dat ik geen IJslands heb gehad. Er zat een tante van me in Hafnarfjördur, een plaatsje vlak boven Reykjavik. Ik zou het zo frölik gevonden hebben om haar in het IJslands brieven te schrijven.)
Dat ‘op school geleerd hebben’ trouwens, dat is in zekere zin wel waar, maar pas daarna ging je die boeken in het Duits of Frans ook echt lezen, met een woordenboek erbij, voor als je een woord tegenkwam dat je echt niet kon plaatsen. Het aardige is dat je na het opzoeken van dat woord dacht: o ja! Dat komt van het Latijn! Dat komt doordat ik in de brugklassen twee jaar Latijn heb gehad. Het goede oude Petrus Canisius Lyceum, wil ik maar zeggen.
Je bent trouwens de eerste die het met me eens is over de Uu. Ik verkondig dat evangelie al twintig of dertig jaar lang. Geen mens die inziet dat dat onzingbaar is. Ik hoorde van de week een zangeres, kom hoe heet ze, die enorm blonde obesitas-zangeres van de VARA, worstelen met uren, kuren en sturen enzovoorts. The proof is in the pudding, dacht ik.
De talen die ik lees zijn Nederlands, Engels, Frans en Duits. De talen dus die ik op de middelbare school leerde. Ik ken het cyrillische schrift wel, maar Russisch lezen is me toch teveel moeite. Ik heb het altijd jammer gevonden dat ik geen Grieks heb gehad op school. (Net zo jammer als dat ik geen IJslands heb gehad. Er zat een tante van me in Hafnarfjördur, een plaatsje vlak boven Reykjavik. Ik zou het zo frölik gevonden hebben om haar in het IJslands brieven te schrijven.)
Dat ‘op school geleerd hebben’ trouwens, dat is in zekere zin wel waar, maar pas daarna ging je die boeken in het Duits of Frans ook echt lezen, met een woordenboek erbij, voor als je een woord tegenkwam dat je echt niet kon plaatsen. Het aardige is dat je na het opzoeken van dat woord dacht: o ja! Dat komt van het Latijn! Dat komt doordat ik in de brugklassen twee jaar Latijn heb gehad. Het goede oude Petrus Canisius Lyceum, wil ik maar zeggen.
Je bent trouwens de eerste die het met me eens is over de Uu. Ik verkondig dat evangelie al twintig of dertig jaar lang. Geen mens die inziet dat dat onzingbaar is. Ik hoorde van de week een zangeres, kom hoe heet ze, die enorm blonde obesitas-zangeres van de VARA, worstelen met uren, kuren en sturen enzovoorts. The proof is in the pudding, dacht ik.
Graancirkels
National Geographic geeft prachtige documentaires: ‘Death of the sun’ en ‘Birth of the earth’ bijvoorbeeld. Ik wacht nog steeds op een documentaire over de bonobo’s, die hun conflicten niet zoals de chimpanzee’s met geweld, maar met sex oplossen. Je zou een prachtig verhaal kunnen maken met de natuurvorsers Nakano en Tukuirchi (zo heten, ongeveer, de Japanners die ernaar gekeken hebben) en met Frans de Waal natuurlijk.
Je zou die documentaire kunnen laten zien aan, laat ons zeggen, Amerikanen van het Bush-type en aan moslims van het moordenaarstype. Eens kijken wat ze beiden zeggen over die heerlijke apen.
Maar naast die mooie documentaires geeft National Geographic ook documentaires over spookhuizen, graancirkels, UFO’s, telepathie en alle verdere onzin. Dat behoort tot de dingen die ik niet begrijp, dat je naast redelijke dingen ook onredelijke dingen laat zien.
Je zou die documentaire kunnen laten zien aan, laat ons zeggen, Amerikanen van het Bush-type en aan moslims van het moordenaarstype. Eens kijken wat ze beiden zeggen over die heerlijke apen.
Maar naast die mooie documentaires geeft National Geographic ook documentaires over spookhuizen, graancirkels, UFO’s, telepathie en alle verdere onzin. Dat behoort tot de dingen die ik niet begrijp, dat je naast redelijke dingen ook onredelijke dingen laat zien.
vrijdag 17 augustus 2007
NOVA vanavond
NOVA had drie onderwerpen: Jan Pronk, Mies Bouwmans en Jos Brink. Jos Brink was namelijk gestorven en dat was reden om nog even heel snel door zijn carrière te flitsen. Ik vond hem overigens, net als alle mensen met een beetje goede smaak, een verschrikkelijke kwal. Even later zag ik hem, ik geloof op AT5 of hoe heet die zender ook, huilen bij de afbraak van het De La Mar-theatertje. Zoiets kun je bij mij één keer doen, maar dan kijk ik je ook nooit meer aan.
Mies Bouwmans kreeg een Mies Bouwmans Boulevard, ergens. Kregen we dus ook enkele ‘hoogtepunten’ uit mevrouws carrière te zien. Tenenkrommend.
Maar het leukste deel was Jan Pronk, die tot het voorzitterschap van de PvdA probeert te komen. Een goede zaak. Jan zei verschillende goede dingen: dat Irak-onderzoek moet er natuurlijk komen. Ze moeten met hun fikken van het ontslagrecht afblijven. Uruzgan, dat staat nog te bezien: je moet daar met de Taliban onderhandelen over de macht. Wouter Bos had nooit in het kabinet moeten gaan zitten, hij had in de kamer moeten blijven. En nog zo wat. Stuk voor stuk redelijke dingen. Er was ook teveel ongelijkheid in Nederland, en daar heeft hij natuurlijk gelijk in. Hij moet maar voorzitter (en ook graag: woordvoerder!) worden.
Hij zei allemaal dingen die Wouter Bos niet zegt en ook niet doet. Reuring in de tent, dus. Als Jan Pronk voorzitter wordt (en als Wouter Bos zijn politiek leiderschap opgeeft), krijgen mensen als ik weer een keuze: de SP, Groen Links of de PvdA.
Het is overigens wel een teken aan de wand dat uitgerekend NOVA zulke boulevardonderwerpen als Mies en Jos brengt. Denken ze daar echt dat dat de kijkcijfers doet stijgen? Ik hoop toch echt van niet.
Mies Bouwmans kreeg een Mies Bouwmans Boulevard, ergens. Kregen we dus ook enkele ‘hoogtepunten’ uit mevrouws carrière te zien. Tenenkrommend.
Maar het leukste deel was Jan Pronk, die tot het voorzitterschap van de PvdA probeert te komen. Een goede zaak. Jan zei verschillende goede dingen: dat Irak-onderzoek moet er natuurlijk komen. Ze moeten met hun fikken van het ontslagrecht afblijven. Uruzgan, dat staat nog te bezien: je moet daar met de Taliban onderhandelen over de macht. Wouter Bos had nooit in het kabinet moeten gaan zitten, hij had in de kamer moeten blijven. En nog zo wat. Stuk voor stuk redelijke dingen. Er was ook teveel ongelijkheid in Nederland, en daar heeft hij natuurlijk gelijk in. Hij moet maar voorzitter (en ook graag: woordvoerder!) worden.
Hij zei allemaal dingen die Wouter Bos niet zegt en ook niet doet. Reuring in de tent, dus. Als Jan Pronk voorzitter wordt (en als Wouter Bos zijn politiek leiderschap opgeeft), krijgen mensen als ik weer een keuze: de SP, Groen Links of de PvdA.
Het is overigens wel een teken aan de wand dat uitgerekend NOVA zulke boulevardonderwerpen als Mies en Jos brengt. Denken ze daar echt dat dat de kijkcijfers doet stijgen? Ik hoop toch echt van niet.
Ik ben zo ouderwets...
Zo weet ik bijvoorbeeld niet wat ‘buiten je bundel bellen’ betekent. Ik heb geen idee. En ik heb ook geen zin om het op te zoeken en na te kijken. U moet weten dat ik met mijn Vodafoontje alleen maar kan bellen. Er zit geen mp3-speler op, geen zo-en-zoveel megapixel fotocamera (ik heb in mijn leven nog nooit een foto gemaakt. Dat probeer ik nu te vergoelijken door te zeggen dat ik een vrij goed geheugen heb, waardoor ik geen foto’s nodig heb. Dat is ook wel zo, natuurlijk. Ik heb in mijn kop mijn eigen beeldcanon). Ik verbel per maand voor ongeveer € 10,-.
Amerikaanse literatuur
‘Jij zegt dus: Amerikaanse literatuur bestaat niet.’
‘Dat zeg ik, ja.’
‘Maar neem nou Moby Dick of neem bijvoorbeeld Hemingway.’
‘Jongensboeken, allemaal. Ik wil niet zeggen dat Amerikanen niet kunnen schrijven natuurlijk. Sommige Amerikanen schrijven geweldig goed. Annie Proulx, Gore Vidal, Raymond Chandler, noem nog maar wat namen. Geweldige schrijvers. Maar ik lees ze niet omdat het Amerikaanse schrijvers zouden zijn. Het zijn eenvoudig goede schrijvers.’
‘Zoals je ook W.F. Hermans of Multatuli leest, bedoel je. Of Tolstoj of Perec of Pirandelli.’
‘Ik heb nog nooit iets van Pirandelli gelezen. Maar inderdaad. Kunst is universeel. Daarom lees je ook Kawabata of, een ander uiterste, Borges.’
‘Maar de beeldende kunst dan. De pop art. Dat was toch typisch Amerikaans?’
‘Het zou wat. De rotzooi van Andy Warhol of Lichtenstein? Daar geldt mijn eenvoudige levenswijsheid voor: laat u vooral niets op de mouw spelden.’
‘Dat stelt dus weinig voor, zeg jij.’
‘Niets.’
‘Dat zeg ik, ja.’
‘Maar neem nou Moby Dick of neem bijvoorbeeld Hemingway.’
‘Jongensboeken, allemaal. Ik wil niet zeggen dat Amerikanen niet kunnen schrijven natuurlijk. Sommige Amerikanen schrijven geweldig goed. Annie Proulx, Gore Vidal, Raymond Chandler, noem nog maar wat namen. Geweldige schrijvers. Maar ik lees ze niet omdat het Amerikaanse schrijvers zouden zijn. Het zijn eenvoudig goede schrijvers.’
‘Zoals je ook W.F. Hermans of Multatuli leest, bedoel je. Of Tolstoj of Perec of Pirandelli.’
‘Ik heb nog nooit iets van Pirandelli gelezen. Maar inderdaad. Kunst is universeel. Daarom lees je ook Kawabata of, een ander uiterste, Borges.’
‘Maar de beeldende kunst dan. De pop art. Dat was toch typisch Amerikaans?’
‘Het zou wat. De rotzooi van Andy Warhol of Lichtenstein? Daar geldt mijn eenvoudige levenswijsheid voor: laat u vooral niets op de mouw spelden.’
‘Dat stelt dus weinig voor, zeg jij.’
‘Niets.’
Europees denken
‘Hoe zou jij dat nou doen, Ben?’
‘Ik zou denken: je kijkt bijvoorbeeld welk land het kleinste zelfmoordpercentage heeft. Welke maatregelen heeft men daar genomen? Voer die maatregelen in de rest van de landen in.’
‘Hetzelfde zou je doen met het aantal verkeersdoden, om maar iets te noemen.’
‘Precies hetzelfde. Je kijkt ook naar de rechtspraak. Dan zou je tot de conclusie kunnen komen dat een mix van het Engelse en het Nederlandse systeem het beste is. Van het Engelse systeem neem je over dat de gehele bewijslast ter zitting tevoorschijn moet komen. Van het Nederlandse systeem neem je de onafhankelijke rechter over. Misschien moet je de rechten van de advocaat nog wat beter regelen. Als je eenmaal tot die conclusie bent gekomen, voer dat dan in heel Europa in. Ook in Polen, Roemenië, Joegoslavië.’
‘Joegoslavië bestaat niet meer.’
‘Nou ja, vooruit.’
‘Moet er ook een Europees leger komen?’
‘Liever niet, zou je geneigd zijn te denken. Maar het moet wel. Je moet Estland, Letland, noem maar wat landen op, toch kunnen verdedigen. Daar moet je de Amerikanen niet voor vragen.’
‘Alsjeblieft niet, nee. Voertaal?’
‘Engels natuurlijk. Sarkozy van Frankrijk doet dus een cursusje Engels, net als de mensen van Griekenland, Estland, Hongarije en Duitsland. Engels is een simpele taal. Op alle Europese lagere scholen: Engels leren.’
‘Vind ik ook. Verder nog iets?’
‘Ja, op het gebied van de democratie. We hebben gemeentelijke verkiezingen. We hebben ook de provincies. Die kunnen wel afgeschaft worden, zo langzamerhand. Dacht je ook niet? De Eerste Kamer kan ook wel afgeschaft worden. Weg met die belegen hap. De Tweede Kamerverkiezingen houden we natuurlijk, en daar doen we een premierverkiezing bij. Verder kiezen we de mensen in het Europese parlement, en we kiezen de Europese premier. Dat zijn vijf verkiezingen, die je allemaal op één dag organiseert. Doe er eventueel nog een burgemeesterverkiezing bij. Zes verkiezingen dus, op één dag. Stemrecht vervalt, stemplicht wordt weer ingevoerd. Daar staat tegenover dat de gekozen burgemeester, premier en Europese premier binnen één maand na de verkiezing tot resultaat moeten komen, een regering moeten hebben gevormd. Lukt dat ze niet, dan is de beurt aan de nummer twee.’
‘Voor hoeveel tijd moeten ze gekozen worden?’
‘Dat maakt niet zoveel uit. Vier jaar, zes jaar, vijf jaar. Ze hebben maar één termijn. Dus niet zoals nu in Amerika twee termijnen Bush of Clinton, of de belachelijke situatie van Balkenende IV.’
‘Ik zou denken: je kijkt bijvoorbeeld welk land het kleinste zelfmoordpercentage heeft. Welke maatregelen heeft men daar genomen? Voer die maatregelen in de rest van de landen in.’
‘Hetzelfde zou je doen met het aantal verkeersdoden, om maar iets te noemen.’
‘Precies hetzelfde. Je kijkt ook naar de rechtspraak. Dan zou je tot de conclusie kunnen komen dat een mix van het Engelse en het Nederlandse systeem het beste is. Van het Engelse systeem neem je over dat de gehele bewijslast ter zitting tevoorschijn moet komen. Van het Nederlandse systeem neem je de onafhankelijke rechter over. Misschien moet je de rechten van de advocaat nog wat beter regelen. Als je eenmaal tot die conclusie bent gekomen, voer dat dan in heel Europa in. Ook in Polen, Roemenië, Joegoslavië.’
‘Joegoslavië bestaat niet meer.’
‘Nou ja, vooruit.’
‘Moet er ook een Europees leger komen?’
‘Liever niet, zou je geneigd zijn te denken. Maar het moet wel. Je moet Estland, Letland, noem maar wat landen op, toch kunnen verdedigen. Daar moet je de Amerikanen niet voor vragen.’
‘Alsjeblieft niet, nee. Voertaal?’
‘Engels natuurlijk. Sarkozy van Frankrijk doet dus een cursusje Engels, net als de mensen van Griekenland, Estland, Hongarije en Duitsland. Engels is een simpele taal. Op alle Europese lagere scholen: Engels leren.’
‘Vind ik ook. Verder nog iets?’
‘Ja, op het gebied van de democratie. We hebben gemeentelijke verkiezingen. We hebben ook de provincies. Die kunnen wel afgeschaft worden, zo langzamerhand. Dacht je ook niet? De Eerste Kamer kan ook wel afgeschaft worden. Weg met die belegen hap. De Tweede Kamerverkiezingen houden we natuurlijk, en daar doen we een premierverkiezing bij. Verder kiezen we de mensen in het Europese parlement, en we kiezen de Europese premier. Dat zijn vijf verkiezingen, die je allemaal op één dag organiseert. Doe er eventueel nog een burgemeesterverkiezing bij. Zes verkiezingen dus, op één dag. Stemrecht vervalt, stemplicht wordt weer ingevoerd. Daar staat tegenover dat de gekozen burgemeester, premier en Europese premier binnen één maand na de verkiezing tot resultaat moeten komen, een regering moeten hebben gevormd. Lukt dat ze niet, dan is de beurt aan de nummer twee.’
‘Voor hoeveel tijd moeten ze gekozen worden?’
‘Dat maakt niet zoveel uit. Vier jaar, zes jaar, vijf jaar. Ze hebben maar één termijn. Dus niet zoals nu in Amerika twee termijnen Bush of Clinton, of de belachelijke situatie van Balkenende IV.’
donderdag 16 augustus 2007
Amerika
Boris Dittrich wil graag in New York wonen, maar daar heeft ie wel talloze papieren voor nodig. Boris zou wel eens een terrorist kunnen zijn, nietwaar. Hij heeft al zo’n rare naam, Boris, hij is ook nog eens homo. Uitkijken dus, zeggen de Amerikanen.
Ik zou in zo’n geval nooit in Amerika willen wonen. Nooit. Boris ziet daar een ‘uitdaging’. Dat kun je je ook wel voorstellen, maar om nou te gaan wonen in een land dat eerder al zo graag oorlog maakte in, noem maar op, Vietnam, Chili, Irak, Afghanistan, en dat ook oorlog wil voeren in Iran...
Wat heeft Amerika ons geschonken? Ze hebben indertijd niet Hitler verslagen, want dat hebben de Russen gedaan. Ze hebben ons hoogstens behoed voor een communistische overheersing, die waarschijnlijk nog heel wat erger zou zijn geweest dan de nazistische.
Verder is de jazz Amerikaans van oorsprong.
En ze hebben de filmkunst vermoord met hun christenrijmelarij en hun Clint Eastwoods of hoe heten al die heldhaftige dirty Harry’s ook.
Verder: nou, niets, als je het mij vraagt. Er bestaat bijvoorbeeld niet zoiets als Amerikaanse humor. Amerikaanse literatuur? Die bestaat eigenlijk ook niet. Amerikaanse beeldende kunst? Die bestaat ook nauwelijks.
Als ik dit land zou moeten verlaten, zou ik naar Engeland gaan, of naar Duitsland of Frankrijk of naar de Fiji Eilanden misschien. Naar Amerika zou ik nooit gaan. Niks te beleven daar.
Ik zou in zo’n geval nooit in Amerika willen wonen. Nooit. Boris ziet daar een ‘uitdaging’. Dat kun je je ook wel voorstellen, maar om nou te gaan wonen in een land dat eerder al zo graag oorlog maakte in, noem maar op, Vietnam, Chili, Irak, Afghanistan, en dat ook oorlog wil voeren in Iran...
Wat heeft Amerika ons geschonken? Ze hebben indertijd niet Hitler verslagen, want dat hebben de Russen gedaan. Ze hebben ons hoogstens behoed voor een communistische overheersing, die waarschijnlijk nog heel wat erger zou zijn geweest dan de nazistische.
Verder is de jazz Amerikaans van oorsprong.
En ze hebben de filmkunst vermoord met hun christenrijmelarij en hun Clint Eastwoods of hoe heten al die heldhaftige dirty Harry’s ook.
Verder: nou, niets, als je het mij vraagt. Er bestaat bijvoorbeeld niet zoiets als Amerikaanse humor. Amerikaanse literatuur? Die bestaat eigenlijk ook niet. Amerikaanse beeldende kunst? Die bestaat ook nauwelijks.
Als ik dit land zou moeten verlaten, zou ik naar Engeland gaan, of naar Duitsland of Frankrijk of naar de Fiji Eilanden misschien. Naar Amerika zou ik nooit gaan. Niks te beleven daar.
Omhels me!
‘Ik heb vanmiddag ‘claudatio intermittens’ eens opgezocht, Ben. Eng om zoiets te hebben.’
‘Etalagebenen, ja ja. Wat er eng aan is, ontgaat mij.’
‘Wat je dan te lezen krijgt! Aderen die niet meer bloed kunnen toevoeren enzovoorts.’
‘Adertjes.’
‘Ja goed. Maar toch.’
‘We worden allemaal ouder, is wat ik zeg, Sarah.’
‘Je wilt zeggen: het is niet zo serieus?’
‘Het is natuurlijk wel serieus, om het zo maar te zeggen. Als wij gaan wandelen, moet ik om de 250 meter tegen je zeggen: even stoppen.’
‘En dan stop je. Je staat stil.’
‘En dan neem ik de wereld even in me op. Een volle minuut lang, en dan kan ik weer verder lopen.’
‘Je zegt dan vaak: kijk, daar loopt een kwartel. Of een parkietje! Dus ik kijken, maar ik zie niks.’
‘Dat zijn ook verrotte excuses. Eigenlijk wil ik steeds zeggen: omhels me, Sarah.’
‘Dus steeds als je pijn hebt aan je kuiten...’
‘Ja.’
‘O schabberdebabbel. Dat doen we dan toch voortaan?’
‘Etalagebenen, ja ja. Wat er eng aan is, ontgaat mij.’
‘Wat je dan te lezen krijgt! Aderen die niet meer bloed kunnen toevoeren enzovoorts.’
‘Adertjes.’
‘Ja goed. Maar toch.’
‘We worden allemaal ouder, is wat ik zeg, Sarah.’
‘Je wilt zeggen: het is niet zo serieus?’
‘Het is natuurlijk wel serieus, om het zo maar te zeggen. Als wij gaan wandelen, moet ik om de 250 meter tegen je zeggen: even stoppen.’
‘En dan stop je. Je staat stil.’
‘En dan neem ik de wereld even in me op. Een volle minuut lang, en dan kan ik weer verder lopen.’
‘Je zegt dan vaak: kijk, daar loopt een kwartel. Of een parkietje! Dus ik kijken, maar ik zie niks.’
‘Dat zijn ook verrotte excuses. Eigenlijk wil ik steeds zeggen: omhels me, Sarah.’
‘Dus steeds als je pijn hebt aan je kuiten...’
‘Ja.’
‘O schabberdebabbel. Dat doen we dan toch voortaan?’
Match of the day
‘Jij kijkt niet naar het Duitse, het Belgische of het Nederlandse voetbal. Jij kijkt alleen naar het Engelse voetbal.’
‘Dat komt omdat de BBC het doet.’
‘Leg uit, Ben.’
‘Ten eerste hebben ze daar uitsluitend goede commentatoren en goede analysten en goede presentatoren. Je hebt de indruk dat je daar niet als commentator komt te zitten als je alleen maar uitroept: wat een mooie goal!, zoals hier te lande gebruikelijk is. Zo’n Engelse commentator moet duidelijk verstand hebben van voetbal.’
‘Je zegt, met andere woorden: de Nederlandse commentatoren hebben er geen verstand van.’
‘Krek. Daar komt de beeldregie nog eens bij. Als een speler een overtreding maakt, of niet maakt, komt die situatie uitgebreid vanuit verschillende hoeken in beeld. En het maakt de BBC niet uit of het een speler is van Man United, van Chelsea of van Reading of Derby. Ze tonen de situatie. Die eerlijkheid vind ik heel verfrissend. Ik herinner me dat John de Mol bij het begin van Talpa zei: wij gaan dat voetbal op een meer Engelse manier laten zien. Dat benieuwde me, ik heb de eerste keer ook gekeken naar zijn manier van vertonen van het Nederlandse voetbal. Er klopte niets van, natuurlijk. Het was nog erger dan Studio Sport. Close-ups van spelers als je juist behoefte had aan algemene overzichten, stuitend gelul van commentatoren. Noem het maar op.’
‘Maar goed dat Talpa over is.’
‘Talpa is nog helemaal niet over, lief. Talpa wordt sterker en sterker. Die John de Mol-achtige manier van tv maken wint grond en is daarmee een bedreiging...’
‘Zeg het maar gewoon zoals je het op de lippen hebt liggen, Ben.’
‘Voor de volksgezondheid, Sarah.’
‘Dat komt omdat de BBC het doet.’
‘Leg uit, Ben.’
‘Ten eerste hebben ze daar uitsluitend goede commentatoren en goede analysten en goede presentatoren. Je hebt de indruk dat je daar niet als commentator komt te zitten als je alleen maar uitroept: wat een mooie goal!, zoals hier te lande gebruikelijk is. Zo’n Engelse commentator moet duidelijk verstand hebben van voetbal.’
‘Je zegt, met andere woorden: de Nederlandse commentatoren hebben er geen verstand van.’
‘Krek. Daar komt de beeldregie nog eens bij. Als een speler een overtreding maakt, of niet maakt, komt die situatie uitgebreid vanuit verschillende hoeken in beeld. En het maakt de BBC niet uit of het een speler is van Man United, van Chelsea of van Reading of Derby. Ze tonen de situatie. Die eerlijkheid vind ik heel verfrissend. Ik herinner me dat John de Mol bij het begin van Talpa zei: wij gaan dat voetbal op een meer Engelse manier laten zien. Dat benieuwde me, ik heb de eerste keer ook gekeken naar zijn manier van vertonen van het Nederlandse voetbal. Er klopte niets van, natuurlijk. Het was nog erger dan Studio Sport. Close-ups van spelers als je juist behoefte had aan algemene overzichten, stuitend gelul van commentatoren. Noem het maar op.’
‘Maar goed dat Talpa over is.’
‘Talpa is nog helemaal niet over, lief. Talpa wordt sterker en sterker. Die John de Mol-achtige manier van tv maken wint grond en is daarmee een bedreiging...’
‘Zeg het maar gewoon zoals je het op de lippen hebt liggen, Ben.’
‘Voor de volksgezondheid, Sarah.’
woensdag 15 augustus 2007
Händel
De Engelsen, of laat ik zeggen: de betere Engelse kringen, zijn geneigd om Händel hoger in te schatten dan Bach. Dat is eigenlijk merkwaardig. Natuurlijk was Händel een goede componist, maar... er ontbreekt iets aan. Er ontbreekt hetzelfde aan als bij de Italiaanse barokcomponisten, uitgezonderd misschien Corelli en soms Vivaldi.
Bach is ‘moeilijker’ dan al die anderen. Als u piano speelt, zult u het begrijpen. Neem nu cantate BWV 140. In het derde of vierde deel van die cantate zingt de bariton. Hij heeft een achtergrond van strijkers die een zo verschillende melodie voeren, dat je regelrecht verbaasd staat als je het voor de eerste keer hoort. Het is alsof een zanger van de Beatles ‘Yesterday’ zingt, met begeleiding van Black Sabbath. Bach doet dat soort dingen vaak. De anderen maken een ‘mooie’ begeleiding die keurig past bij de melodie.
Toch vinden de Engelsen Händel een groter componist dan Bach. Misschien omdat Händel in Engeland heeft gewerkt, wie zal het zeggen.
Hier verschillen onze smaken dus. Ik zet ’s ochtends na het opstaan een rij partita’s en cantates op, genoeg voor de hele dag. Ik weet dan: deze dag wordt weer een goede dag. Dat zou ik nooit met Händels concerti grossi doen.
Bach is ‘moeilijker’ dan al die anderen. Als u piano speelt, zult u het begrijpen. Neem nu cantate BWV 140. In het derde of vierde deel van die cantate zingt de bariton. Hij heeft een achtergrond van strijkers die een zo verschillende melodie voeren, dat je regelrecht verbaasd staat als je het voor de eerste keer hoort. Het is alsof een zanger van de Beatles ‘Yesterday’ zingt, met begeleiding van Black Sabbath. Bach doet dat soort dingen vaak. De anderen maken een ‘mooie’ begeleiding die keurig past bij de melodie.
Toch vinden de Engelsen Händel een groter componist dan Bach. Misschien omdat Händel in Engeland heeft gewerkt, wie zal het zeggen.
Hier verschillen onze smaken dus. Ik zet ’s ochtends na het opstaan een rij partita’s en cantates op, genoeg voor de hele dag. Ik weet dan: deze dag wordt weer een goede dag. Dat zou ik nooit met Händels concerti grossi doen.
Uu
Het moet de Nederlandse liedjesschrijvers wel bekend zijn, maar ik zeg het nog maar eens: maak geen rijm op uren, sturen, schuren enzovoorts. Desastreus. Alles kan, een refrein op eu, op desnoods au, maar uu. Dat kan niet.
Bom in Rusland (2)
Dus jij denkt dat Georgië...?’
‘Nee, Sarah. Dat denk ik niet, en iedereen weet ook dat Georgië niet achter zo’n bommenzaak zit.’
‘Maar tóch zei je net dat Georgië erachter zit.’
‘Ja. Kijk. Daar heeft Rusland al een paar eeuwen traditie mee. Met vechten bedoel ik, in die regio. Ze zijn Georgië nu kwijt. Ze willen dat land weer terug hebben. Dus ze laten een sul van de FSB een bom plaatsen. Die ontploft. Dan pakken ze een stelletje Georgiërs op, die Georgiërs bekennen natuurlijk, en ze worden ter dood veroordeeld. Wacht maar even hoe dat gaat. Want daar heeft Rusland ook een rijke traditie in. Het resultaat: Rusland heeft een mooie reden om Georgië weer in te nemen.’
‘Jij denkt dat dat zomaar gaat!’
‘Dat gaat zomaar, ja. Of nou ja, er moet eerst oorlog gevoerd worden, met een hoop doden en zo en een hoop bommen. Maar dit is mijn voorspelling.’
‘Nee, Sarah. Dat denk ik niet, en iedereen weet ook dat Georgië niet achter zo’n bommenzaak zit.’
‘Maar tóch zei je net dat Georgië erachter zit.’
‘Ja. Kijk. Daar heeft Rusland al een paar eeuwen traditie mee. Met vechten bedoel ik, in die regio. Ze zijn Georgië nu kwijt. Ze willen dat land weer terug hebben. Dus ze laten een sul van de FSB een bom plaatsen. Die ontploft. Dan pakken ze een stelletje Georgiërs op, die Georgiërs bekennen natuurlijk, en ze worden ter dood veroordeeld. Wacht maar even hoe dat gaat. Want daar heeft Rusland ook een rijke traditie in. Het resultaat: Rusland heeft een mooie reden om Georgië weer in te nemen.’
‘Jij denkt dat dat zomaar gaat!’
‘Dat gaat zomaar, ja. Of nou ja, er moet eerst oorlog gevoerd worden, met een hoop doden en zo en een hoop bommen. Maar dit is mijn voorspelling.’
dinsdag 14 augustus 2007
Nabokov
Ik herlees elke vijf of zeven jaar het gehele werk van Nabokov. Het allerallerallermooiste dus wat er ooit is geschreven. Daar ga ik morgen weer mee beginnen, dus u kunt wel nagaan dat ik ‘opgewonden’ ben.
Ik ga beginnen met ‘Pnin’, dan neem ik ‘Invitation to a beheading’, dan ‘The eye’ en dan ‘Ada’. Als ik dat uit heb, herlees ik het heerlijke ‘Lolita’. Dan zijn korte verhalen. En dan de rest.
Nabokov is de schrijver die mij het meeste plezier bezorgt.
Ik ga beginnen met ‘Pnin’, dan neem ik ‘Invitation to a beheading’, dan ‘The eye’ en dan ‘Ada’. Als ik dat uit heb, herlees ik het heerlijke ‘Lolita’. Dan zijn korte verhalen. En dan de rest.
Nabokov is de schrijver die mij het meeste plezier bezorgt.
Bom in Rusland
Als er een bom ontploft in Rusland, moet je je natuurlijk altijd afvragen of het een terreurdaad van buiten de Sovjet, pardon. Van buiten Rusland is. Bijvoorbeeld van een stel Tsjetsjenen. Of een stel Georgiërs. Nietwaar, dat zou ook best kunnen.
Maar je moet op de eerste plaats even onderzoeken of de FSB, de vroegere KGB, de bom niet heeft geplaatst. Zoals ze al gebouwen hebben opgeblazen, waarna de oorlog in Tsjetsjenië kon doorgaan. Zoals ze Politkovskaja hebben vermoord. Enzovoorts.
Dat ze die bommenzaak niet overlaten aan de politie, maar direct de FSB het onderzoek laten doen, is een aanwijzing.
Maar je moet op de eerste plaats even onderzoeken of de FSB, de vroegere KGB, de bom niet heeft geplaatst. Zoals ze al gebouwen hebben opgeblazen, waarna de oorlog in Tsjetsjenië kon doorgaan. Zoals ze Politkovskaja hebben vermoord. Enzovoorts.
Dat ze die bommenzaak niet overlaten aan de politie, maar direct de FSB het onderzoek laten doen, is een aanwijzing.
‘Nothing.’
De Belgische tv heeft soms geweldige documentaires. Vanavond hadden ze er een over primordiale dwergen. Dat zijn mensen van zeg 1 meter lang. Ze worden doorgaans niet ouder dan 30. Het zijn de kleinste mensen op deze wereld.
Een van die dwergen, een meisje van 12 jaar, werd gevraagd: ‘How tall are you?’
Ze zegt: ‘Nothing.’
Ze gooit een pop van zich af, en krult zich op. Haar gezicht heeft de meest treurige uitdrukking.
‘Is that how you see yourself?’
‘Yes. A nothing.’
Ik kon het er niet droog bij houden: het is altijd verschrikkelijk als je ziet dat iemand uiteindelijk zelfmoord zal plegen. Wat ze wel of niet gedaan heeft, dat weet ik niet.
Een van die dwergen, een meisje van 12 jaar, werd gevraagd: ‘How tall are you?’
Ze zegt: ‘Nothing.’
Ze gooit een pop van zich af, en krult zich op. Haar gezicht heeft de meest treurige uitdrukking.
‘Is that how you see yourself?’
‘Yes. A nothing.’
Ik kon het er niet droog bij houden: het is altijd verschrikkelijk als je ziet dat iemand uiteindelijk zelfmoord zal plegen. Wat ze wel of niet gedaan heeft, dat weet ik niet.
maandag 13 augustus 2007
Late berichten
Ik ben er meestal laat bij, midden in de nacht. Nu is het ook alweer 1 uur. Dat komt, overdag lees ik, doe ik mijn huishouden, wandel ik een half uurtje, praat ik met de buren (ik ga morgen eens naar mijn nieuwe buurvrouw toe), doe mijn boodschappen, neem mijn medicijnen enzovoorts.
’s Avonds kijk ik meestal wat tv. Vanavond heb ik naar Zomergasten gekeken. Daar hadden ze vanavond Christine van Broeckhoven, een Belgische wetenschapster. Een interessante vrouw die Alzheimer onderzoekt. Ze kent, denk ik, onze minister van onderwijs.
Dus daarom. Ik ga het internet pas daarna op.
’s Avonds kijk ik meestal wat tv. Vanavond heb ik naar Zomergasten gekeken. Daar hadden ze vanavond Christine van Broeckhoven, een Belgische wetenschapster. Een interessante vrouw die Alzheimer onderzoekt. Ze kent, denk ik, onze minister van onderwijs.
Dus daarom. Ik ga het internet pas daarna op.
zondag 12 augustus 2007
Polderliteratuur
‘Daar zou volgens NOVA sprake van zijn, Ben.’
‘En daar komen ze zomaar op, midden in de zomer. Het zou een nieuwe richting zijn in onze letteren. Ze noemen twee beginnende schrijvers, de een met een boek dat speelt in wat vroeger de Bollenstreek heette, de ander met een boek dat in Jisp of Zijpe of Purmerland speelt. En dat zijn echt geen streekromans, werd ons verzekerd. En dat geheel werd opgezomerd door, god hoe heet die schrijver ook, van ik meen Knielen in een bed van violen. Dat boek won twee of drie jaar geleden een prijs. Een grove blunder van de jury, omdat de man eenvoudig niet schrijven kan. Hij kán het gewoon niet.’
‘Dat lijkt mij ook, ja. Hij zat nu in NOVA te zaniken over de ‘omgeving’ waar wij Nederlanders langzamerhand weer meer ‘aandacht’ voor kregen.’
‘Alsof wij die aandacht nooit gehad hadden. Hij zat ook te praten over de ‘natuur’, wat ook heel belangrijk is, dat spreekt. Een van die beginnende schrijvers zei nog iets over gras. Gras was ook natuur, zei hij. Alsof ooit iemand dat had ontkend.’
‘Ik heb ooit gelezen dat een gemiddeld stukje grasland 28 soorten gras heeft.’
‘Ja, dat klopt. Geen schrijver die zich daaraan waagt. Gras is groen, en dat is perfect voldoende voor zulk soort schrijvers.’
‘Maar neem nou dat boek over de Bollenstreek.’
‘Tja. Zo’n boek moet even goed zijn als een boek dat speelt in het Ruhrgebied of de Rijnmond of in New York. Ik ken dat boek niet, hoor. Ik lees de moderne literatuur niet zo. Ik lees boeken pas als ze een jaar of vijftien twintig geleden zijn uitgekomen. Ik heb bijvoorbeeld net De walgvogel van Wolkers gelezen.’
‘En?’
‘Ik had beter een ander boek kunnen lezen. Een slecht boek vond ik het. Dat zal ook wel polderliteratuur zijn, denk je ook niet, Sarah?’
‘En daar komen ze zomaar op, midden in de zomer. Het zou een nieuwe richting zijn in onze letteren. Ze noemen twee beginnende schrijvers, de een met een boek dat speelt in wat vroeger de Bollenstreek heette, de ander met een boek dat in Jisp of Zijpe of Purmerland speelt. En dat zijn echt geen streekromans, werd ons verzekerd. En dat geheel werd opgezomerd door, god hoe heet die schrijver ook, van ik meen Knielen in een bed van violen. Dat boek won twee of drie jaar geleden een prijs. Een grove blunder van de jury, omdat de man eenvoudig niet schrijven kan. Hij kán het gewoon niet.’
‘Dat lijkt mij ook, ja. Hij zat nu in NOVA te zaniken over de ‘omgeving’ waar wij Nederlanders langzamerhand weer meer ‘aandacht’ voor kregen.’
‘Alsof wij die aandacht nooit gehad hadden. Hij zat ook te praten over de ‘natuur’, wat ook heel belangrijk is, dat spreekt. Een van die beginnende schrijvers zei nog iets over gras. Gras was ook natuur, zei hij. Alsof ooit iemand dat had ontkend.’
‘Ik heb ooit gelezen dat een gemiddeld stukje grasland 28 soorten gras heeft.’
‘Ja, dat klopt. Geen schrijver die zich daaraan waagt. Gras is groen, en dat is perfect voldoende voor zulk soort schrijvers.’
‘Maar neem nou dat boek over de Bollenstreek.’
‘Tja. Zo’n boek moet even goed zijn als een boek dat speelt in het Ruhrgebied of de Rijnmond of in New York. Ik ken dat boek niet, hoor. Ik lees de moderne literatuur niet zo. Ik lees boeken pas als ze een jaar of vijftien twintig geleden zijn uitgekomen. Ik heb bijvoorbeeld net De walgvogel van Wolkers gelezen.’
‘En?’
‘Ik had beter een ander boek kunnen lezen. Een slecht boek vond ik het. Dat zal ook wel polderliteratuur zijn, denk je ook niet, Sarah?’
zaterdag 11 augustus 2007
Who’s afraid of ...?
‘In de 19e eeuw hadden de Russen stukken van Ostrovski. Uitermate simpele stukken die een enorm succes hadden in alle theaters. Dat soort toneelstukken wordt niet meer geschreven, denk ik.’
‘Ze worden vast nog wel geschreven, maar ze worden niet meer opgevoerd door het Nationele Toneel. Alleen nog door plaatselijke amateurverenigingen. De onbetrouwbare accountant, dat soort titels, door J.W.F. Keukenmeester of K. de Grouw.’
‘Dat soort dingen kom je niet meer tegen op de buhne, nee, maar je komt het nog wel tegen in de Amerikaanse film.’
‘Daar had ik nog niet bij stilgestaan. Maar dat bedoel ik niet helemaal. Ik hoef geen happy endings. Je kunt je zo’n accountant voorstellen die eenvoudig zegt: ik ben een onbetrouwbare accountant, maar ik ben toch ook een mens!’
‘Heerlijke zin.’
‘Ja, en die accountant werkt voor een even onbetrouwbare zakenman. Enzovoorts, zijn vrouw heeft een hartje van goud. Aan het eind van het stuk moet de accountant de gevangenis in, maar de vrouw wacht, geheel monogaam, totdat hij weer vrij komt. Mijn vraag is: waarom wordt dat soort stukken niet meer geschreven?’
‘Omdat Reinhard van Leeuwen, of hoe heet die regisseur, zegt: dat soort toneel doen wij niet meer. Dat soort toneel is prut. Wij hebben volgende maand een stuk van een onbekende Oostenrijker en dat gaat over heipalen. De invloed van heipalen op onze multiculturele samenleving. Of iets dergelijks.’
‘Het is jammer. Want hoe meer simpele stukken er geschreven worden, hoe meer rotzooi - er komt een dag waarop een jongeman uit Velp of Nieuwegein aankomt met een schitterend simpel stuk.’
‘Ze worden vast nog wel geschreven, maar ze worden niet meer opgevoerd door het Nationele Toneel. Alleen nog door plaatselijke amateurverenigingen. De onbetrouwbare accountant, dat soort titels, door J.W.F. Keukenmeester of K. de Grouw.’
‘Dat soort dingen kom je niet meer tegen op de buhne, nee, maar je komt het nog wel tegen in de Amerikaanse film.’
‘Daar had ik nog niet bij stilgestaan. Maar dat bedoel ik niet helemaal. Ik hoef geen happy endings. Je kunt je zo’n accountant voorstellen die eenvoudig zegt: ik ben een onbetrouwbare accountant, maar ik ben toch ook een mens!’
‘Heerlijke zin.’
‘Ja, en die accountant werkt voor een even onbetrouwbare zakenman. Enzovoorts, zijn vrouw heeft een hartje van goud. Aan het eind van het stuk moet de accountant de gevangenis in, maar de vrouw wacht, geheel monogaam, totdat hij weer vrij komt. Mijn vraag is: waarom wordt dat soort stukken niet meer geschreven?’
‘Omdat Reinhard van Leeuwen, of hoe heet die regisseur, zegt: dat soort toneel doen wij niet meer. Dat soort toneel is prut. Wij hebben volgende maand een stuk van een onbekende Oostenrijker en dat gaat over heipalen. De invloed van heipalen op onze multiculturele samenleving. Of iets dergelijks.’
‘Het is jammer. Want hoe meer simpele stukken er geschreven worden, hoe meer rotzooi - er komt een dag waarop een jongeman uit Velp of Nieuwegein aankomt met een schitterend simpel stuk.’
vrijdag 10 augustus 2007
Afkortingen
DDR: Democratische Duitse Republiek.
DRC: Democratische Republiek Congo.
PVV: Partij voor de Vrijheid.
DRC: Democratische Republiek Congo.
PVV: Partij voor de Vrijheid.
Schaamte
Ik heb de koran niet gelezen, en daar schaam ik me niet voor. Ik heb geen enkel godsdienstig boek gelezen. Van mijn lijstje is Corelli, net als Bach, een componist. Magritte is een schilder. Ik heb al wel gezien dat er op internet zo’n 50 of 60 werken van hem te zien zijn. De rest van mijn lijstje is schrijver. Je hoeft je helemaal niet te schamen omdat je nooit iets van ze gelezen hebt.
Daar zou ik vijftien twintig jaar geleden anders over gedacht hebben. In die tijd zou ik alle contact met ‘andersdenkenden’ direct hebben verbroken. Ik vond het uiterst belangrijk dat de mensen met wie ik omging, net als ik, ook Nabokov of Perec lazen. Wat een arrogantie, vind je ook niet?
Tegenwoordig zeg ik alleen maar: ik vind dit of dat mooi. Vindt u dat niet zo mooi? Dat is mij ook goed. Het leven wordt er wat simpeler door, geloof ik, en ook wat eenzamer.
Ik heb een nieuwe buurvrouw, kan ik je melden! Het is een ongeveer 65 jaar oude vrouw, een beetje verlopen type zigeunerin. Ze zei dat ze eerst in Alkmaar woonde, maar daar ongelukkig was, en nu (ze is een geboren Egmondse) in vrede wil leven. ‘Dat wil ik ook, en dat kun je hier goed,’ zei ik. Toen ik haar een hand wilde geven, gaf ze me haar linkerhand omdat ze in haar rechterhand een sjekkie had.
‘Hoe heet die jongen van nummer 6?’ vroeg ze.
‘Umm, ik kan niet op zijn naam komen,’ zei ik.
‘Is hij wel in orde?’
‘Oja hoor. Hij zet elke donderdag de vuilnis klaar voor de ophalers, en dan zet hij de volgende vrijdag de bakken weer terug.’
‘In zijn eentje?’
‘Ja.’
‘Dan moet hij wel deugen.’
Ik weet haar naam nog niet, maar ik zal wel meer vertellen over haar.
Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik nog nooit gebarbecued heb. Dat is eten in gezelschap, buiten, heb ik eens begrepen. Mijn depressieve natuur zegt me dat je binnen moet eten, bij voorkeur op een keukentafel waarop ook een boek ligt dat je tijdens het eten kunt lezen. Zo eet ik elke dag, al jaren. Gerard Reve zei eens dat eten in een restaurant hem pornografisch toescheen, en dat ben ik wel een beetje met hem eens. Hetzelfde met barbecueën.
Maar ook dit verandert. Ik zal vast nog eens gevraagd worden voor een buurtbarbecue, en dan ga ik natuurlijk niet zeggen: o nee, dat nooit!, zoals ik vroeger gewoon was te doen, in the times of my bloody arrogance.
Daar zou ik vijftien twintig jaar geleden anders over gedacht hebben. In die tijd zou ik alle contact met ‘andersdenkenden’ direct hebben verbroken. Ik vond het uiterst belangrijk dat de mensen met wie ik omging, net als ik, ook Nabokov of Perec lazen. Wat een arrogantie, vind je ook niet?
Tegenwoordig zeg ik alleen maar: ik vind dit of dat mooi. Vindt u dat niet zo mooi? Dat is mij ook goed. Het leven wordt er wat simpeler door, geloof ik, en ook wat eenzamer.
Ik heb een nieuwe buurvrouw, kan ik je melden! Het is een ongeveer 65 jaar oude vrouw, een beetje verlopen type zigeunerin. Ze zei dat ze eerst in Alkmaar woonde, maar daar ongelukkig was, en nu (ze is een geboren Egmondse) in vrede wil leven. ‘Dat wil ik ook, en dat kun je hier goed,’ zei ik. Toen ik haar een hand wilde geven, gaf ze me haar linkerhand omdat ze in haar rechterhand een sjekkie had.
‘Hoe heet die jongen van nummer 6?’ vroeg ze.
‘Umm, ik kan niet op zijn naam komen,’ zei ik.
‘Is hij wel in orde?’
‘Oja hoor. Hij zet elke donderdag de vuilnis klaar voor de ophalers, en dan zet hij de volgende vrijdag de bakken weer terug.’
‘In zijn eentje?’
‘Ja.’
‘Dan moet hij wel deugen.’
Ik weet haar naam nog niet, maar ik zal wel meer vertellen over haar.
Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik nog nooit gebarbecued heb. Dat is eten in gezelschap, buiten, heb ik eens begrepen. Mijn depressieve natuur zegt me dat je binnen moet eten, bij voorkeur op een keukentafel waarop ook een boek ligt dat je tijdens het eten kunt lezen. Zo eet ik elke dag, al jaren. Gerard Reve zei eens dat eten in een restaurant hem pornografisch toescheen, en dat ben ik wel een beetje met hem eens. Hetzelfde met barbecueën.
Maar ook dit verandert. Ik zal vast nog eens gevraagd worden voor een buurtbarbecue, en dan ga ik natuurlijk niet zeggen: o nee, dat nooit!, zoals ik vroeger gewoon was te doen, in the times of my bloody arrogance.
donderdag 9 augustus 2007
Nooit meer
‘En nu wil ik niet meer horen over die gruwelijke Geert W., Sarah.’
‘Maar hij had toch een beetje gelijk met die koran, toch?’
‘Tuurlijk. Weg met de koran. Weg met de thora. Weg met de bijbel. Weg met Céline. Weg met Kuifje. Weg met Shakespeare. Weg met Kabasa.’
‘Wie is Kabasa in godsnaam?’
‘Kabasa is een onbekende Japanse schrijver. Schreef een boekje over de kamikazi’s enzovoorts.’
‘En dat heb jij gelezen?’
‘Ja. Net zoals ik ‘Mein Kampf’ gelezen heb. Met moeite overigens. Niet omdat het zo moeilijk Duits was, maar omdat het zo langdradig geschreven was. Zo langdradig dat ik me niets meer herinner van wat erin staat. Ik herinner me nog wel dat het in dat Duitse priegelschrift gedrukt was, maar wat Hitler nu precies wilde beweren...’
‘Ander onderwerp. De PvdA.’
‘Da’s een partij die nu wel over the hill is, neem ik aan. Geen bescherming bieden voor je eigen mensen, die jongen van die ex-moslim beweging. Dan ben je heel fout bezig. Ik denk dat de SP de nieuwe PvdA wordt.’
‘En je hebt toch jarenlang zelf PvdA gestemd.’
‘Ja. Maar ik stem nu Groen Links. Dat zouden meer mensen moeten doen.’
‘Maar hij had toch een beetje gelijk met die koran, toch?’
‘Tuurlijk. Weg met de koran. Weg met de thora. Weg met de bijbel. Weg met Céline. Weg met Kuifje. Weg met Shakespeare. Weg met Kabasa.’
‘Wie is Kabasa in godsnaam?’
‘Kabasa is een onbekende Japanse schrijver. Schreef een boekje over de kamikazi’s enzovoorts.’
‘En dat heb jij gelezen?’
‘Ja. Net zoals ik ‘Mein Kampf’ gelezen heb. Met moeite overigens. Niet omdat het zo moeilijk Duits was, maar omdat het zo langdradig geschreven was. Zo langdradig dat ik me niets meer herinner van wat erin staat. Ik herinner me nog wel dat het in dat Duitse priegelschrift gedrukt was, maar wat Hitler nu precies wilde beweren...’
‘Ander onderwerp. De PvdA.’
‘Da’s een partij die nu wel over the hill is, neem ik aan. Geen bescherming bieden voor je eigen mensen, die jongen van die ex-moslim beweging. Dan ben je heel fout bezig. Ik denk dat de SP de nieuwe PvdA wordt.’
‘En je hebt toch jarenlang zelf PvdA gestemd.’
‘Ja. Maar ik stem nu Groen Links. Dat zouden meer mensen moeten doen.’
Over Geert W., de koran en zo verder
‘Heb jij de koran gelezen, Ben?’
‘Nee. Net zo min als Geert W. hem gelezen heeft. Ik ken de bijbel ook niet.’
‘Daar ken je toch wel bepaalde verhalen uit?’
‘Natuurlijk. Het brandende braambos. De kruisiging. Sodom en Gomorra. Adam en Eva. Maar die verhalen hebben nooit enige invloed op me gehad. Ik had al vroeg door dat het zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen waren. Dingen die niet konden. Dat zal met de koran of de thora precies hetzelfde zijn, neem ik aan.’
‘Toch zeggen mensen als Bos en Balkenende dat wij leven in een joods-christelijke maatschappij.’
‘Zeggen Bos en Balkenende dat?’
‘Ja, of nou ja. Dat soort mensen zegt het.’
‘Dat komt dan omdat ze in een andere wereld leven dan ik. Of laat ik het preciezer formuleren: ze pretenderen dat wij in zo een wereld leven. Bush zegt het ook, Blair zegt het ook. En, zeggen ze er meteen achteraan, we moeten die wereld verdedigen.’
‘Tegen de Russen bijvoorbeeld?’
‘Dat was nog een redelijke dreiging. Rusland had bommen en zo. Nee, tegen de terreur. Dus dan komt er een nationale terreurcoördinator aan te pas, een man die natuurlijk niets doet. En er komen absurde paspoortcontrôles op Schiphol, noem maar op. Uiteraard moeten politici enorm beveiligd worden, wat ook onzin is natuurlijk.’
‘En die jongen dan van die vereniging voor ex-moslims?’
‘Dat was een inschattingsfoutje van onze nationale terreurcoördinator. Die had natuurlijk een paar maanden zitten slapen, zoals de politie ook had zitten slapen. Natuurlijk had die jongen meteen beveiliging moeten krijgen toen ie een paar maanden geleden bekend maakte dat hij met zo’n vereniging begon. Die jongen heeft meer recht op beveiliging dan Geert W.’
‘En hoeveel zou dat ons, belastingbetalers, nou kosten, die Geert W.?’
‘Dat zou ik wel eens willen weten, ja. Hoeveel miljoenen we wegsmijten aan dat stuk ongeluk. Ongetwijfeld wordt hij bedreigd, maar als je ziet waar hij rechtzaken tegen aanspant...’
‘Je bedoelt, die kunstenaar die memorials maakte?’
‘Ja. Belachelijk om dat als bedreiging te zien. Hij kan dan evengoed mijn wens dat hij de kanker mag krijgen als een bedreiging zien. Plus dit. Hij gebruikt beledigende taal omdat hij beveiligd wordt, veilig is.’
‘Laf dus.’
‘Ja. Ik vind dat gruwelijk laf. Sta op als een man en zeg dan iets, is mijn mening. Sta niet voortdurend gebukt in je schuilkelder.’
‘Wat is jouw advies dus aan Geert W.?’
‘Schaf die beveiliging af, Geert. Praat dan verder.’
‘Nee. Net zo min als Geert W. hem gelezen heeft. Ik ken de bijbel ook niet.’
‘Daar ken je toch wel bepaalde verhalen uit?’
‘Natuurlijk. Het brandende braambos. De kruisiging. Sodom en Gomorra. Adam en Eva. Maar die verhalen hebben nooit enige invloed op me gehad. Ik had al vroeg door dat het zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen waren. Dingen die niet konden. Dat zal met de koran of de thora precies hetzelfde zijn, neem ik aan.’
‘Toch zeggen mensen als Bos en Balkenende dat wij leven in een joods-christelijke maatschappij.’
‘Zeggen Bos en Balkenende dat?’
‘Ja, of nou ja. Dat soort mensen zegt het.’
‘Dat komt dan omdat ze in een andere wereld leven dan ik. Of laat ik het preciezer formuleren: ze pretenderen dat wij in zo een wereld leven. Bush zegt het ook, Blair zegt het ook. En, zeggen ze er meteen achteraan, we moeten die wereld verdedigen.’
‘Tegen de Russen bijvoorbeeld?’
‘Dat was nog een redelijke dreiging. Rusland had bommen en zo. Nee, tegen de terreur. Dus dan komt er een nationale terreurcoördinator aan te pas, een man die natuurlijk niets doet. En er komen absurde paspoortcontrôles op Schiphol, noem maar op. Uiteraard moeten politici enorm beveiligd worden, wat ook onzin is natuurlijk.’
‘En die jongen dan van die vereniging voor ex-moslims?’
‘Dat was een inschattingsfoutje van onze nationale terreurcoördinator. Die had natuurlijk een paar maanden zitten slapen, zoals de politie ook had zitten slapen. Natuurlijk had die jongen meteen beveiliging moeten krijgen toen ie een paar maanden geleden bekend maakte dat hij met zo’n vereniging begon. Die jongen heeft meer recht op beveiliging dan Geert W.’
‘En hoeveel zou dat ons, belastingbetalers, nou kosten, die Geert W.?’
‘Dat zou ik wel eens willen weten, ja. Hoeveel miljoenen we wegsmijten aan dat stuk ongeluk. Ongetwijfeld wordt hij bedreigd, maar als je ziet waar hij rechtzaken tegen aanspant...’
‘Je bedoelt, die kunstenaar die memorials maakte?’
‘Ja. Belachelijk om dat als bedreiging te zien. Hij kan dan evengoed mijn wens dat hij de kanker mag krijgen als een bedreiging zien. Plus dit. Hij gebruikt beledigende taal omdat hij beveiligd wordt, veilig is.’
‘Laf dus.’
‘Ja. Ik vind dat gruwelijk laf. Sta op als een man en zeg dan iets, is mijn mening. Sta niet voortdurend gebukt in je schuilkelder.’
‘Wat is jouw advies dus aan Geert W.?’
‘Schaf die beveiliging af, Geert. Praat dan verder.’
woensdag 8 augustus 2007
Geert W.
‘Hij gaat wel heel ver, vind je ook niet?’
‘Ja. Hij zegt, met andere woorden: weg met de islam. Dat is ook de enige bestaansgrond van zijn partij. Hij gaat steeds een stapje verder. Nu heeft hij nog maar één mogelijkheid: eisen dat alle islamieten Nederland verlaten. Ze uitzetten dus. Nederland voor de Nederlanders.’
‘Weet je wat ik niet begrijp?’
‘Nee.’
‘Waarom hij nog niet vermoord is.’
‘Dat begrijp ik ook niet, nee. Je gaat met een vriendenclubje na op welke adressen hij verblijft. Op een goede dag leid je de bewaking af, en je schiet hem neer.’
‘Dat zal wel niet zo simpel gaan.’
‘Welja jôh. Maar kennelijk is er geen islamiet te vinden voor zo’n klusje.’
‘Maar jij zou het niet erg vinden als hij vermoord zou worden.’
‘Nee hoor, ik zou er geen moment om rouwen. Eigen schuld, dikke bult. Het zou eigenlijk wel goed zijn voor ons land als zo iemand eens vermoord werd. Of nou ja, vermoord. Als hij bijvoorbeeld kanker kreeg, een paar maanden voor de volgende verkiezingen. Dat zou wel het beste zijn. Die ziekte wens ik trouwens aan meer politici toe.’
‘Ja. Hij zegt, met andere woorden: weg met de islam. Dat is ook de enige bestaansgrond van zijn partij. Hij gaat steeds een stapje verder. Nu heeft hij nog maar één mogelijkheid: eisen dat alle islamieten Nederland verlaten. Ze uitzetten dus. Nederland voor de Nederlanders.’
‘Weet je wat ik niet begrijp?’
‘Nee.’
‘Waarom hij nog niet vermoord is.’
‘Dat begrijp ik ook niet, nee. Je gaat met een vriendenclubje na op welke adressen hij verblijft. Op een goede dag leid je de bewaking af, en je schiet hem neer.’
‘Dat zal wel niet zo simpel gaan.’
‘Welja jôh. Maar kennelijk is er geen islamiet te vinden voor zo’n klusje.’
‘Maar jij zou het niet erg vinden als hij vermoord zou worden.’
‘Nee hoor, ik zou er geen moment om rouwen. Eigen schuld, dikke bult. Het zou eigenlijk wel goed zijn voor ons land als zo iemand eens vermoord werd. Of nou ja, vermoord. Als hij bijvoorbeeld kanker kreeg, een paar maanden voor de volgende verkiezingen. Dat zou wel het beste zijn. Die ziekte wens ik trouwens aan meer politici toe.’
Cowsbrook
‘Waarom zet je Kousbroek nou op nummer 10, Ben? Daar had je toch evengoed W.F. Hermans of T.C. Boyle of, weet ik veel, Tsjechov kunnen zetten. Of Karel van het Reve?’
‘Dat had ook gekund, ja. Maar Kousbroek heeft me bijgebracht dat je op de eerste plaats plezier moet beleven aan een boek. En hij noemde Perec en Queneau. Die ging ik lezen, en zo ging het verder. Maar dat je lol kunt hebben met een boek, dat heeft Kousbroek me bijgebracht.’
‘Lol. Dan denk ik aan de Verzamelde Werken van Joop Braakhekke.’
‘Bah nee. Sarah toch.’
‘Gordon en Jolink.’
‘Afgrijselijk. Nee, de lol die Kousbroek bedoelde is bijvoorbeeld het plezier dat je ziet als de schrijver iets heeft geschreven, dat precies aan de verwachtingen voldoet. Dus je hebt het boek uit, en dan zeg je: dit boek voldoet precies aan mijn verwachtingen. Perec voldoet daar precies aan. Hoewel je, toen je aan dat boek begon, die verwachtingen natuurlijk helemaal niet had. Waarom kan ik het nu niet uitleggen?’
‘Probeer het toch maar.’
‘Het is moeilijk. Je begint een boek te lezen en na één alinea al weet je: dit kan niets meer worden. Dostojevski is een goed voorbeeld. Maar je leest een verhaal van Tsjechov en dat verhaal neemt je mee. Of je leest een verhandeling van Karel van het Reve, of een verhaal van Boyle, of een column van Piet Grijs. Ze nemen je mee. Je leest het nog eens een keer, om te controleren of het meegenomen worden wel klopte. En het klopt. Waardoor dat komt? Door de manier van schrijven, dat moet wel. Zo heeft Jan Wolkers mij nooit kunnen bekoren, en dat zit hem in zijn ‘mannelijke’ manier van schrijven.’
‘Daarom hou je ook van Bach of Vivaldi of Corelli.’
‘Ja, ik denk het wel. Barokmuziek is hoogst vrouwelijke muziek.’
‘Dat had ook gekund, ja. Maar Kousbroek heeft me bijgebracht dat je op de eerste plaats plezier moet beleven aan een boek. En hij noemde Perec en Queneau. Die ging ik lezen, en zo ging het verder. Maar dat je lol kunt hebben met een boek, dat heeft Kousbroek me bijgebracht.’
‘Lol. Dan denk ik aan de Verzamelde Werken van Joop Braakhekke.’
‘Bah nee. Sarah toch.’
‘Gordon en Jolink.’
‘Afgrijselijk. Nee, de lol die Kousbroek bedoelde is bijvoorbeeld het plezier dat je ziet als de schrijver iets heeft geschreven, dat precies aan de verwachtingen voldoet. Dus je hebt het boek uit, en dan zeg je: dit boek voldoet precies aan mijn verwachtingen. Perec voldoet daar precies aan. Hoewel je, toen je aan dat boek begon, die verwachtingen natuurlijk helemaal niet had. Waarom kan ik het nu niet uitleggen?’
‘Probeer het toch maar.’
‘Het is moeilijk. Je begint een boek te lezen en na één alinea al weet je: dit kan niets meer worden. Dostojevski is een goed voorbeeld. Maar je leest een verhaal van Tsjechov en dat verhaal neemt je mee. Of je leest een verhandeling van Karel van het Reve, of een verhaal van Boyle, of een column van Piet Grijs. Ze nemen je mee. Je leest het nog eens een keer, om te controleren of het meegenomen worden wel klopte. En het klopt. Waardoor dat komt? Door de manier van schrijven, dat moet wel. Zo heeft Jan Wolkers mij nooit kunnen bekoren, en dat zit hem in zijn ‘mannelijke’ manier van schrijven.’
‘Daarom hou je ook van Bach of Vivaldi of Corelli.’
‘Ja, ik denk het wel. Barokmuziek is hoogst vrouwelijke muziek.’
Notenlezen
Toen ik twaalf of dertien jaar was, ging ik samen met mijn zus op guitaarles. Want dat wilde ik wel leren: ik zag mezelf al staan als een soort Jimi Hendrix. Zo wilde ik ook leren spelen. Mijn zus en ik dus naar de muziekschool in Alkmaar, waar een heer ons, in klasseverband, bijbracht hoe we een c- of f-akkoord dienden aan te slaan. Op zondagmiddag speelde onze pa (een eenvoudig loodgieter, maar hij kon ook behoorlijk piano spelen) op de piano, en daar zaten mijn zus en ik dan naast. Pa zei: ‘C!’ of ‘F klein!’ en wij sloegen die akkoorden dan aan. Je kunt wel nagaan dat die guitaarlessen niet lang geduurd hebben.
Wat later nam ik pianolessen van Peter Rijs. Eén ding weet ik nog precies: hoe het notenschrift in elkaar zit. Het is net als fietsen: dat verleer je niet meer.
Wat later nam ik pianolessen van Peter Rijs. Eén ding weet ik nog precies: hoe het notenschrift in elkaar zit. Het is net als fietsen: dat verleer je niet meer.
dinsdag 7 augustus 2007
Ik heb ’n beetje gelogen gisteren
In Fotoloos (2), bedoel ik. Bedankt overigens dat je ons meningsverschil zo sportief opvat, Matthijs. Ik zei in dat stukje dat een lijst van de tien beste kunstenaars tien schrijversnamen zou bevatten. Zoiets schrijf je omdat het zo leuk past in zo’n stukje. Maar het is natuurlijk niet helemaal waar. Tot de tien beste kunstenaars (i.e. de kunstenaars die mij het meeste plezier hebben gegeven) behoort bijvoorbeeld ook zeker J.S. Bach. Die staat zelfs op plaats één. En iemand als Arcangelo Corelli (wie noemt zijn kind nou ‘aartsengel’...?) komt op bijvoorbeeld plaats acht of tien.
Ik heb Bach ‘ontdekt’ op mijn 26ste jaar, in 1979. Dat kwam doordat een zus van mij, die pianolerares is, me meenam naar een klant van haar. Die klant had een video van Glenn Gould die Bach speelde. Ik was onmiddellijk betoverd en verslaafd aan Bach en aan Glenn Gould. Daarvoor had ik geen speciale muziekbelangstelling. Ik had wel 6 jaar pianoles gehad in mijn puberjaren, maar mijn pianoleraar vond toen nog dat zulke lessen het best gegeven konden worden door de leerling stukjes van Clementi te laten spelen. Ik probeerde in die jaren wel jazzakkoordjes aan te slaan, maar gaf geen blijk van enig talent. Verder hield ik wel van wat je nu ‘hard rock’ noemt: Cream, Jimi Hendrix, Deep Purple, noem maar op.
Toen ik Bach eenmaal had ontdekt, ging ik alles verzamelen op tape. Daar luister ik nog steeds naar: BWV 1053 en BWV 140 heb ik bijvoorbeeld vanmiddag nog gedraaid. Want je had natuurlijk niet gedacht dat ik al een iPod zou hebben.
Hier is mijn lijst:
1. J.S. Bach
2. Vladimir Nabokov
3. Georges Perec
4. James Joyce
5. René Magritte
6. Ivan Toergenjev
7. Raymond Queneau
8. Arcangelo Corelli
9. Multatuli
10. Wat moet je nu op 10 zetten? Nog een schrijver? Vooruit. Rudy Kousbroek.
Ik heb Bach ‘ontdekt’ op mijn 26ste jaar, in 1979. Dat kwam doordat een zus van mij, die pianolerares is, me meenam naar een klant van haar. Die klant had een video van Glenn Gould die Bach speelde. Ik was onmiddellijk betoverd en verslaafd aan Bach en aan Glenn Gould. Daarvoor had ik geen speciale muziekbelangstelling. Ik had wel 6 jaar pianoles gehad in mijn puberjaren, maar mijn pianoleraar vond toen nog dat zulke lessen het best gegeven konden worden door de leerling stukjes van Clementi te laten spelen. Ik probeerde in die jaren wel jazzakkoordjes aan te slaan, maar gaf geen blijk van enig talent. Verder hield ik wel van wat je nu ‘hard rock’ noemt: Cream, Jimi Hendrix, Deep Purple, noem maar op.
Toen ik Bach eenmaal had ontdekt, ging ik alles verzamelen op tape. Daar luister ik nog steeds naar: BWV 1053 en BWV 140 heb ik bijvoorbeeld vanmiddag nog gedraaid. Want je had natuurlijk niet gedacht dat ik al een iPod zou hebben.
Hier is mijn lijst:
1. J.S. Bach
2. Vladimir Nabokov
3. Georges Perec
4. James Joyce
5. René Magritte
6. Ivan Toergenjev
7. Raymond Queneau
8. Arcangelo Corelli
9. Multatuli
10. Wat moet je nu op 10 zetten? Nog een schrijver? Vooruit. Rudy Kousbroek.
Strand
‘Jij gaat nooit naar het strand, Ben.’
‘Nee. Wel naar de duinen. Als het niet te warm is. Als het een beetje regent. Maar naar het strand ben ik het laatst in 1970 geweest. Eindexamenfeestje, strand van Bergen aan Zee.’
‘Toch woon je al je hele leven in de buurt van het strand.’
‘Daar komt het misschien door. We wonen nu ook 300 of 400 meter van het strand af. Ik kan er niet toe komen om erheen te gaan.’
‘Terwijl het zo romantisch is, een strandwandeling.’
‘Een strandwandeling met de benen die ik heb, is niet zo romantisch.’
‘Maar een wandeling door de duinen, dat gaat dan weer wel?’
‘Een korte wandeling door de duinen, ja. Dat doe ik ook graag, Sarah. Dan begin ik met mezelf moed in te spreken (‘het duurt maar een half uurtje, luljongen, je hoeft maar vijf zes keer te stoppen onderweg’) en daar gaat hij zijn voordeur uit: de stapper.’
‘En dan heb je ook altijd een boek bij je.’
‘Niet altijd, maar soms wel, ja. Je kunt een bankje tegenkomen onderweg, en nou ja. Wie wat leest, die weet wat. Ik had laatst ‘Oom Jegor’ van Dostojevski mee, om te controleren of dat inderdaad weer zo’n waardeloos boek zou zijn. Een kennis had me gemaild dat dat juist een mooie uitzondering was. Dat was het niet.’
‘Waarom niet?’
‘Teveel woorden bij Dostojevski. Dat verhaal had hij in novellevorm kunnen vertellen. Hoogstens 40 pagina’s. Dan was het misschien iets geweest. De gebroeders Karamazov had hij ook in 100 pagina’s kunnen doen. De idioot had hij, wat mij betreft, in 30 paginaatjes kunnen doen. Slechte schrijver dus. Wat hij ook minstens eenmaal per pagina doet, is een man of een vrouw iets laten zeggen (vaak een zin met een uitroepteken) en daar dan aan toevoegen: liet zij zich laatdunkend uit. Of een dergelijke qualificatie. De betere schrijvers zouden eenvoudig schrijven: zei zij.’
‘Een nuttige wandeling dus.’
‘Nee. Wel naar de duinen. Als het niet te warm is. Als het een beetje regent. Maar naar het strand ben ik het laatst in 1970 geweest. Eindexamenfeestje, strand van Bergen aan Zee.’
‘Toch woon je al je hele leven in de buurt van het strand.’
‘Daar komt het misschien door. We wonen nu ook 300 of 400 meter van het strand af. Ik kan er niet toe komen om erheen te gaan.’
‘Terwijl het zo romantisch is, een strandwandeling.’
‘Een strandwandeling met de benen die ik heb, is niet zo romantisch.’
‘Maar een wandeling door de duinen, dat gaat dan weer wel?’
‘Een korte wandeling door de duinen, ja. Dat doe ik ook graag, Sarah. Dan begin ik met mezelf moed in te spreken (‘het duurt maar een half uurtje, luljongen, je hoeft maar vijf zes keer te stoppen onderweg’) en daar gaat hij zijn voordeur uit: de stapper.’
‘En dan heb je ook altijd een boek bij je.’
‘Niet altijd, maar soms wel, ja. Je kunt een bankje tegenkomen onderweg, en nou ja. Wie wat leest, die weet wat. Ik had laatst ‘Oom Jegor’ van Dostojevski mee, om te controleren of dat inderdaad weer zo’n waardeloos boek zou zijn. Een kennis had me gemaild dat dat juist een mooie uitzondering was. Dat was het niet.’
‘Waarom niet?’
‘Teveel woorden bij Dostojevski. Dat verhaal had hij in novellevorm kunnen vertellen. Hoogstens 40 pagina’s. Dan was het misschien iets geweest. De gebroeders Karamazov had hij ook in 100 pagina’s kunnen doen. De idioot had hij, wat mij betreft, in 30 paginaatjes kunnen doen. Slechte schrijver dus. Wat hij ook minstens eenmaal per pagina doet, is een man of een vrouw iets laten zeggen (vaak een zin met een uitroepteken) en daar dan aan toevoegen: liet zij zich laatdunkend uit. Of een dergelijke qualificatie. De betere schrijvers zouden eenvoudig schrijven: zei zij.’
‘Een nuttige wandeling dus.’
maandag 6 augustus 2007
Fotoloos (2)
De uithaal naar de fotografen en videografen onder ons moet vooral gelezen worden als de mening van iemand die nooit een fototoestel heeft bezeten (zoals ik ook nooit, om maar iets te noemen, een bromfiets of een auto of een bandrecorder of een vaatwastoestel of een, hoe heet zo’n ding ook, een microwave heb gehad). Dingen dus die je moet hebben, tegenwoordig, om mee te kunnen tellen. Ik ging pas in 2002 een beetje meedoen met de moderne maatschappij, toen ik een Vodafoontje kocht. Ik had ook nooit een telefoon in huis gehad.
Het is niet uit zuinigheid dat ik al die dingen nooit gekocht heb. Ook niet uit een hekel aan de moderniteit, of het beroemde meeleven met de Derde Wereld, of zoiets. Ik besteedde mijn geld simpelweg anders: aan drank, eerst, en later aan boeken.
Het is dus de mening van een gehandicapte, zou je kunnen zeggen: iemand die geen oog heeft voor het visuele. Maar ik heb bijvoorbeeld wel oog voor een bepaald soort schilderijen (Max Ernst, Paul Klee, Magritte, noem maar op) en ik waardeer ook bepaalde foto’s van de Fransman Dupierris.
Maar het haalt het niet, vergeleken met een willekeurige alinea van Nabokov, Tsjechov of zelfs John le Carré. Als je dit leesdier vraagt om een lijst van tien van de beste kunstenaars, krijg je een lijst van tien schrijvers.
Het is wellicht een afwijking van het normale: kijken door te lezen. Maar het is niet anders, en ik hoop dat ik je niet teveel heb beledigd, Matthijs.
(Ik zal nog wel even kijken op http://www.roodpetje.nl/.)
(Daar heb ik net op gekeken. Het is niets voor mij.)
Het is niet uit zuinigheid dat ik al die dingen nooit gekocht heb. Ook niet uit een hekel aan de moderniteit, of het beroemde meeleven met de Derde Wereld, of zoiets. Ik besteedde mijn geld simpelweg anders: aan drank, eerst, en later aan boeken.
Het is dus de mening van een gehandicapte, zou je kunnen zeggen: iemand die geen oog heeft voor het visuele. Maar ik heb bijvoorbeeld wel oog voor een bepaald soort schilderijen (Max Ernst, Paul Klee, Magritte, noem maar op) en ik waardeer ook bepaalde foto’s van de Fransman Dupierris.
Maar het haalt het niet, vergeleken met een willekeurige alinea van Nabokov, Tsjechov of zelfs John le Carré. Als je dit leesdier vraagt om een lijst van tien van de beste kunstenaars, krijg je een lijst van tien schrijvers.
Het is wellicht een afwijking van het normale: kijken door te lezen. Maar het is niet anders, en ik hoop dat ik je niet teveel heb beledigd, Matthijs.
(Ik zal nog wel even kijken op http://www.roodpetje.nl/.)
(Daar heb ik net op gekeken. Het is niets voor mij.)
Fotoloos
‘Uiteindelijk ben ik het wel met je eens, Ben. Foto’s erbij, dat is zonde. Neemt alleen maar plaats in.’
‘Vind ik ook, Sarah. Foto’s, of die YouTube-flauwekul, dat is onzin. Als je wat te zeggen hebt, zeg het dan, en draai er niet omheen. Die YouTube’s enzovoorts, dat is voor mensen die eigenlijk niets te zeggen hebben.’
‘Die ook eigenlijk niets hebben om over na te denken.’
‘Ja. Als de mensen eens doorkregen dat ze de geschiedenis van de Russische literatuur, dat boek van Karel van het Reve, konden lezen in de tijd die ze nu verdoen met videoflauwekul.’
‘Jij beschouwt fotografie of videografie ook niet als kunst, begrijp ik.’
‘Nee. Beeldende kunst, daar moet je toch je best voor doen. Dat is meer dan een kiekje maken, of een serie kiekjes. Er zijn natuurlijk wel bewerkte foto’s waarvan je met enige moeite kunt zeggen dat ze tot de beeldende kunst behoren. Man Ray bijvoorbeeld. Maar een foto haalt het niet bij een schilderij of een sculptuur. Maar ja...’
‘Het is onze SUV-cultuur.’
‘Ik zocht naar zo’n woord, Sarah. De algemene gemakzuchtigheid, vermengd met de onvermijdelijke ziekte van zovelen onzer om te laten zien wat we hebben. Ik moet opeens denken aan wat een waardeloos kunstenaar, Andy Warhol, eens zei: iedereen wordt 15 minuten lang beroemd.’
‘Je moet er niet aan denken wat hij met internet gedaan zou hebben.’
‘Vind ik ook, Sarah. Foto’s, of die YouTube-flauwekul, dat is onzin. Als je wat te zeggen hebt, zeg het dan, en draai er niet omheen. Die YouTube’s enzovoorts, dat is voor mensen die eigenlijk niets te zeggen hebben.’
‘Die ook eigenlijk niets hebben om over na te denken.’
‘Ja. Als de mensen eens doorkregen dat ze de geschiedenis van de Russische literatuur, dat boek van Karel van het Reve, konden lezen in de tijd die ze nu verdoen met videoflauwekul.’
‘Jij beschouwt fotografie of videografie ook niet als kunst, begrijp ik.’
‘Nee. Beeldende kunst, daar moet je toch je best voor doen. Dat is meer dan een kiekje maken, of een serie kiekjes. Er zijn natuurlijk wel bewerkte foto’s waarvan je met enige moeite kunt zeggen dat ze tot de beeldende kunst behoren. Man Ray bijvoorbeeld. Maar een foto haalt het niet bij een schilderij of een sculptuur. Maar ja...’
‘Het is onze SUV-cultuur.’
‘Ik zocht naar zo’n woord, Sarah. De algemene gemakzuchtigheid, vermengd met de onvermijdelijke ziekte van zovelen onzer om te laten zien wat we hebben. Ik moet opeens denken aan wat een waardeloos kunstenaar, Andy Warhol, eens zei: iedereen wordt 15 minuten lang beroemd.’
‘Je moet er niet aan denken wat hij met internet gedaan zou hebben.’
zondag 5 augustus 2007
Beeldcanon
‘Die beeldcanon, Ben.’
‘Ja. Onzin, natuurlijk.’
‘Waarom?’
‘Ten eerste wordt zo’n canon al voorgesteld door een medium dat het met beelden moet doen. De televisie. Vanuit het praatje dat één beeld meer zegt dan duizend woorden.’
‘Jij wilt zeggen: dat klopt niet.’
‘Nee, natuurlijk niet. Lees eens een paar alinea’s van Tsjechov of Nakobov of, weet ik veel, Grunberg. Een stuk of drie of vijf of tien woorden, goed achter elkaar gezet, zeggen meer dan willekeurig welk beeld.’
‘Maar als je bijvoorbeeld de ramp van Enschede ziet...’
‘Je bedoelt met dat vuurwerk. Ja, dat is leuk om te zien. Minder leuk als je er zelf mee te maken hebt. Maar als je wilt voorkomen dat zo’n ramp zich nog eens zal voltrekken, dan heb je op zijn minst gesproken en daarna geschreven woord nodig. Videootjes zijn overbodig.’
‘Vind je dat in het algemeen videootjes overbodig zijn?’
‘Nee. Ik heb er wel graag commentaar bij.’
‘Ja. Onzin, natuurlijk.’
‘Waarom?’
‘Ten eerste wordt zo’n canon al voorgesteld door een medium dat het met beelden moet doen. De televisie. Vanuit het praatje dat één beeld meer zegt dan duizend woorden.’
‘Jij wilt zeggen: dat klopt niet.’
‘Nee, natuurlijk niet. Lees eens een paar alinea’s van Tsjechov of Nakobov of, weet ik veel, Grunberg. Een stuk of drie of vijf of tien woorden, goed achter elkaar gezet, zeggen meer dan willekeurig welk beeld.’
‘Maar als je bijvoorbeeld de ramp van Enschede ziet...’
‘Je bedoelt met dat vuurwerk. Ja, dat is leuk om te zien. Minder leuk als je er zelf mee te maken hebt. Maar als je wilt voorkomen dat zo’n ramp zich nog eens zal voltrekken, dan heb je op zijn minst gesproken en daarna geschreven woord nodig. Videootjes zijn overbodig.’
‘Vind je dat in het algemeen videootjes overbodig zijn?’
‘Nee. Ik heb er wel graag commentaar bij.’
Poker
‘Dat is echt het simpelste spel dat er is, Sarah.’
‘Dat zeg je omdat je schaak speelt.’
‘Ja. In het schaakspel moet je de verleidingen openlijk tentoonspreiden. Je doet een zet, en je tegenstander ziet die zet. Maar hij weet niet, of niet precies, wat jij met die zet voorhebt. In het pokerspel is dat duisterder. Je tegenstanders zien niet welke twee kaarten je hebt.’
‘Dus ze moeten gokken.’
‘Ja. Ze gokken. Stel dat je met z’n achten poker speelt. Jij bent de vierde man die moet inzetten of passen. Drie man hebben al gepast. Je hebt een klaveren vrouw en een ruiten drie, dus een waardeloze kaart. Dan is mijn advies: stevig raisen. En stevig blijven raisen.’
‘Maar dat kun je toch aan iemand zien!’
‘Of hij bluft? Daar moet je je geen zorgen over maken. Geen zonnebril opzetten. Hoe meer je van je gezicht laat zien, hoe meer twijfel er komt. Hoe meer dingetjes ze zullen zien. De oude Kortsnoj had ook een zonnebril op toen hij in de Filippijnen tegen Karpov speelde. Kortsnoj verloor.’
‘Zo’n zonnebril, wil je zeggen, is een teken van zwakte.’
‘Ja.’
‘Had je nog meer tips?’
‘Nee. Alleen zou ik niet graag poker spelen met iemand die het kapsel heeft van Danny Christian.’
‘Waarom?’
‘Zo’n figuur wil je graag de zaal uit timmeren. Dus dan ga je teveel bluffen.’
‘Dat zeg je omdat je schaak speelt.’
‘Ja. In het schaakspel moet je de verleidingen openlijk tentoonspreiden. Je doet een zet, en je tegenstander ziet die zet. Maar hij weet niet, of niet precies, wat jij met die zet voorhebt. In het pokerspel is dat duisterder. Je tegenstanders zien niet welke twee kaarten je hebt.’
‘Dus ze moeten gokken.’
‘Ja. Ze gokken. Stel dat je met z’n achten poker speelt. Jij bent de vierde man die moet inzetten of passen. Drie man hebben al gepast. Je hebt een klaveren vrouw en een ruiten drie, dus een waardeloze kaart. Dan is mijn advies: stevig raisen. En stevig blijven raisen.’
‘Maar dat kun je toch aan iemand zien!’
‘Of hij bluft? Daar moet je je geen zorgen over maken. Geen zonnebril opzetten. Hoe meer je van je gezicht laat zien, hoe meer twijfel er komt. Hoe meer dingetjes ze zullen zien. De oude Kortsnoj had ook een zonnebril op toen hij in de Filippijnen tegen Karpov speelde. Kortsnoj verloor.’
‘Zo’n zonnebril, wil je zeggen, is een teken van zwakte.’
‘Ja.’
‘Had je nog meer tips?’
‘Nee. Alleen zou ik niet graag poker spelen met iemand die het kapsel heeft van Danny Christian.’
‘Waarom?’
‘Zo’n figuur wil je graag de zaal uit timmeren. Dus dan ga je teveel bluffen.’
zaterdag 4 augustus 2007
Amfetamine
‘Ik herken ze gewoon.’
‘Je bedoelt, die jongens van de Raboploeg, Contador, de Discoveries, de T-Mobiles enzovoorts.’
‘Ja. Die zijn allemaal ingespoten. Kijk die jongens maar eens aan, gewoon op een rustdag. Dan weten ze niet waarnaar ze kijken moeten. Hun ogen vliegen van links naar rechts.’
‘Nu je het zegt.’
‘Ik zag het van de week ook bij een 400 meterloper uit Amerika. Die jongen deed eerst zijn uiterste best met zijn ogen, maar hij hield het niet vol. Na een minuut gingen zijn ogen ook zwerven.’
‘En dat komt volgens jou dus van de amfetamine.’
‘Bijvoorbeeld, ja.’
‘Maar ze moeten keer op keer door de dopingcontrôle.’
‘Daar hebben ze wel wat op gevonden, dacht je ook niet?’
‘Maar hoe moet het dan met Het Zwarte Gat, na hun sportcarière?’
‘Dat Zwarte Gat is een periode van afkicken. Niet zozeer van de grote vermoeidheden, maar van de grote hoeveelheden der diverse stoffen die ze hebben genomen. De meesten komen er wel doorheen, maar sommigen niet. Pantani.’
‘Dus jij denkt dat bijvoorbeeld Armstrong de zeventig jaar niet haalt.’
‘Die haalt de zeventig niet, nee. Boogert ook niet, al die jongens niet.’
‘Je bedoelt, die jongens van de Raboploeg, Contador, de Discoveries, de T-Mobiles enzovoorts.’
‘Ja. Die zijn allemaal ingespoten. Kijk die jongens maar eens aan, gewoon op een rustdag. Dan weten ze niet waarnaar ze kijken moeten. Hun ogen vliegen van links naar rechts.’
‘Nu je het zegt.’
‘Ik zag het van de week ook bij een 400 meterloper uit Amerika. Die jongen deed eerst zijn uiterste best met zijn ogen, maar hij hield het niet vol. Na een minuut gingen zijn ogen ook zwerven.’
‘En dat komt volgens jou dus van de amfetamine.’
‘Bijvoorbeeld, ja.’
‘Maar ze moeten keer op keer door de dopingcontrôle.’
‘Daar hebben ze wel wat op gevonden, dacht je ook niet?’
‘Maar hoe moet het dan met Het Zwarte Gat, na hun sportcarière?’
‘Dat Zwarte Gat is een periode van afkicken. Niet zozeer van de grote vermoeidheden, maar van de grote hoeveelheden der diverse stoffen die ze hebben genomen. De meesten komen er wel doorheen, maar sommigen niet. Pantani.’
‘Dus jij denkt dat bijvoorbeeld Armstrong de zeventig jaar niet haalt.’
‘Die haalt de zeventig niet, nee. Boogert ook niet, al die jongens niet.’
Vreemde woorden
‘Ik bedoel dat woorden als computer of laptop zo langzamerhand gewoon Nederlandse woorden zijn geworden.’
‘Akkoord. Maar een woord als management...’
‘Dat noemen we in Nederland toch bestuur? Het bestuur van de ABN-AMRO stelt voor enzovoorts. Policy is een woord dat ze ook een tijdje geprobeerd hebben. Beleid.’
‘Maar dat soort dingen stoort je dus niet.’
‘Neuh. Ik blijf gewoon Moskou en Peking zeggen, en niet Moskwa en Bejing, maar als andere mensen daar anders over denken...’
‘Ik herinner me anders wel dat je enorm gelachen hebt om iemand die op de tv sprak over Weedzjing toen hij Peking bedoelde.’
‘Jaha! Dat is het soort mensen dat Sjanghai kent, maar Shanghai in een boek leest en dan die plaatsnaam heel anders gaat uitspreken: Zzzhwanghaai. Heerlijk!’
‘Maar verder dus: all right of voilà of verdummt!, als je dat soort termen gebruikt, dan doe je ze cursief en klaar ermee.’
‘Ja. De tekst is Nederlands. De schaarse dingen in andere talen doe je cursief.’
‘Dat is de höftsack. We drinken nog even deze fles port op, Ben.’
‘Akkoord. Maar een woord als management...’
‘Dat noemen we in Nederland toch bestuur? Het bestuur van de ABN-AMRO stelt voor enzovoorts. Policy is een woord dat ze ook een tijdje geprobeerd hebben. Beleid.’
‘Maar dat soort dingen stoort je dus niet.’
‘Neuh. Ik blijf gewoon Moskou en Peking zeggen, en niet Moskwa en Bejing, maar als andere mensen daar anders over denken...’
‘Ik herinner me anders wel dat je enorm gelachen hebt om iemand die op de tv sprak over Weedzjing toen hij Peking bedoelde.’
‘Jaha! Dat is het soort mensen dat Sjanghai kent, maar Shanghai in een boek leest en dan die plaatsnaam heel anders gaat uitspreken: Zzzhwanghaai. Heerlijk!’
‘Maar verder dus: all right of voilà of verdummt!, als je dat soort termen gebruikt, dan doe je ze cursief en klaar ermee.’
‘Ja. De tekst is Nederlands. De schaarse dingen in andere talen doe je cursief.’
‘Dat is de höftsack. We drinken nog even deze fles port op, Ben.’
Eduvacation
‘Als je ‘benliegtnooit’ intikt, krijg je onze blog natuurlijk, maar je krijgt ook een paar andere sites, onder meer Eduvacation.’
‘So what, Ben?’
‘Nou, daar staat ons gesprekje over Reizen. Ik geloof niet omdat dat zo goed geschreven was, maar omdat er Thailand of Sidney of Denemarken als naam in voorkwam. Ze grazen gewoon alles af, geloof ik.’
‘En wat wou je nou eigenlijk zeggen?’
‘Ik wou dat eens controleren, door een fantastisch vakantieoord te noemen.’
‘Je bedoelt niet Torremolinos.’
‘Tuurlijk niet.’
‘Je bedoelt bijvoorbeeld een spannende ecovakantie naar Belize.’
‘Ja!’
‘En wat nu?’
‘Kijken bij Eduvacation.’
‘So what, Ben?’
‘Nou, daar staat ons gesprekje over Reizen. Ik geloof niet omdat dat zo goed geschreven was, maar omdat er Thailand of Sidney of Denemarken als naam in voorkwam. Ze grazen gewoon alles af, geloof ik.’
‘En wat wou je nou eigenlijk zeggen?’
‘Ik wou dat eens controleren, door een fantastisch vakantieoord te noemen.’
‘Je bedoelt niet Torremolinos.’
‘Tuurlijk niet.’
‘Je bedoelt bijvoorbeeld een spannende ecovakantie naar Belize.’
‘Ja!’
‘En wat nu?’
‘Kijken bij Eduvacation.’
Humor
‘Ik heb nu anderhalf uur gekeken naar Jim Carrey. Ik heb niet één keer gelachen om Jim Carrey. Hij deed er wel zijn uiterste best voor, maar ik heb niet om hem kunnen lachen.’
‘Je bedoelt dat voortdurende gebekkentrek.’
‘Ja. Ik herinner me een Amerikaanse schilder van vijftien jaar geleden, Jim of James of John Garrison of zoiets, die hoog opgaf van de humor van Jim Carrey. Ik had hem toen nog nooit gezien, dus ik mompelde maar wat.’
‘Jij houdt meer van de Britse gein.’
‘Bijvoorbeeld. Ik houd niet van mensen die een geinponum opzetten. Ik vind juist dat je een grap moet vertellen met een betrekkelijk ernstig gezicht.’
‘Op het gezicht moet niet teveel te lezen zijn, bedoel je.’
‘Nee. Een figuur zoals meneer Vonhoff van de VVD bijvoorbeeld. Hem wordt iets gevraagd en hij antwoordt, volkomen serieus: ‘U bedoelt orale communicatie.’ Dat zijn de krenten in de pap.’
‘Je bedoelt dat voortdurende gebekkentrek.’
‘Ja. Ik herinner me een Amerikaanse schilder van vijftien jaar geleden, Jim of James of John Garrison of zoiets, die hoog opgaf van de humor van Jim Carrey. Ik had hem toen nog nooit gezien, dus ik mompelde maar wat.’
‘Jij houdt meer van de Britse gein.’
‘Bijvoorbeeld. Ik houd niet van mensen die een geinponum opzetten. Ik vind juist dat je een grap moet vertellen met een betrekkelijk ernstig gezicht.’
‘Op het gezicht moet niet teveel te lezen zijn, bedoel je.’
‘Nee. Een figuur zoals meneer Vonhoff van de VVD bijvoorbeeld. Hem wordt iets gevraagd en hij antwoordt, volkomen serieus: ‘U bedoelt orale communicatie.’ Dat zijn de krenten in de pap.’
vrijdag 3 augustus 2007
Ziekenhuisberichten
‘Ik ga nooit meer in een ziekenhuis liggen, Sarah.’
‘Komt dat door de alomtegenwoordige publiciteit, Ben?’
‘Nee. Of ja, misschien. Er zijn per jaar, naar mijn schatting, 30.000 fouten. Vermijdbaar of verwijtbaar, zoals ze dat noemen. Verwijtbaar, zoals ik het zie.’
‘Hoe kom je aan dat getal, Ben?’
‘Per jaar maken ze 1700 mensen dood in ziekenhuizen. Complicaties, noemen ze het. Plus 6000 mensen die uit het ziekenhuis komen met chronische klachten. Reken daar de niet-chronische klachten nog eens bij. Dan kom je op 30.000, volgens mij.’
‘Lijkt me een redelijke schatting. Maar als je nou eens een been breekt?’
‘Dan ga ik naar het ziekenhuis, natuurlijk. Maar stel, er moet iets gebeuren aan mijn hart. Een operatie. Dan wordt er gezegd: dan moet u naar dit of dat ziekenhuis gaan, meneer Hoogeboom, want daar hebben ze er ervaring mee. Kunstje van niks.’
‘En dat vertrouw jij niet.’
‘Nee. Maar eigenlijk vind ik ook: moet ik nou overleven, terwijl er talloze José’s, Carmelita’s en Jhu Chang Li’s aan dezelfde ziekte zullen sterven? Zeg nou zelf, lieve Sarah, dan kan ik toch beter gewoon op mezelf dood gaan?’
‘Komt dat door de alomtegenwoordige publiciteit, Ben?’
‘Nee. Of ja, misschien. Er zijn per jaar, naar mijn schatting, 30.000 fouten. Vermijdbaar of verwijtbaar, zoals ze dat noemen. Verwijtbaar, zoals ik het zie.’
‘Hoe kom je aan dat getal, Ben?’
‘Per jaar maken ze 1700 mensen dood in ziekenhuizen. Complicaties, noemen ze het. Plus 6000 mensen die uit het ziekenhuis komen met chronische klachten. Reken daar de niet-chronische klachten nog eens bij. Dan kom je op 30.000, volgens mij.’
‘Lijkt me een redelijke schatting. Maar als je nou eens een been breekt?’
‘Dan ga ik naar het ziekenhuis, natuurlijk. Maar stel, er moet iets gebeuren aan mijn hart. Een operatie. Dan wordt er gezegd: dan moet u naar dit of dat ziekenhuis gaan, meneer Hoogeboom, want daar hebben ze er ervaring mee. Kunstje van niks.’
‘En dat vertrouw jij niet.’
‘Nee. Maar eigenlijk vind ik ook: moet ik nou overleven, terwijl er talloze José’s, Carmelita’s en Jhu Chang Li’s aan dezelfde ziekte zullen sterven? Zeg nou zelf, lieve Sarah, dan kan ik toch beter gewoon op mezelf dood gaan?’
donderdag 2 augustus 2007
Twee maar
‘Vijfentwintig jaar geleden was ik eens op een feestje bij buurvrouw Mo. Van dat feestje bleven over: Mo, ik en een jongen, die als begeleider of zoiets werkzaam was in een inrichting voor kinderen. Mo werkte toen ook nog in die inrichting. Mo en die jongen praatten met elkaar, en ik zat er maar zo’n beetje bij.’
‘Zeker veel gedronken?’
‘Nee. Helaas niet. Als ik veel gedronken heb, meng ik me juist in conversaties.’
‘Dan maak je aardige opmerkingen, bedoel je.’
‘Ja. Tot veel meer ben ik nooit in staat geweest. Maar die Mo en die jongen praatten maar en praatten maar, en het ging over een meisje dat er slecht aan toe was.’
‘Een zelfmoordklantje?’
‘Ik dacht het wel, ja. En Mo en die jongen praatten maar door, en steeds ging het maar over dat meisje. Ik stond op een gegeven ogenblik op en zei tegen die jongen: als je een vent bent, haal je dat meisje in huis! Je laat haar niet verkommeren in die inrichting.’
‘Dat viel natuurlijk niet zo goed.’
‘Nee. Dat zag ik helemaal verkeerd, want enzovoorts. Aan dat verhaal moest ik vanavond denken toen ik nog even iets zag van het Belgische ‘Terzake’. De laatste tien minuten daarvan gingen over twee Congolese weesjongens in een orphelinat in, dat weet ik niet, Brazzaville misschien. Daar waren een Franse mevrouw en meneer op afgekomen. En die twee Fransen hadden het voor elkaar gekregen om die twee weesjongens een computeropleiding te laten volgen.’
‘Een wat?’
‘Een computeropleiding. En die twee jongens waren 6 en 8 jaar. Ze zaten in een weeshuis met nog twintig of dertig kinderen. Die kregen geen computeropleiding, begreep ik. Die kregen niets. En ik moest gelijk denken aan die jongen op Mo haar feestje, vijfentwintig jaar geleden. Een van die twee weesjongens in ‘Terzake’ kon geen woord uitbrengen, hij zei niks. Echt een zelfmoordklant, als je het mij vraagt.’
‘Je bedoelt, zo’n jongen heeft geen cursus nodig, die heeft een thuis nodig.’
‘Natuurlijk heeft ie een thuis nodig. maar dat heeft hij niet. Zijn vader en moeder waren overleden door, denk ik, aids. Het is logisch dat een jongen zwijgzaam wordt, als hij in een weeshuis zit met zalvende pleegzusters bloedwijn. We hebben ons doel bereikt, zeiden die twee Fransen tenslotte.’
‘Ze moesten dat soort toerisme aan banden leggen.’
‘Zeker veel gedronken?’
‘Nee. Helaas niet. Als ik veel gedronken heb, meng ik me juist in conversaties.’
‘Dan maak je aardige opmerkingen, bedoel je.’
‘Ja. Tot veel meer ben ik nooit in staat geweest. Maar die Mo en die jongen praatten maar en praatten maar, en het ging over een meisje dat er slecht aan toe was.’
‘Een zelfmoordklantje?’
‘Ik dacht het wel, ja. En Mo en die jongen praatten maar door, en steeds ging het maar over dat meisje. Ik stond op een gegeven ogenblik op en zei tegen die jongen: als je een vent bent, haal je dat meisje in huis! Je laat haar niet verkommeren in die inrichting.’
‘Dat viel natuurlijk niet zo goed.’
‘Nee. Dat zag ik helemaal verkeerd, want enzovoorts. Aan dat verhaal moest ik vanavond denken toen ik nog even iets zag van het Belgische ‘Terzake’. De laatste tien minuten daarvan gingen over twee Congolese weesjongens in een orphelinat in, dat weet ik niet, Brazzaville misschien. Daar waren een Franse mevrouw en meneer op afgekomen. En die twee Fransen hadden het voor elkaar gekregen om die twee weesjongens een computeropleiding te laten volgen.’
‘Een wat?’
‘Een computeropleiding. En die twee jongens waren 6 en 8 jaar. Ze zaten in een weeshuis met nog twintig of dertig kinderen. Die kregen geen computeropleiding, begreep ik. Die kregen niets. En ik moest gelijk denken aan die jongen op Mo haar feestje, vijfentwintig jaar geleden. Een van die twee weesjongens in ‘Terzake’ kon geen woord uitbrengen, hij zei niks. Echt een zelfmoordklant, als je het mij vraagt.’
‘Je bedoelt, zo’n jongen heeft geen cursus nodig, die heeft een thuis nodig.’
‘Natuurlijk heeft ie een thuis nodig. maar dat heeft hij niet. Zijn vader en moeder waren overleden door, denk ik, aids. Het is logisch dat een jongen zwijgzaam wordt, als hij in een weeshuis zit met zalvende pleegzusters bloedwijn. We hebben ons doel bereikt, zeiden die twee Fransen tenslotte.’
‘Ze moesten dat soort toerisme aan banden leggen.’
Oudoom!
Mijn nichtje Susan (dochter van mijn zus Marja) is zwanger! Dat zei Henk, Marja’s man en dus mijn zwager, me vanochtend. ‘Het hartje klopt, hebben ze gehoord in het ziekenhuis, maar we blijven voorzichtig.’ Voorzichtig omdat Susan eerder al een mislukte zwangerschap had.
Maar stel dat ze een achterneefje of achternichtje krijgt, dan word ik dus oudoom van het kind. Liever had ik een woord als ‘grootoom’ volgens het Engelse recept: grand-uncle. Maar toch is het een leuk idee om op je 54ste oudoom te worden.
Maar stel dat ze een achterneefje of achternichtje krijgt, dan word ik dus oudoom van het kind. Liever had ik een woord als ‘grootoom’ volgens het Engelse recept: grand-uncle. Maar toch is het een leuk idee om op je 54ste oudoom te worden.
woensdag 1 augustus 2007
Geluidjes
‘Dat is toch léuk, Ben?’
‘Wat, Sarah?’
‘Geluidjes.’
‘Zodat mensen, als ze uiteindelijk hier aangekomen zijn, geluidjes krijgen te horen?’
‘Bach bijvoorbeeld.’
‘Een stukje Bach, van Glenn Gould. Dat is het mooiste wat de mensen ooit te horen krijgen, ja.’
‘Doe dat dan, jongen!’
‘Nee.’
‘Waarom toch niet?’
‘Omdat, ja dat weet ik ook niet. Omdat de mensen zelf ook wel muziek zullen hebben opstaan. Daarom. Muziek van de Beatrackers of van Stravinsky of zoiets.’
‘En daar wil je niet mee intervel... hoe heet dat ook.’
‘Mee interfelliëren of zoiets, nee. Je komt soms op een blog van een best interessante Zuidamerikaanse, maar die heeft dan een lied aanstaan. Die heeft dan iets interessants te melden over een Braziliaanse dichter, DeAndrade bijvoorbeeld, maar god! wat een herrie! Dat is dan ook meteen genoeg voor mij. Ik lees de informatie dan al niet meer. Ik ga meteen door naar een volgende blog.’
‘Wat, Sarah?’
‘Geluidjes.’
‘Zodat mensen, als ze uiteindelijk hier aangekomen zijn, geluidjes krijgen te horen?’
‘Bach bijvoorbeeld.’
‘Een stukje Bach, van Glenn Gould. Dat is het mooiste wat de mensen ooit te horen krijgen, ja.’
‘Doe dat dan, jongen!’
‘Nee.’
‘Waarom toch niet?’
‘Omdat, ja dat weet ik ook niet. Omdat de mensen zelf ook wel muziek zullen hebben opstaan. Daarom. Muziek van de Beatrackers of van Stravinsky of zoiets.’
‘En daar wil je niet mee intervel... hoe heet dat ook.’
‘Mee interfelliëren of zoiets, nee. Je komt soms op een blog van een best interessante Zuidamerikaanse, maar die heeft dan een lied aanstaan. Die heeft dan iets interessants te melden over een Braziliaanse dichter, DeAndrade bijvoorbeeld, maar god! wat een herrie! Dat is dan ook meteen genoeg voor mij. Ik lees de informatie dan al niet meer. Ik ga meteen door naar een volgende blog.’
(Auto)biografie?
Dat is ook zo’n boek waarvan ik hoop dat het zal bestaan: een boek waarvan je als lezer a) niet weet of het een autobiografie is en b) niet weet of het een biografie is.
dinsdag 31 juli 2007
Chronologisch
Er moet toch minstens één thriller zijn waarin het zo gaat: deel I (bijvoorbeeld 15 hoofdstukken) over de dader en zijn daad, tot en met zijn arrestatie. Deel II (ook 10 of 15 hoofdstukken) waarin de speurders de dader zoeken en tenslotte pakken. In die volgorde. En nog spannend ook. Ik heb zo’n boek nog nooit gelezen.
‘Een groot goed’
‘Normaal zie je dus weinig op tv.’
‘Dat ben ik met je eens, Ben. Dan ga ik ook in een andere kamer zitten te luisteren naar Bach, naar Bae Bon Twang, of hoe heet die Koreaanse pianiste. Prachtige pianiste. BWV 1055!’
‘Ja, da’s prachtig. Maar dan komt er zo’n berichtje over meneer Koenders.’
‘Je bedoelt die keurige of laat ik zeggen: körige jongeman van de PvdA?’
‘Ja. Die jongen is minister of staatssecretaris of onderminister geworden, en die blijkt al meteen even corrupt te zijn als een gemiddelde CDA’er.’
‘Nee!’
‘O jawel hoor, Sarah. Hij doet ontwikkelingswerk, weet je. Dus dan zou je denken: dan doe je bijvoorbeeld iets aan de kustvisserij in Senegal. Weg met de Europese vissersschepen, zou je denken. Nee, hoor. Geen sprake van. Hij organiseert een soort van manifestatie, hier, in ‘Schokland’, en hij gunt het werk voor die organisatie aan een paar PvdA-jongens.’
‘Dat doen toch alle ministers? Ik bedoel, dat doen ze toch allemaal?’
‘Ja natuurlijk. Maar je verwacht het niet, als je van jezelf links bent aangelegd. Zoiets doe je niet, toch, als PvdA’er?’
‘Nou, nee.’
‘Er was vanavond ook een opgewonden joch van de SP, die kwam uitleggen dat dat hele gedoe binnen de SP volkomen democratisch was geweest. Nietwaar, begon hij al te zeggen, de SP is een grote partij, en zo komt het allemaal. Hij is volgens mij nauwelijks 28 jaar oud, maar hij komt uit de wetenschap. Zeiden ze. Uit de filosofie.’
‘Dat is geen wetenschap, maar goed.’
‘Het was zo’n jongen die twee jaartjes filosofie gedaan had, toen de SP had ontdekt, et voilà.’
‘Hoe verbaasde hij iedereen dan met het ontslag van Elma Verheij? Was dat ook democratisch?’
‘Daar kwam hij niet aan toe helaas. De presentator hield het tegen, ging op een ander onderwerp over. Het was een programma van de VARA.’
‘Vandaar.’
‘Dat ben ik met je eens, Ben. Dan ga ik ook in een andere kamer zitten te luisteren naar Bach, naar Bae Bon Twang, of hoe heet die Koreaanse pianiste. Prachtige pianiste. BWV 1055!’
‘Ja, da’s prachtig. Maar dan komt er zo’n berichtje over meneer Koenders.’
‘Je bedoelt die keurige of laat ik zeggen: körige jongeman van de PvdA?’
‘Ja. Die jongen is minister of staatssecretaris of onderminister geworden, en die blijkt al meteen even corrupt te zijn als een gemiddelde CDA’er.’
‘Nee!’
‘O jawel hoor, Sarah. Hij doet ontwikkelingswerk, weet je. Dus dan zou je denken: dan doe je bijvoorbeeld iets aan de kustvisserij in Senegal. Weg met de Europese vissersschepen, zou je denken. Nee, hoor. Geen sprake van. Hij organiseert een soort van manifestatie, hier, in ‘Schokland’, en hij gunt het werk voor die organisatie aan een paar PvdA-jongens.’
‘Dat doen toch alle ministers? Ik bedoel, dat doen ze toch allemaal?’
‘Ja natuurlijk. Maar je verwacht het niet, als je van jezelf links bent aangelegd. Zoiets doe je niet, toch, als PvdA’er?’
‘Nou, nee.’
‘Er was vanavond ook een opgewonden joch van de SP, die kwam uitleggen dat dat hele gedoe binnen de SP volkomen democratisch was geweest. Nietwaar, begon hij al te zeggen, de SP is een grote partij, en zo komt het allemaal. Hij is volgens mij nauwelijks 28 jaar oud, maar hij komt uit de wetenschap. Zeiden ze. Uit de filosofie.’
‘Dat is geen wetenschap, maar goed.’
‘Het was zo’n jongen die twee jaartjes filosofie gedaan had, toen de SP had ontdekt, et voilà.’
‘Hoe verbaasde hij iedereen dan met het ontslag van Elma Verheij? Was dat ook democratisch?’
‘Daar kwam hij niet aan toe helaas. De presentator hield het tegen, ging op een ander onderwerp over. Het was een programma van de VARA.’
‘Vandaar.’
Ochtend
‘Môgge, lief.’
‘Môgge, Ben. Heb je lekker geslapen?’
‘Ik geloof het wel, ja. Jij?’
‘Ik niet zo goed. Ik ben er nog even uit geweest, om een uur of vier. Glaasje water. Toen ben ik ook maar even gaan lezen in ‘De complete modermismen’. Dat stuk over Bonaire, weet je wel.’
‘O ja. Waarin Van Kooten schrijft over een Française in een groene bikini, groener dan hij het ooit op Bonaire gezien heeft.’
‘Precies, ja. Dat moet een soort lichtgevend groen geweest zijn, denk je ook niet? Daarna ging ik weer naar bed, en toen droomde ik dat ik door Tholen liep. Maar ik ben nooit in Tholen geweest!’
‘En toch...?’
‘Ja. Dus ik heb niet zo’n goeie nacht gehad. Maar jij hebt goed geslapen, Ben?’
‘Ik ben twee keer wakker geschrokken, dus dat is weinig. Die EO, hè.’
‘Daar ben je toch niet door wakker geschud?’
‘Nee. Maar gisteravond was er een directeur van de EO op de tv, die zomaar toegaf dat ze al sinds de jaren zeventig censureerden op de naam Darwin, op de evolutie enzovoorts. Omdat, zei hij ongeveer, wij er niet zeker van konden zijn of de mens een toevallig verschijnsel dan wel een schepping Gods is.’
‘Ze denken daar dat de mens geen diersoort is, maar een apart soort ding met een ziel erbij. En dat wij daarom natuurdocumentaires kunnen maken, en zo. Kwam er nog tegenspraak in dat programma?’
‘Niemand die zei: schandalig of ophoepelen. Heel vreemd. Er was zelfs een advocaat bij, die vond dat je dat soort dingen wel kon verwachten van de EO.’
‘Dat soort bedrog.’
‘Ja. Die EO-man zei dat ze het volste recht hadden om dat bedrog te plegen.’
‘Môgge, Ben. Heb je lekker geslapen?’
‘Ik geloof het wel, ja. Jij?’
‘Ik niet zo goed. Ik ben er nog even uit geweest, om een uur of vier. Glaasje water. Toen ben ik ook maar even gaan lezen in ‘De complete modermismen’. Dat stuk over Bonaire, weet je wel.’
‘O ja. Waarin Van Kooten schrijft over een Française in een groene bikini, groener dan hij het ooit op Bonaire gezien heeft.’
‘Precies, ja. Dat moet een soort lichtgevend groen geweest zijn, denk je ook niet? Daarna ging ik weer naar bed, en toen droomde ik dat ik door Tholen liep. Maar ik ben nooit in Tholen geweest!’
‘En toch...?’
‘Ja. Dus ik heb niet zo’n goeie nacht gehad. Maar jij hebt goed geslapen, Ben?’
‘Ik ben twee keer wakker geschrokken, dus dat is weinig. Die EO, hè.’
‘Daar ben je toch niet door wakker geschud?’
‘Nee. Maar gisteravond was er een directeur van de EO op de tv, die zomaar toegaf dat ze al sinds de jaren zeventig censureerden op de naam Darwin, op de evolutie enzovoorts. Omdat, zei hij ongeveer, wij er niet zeker van konden zijn of de mens een toevallig verschijnsel dan wel een schepping Gods is.’
‘Ze denken daar dat de mens geen diersoort is, maar een apart soort ding met een ziel erbij. En dat wij daarom natuurdocumentaires kunnen maken, en zo. Kwam er nog tegenspraak in dat programma?’
‘Niemand die zei: schandalig of ophoepelen. Heel vreemd. Er was zelfs een advocaat bij, die vond dat je dat soort dingen wel kon verwachten van de EO.’
‘Dat soort bedrog.’
‘Ja. Die EO-man zei dat ze het volste recht hadden om dat bedrog te plegen.’
maandag 30 juli 2007
Schepper
‘De NAVO gaat dus kleinere bommetjes gooien in Afghanistan.’
‘Dat lees ik, ja.’
‘Geloof je dat niet?’
‘Ik geloof daar niets van, nee. En alsof je met die kleinere bommetjes meer Taliban-strijders zou treffen, en tegelijk minder gewone mensen. Als je dat wilt bereiken, moet je wel heel kleine bommetjes gebruiken, in de vorm van kogels bijvoorbeeld, die je dan ook nog zeer precies moet zien af te schieten.’
‘Maar dat de NAVO dus toegeeft dat ze tot nu toe verkeerd bezig zijn geweest, interesseert jou dus niet.’
‘Nee. Dat is krokodillengehuil van die Jaap de Hoop Scheiter.’
‘Scheffer, Ben.’
‘Vooruit. Jaap de Hoop Schepper. Jij je zin. Read my lips: er zal geen gewone Afghaan minder door sterven. Ik ken de dodentallen in Irak en Afghanistan niet, maar één ding staat vast: Amerikanen, Engelsen, Duitsers, Australiërs, Nederlanders enzovoorts horen daar niet te zijn. Punt. We zijn er wel, we vermoorden hier en daar wat Irakezen en Afghanen, en daarom worden we gehaat, zoals wij 60 jaar geleden de Moffen haatten. Ik kan het me heel goed voorstellen, en ik sta aan de kant van degenen wier land wordt bezet.’
‘Jij zegt dus: direct en volledig terugtrekken.’
‘Ja.’
‘Misschien zit dat er wel in, nu Gordon Brown naar Bush is gegaan. Camp David.’
‘Ik heb geen idee wat ze daar bespreken, maar als je alleen al die gluiperkop van die Brown voor je ziet, zou ik daar niet op gokken. Amerika gaat niet uit Irak, want daar zit olie. Klaar. En aan de andere kant van Iran ligt Afghanistan. Dus daar gaan ze ook niet vandaan.’
‘Ik begrijp je.’
‘Dat lees ik, ja.’
‘Geloof je dat niet?’
‘Ik geloof daar niets van, nee. En alsof je met die kleinere bommetjes meer Taliban-strijders zou treffen, en tegelijk minder gewone mensen. Als je dat wilt bereiken, moet je wel heel kleine bommetjes gebruiken, in de vorm van kogels bijvoorbeeld, die je dan ook nog zeer precies moet zien af te schieten.’
‘Maar dat de NAVO dus toegeeft dat ze tot nu toe verkeerd bezig zijn geweest, interesseert jou dus niet.’
‘Nee. Dat is krokodillengehuil van die Jaap de Hoop Scheiter.’
‘Scheffer, Ben.’
‘Vooruit. Jaap de Hoop Schepper. Jij je zin. Read my lips: er zal geen gewone Afghaan minder door sterven. Ik ken de dodentallen in Irak en Afghanistan niet, maar één ding staat vast: Amerikanen, Engelsen, Duitsers, Australiërs, Nederlanders enzovoorts horen daar niet te zijn. Punt. We zijn er wel, we vermoorden hier en daar wat Irakezen en Afghanen, en daarom worden we gehaat, zoals wij 60 jaar geleden de Moffen haatten. Ik kan het me heel goed voorstellen, en ik sta aan de kant van degenen wier land wordt bezet.’
‘Jij zegt dus: direct en volledig terugtrekken.’
‘Ja.’
‘Misschien zit dat er wel in, nu Gordon Brown naar Bush is gegaan. Camp David.’
‘Ik heb geen idee wat ze daar bespreken, maar als je alleen al die gluiperkop van die Brown voor je ziet, zou ik daar niet op gokken. Amerika gaat niet uit Irak, want daar zit olie. Klaar. En aan de andere kant van Iran ligt Afghanistan. Dus daar gaan ze ook niet vandaan.’
‘Ik begrijp je.’
Foefeltjes
Ik ben veel langer dan de gemiddelde medemens blijven vasthouden aan de tikmachine. Een ouwe Adler, en daarvoor een nog oudere Olympia. Prachtige machines, die je ook zelf kon repareren als er iets stuk was. Er heeft, aan het Nassauplein in Alkmaar, nog jaren lang een winkeltje bestaan, waar je onderdelen van zulke machines kon krijgen. ‘Wat is er van uw dienst, meneer?’ ‘Ik zoek van de Adler TW202: de letter E, en een soort V-snaartje voor achterin de wagen, weet u wel? Doet u ook maar een setje adelaarkopschroefjes, want die raken ook al behoorlijk versleten.’ Heerlijke tijden.
Maar je gaat met de tijd mee, wordt modern. Computer. Geen gedoe meer met Type-Ex, carbonpapier of vieze vingers bij het verwisselen van het tiklint. Grote voordelen. Als ik nu wat te zeggen heb, mail ik mijn boodschap.
Toch is er ook een nadeel: ik mis mijn foefeltjes (fuvelquas, in het Spaans). Als ik vroeger een brief of een verhaal of zomaar een dagelijks dingetje schreef, had ik daar een doorslag van. Die doorslagen lagen op een stapeltje naast mijn tikmachine, ik ruimde ze pas op na een week of na twee weken of drie. Dan gingen ze in diverse mappen, waar ze nu nog in liggen. Ik kijk heel soms nog in die mappen (met namen zoals ‘Kees de Braaijer 1986-1994’ of ‘Dagelijkse notities 1983’).
Op die doorslagen noteerde ik allerlei dingen: telefoonnummers, dingen die ik moest onthouden, dingen die ik absoluut niet mocht vergeten te doen, tekeningetjes van twee kraaien die vechten om een brokje witbrood, noem het maar op. Dingen dus, foefeltjes, waarvoor je niet zomaar een stuk papier pakt, maar waarvoor het papier toevallig aanwezig is, in de vorm van die doorslagen. Zo heb ik het dertig jaar lang gedaan, totdat ik een computer in huis had. Ik mis mijn foefeltjes.
Maar je gaat met de tijd mee, wordt modern. Computer. Geen gedoe meer met Type-Ex, carbonpapier of vieze vingers bij het verwisselen van het tiklint. Grote voordelen. Als ik nu wat te zeggen heb, mail ik mijn boodschap.
Toch is er ook een nadeel: ik mis mijn foefeltjes (fuvelquas, in het Spaans). Als ik vroeger een brief of een verhaal of zomaar een dagelijks dingetje schreef, had ik daar een doorslag van. Die doorslagen lagen op een stapeltje naast mijn tikmachine, ik ruimde ze pas op na een week of na twee weken of drie. Dan gingen ze in diverse mappen, waar ze nu nog in liggen. Ik kijk heel soms nog in die mappen (met namen zoals ‘Kees de Braaijer 1986-1994’ of ‘Dagelijkse notities 1983’).
Op die doorslagen noteerde ik allerlei dingen: telefoonnummers, dingen die ik moest onthouden, dingen die ik absoluut niet mocht vergeten te doen, tekeningetjes van twee kraaien die vechten om een brokje witbrood, noem het maar op. Dingen dus, foefeltjes, waarvoor je niet zomaar een stuk papier pakt, maar waarvoor het papier toevallig aanwezig is, in de vorm van die doorslagen. Zo heb ik het dertig jaar lang gedaan, totdat ik een computer in huis had. Ik mis mijn foefeltjes.
zaterdag 28 juli 2007
Een Helmantel...
‘Ik weet zijn voornaam nu al niet meer. Hans? Erik? Dirk? Willem? Maar zijn oerchristelijke achternaam, Helmantel, die onthoud ik wel.’
‘En die wou dus in het Groninger Museum tentoongesteld worden.’
‘Ja. Dat eiste hij min of meer.’
‘Da’s ook raar. Je maakt een paar schilderijen en dan eis je dat ze in een museum komen. De omgekeerde wereld, vind je ook niet?’
‘Ja. Het lijkt me normaal dat een museum eerst bij jou komt kijken en dan ja of nee zegt. Het moet je als het ware overkomen. Daar komt nog bij dat het een gelovig type kunstenaar blijkt te zijn, dus krijg je er ook nog de brutaliteit van de Christen Unie bij. Zo’n landbouwer die gemeenteraadslid is geworden, die zegt: het is toch ook mooie kunst! Nee, zei de goede man, natuurlijk wil de politiek zich er niet mee bemoeien, maar die Helmantel, die moet u ophangen.’
‘Een goede reden om maar eens te stoppen met dit kabinet.’
‘Ik ben het volledig met je eens, Sarah.’
‘En die wou dus in het Groninger Museum tentoongesteld worden.’
‘Ja. Dat eiste hij min of meer.’
‘Da’s ook raar. Je maakt een paar schilderijen en dan eis je dat ze in een museum komen. De omgekeerde wereld, vind je ook niet?’
‘Ja. Het lijkt me normaal dat een museum eerst bij jou komt kijken en dan ja of nee zegt. Het moet je als het ware overkomen. Daar komt nog bij dat het een gelovig type kunstenaar blijkt te zijn, dus krijg je er ook nog de brutaliteit van de Christen Unie bij. Zo’n landbouwer die gemeenteraadslid is geworden, die zegt: het is toch ook mooie kunst! Nee, zei de goede man, natuurlijk wil de politiek zich er niet mee bemoeien, maar die Helmantel, die moet u ophangen.’
‘Een goede reden om maar eens te stoppen met dit kabinet.’
‘Ik ben het volledig met je eens, Sarah.’
donderdag 26 juli 2007
Filmisch
‘Ik heb een boek gekocht, op de markt, van Thomas Harris. ‘De Hannibal Lecter Omnibus’. En daar kom ik maar niet doorheen. Verklaar mij dat eens, Sarah.’
‘Het is te dik, Ben.’
‘Maar ik lees vaak enorm saaie, dikke boeken. Dat weet je.’
‘Het gaat over seriemoordenaars. Nee, daar hou jij wel van.’
‘Hoe weet jij dat?’
‘Je hebt een site over serial killers in je favorieten staan, lulhannes.’
‘O ja. All right. Maar ik kom niet door dat boek heen. Twee hoofdstukken en dan is het al over.’
‘Twee?’
‘Ja, want dan weet ik al dat de schrijver in het derde hoofdstuk switcht naar de dader of de vermeende dader. Het is die verveling waar ik niet tegen kan.’
‘Je bedoelt, zo’n boek kan niet tippen aan bijvoorbeeld John le Carré.’
‘Nee, sowieso niet. Ik vind het een soort Dostojevski.’
‘Zo erg is het toch niet, Ben?’
‘Zo erg is het.’
‘Het is te dik, Ben.’
‘Maar ik lees vaak enorm saaie, dikke boeken. Dat weet je.’
‘Het gaat over seriemoordenaars. Nee, daar hou jij wel van.’
‘Hoe weet jij dat?’
‘Je hebt een site over serial killers in je favorieten staan, lulhannes.’
‘O ja. All right. Maar ik kom niet door dat boek heen. Twee hoofdstukken en dan is het al over.’
‘Twee?’
‘Ja, want dan weet ik al dat de schrijver in het derde hoofdstuk switcht naar de dader of de vermeende dader. Het is die verveling waar ik niet tegen kan.’
‘Je bedoelt, zo’n boek kan niet tippen aan bijvoorbeeld John le Carré.’
‘Nee, sowieso niet. Ik vind het een soort Dostojevski.’
‘Zo erg is het toch niet, Ben?’
‘Zo erg is het.’
Gijs is dood
‘Het was een ongeluk, Ben.’
‘Overreden.’
‘Ja. Daar lag ie.’
‘Je moet je er niet teveel van aantrekken. Gijs was een hond.’
‘Ik trek me er ook niet teveel van aan, Ben. Echt niet. Ik trek me er veel minder van aan dan jij doet van die Tour de France.’
‘Die doping en zo.’
‘Ja. Verzin eens een oplossing voor dat probleem.’
‘Dan moet je eerst weten dat niet 10% en niet 35% en niet 50%, maar 100% van de renners doping gebruiken. In of buiten de Tour de France of de Vuelta of de Giro, dat maakt niet uit. Wat moet je daaraan doen? Je moet dat van boven af zien te veranderen. Dus de ploegleiders. Die moeten er het eerst uit. De Theo van Rooyen’s, de Erik Breukink’s, de Erik Dekker’s. Dat soort lieden moet er uit. Lukt je dat niet? Stel ze verantwoordelijk dan. Als er een renner wordt gepakt, beboet die lieden dan met een serieus bedrag, zoiets als € 500.000, rechtelijk op te eisen. Schors, natuurlijk, de renner en zo. Dat is minder belangrijk. Beboet de ploegleider.’
‘Dat kost je weinig denkwerk, zie ik.’
‘Nee, natuurlijk niet. Hetis toch ook zo simpel als wat? En eenmaal een renner betrapt, dan ligt de ploegleider van die renner er ook definitief uit. Zo moet het, en niet anders.’
‘En hoe moet het met die out-of-competition controles?’
‘Dat is al even simpel. Als je niet bent waar de controleur je verwacht, krijg je een waarschuwing ter waarde van bijvoorbeeld € 10.000. Ben je er een tweede keer niet, dan ben je ‘positief’ zoals geloof ik de term is. Dus € 500.000 boete voor de ploegleider. Geen uitzonderingen maken, gewoon doen.’
‘Lijkt me een goed, een normaal plan. Ik heb Gijs nog wel opgeraapt, en ik heb hem begraven.’
‘Waar, Sarah?’
‘Voor ons huis, op het grasveld.’
‘Overreden.’
‘Ja. Daar lag ie.’
‘Je moet je er niet teveel van aantrekken. Gijs was een hond.’
‘Ik trek me er ook niet teveel van aan, Ben. Echt niet. Ik trek me er veel minder van aan dan jij doet van die Tour de France.’
‘Die doping en zo.’
‘Ja. Verzin eens een oplossing voor dat probleem.’
‘Dan moet je eerst weten dat niet 10% en niet 35% en niet 50%, maar 100% van de renners doping gebruiken. In of buiten de Tour de France of de Vuelta of de Giro, dat maakt niet uit. Wat moet je daaraan doen? Je moet dat van boven af zien te veranderen. Dus de ploegleiders. Die moeten er het eerst uit. De Theo van Rooyen’s, de Erik Breukink’s, de Erik Dekker’s. Dat soort lieden moet er uit. Lukt je dat niet? Stel ze verantwoordelijk dan. Als er een renner wordt gepakt, beboet die lieden dan met een serieus bedrag, zoiets als € 500.000, rechtelijk op te eisen. Schors, natuurlijk, de renner en zo. Dat is minder belangrijk. Beboet de ploegleider.’
‘Dat kost je weinig denkwerk, zie ik.’
‘Nee, natuurlijk niet. Hetis toch ook zo simpel als wat? En eenmaal een renner betrapt, dan ligt de ploegleider van die renner er ook definitief uit. Zo moet het, en niet anders.’
‘En hoe moet het met die out-of-competition controles?’
‘Dat is al even simpel. Als je niet bent waar de controleur je verwacht, krijg je een waarschuwing ter waarde van bijvoorbeeld € 10.000. Ben je er een tweede keer niet, dan ben je ‘positief’ zoals geloof ik de term is. Dus € 500.000 boete voor de ploegleider. Geen uitzonderingen maken, gewoon doen.’
‘Lijkt me een goed, een normaal plan. Ik heb Gijs nog wel opgeraapt, en ik heb hem begraven.’
‘Waar, Sarah?’
‘Voor ons huis, op het grasveld.’
Bedrog
We hoeven niet meer, en nooit meer, naar de Tour de France te kijken. Eerst Sinkiewic, of hoe heet ie, dan Vinokourov, dan Moreni, en nu Rasmussen. Ik laat de eerste drie zondaars maar even rusten. Rasmussen dan. Gele trui. Geweldige klimmer. De klootzak was dus helemaal niet in Mexico, bij zijn familie of iets dergelijks, hij was in Italië. Bij bijvoorbeeld dokter Ferrari, om net als onze heer Thomas Dekker bijvoorbeeld zakjes bloed toegediend te krijgen.
Hij wordt nu door het Rabobank-team uit de tour gehaald om ‘administratieve’ redenen, begrijp ik.
Om exact dezelfde redenen kijk ik nooit meer naar de Tour de France. A demain.
Hij wordt nu door het Rabobank-team uit de tour gehaald om ‘administratieve’ redenen, begrijp ik.
Om exact dezelfde redenen kijk ik nooit meer naar de Tour de France. A demain.
zaterdag 21 juli 2007
Potter? No, sir.
Wanneer komt er toch eens een einde aan die hype rond Harry Potter? Ik heb nog geen letter gelezen van die boeken van mevrouw Rowling, maar ik weet zeker: die boeken deugen niet. Om dezelfde reden als waarom vroeger de boeken over Dik Trom niet deugden.
‘Leg uit, Ben.’
Dat zal ik doen, Sarah. Toen ik twaalf jaar was, of veertien, las ik boeken van Multatuli. Woutertje Pieterse! Grootmachtig opperheer! Het uitspreken alleen al van dat soort termen vond ik geweldig.
‘En dat zie je minder gebeuren bij Harry Potter-fans.’
Minder? Nee. Dat gebeurt helemaal niet. Geef een citaat uit die Harry Potter-boeken dat zal beklijven. Een.
‘Dat is toch een beperkte kijk op de literatuur, zouden diverse kenners zeggen.’
Ja. Vooruit. Beperkte kijk. Maar ik wist al op betrekkelijk jonge leeftijd dat zoiets als Dostojevski enorme rotzooi was. Walgelijk. En je wist al na een pagina dat, om maar eens een andere Rus te noemen, Tsjechov wel deugde.
‘Noem eens een Nederlandse schrijver die op die manier deugt.’
‘Krol.’
‘Leg uit, Ben.’
Dat zal ik doen, Sarah. Toen ik twaalf jaar was, of veertien, las ik boeken van Multatuli. Woutertje Pieterse! Grootmachtig opperheer! Het uitspreken alleen al van dat soort termen vond ik geweldig.
‘En dat zie je minder gebeuren bij Harry Potter-fans.’
Minder? Nee. Dat gebeurt helemaal niet. Geef een citaat uit die Harry Potter-boeken dat zal beklijven. Een.
‘Dat is toch een beperkte kijk op de literatuur, zouden diverse kenners zeggen.’
Ja. Vooruit. Beperkte kijk. Maar ik wist al op betrekkelijk jonge leeftijd dat zoiets als Dostojevski enorme rotzooi was. Walgelijk. En je wist al na een pagina dat, om maar eens een andere Rus te noemen, Tsjechov wel deugde.
‘Noem eens een Nederlandse schrijver die op die manier deugt.’
‘Krol.’
Het gaat minder goed
Dank je wel, Matthijs, voor de (laat ons wel wezen) vererende aandacht. Ik ben iemand die, als zijn auto kapot zou gaan, absoluut niet de moeite zou nemen. Het is ‘timede’, wat ik ook wel wist, maar ‘taimde’ vind ik eigenlijk een beter Nederlands woord.
Ben je nu helemaal terug van je vakantie, of blijft daar nog iets van over? En waar ging je heen? En met wie?
‘Jaren later zal blijken dat je alleen een stel foto’s niet hebt gemaakt.’
Goeie opmerking, Sarah.
‘Kijk, kleinkinderen van me. De toren van Pisa, de piramide van Cheops, daar ben ik ook geweest, en daar is de bekende Muur van Kranna.’
De bekende Muur van Kranna?
‘Ja. Nooit geweest, Ben?’
Niet dat ik me kan herinneren, nee. Sarah is een beetje beter op de hoogte van de bijbelse geschiedenis, Matthijs. Kranna, zei je, Sarah?
‘Chrannah, zo staat het in je atlas. Daar hoef je je niet voor te schamen, hoor jongen. Neem nu eerst maar je Remeron in, anders wordt het weer zo’n vreselijke nacht.’
Doe ik.
‘En zeer bedankt, Matthijs, om op zo’n ugly moment toch even aan ons te denken.’
Ben je nu helemaal terug van je vakantie, of blijft daar nog iets van over? En waar ging je heen? En met wie?
‘Jaren later zal blijken dat je alleen een stel foto’s niet hebt gemaakt.’
Goeie opmerking, Sarah.
‘Kijk, kleinkinderen van me. De toren van Pisa, de piramide van Cheops, daar ben ik ook geweest, en daar is de bekende Muur van Kranna.’
De bekende Muur van Kranna?
‘Ja. Nooit geweest, Ben?’
Niet dat ik me kan herinneren, nee. Sarah is een beetje beter op de hoogte van de bijbelse geschiedenis, Matthijs. Kranna, zei je, Sarah?
‘Chrannah, zo staat het in je atlas. Daar hoef je je niet voor te schamen, hoor jongen. Neem nu eerst maar je Remeron in, anders wordt het weer zo’n vreselijke nacht.’
Doe ik.
‘En zeer bedankt, Matthijs, om op zo’n ugly moment toch even aan ons te denken.’
donderdag 19 juli 2007
Samen
‘Dat is de enige manier om samen te leven, Ben.’
‘Vooruit. Ik ben het met je eens. Maar om het samen erg te hebben.’
‘Dat is gewoon twee maal een.’
‘Nou ja.’
‘Het is minder erg dan twee gezinnen kapot te maken, Ben. We maken nu samen één gezin kapot.’
‘Ons.’
‘Ons allebeis.’
‘Vooruit. Ik ben het met je eens. Maar om het samen erg te hebben.’
‘Dat is gewoon twee maal een.’
‘Nou ja.’
‘Het is minder erg dan twee gezinnen kapot te maken, Ben. We maken nu samen één gezin kapot.’
‘Ons.’
‘Ons allebeis.’
Rampzalig
’Het was de week van het onderduiken, Sarah.’
‘Ja, Ben. Godzijdank.’
‘Dus jij taimde, of hoe moet ik dat spellen, je godverdomse weken hetzelfde als ik.’
’Kijk maar in de keuken, Ben.’
‘Ja, godverdomme.’
‘De keuken ruimen we samen op. Klaar. Morgenochtend.’
‘Maar hoe komt dat toch?’
‘Geen idee, jongen. Gewoon opruimen. Aan de kant moet het spul. Weg met de rotzooi. Dat is de enige manier om ons.’
‘Ons.’
Ja. Om ons wat ruimte te geven.’
‘Ja, Ben. Godzijdank.’
‘Dus jij taimde, of hoe moet ik dat spellen, je godverdomse weken hetzelfde als ik.’
’Kijk maar in de keuken, Ben.’
‘Ja, godverdomme.’
‘De keuken ruimen we samen op. Klaar. Morgenochtend.’
‘Maar hoe komt dat toch?’
‘Geen idee, jongen. Gewoon opruimen. Aan de kant moet het spul. Weg met de rotzooi. Dat is de enige manier om ons.’
‘Ons.’
Ja. Om ons wat ruimte te geven.’
dinsdag 17 juli 2007
Prettige weken, Matthijs
‘Hoe kan iemand op vakantie gaan, Ben?’
‘Terwijl je zo in discussie bent, bedoel je?’
‘Ja. Wanneer ben jij voor het laatst op vakantie geweest?’
‘Dat moet in, god wat zal het jaar geweest zijn. 1981? Zuid-Engeland was dat, in de buurt van Bath. Het regende toen de ganse dag, herinner ik me wel.’
‘Daar ging je heen om de Bath cathedral te zien.’
‘Nee, daar had ik geen idee van. Ik ging erheen om eens wat te zien van het Engelse leven, van wat de Engelse schrijvers er zoal over te melden hadden. Kijken of dat klopte.’
‘En klopte dat?’
‘Dat klopte wel.’
‘Je bent er niet zo enthousiast over, merk ik.’
‘Nee. Het was wel leuk om bepaalde dingen te herkennen zoals die ook beschreven worden door Anthony Trollope.’
‘Dingen die hij schrijft in ‘Barchester Towers’, bedoel je.’
‘Ja, en in een paar andere boeken ook. Hij beschrijft in zijn ‘Eustace Diamonds’ bijvoorbeeld een landgoed, dat volgens mij tussen Bath en Exeter moest liggen. En dat lag daar ook. Nu niet meer natuurlijk, er is een weg aangelegd.’
‘Dan heb je toch een leuke vakantie gehad, Ben?’
‘Dat zou je willen geloven, Sarah. Midden in die vakantie werd ik depressief, ik had geen pillen bij me om de depressie af te remmen. Het is me achteraf nog een raadsel hoe ik op de boot terug naar Holland ben gestapt. Wat een ellende.’
‘En je bent nooit meer op vakantie gegaan sindsdien?’
‘Nee, nooit meer. Zelfbehoud, zo zag ik het. Zo zie ik het.’
‘Je bedoelt, je kunt maar beter depressief zijn in je eigen omgeving.’
‘Ja.’
‘Daar ben ik het mee eens, Ben.’
‘Terwijl je zo in discussie bent, bedoel je?’
‘Ja. Wanneer ben jij voor het laatst op vakantie geweest?’
‘Dat moet in, god wat zal het jaar geweest zijn. 1981? Zuid-Engeland was dat, in de buurt van Bath. Het regende toen de ganse dag, herinner ik me wel.’
‘Daar ging je heen om de Bath cathedral te zien.’
‘Nee, daar had ik geen idee van. Ik ging erheen om eens wat te zien van het Engelse leven, van wat de Engelse schrijvers er zoal over te melden hadden. Kijken of dat klopte.’
‘En klopte dat?’
‘Dat klopte wel.’
‘Je bent er niet zo enthousiast over, merk ik.’
‘Nee. Het was wel leuk om bepaalde dingen te herkennen zoals die ook beschreven worden door Anthony Trollope.’
‘Dingen die hij schrijft in ‘Barchester Towers’, bedoel je.’
‘Ja, en in een paar andere boeken ook. Hij beschrijft in zijn ‘Eustace Diamonds’ bijvoorbeeld een landgoed, dat volgens mij tussen Bath en Exeter moest liggen. En dat lag daar ook. Nu niet meer natuurlijk, er is een weg aangelegd.’
‘Dan heb je toch een leuke vakantie gehad, Ben?’
‘Dat zou je willen geloven, Sarah. Midden in die vakantie werd ik depressief, ik had geen pillen bij me om de depressie af te remmen. Het is me achteraf nog een raadsel hoe ik op de boot terug naar Holland ben gestapt. Wat een ellende.’
‘En je bent nooit meer op vakantie gegaan sindsdien?’
‘Nee, nooit meer. Zelfbehoud, zo zag ik het. Zo zie ik het.’
‘Je bedoelt, je kunt maar beter depressief zijn in je eigen omgeving.’
‘Ja.’
‘Daar ben ik het mee eens, Ben.’
zondag 15 juli 2007
Kanaal 48
‘Daar kan ik niet naar kijken, Sarah, dat weet je.’
‘Ja. Maar het is zo leuk, Ben.’
‘Vooruit dan maar. Kanaal 48.’
‘Dank je, Ben. Kom je naast me zitten?’
‘Daar zit ik al.’
‘Moet je zien. Frans de Zoete heet die man, met het nummer ‘Mijn liefde’. O, wat mooi!’
‘Frans de?’
‘Zoete. Mijn liefde. Je moet wel opletten. Waarom zet je nooit het geluid aan van je tv?’
‘Nou, daarom. Lina Stevens. Kijk: ‘Mijn liefde van mijn leven’! Het is wel een en al afwisseling. Ze zingt volgens mij: dicht tegen jou aan. En daar komt Antonio met het nummer ‘Cherie’. Ook geheel geloofwaardig. Ik ga liever weer iets lezen, Sarah.’
‘Wat dan, Ben?’
‘Anything.’
‘Ja. Maar het is zo leuk, Ben.’
‘Vooruit dan maar. Kanaal 48.’
‘Dank je, Ben. Kom je naast me zitten?’
‘Daar zit ik al.’
‘Moet je zien. Frans de Zoete heet die man, met het nummer ‘Mijn liefde’. O, wat mooi!’
‘Frans de?’
‘Zoete. Mijn liefde. Je moet wel opletten. Waarom zet je nooit het geluid aan van je tv?’
‘Nou, daarom. Lina Stevens. Kijk: ‘Mijn liefde van mijn leven’! Het is wel een en al afwisseling. Ze zingt volgens mij: dicht tegen jou aan. En daar komt Antonio met het nummer ‘Cherie’. Ook geheel geloofwaardig. Ik ga liever weer iets lezen, Sarah.’
‘Wat dan, Ben?’
‘Anything.’
De Nipkowschijf
Dag Matthijs,
Ik kan wel begrijpen dat je het met die kerncentrales niet eens bent. Maar er moeten sowieso twee à drie centrales bij komen. Moeten dat dan kolen- of gascentrales worden, met een onderaardse opslag van de CO2? Dat betekent dat die centrales maar op twee plaatsen in Nederland gebouwd kunnen worden: Zuid-Limburg (de mijnen) of Groningen (de plaatsen waar eerst het gas uit is gehaald). Zuid-Limburg dus, lijkt mij. Dan moet de stroom nog naar het Botlekgebied toe, waar die stroom het meest gewild is. Het lijkt me, kortom, niet zo’n gewenst project. Dát is dan ook de reden waarom ik zeg: bouw twee of drie kerncentrales in het Botlekgebied. Het enige, en grote, probleem is: de kernafval. Wat doen we daarmee. Ik stel voor dat we een stel wetenschappers samenbrengen, die zich met dat probleem nou eindelijk eens bezig gaan houden. Eindelijk! Er wordt al sinds de jaren zeventig over geruzied, maar er is nog nooit een oplossing voor gevonden. Dat wordt hoog tijd.
Sarah zegt ook dat ik een hopeloze optimist ben, maar nou ja.
Francisco van Jole is inderdaad een verstandige man. Zijn programma op de tv vond ik voortreffelijk en verdient zo een Nipkowschijf. Ik lees zijn 2525-blog ook graag en geregeld. Zijn bijdrage over die klimaatdiscussie vond ik ietsje minder dan zijn gewone kwaliteit: hij zegt dat het gewoon rechtse taal is als je iets anders zegt dan Al Gore, en dus dat je fout bent als je dat doet. Ik ben het niet met Francisco eens. Je kunt toch eenvoudig uitrekenen dat die CO2 niets met het klimaat uitstaande heeft? Hetheeft natuurlijk met vervuiling enzovoorts te maken, dus weg met de automobielen, vliegtuigen, treins en bussen. Daar ben ik het mee eens. Maak eens iets als een proeftraject Amsterdam-Haarlem op Avgils-basis (of hoe heet dat Duitse systeem ook), kijk hoe dat werkt en voer het landelijk door. (Eerst de NS weer in landelijke handen zien te krijgen.)
Weet je wat ik zo leuk vind aan die Dupierris? Die man heeft echt gezworven door Parijs, Lyon, Londen, Gent, Brussel - en alleen maar om die foto’s te kunnen maken. Foto’s van restanten.
Ik weet trouwens nog een aardige blog. Als je tenminste geïnteresseerd bent in schrijfsels van iemand die volgens mij absoluut tegen kerncentrales is. Hij schrijft tegenwoordig vooral over de oorlog in Irak en Afghanistan (voor de duidelijkheid: daar moeten we meteen weg). Zijn blog heet: dwarslezing. Het lijkt me een blog van of misschien namens de SP, maar wat dondert dat.
Ik zei dat ik ‘Northanger Abby’ ging lezen, maar ik heb toch maar ‘Emma’ gekozen, van dezelfde schrijfster. Dat boek heb ik twintig of vijfentwintig jaar geleden al gelezen, maar ik werd verleid door de allereerste zin van ‘Emma’. Na ‘Emma’ ga ik de Nabokovs weer eens herlezen. Heerlijk!
Een groet van je
Ben.
Ik kan wel begrijpen dat je het met die kerncentrales niet eens bent. Maar er moeten sowieso twee à drie centrales bij komen. Moeten dat dan kolen- of gascentrales worden, met een onderaardse opslag van de CO2? Dat betekent dat die centrales maar op twee plaatsen in Nederland gebouwd kunnen worden: Zuid-Limburg (de mijnen) of Groningen (de plaatsen waar eerst het gas uit is gehaald). Zuid-Limburg dus, lijkt mij. Dan moet de stroom nog naar het Botlekgebied toe, waar die stroom het meest gewild is. Het lijkt me, kortom, niet zo’n gewenst project. Dát is dan ook de reden waarom ik zeg: bouw twee of drie kerncentrales in het Botlekgebied. Het enige, en grote, probleem is: de kernafval. Wat doen we daarmee. Ik stel voor dat we een stel wetenschappers samenbrengen, die zich met dat probleem nou eindelijk eens bezig gaan houden. Eindelijk! Er wordt al sinds de jaren zeventig over geruzied, maar er is nog nooit een oplossing voor gevonden. Dat wordt hoog tijd.
Sarah zegt ook dat ik een hopeloze optimist ben, maar nou ja.
Francisco van Jole is inderdaad een verstandige man. Zijn programma op de tv vond ik voortreffelijk en verdient zo een Nipkowschijf. Ik lees zijn 2525-blog ook graag en geregeld. Zijn bijdrage over die klimaatdiscussie vond ik ietsje minder dan zijn gewone kwaliteit: hij zegt dat het gewoon rechtse taal is als je iets anders zegt dan Al Gore, en dus dat je fout bent als je dat doet. Ik ben het niet met Francisco eens. Je kunt toch eenvoudig uitrekenen dat die CO2 niets met het klimaat uitstaande heeft? Hetheeft natuurlijk met vervuiling enzovoorts te maken, dus weg met de automobielen, vliegtuigen, treins en bussen. Daar ben ik het mee eens. Maak eens iets als een proeftraject Amsterdam-Haarlem op Avgils-basis (of hoe heet dat Duitse systeem ook), kijk hoe dat werkt en voer het landelijk door. (Eerst de NS weer in landelijke handen zien te krijgen.)
Weet je wat ik zo leuk vind aan die Dupierris? Die man heeft echt gezworven door Parijs, Lyon, Londen, Gent, Brussel - en alleen maar om die foto’s te kunnen maken. Foto’s van restanten.
Ik weet trouwens nog een aardige blog. Als je tenminste geïnteresseerd bent in schrijfsels van iemand die volgens mij absoluut tegen kerncentrales is. Hij schrijft tegenwoordig vooral over de oorlog in Irak en Afghanistan (voor de duidelijkheid: daar moeten we meteen weg). Zijn blog heet: dwarslezing. Het lijkt me een blog van of misschien namens de SP, maar wat dondert dat.
Ik zei dat ik ‘Northanger Abby’ ging lezen, maar ik heb toch maar ‘Emma’ gekozen, van dezelfde schrijfster. Dat boek heb ik twintig of vijfentwintig jaar geleden al gelezen, maar ik werd verleid door de allereerste zin van ‘Emma’. Na ‘Emma’ ga ik de Nabokovs weer eens herlezen. Heerlijk!
Een groet van je
Ben.
zaterdag 14 juli 2007
Op het randje, Matthijs
Dank je voor twee nieuwe reacties. Ik kan je niet bereiken via e-mail of via je blog, dus doe ik het zo maar.
Je zegt dat je het niet eens bent met wat ik daar schreef. Ik schreef over de Warme Golfstroom en over kerncentrales. Waarmee ben je het niet eens? En waarom niet?
Ook schreef je, in je tweede reactie, dat het wel zeer dicht tegen het liegen aanligt. Nietwaar, geen tijd hebben om aan m’n blog te werken en dat werk dus maar overlaten aan een fictief iemand. Ik heb de afgelopen week inderdaad weinig geschreven. Boswell is een dik boek, zo’n 1400 pagina’s, en Boswell kan niet schrijven, dat wil zeggen hij kan niet schrappen. Hij leutert soms 50 of meer pagina’s vol, zich kwaad makend over de meest futiele zaken. Het boek is dus eigenlijk niet om door te komen, maar ja. Ik heb het toch maar gedaan. Ik ga nu verder met Jane Austen’s ‘Northanger Abby’. Dat is van een kleine eeuw later, is dus ook minder dik en er meer op gericht te worden gelezen in plaats van voorgelezen.
Maar ik heb dus wel enige tijd gehad voor m’n blog. Ik heb nog een goeie tip: kijk eens in de blog van meneer Dupierris. Een kunstenaar uit Frankrijk.
Je zegt dat je het niet eens bent met wat ik daar schreef. Ik schreef over de Warme Golfstroom en over kerncentrales. Waarmee ben je het niet eens? En waarom niet?
Ook schreef je, in je tweede reactie, dat het wel zeer dicht tegen het liegen aanligt. Nietwaar, geen tijd hebben om aan m’n blog te werken en dat werk dus maar overlaten aan een fictief iemand. Ik heb de afgelopen week inderdaad weinig geschreven. Boswell is een dik boek, zo’n 1400 pagina’s, en Boswell kan niet schrijven, dat wil zeggen hij kan niet schrappen. Hij leutert soms 50 of meer pagina’s vol, zich kwaad makend over de meest futiele zaken. Het boek is dus eigenlijk niet om door te komen, maar ja. Ik heb het toch maar gedaan. Ik ga nu verder met Jane Austen’s ‘Northanger Abby’. Dat is van een kleine eeuw later, is dus ook minder dik en er meer op gericht te worden gelezen in plaats van voorgelezen.
Maar ik heb dus wel enige tijd gehad voor m’n blog. Ik heb nog een goeie tip: kijk eens in de blog van meneer Dupierris. Een kunstenaar uit Frankrijk.
Waardeloze week
‘Je moet het ook niet overdrijven, Ben.’
‘Nee. Maar het was wel een waardeloze week, Sarah. Ik ga woensdagavond naar café ‘Het roer om’ om... tja, om eens iemand te zien, nietwaar. Daar was een aardige vrouw uit Drenthe, ik meen uit Emmen.’
‘Concurrentie?’
‘O nee, Sarah. Natuurlijk niet. Ik weet niet eens haar naam. Er ontbrak een tand in haar bovengebit, dat maakte haar aantrekkelijk. Eindelijk iemand die niet hup naar de tandarts gaat, dacht ik, maar die gewoon naar de kroeg gaat.’
‘Van de tv krijg je de indruk: als je zulke mensen tegenkomt, dan moeten die mensen wel verdovende drugs gebruiken. Mensen met slechte gebitten.’
‘Is dat zo? Daar heb ik nooit zo over nagedacht. Dus wij raken aan de praat. Blijkt dat zij veel via hyves en spykes of zoiets doet op de computer. Dus ik zeg: wij doen op de computer een blog. Zij vraagt hoe onze blog heet. Ik zeg dat, en ik zeg erbij dat op deze blog nooit leugens verteld worden.’
‘Terecht.’
‘Of tenminste, nooit echte leugens. Maar dat was het einde van ons gesprek. Het kwam niet verder dan die mededeling.’
‘Wat had je dan verder gewild, jongen?’
‘Dat weet ik ook niet, Sarah. Ik had bijvoorbeeld wel willen praten over de klimaatproblematiek. Ieder mens kan weten dat het klimaat niet wordt beïnvloed door de CO2. De vervuiling wordt daar wel door verergerd, maar dat is iets anders. Waar wordt ons klimaat door bepaald? Door de Warme Golfstroom. Waar kan die golfstroom door worden verstoord?’
‘Groenland.’
‘Ja. Groenland moet dooien. En als dat in het huidige tempo gaat ontdooien, duurt dat nog een paar duizend jaar. Dus.’
‘Maar stel nu dat er in de Alpen de komende tien jaar geen sneeuw meer valt, maar regen.’
‘Daar ziet het wel naar uit, ja. Dan moeten we maatregelen nemen met onze rivieren, lijkt me. Overstromingsgebieden en zo.’
‘En als er nu tsunami’s voorkomen, overal in de wereld?’
‘Dat zijn dingen die niets met het klimaat van doen hebben. Net zo min als aardverschuivingen of vulkaanontploffingen. Of neem die ijsschotsen die losraken van Antarctica, of die smeltende gletschers uit die film van Al Gore. Dat is allemaal propaganda. Alsof wij daar iets aan kunnen doen. Alsof wij iets kunnen doen aan het klimaat.’
‘Aan het globale klimaat, ook nog.’
‘Ja, neem dubbele ramen, daarmee help je Bangla Desh. Het komt allemaal door de jaren zestig, daar ben ik van overtuigd.’
‘De hippies?’
‘Bijvoorbeeld. Wat we moeten doen, is: bouw eerst eens twee drie kerncentrales. Die gaan dertig jaar mee. En daarna moeten we andere vormen van energie hebben. Onderzoek dus.’
‘Nee. Maar het was wel een waardeloze week, Sarah. Ik ga woensdagavond naar café ‘Het roer om’ om... tja, om eens iemand te zien, nietwaar. Daar was een aardige vrouw uit Drenthe, ik meen uit Emmen.’
‘Concurrentie?’
‘O nee, Sarah. Natuurlijk niet. Ik weet niet eens haar naam. Er ontbrak een tand in haar bovengebit, dat maakte haar aantrekkelijk. Eindelijk iemand die niet hup naar de tandarts gaat, dacht ik, maar die gewoon naar de kroeg gaat.’
‘Van de tv krijg je de indruk: als je zulke mensen tegenkomt, dan moeten die mensen wel verdovende drugs gebruiken. Mensen met slechte gebitten.’
‘Is dat zo? Daar heb ik nooit zo over nagedacht. Dus wij raken aan de praat. Blijkt dat zij veel via hyves en spykes of zoiets doet op de computer. Dus ik zeg: wij doen op de computer een blog. Zij vraagt hoe onze blog heet. Ik zeg dat, en ik zeg erbij dat op deze blog nooit leugens verteld worden.’
‘Terecht.’
‘Of tenminste, nooit echte leugens. Maar dat was het einde van ons gesprek. Het kwam niet verder dan die mededeling.’
‘Wat had je dan verder gewild, jongen?’
‘Dat weet ik ook niet, Sarah. Ik had bijvoorbeeld wel willen praten over de klimaatproblematiek. Ieder mens kan weten dat het klimaat niet wordt beïnvloed door de CO2. De vervuiling wordt daar wel door verergerd, maar dat is iets anders. Waar wordt ons klimaat door bepaald? Door de Warme Golfstroom. Waar kan die golfstroom door worden verstoord?’
‘Groenland.’
‘Ja. Groenland moet dooien. En als dat in het huidige tempo gaat ontdooien, duurt dat nog een paar duizend jaar. Dus.’
‘Maar stel nu dat er in de Alpen de komende tien jaar geen sneeuw meer valt, maar regen.’
‘Daar ziet het wel naar uit, ja. Dan moeten we maatregelen nemen met onze rivieren, lijkt me. Overstromingsgebieden en zo.’
‘En als er nu tsunami’s voorkomen, overal in de wereld?’
‘Dat zijn dingen die niets met het klimaat van doen hebben. Net zo min als aardverschuivingen of vulkaanontploffingen. Of neem die ijsschotsen die losraken van Antarctica, of die smeltende gletschers uit die film van Al Gore. Dat is allemaal propaganda. Alsof wij daar iets aan kunnen doen. Alsof wij iets kunnen doen aan het klimaat.’
‘Aan het globale klimaat, ook nog.’
‘Ja, neem dubbele ramen, daarmee help je Bangla Desh. Het komt allemaal door de jaren zestig, daar ben ik van overtuigd.’
‘De hippies?’
‘Bijvoorbeeld. Wat we moeten doen, is: bouw eerst eens twee drie kerncentrales. Die gaan dertig jaar mee. En daarna moeten we andere vormen van energie hebben. Onderzoek dus.’
woensdag 11 juli 2007
Dag Matthijs
‘Je had gereageerd op ‘Geheimpje’. Twee keer zelfs. Bedankt voor de complimenten (leuk geschreven enzovoorts).’
‘Daar doe je het ook voor, Ben. Draai er niet om heen.’
‘Nee, natuurlijk, ja. Vanzelf. Maar mij viel ook op dat je eerste reactie iets dichter bij de waarheid zit dan de tweede. Sarah, die nu rechts naast me zit, gaat het je uitleggen. Sarah, aan jou.’
‘Ja Matthijs. Het eigenaardige is...’
‘Het leuke.’
‘All right. Het leuke is dat ik inderdaad niet besta. Dus fictief ben. Ben heeft me in mei verzonnen, samen met mijn hondje Gijs. Je moet Ben een beetje kennen: hij is manisch-depressief, heeft nooit met een vrouw samengeleefd, hij is altijd alleen geweest, met zijn boeken. Dus hij dacht op een zeker moment: laat ik eens iets maken, een blog of zoiets, waarin ik wel een vrouw kan hebben.’
‘Ja. En dat hoeft niet te conflicteren met de naam van mijn blog. Of je moet een schrijver die een verhaal verzint ook een leugenaar willen noemen.’
‘Ik maak het eten vanavond, Ben.’
‘Dan laat ik Gijs wel uit, Sarah.’
‘Daar doe je het ook voor, Ben. Draai er niet om heen.’
‘Nee, natuurlijk, ja. Vanzelf. Maar mij viel ook op dat je eerste reactie iets dichter bij de waarheid zit dan de tweede. Sarah, die nu rechts naast me zit, gaat het je uitleggen. Sarah, aan jou.’
‘Ja Matthijs. Het eigenaardige is...’
‘Het leuke.’
‘All right. Het leuke is dat ik inderdaad niet besta. Dus fictief ben. Ben heeft me in mei verzonnen, samen met mijn hondje Gijs. Je moet Ben een beetje kennen: hij is manisch-depressief, heeft nooit met een vrouw samengeleefd, hij is altijd alleen geweest, met zijn boeken. Dus hij dacht op een zeker moment: laat ik eens iets maken, een blog of zoiets, waarin ik wel een vrouw kan hebben.’
‘Ja. En dat hoeft niet te conflicteren met de naam van mijn blog. Of je moet een schrijver die een verhaal verzint ook een leugenaar willen noemen.’
‘Ik maak het eten vanavond, Ben.’
‘Dan laat ik Gijs wel uit, Sarah.’
zondag 8 juli 2007
Ben kijkt niet
Als je lichaam dood gaat
‘Dat is wel de meest onzinnige blog die ik ben tegenkomen, Sarah.’
‘Ik neem ook eerst een slokje. Feel free to contact me, haha!’
‘Jha. Zo’n gesjeesde dominee of kapelaan die ergens zijn eigen rommeltje opricht...’
‘Amerika, natuurlijk.’
‘Ja, natuurlijk, waar anders. Godsammekraken, zou Rijk de Gooyer uitroepen. Eerst heeft hij nog een menselijk artikel over de gezondheidszorg, maar meteen daarna komt er een artikel over wat er kan gebeuren als je lichaam doodgaat.’
‘Hij heeft er ook een foto van zichzelf bij geplaatst.’
‘Ja. Dat doen die Helpers van God allemaal. Ze hopen toch een soort aanhang te krijgen.’
‘Ik neem ook eerst een slokje. Feel free to contact me, haha!’
‘Jha. Zo’n gesjeesde dominee of kapelaan die ergens zijn eigen rommeltje opricht...’
‘Amerika, natuurlijk.’
‘Ja, natuurlijk, waar anders. Godsammekraken, zou Rijk de Gooyer uitroepen. Eerst heeft hij nog een menselijk artikel over de gezondheidszorg, maar meteen daarna komt er een artikel over wat er kan gebeuren als je lichaam doodgaat.’
‘Hij heeft er ook een foto van zichzelf bij geplaatst.’
‘Ja. Dat doen die Helpers van God allemaal. Ze hopen toch een soort aanhang te krijgen.’
Cocaïne
‘Ben jij ooit echt verliefd geweest, Ben?’
‘Op een vrouw bedoel je?’
‘Ja.’
‘Eén keer. Eventjes.’
‘En werd die liefde beantwoord?’
‘Nou ja, we belandden in bed die avond. Dus ik neem maar aan van wel.’
‘Ik vraag dit omdat er zo straks een programma op de tv was, dat over zulke dingen ging. Jij was aan het lezen in Boswell. Ze zeiden dat wanneer een mens verliefd is, en als die liefde ook wordt beantwoord, dat er dan dopaminen vrijkomen, of zoiets. Net zoveel als er bij het gebruik van cocaïne vrijkomen. Het geluksgevoel neemt enorm toe.’
‘Dat ligt voor de hand, is het niet? Er gebeurt iets leuks, en je geluksgevoel neemt toe. Wat voor wetenschappers waren dat?’
‘Dat soort informatie gaf dat programma niet, maar ze lieten wel constant hersenscans zien. Daar werd dan bij gezegd: in dit of dat gedeelte van de menselijke hersenen zit dat geluksgevoel.’
‘Heer god. En daar haalden ze vast en zeker ook de evolutietheorie bij.’
‘Ja. In de roos. Dan zeiden ze: die verliefdheid is nodig, want dan komen er kindertjes. Simpel gezegd, maar daar kwam het op neer.’
‘Het zit dus in onze genetische aanleg, plezier maken.’
‘Ja.’
‘Ieder mens maakt plezier op zijn eigen wijze. De een damt graag, de ander voetbalt graag, weer een ander versiert graag zijn huis met lichtjes.’
‘Jij leest graag ontzettend saaie boeken.’
‘Bijvoorbeeld. En dat zou komen door een gen of door een stel genen, dat ervoor zorgt dat er in je kop dopaminen vrijkomen? Vooruit dan maar. Maar in mijn kop zitten dan andere dopaminen dan in het hoofd van de gemiddelde voetbalsupporter.’
‘Want jij leest zo’n kinderachtig boek van Hemingway, of dat boek van Boswell over Samuel Johnson, en dat is niet iets waar een fan van Cruijff voor valt.’
‘Ja, ik neem aan dat een fan van Cruijff of van die nieuwe spits van Ajax, hoe heet die jongen, Hanenveld of zoiets, andere interesses heeft.’
‘Interesses. Ergens interesse voor hebben. Dat zou wel eens het meest karakteristieke onderdeel kunnen zijn van, hoe moet je het noemen.’
‘Van het menszijn als zodanig.’
‘Op een vrouw bedoel je?’
‘Ja.’
‘Eén keer. Eventjes.’
‘En werd die liefde beantwoord?’
‘Nou ja, we belandden in bed die avond. Dus ik neem maar aan van wel.’
‘Ik vraag dit omdat er zo straks een programma op de tv was, dat over zulke dingen ging. Jij was aan het lezen in Boswell. Ze zeiden dat wanneer een mens verliefd is, en als die liefde ook wordt beantwoord, dat er dan dopaminen vrijkomen, of zoiets. Net zoveel als er bij het gebruik van cocaïne vrijkomen. Het geluksgevoel neemt enorm toe.’
‘Dat ligt voor de hand, is het niet? Er gebeurt iets leuks, en je geluksgevoel neemt toe. Wat voor wetenschappers waren dat?’
‘Dat soort informatie gaf dat programma niet, maar ze lieten wel constant hersenscans zien. Daar werd dan bij gezegd: in dit of dat gedeelte van de menselijke hersenen zit dat geluksgevoel.’
‘Heer god. En daar haalden ze vast en zeker ook de evolutietheorie bij.’
‘Ja. In de roos. Dan zeiden ze: die verliefdheid is nodig, want dan komen er kindertjes. Simpel gezegd, maar daar kwam het op neer.’
‘Het zit dus in onze genetische aanleg, plezier maken.’
‘Ja.’
‘Ieder mens maakt plezier op zijn eigen wijze. De een damt graag, de ander voetbalt graag, weer een ander versiert graag zijn huis met lichtjes.’
‘Jij leest graag ontzettend saaie boeken.’
‘Bijvoorbeeld. En dat zou komen door een gen of door een stel genen, dat ervoor zorgt dat er in je kop dopaminen vrijkomen? Vooruit dan maar. Maar in mijn kop zitten dan andere dopaminen dan in het hoofd van de gemiddelde voetbalsupporter.’
‘Want jij leest zo’n kinderachtig boek van Hemingway, of dat boek van Boswell over Samuel Johnson, en dat is niet iets waar een fan van Cruijff voor valt.’
‘Ja, ik neem aan dat een fan van Cruijff of van die nieuwe spits van Ajax, hoe heet die jongen, Hanenveld of zoiets, andere interesses heeft.’
‘Interesses. Ergens interesse voor hebben. Dat zou wel eens het meest karakteristieke onderdeel kunnen zijn van, hoe moet je het noemen.’
‘Van het menszijn als zodanig.’
zaterdag 7 juli 2007
Geheimpje
Dit weet Ben nog niet, maar nu weet u het. Ik ben onvruchtbaar, het is iets met mijn eierstokken. Dat weet ik al sinds mijn 23ste. Kinderen krijgen heeft er nooit in gezeten. Gelukkig, moet ik achteraf zeggen.
Weet u wat het rare is? Al de mannen die ik heb gekend (dat waren er maar vier) liet ik wel condooms gebruiken. Ik vertelde ze niets. Waarom, weet ik niet. Dus André, Pieter, Jacques (ik dacht tenminste dat je zo heette, het kan ook gewoon Sjaak geweest zijn) en Oumah: sorry! Ik hoop dat jullie evengoed plezier hebben gehad!
Weet u wat het rare is? Al de mannen die ik heb gekend (dat waren er maar vier) liet ik wel condooms gebruiken. Ik vertelde ze niets. Waarom, weet ik niet. Dus André, Pieter, Jacques (ik dacht tenminste dat je zo heette, het kan ook gewoon Sjaak geweest zijn) en Oumah: sorry! Ik hoop dat jullie evengoed plezier hebben gehad!
Sarah Harder
Life of Harder
We hebben van de week gekeken naar een documentaire over Samuel Johnson, op de BBC. Prachtige documentaire. Het gevolg daarvan was dat Ben in zijn bibliotheek ging zoeken naar James Boswell’s ‘Life of Johnson’. Een boek van anderhalfduizend pagina’s. Dat had hij nog nooit helemaal gelezen, zei hij. En dat gaat hij nu dus wel doen. Succes, Ben!
Of ik het contact met de (eventuele) lezers zou willen onderhouden. Natuurlijk, zei ik. Mogen plaatjes? Liever niet, zei Ben. Maar ik mag alles schrijven? Tuurlijk.
Ik zal u eens vertellen hoe ik mijn dagen stukmaak. Behalve met de zorg voor Ben (hij staat om de 10 pagina’s op om te zeggen: ‘Wist jij dat...?’ Het is dan de aangewezen strategie om verrast op te kijken en geïnteresseerd te luisteren. Is hij uitgepraat, dan geef je nogmaals blijk van je onverminderde belangstelling, en vervolgens ga je verder met waar je mee bezig was), zijn dat vandaag bijvoorbeeld de blogs ‘Dwarslezing’ en ‘Bibliobibuli’. Dwarslezing lijkt mij een blog van een SP-er met een hekel aan buitenlandse politiek, maar het is wel een goed geschreven blog. Bibliobibuli is van een Engelse mevrouw in Maleisië, waar u zelf maar eens naar moet kijken. Verder lees ik de afgelopen dagen boeken zoals ‘Het proces’ van Kafka, dat ik nog nooit gelezen had (een schande, vond Ben. ‘Als je dat niet gelezen hebt, wat moet ik dan met jou?’ Dat weet ik ook niet, jongen) en ‘Invitation to a Beheading’ van Nabokov.
Ben slaapt rechts en ik slaap links, bij het raam. Dat is het veiligst, zegt Ben, in geval van overvallers. Ben is een beetje gek in die dingen. Hij heeft bijvoorbeeld een keukenmes klaarliggen onder zijn helft van het bed. Hij heeft me een keer laten zien hoe snel hij dat mes klaar had. Erg snel. Maar ja. ‘Voor de verdediging van huis en haard en jou, Sarah.’ Ik heb maar ja geknikt.
We hebben allebei een nachtkastje en op beide nachtkastjes liggen boeken, een stuk of tien per nachtkastje. Dat is genoeg voor bijvoorbeeld een week slapen, omdat we allebei last hebben van insomnia of hoe heet dat, slapelooosheid. Ik ben al blij als ik vier uur per nacht slaap, en dat is Ben ook. Dat komt vast ook door onze heerlijke gewoonte om overdag een uurtje naar bed te gaan.
Daar komt Ben weer. ‘Wist jij dat Johnson in 1759...?’ ‘Nee, Ben. In 1759?’ En dan komt er weer zo’n heerlijk irrelevant feitje, dat niemand zal interesseren die bijvoorbeeld geïnteresseerd is in de Nederlandse martelpraktijken in Irak.
Of ik het contact met de (eventuele) lezers zou willen onderhouden. Natuurlijk, zei ik. Mogen plaatjes? Liever niet, zei Ben. Maar ik mag alles schrijven? Tuurlijk.
Ik zal u eens vertellen hoe ik mijn dagen stukmaak. Behalve met de zorg voor Ben (hij staat om de 10 pagina’s op om te zeggen: ‘Wist jij dat...?’ Het is dan de aangewezen strategie om verrast op te kijken en geïnteresseerd te luisteren. Is hij uitgepraat, dan geef je nogmaals blijk van je onverminderde belangstelling, en vervolgens ga je verder met waar je mee bezig was), zijn dat vandaag bijvoorbeeld de blogs ‘Dwarslezing’ en ‘Bibliobibuli’. Dwarslezing lijkt mij een blog van een SP-er met een hekel aan buitenlandse politiek, maar het is wel een goed geschreven blog. Bibliobibuli is van een Engelse mevrouw in Maleisië, waar u zelf maar eens naar moet kijken. Verder lees ik de afgelopen dagen boeken zoals ‘Het proces’ van Kafka, dat ik nog nooit gelezen had (een schande, vond Ben. ‘Als je dat niet gelezen hebt, wat moet ik dan met jou?’ Dat weet ik ook niet, jongen) en ‘Invitation to a Beheading’ van Nabokov.
Ben slaapt rechts en ik slaap links, bij het raam. Dat is het veiligst, zegt Ben, in geval van overvallers. Ben is een beetje gek in die dingen. Hij heeft bijvoorbeeld een keukenmes klaarliggen onder zijn helft van het bed. Hij heeft me een keer laten zien hoe snel hij dat mes klaar had. Erg snel. Maar ja. ‘Voor de verdediging van huis en haard en jou, Sarah.’ Ik heb maar ja geknikt.
We hebben allebei een nachtkastje en op beide nachtkastjes liggen boeken, een stuk of tien per nachtkastje. Dat is genoeg voor bijvoorbeeld een week slapen, omdat we allebei last hebben van insomnia of hoe heet dat, slapelooosheid. Ik ben al blij als ik vier uur per nacht slaap, en dat is Ben ook. Dat komt vast ook door onze heerlijke gewoonte om overdag een uurtje naar bed te gaan.
Daar komt Ben weer. ‘Wist jij dat Johnson in 1759...?’ ‘Nee, Ben. In 1759?’ En dan komt er weer zo’n heerlijk irrelevant feitje, dat niemand zal interesseren die bijvoorbeeld geïnteresseerd is in de Nederlandse martelpraktijken in Irak.
Sarah Harder
donderdag 5 juli 2007
Stapelgedichten
‘Blog 2.0 heeft er zelfs een eigen website voor, meen ik.’
‘Dus dan krijg je nog meer hersenzwakte?’
‘Ik vrees van wel, Sarah. Nog meer ongein. Het is niet meer dan: De vrouw bestaat niet. Also sprach Zarathustra. Je legt een paar boeken op elkaar, en de titels van die boeken geven samen een gedicht. Een ‘gedicht’, bedoel ik natuurlijk. Het gevaar van de poëzie.’
‘Ik durf te wedden dat je met de titels van onze gesprekjes ook gemakkelijk tien gedichten kunt maken. Jammer alleen dat je ze niet kunt fotograferen.’
‘Overigens niets ten nadele van Blog 2.0, hoor. Dat is best een aardige blog, maar hoe kan een mens zich nu overgeven aan die stapelonzin?’
‘Terwijl het ook al zo’n ouwe onzin is. Ik herinner me dat we het in 1967 of 1968 al deden, voor de schoolkrant. Toen deden we het een maand lang. Daarna deden we het met citaten, enzovoorts.’
‘Je hebt het ware woord tevoorschijn gehaald, Sarah. Het is schoolkrantgedoe.’
‘Ja. Zoals zoveel gedoe op het internet.’
‘Dus dan krijg je nog meer hersenzwakte?’
‘Ik vrees van wel, Sarah. Nog meer ongein. Het is niet meer dan: De vrouw bestaat niet. Also sprach Zarathustra. Je legt een paar boeken op elkaar, en de titels van die boeken geven samen een gedicht. Een ‘gedicht’, bedoel ik natuurlijk. Het gevaar van de poëzie.’
‘Ik durf te wedden dat je met de titels van onze gesprekjes ook gemakkelijk tien gedichten kunt maken. Jammer alleen dat je ze niet kunt fotograferen.’
‘Overigens niets ten nadele van Blog 2.0, hoor. Dat is best een aardige blog, maar hoe kan een mens zich nu overgeven aan die stapelonzin?’
‘Terwijl het ook al zo’n ouwe onzin is. Ik herinner me dat we het in 1967 of 1968 al deden, voor de schoolkrant. Toen deden we het een maand lang. Daarna deden we het met citaten, enzovoorts.’
‘Je hebt het ware woord tevoorschijn gehaald, Sarah. Het is schoolkrantgedoe.’
‘Ja. Zoals zoveel gedoe op het internet.’
woensdag 4 juli 2007
Aaigedrag
‘Psychologen zullen wel zeggen dat het een prachtige vorm van contact maken met je medemens is, maar ik vind het afschuwelijk.’
‘Ben ik met je eens. Hoe dateer je het?’
‘Da’s moeilijk te zeggen, Sarah. Ik herinner me de twee kussen op beide wangen van Ulbricht en hoe heette die Rus ook alweer.’
‘Breznjev.’
‘Ja, die was het. Je hoorde Breznjev als het ware fluisteren: hou ze d’ronder, ouwe jongen, ik steun je door dik en dun. Later had je een paus die onchristelijk veel op reis ging en die dan de grond kuste als hij het vliegtuig uitgekomen was. Net zo stuitend.’
‘Je kunt ook zeggen dat het een kwestie van cultuurverschillen is. Twee mannen die elkaar kussen, dat zie je hier niet (denk aan Balkenende), maar dat zie je elders wel.’
‘Ja, maar het gaat me niet om die twee mannen. Je hebt ook de Amerikaanse methode van elkaar omhelzen, als je elkaar een weekje niet hebt gezien. Wij geven elkaar een hand of we zeggen hallo.’
‘Cultuurverschillen ook, zou ik zeggen. Daar is niets mis mee, of nou ja, ze moeten het niet overdrijven.’
‘Dat omhelzen is volgens mij begonnen in de jaren vijftig, toen de televisie opkwam. Ik denk aan de shows van Lucie Arnaz. Daarin werd voor het eerst geestdriftig omhelsd.’
‘Geestdriftig is het juiste woord.’
‘Vóór die tijd zeiden de Amerikanen ook gewoon hallo tegen elkaar. De tv heeft de geestdrift verhoogd.’
‘Jij bent tegen dat soort openbare geestdrift.’
‘Ja. Ik heb zelfs een stel verliefde mensen meegemaakt, die naar Parijs gingen. Daar lieten ze zich fotograferen terwijl ze langs de oever van de Seine liepen, armpje in armpje, elkaar kussend en zo meer.’
‘Wat is er van die twee geworden?’
‘Niets natuurlijk. Het was een kort opflakkerende liefde, waar iedereen van moest meegenieten door die foto’s.’
‘Het is dus de openbaarheid van het aaigedrag dat je tegenstaat.’
‘Ja. De intieme variant ervan, Sarah, daar kun je me voor wakker kussen.’
‘Ben ik met je eens. Hoe dateer je het?’
‘Da’s moeilijk te zeggen, Sarah. Ik herinner me de twee kussen op beide wangen van Ulbricht en hoe heette die Rus ook alweer.’
‘Breznjev.’
‘Ja, die was het. Je hoorde Breznjev als het ware fluisteren: hou ze d’ronder, ouwe jongen, ik steun je door dik en dun. Later had je een paus die onchristelijk veel op reis ging en die dan de grond kuste als hij het vliegtuig uitgekomen was. Net zo stuitend.’
‘Je kunt ook zeggen dat het een kwestie van cultuurverschillen is. Twee mannen die elkaar kussen, dat zie je hier niet (denk aan Balkenende), maar dat zie je elders wel.’
‘Ja, maar het gaat me niet om die twee mannen. Je hebt ook de Amerikaanse methode van elkaar omhelzen, als je elkaar een weekje niet hebt gezien. Wij geven elkaar een hand of we zeggen hallo.’
‘Cultuurverschillen ook, zou ik zeggen. Daar is niets mis mee, of nou ja, ze moeten het niet overdrijven.’
‘Dat omhelzen is volgens mij begonnen in de jaren vijftig, toen de televisie opkwam. Ik denk aan de shows van Lucie Arnaz. Daarin werd voor het eerst geestdriftig omhelsd.’
‘Geestdriftig is het juiste woord.’
‘Vóór die tijd zeiden de Amerikanen ook gewoon hallo tegen elkaar. De tv heeft de geestdrift verhoogd.’
‘Jij bent tegen dat soort openbare geestdrift.’
‘Ja. Ik heb zelfs een stel verliefde mensen meegemaakt, die naar Parijs gingen. Daar lieten ze zich fotograferen terwijl ze langs de oever van de Seine liepen, armpje in armpje, elkaar kussend en zo meer.’
‘Wat is er van die twee geworden?’
‘Niets natuurlijk. Het was een kort opflakkerende liefde, waar iedereen van moest meegenieten door die foto’s.’
‘Het is dus de openbaarheid van het aaigedrag dat je tegenstaat.’
‘Ja. De intieme variant ervan, Sarah, daar kun je me voor wakker kussen.’
Zero hero
‘Hoe een vader zich beroerd kan maken over dat soort dingen.’
‘Hoe iemand zich daar beroerd om kan maken.’
‘Geen geld. Afschuwelijk. Het zal wel Amerikaans zijn.’
‘Het is in elk geval ongelooflijk dom.’
‘Aan de andere kant: zo’n zero hero kan zijn kinderen niet verzekeren tegen ziekten enzovoorts. Hij kan niet zomaar een ziekenhuis binnenlopen en zeggen: kijk eens naar mijn kind.’
‘En weet je hoe dat nu komt?’
‘Nee.’
‘Omdat ze daar geen CDA hebben, of een PvdA, of een VVD. Mensen die er al 50 jaar geleden voor gezorgd hebben dat die dingen kunnen. We hebben een grote voorsprong op derde wereldlanden, hoor!’
‘Hoe iemand zich daar beroerd om kan maken.’
‘Geen geld. Afschuwelijk. Het zal wel Amerikaans zijn.’
‘Het is in elk geval ongelooflijk dom.’
‘Aan de andere kant: zo’n zero hero kan zijn kinderen niet verzekeren tegen ziekten enzovoorts. Hij kan niet zomaar een ziekenhuis binnenlopen en zeggen: kijk eens naar mijn kind.’
‘En weet je hoe dat nu komt?’
‘Nee.’
‘Omdat ze daar geen CDA hebben, of een PvdA, of een VVD. Mensen die er al 50 jaar geleden voor gezorgd hebben dat die dingen kunnen. We hebben een grote voorsprong op derde wereldlanden, hoor!’
Non-work
‘That we desperataly need some talk non-work, las ik, Ben.’
‘God, nee.’
‘Gelukkig.’
‘Er was een Serviër, vanmiddag, die Tipsarevic heette.’
‘Die tennisser?’
‘Die tennisser, ja. Een nog jonge jongen, en die jongen vertelde hoe veel hij niet had gelezen. Dostojevski! Dat vertelde hij in een interview met de BBC, die daar natuurlijk meteen op in ging. Een tennisser die ook nog wel eens wat gelezen heeft, dat wil natuurlijk wel wat. Op de vraag wat hij dan wel van Dostojevski had gelezen, was het antwoord: ‘The idiot’. Grote ogen, dat spreekt. Want wie zo’n dik boek zomaar vanzelf gelezen heeft, nou.’
‘Dat moet wel een intellectueel zijn!’
‘Ja. En wat was je dan nu aan het lezen, Tipsarevic? Een boek van Schopenhauer, hij wist niet hoe de Engelse titel ongeveer was, maar hij gaf wel een totaal onbetrouwbare samenvoeging van de inhoud. Terwijl hij die samenvoeging gaf, zwenkte de camera een keer naar de interviewer die er volkomen verbouwereerd bij zat.’
‘Die had zoiets nog nooit gelezen, bedoel je.’
‘Die had nog nooit van Schopenhauer gehoord, ja.’
‘God, nee.’
‘Gelukkig.’
‘Er was een Serviër, vanmiddag, die Tipsarevic heette.’
‘Die tennisser?’
‘Die tennisser, ja. Een nog jonge jongen, en die jongen vertelde hoe veel hij niet had gelezen. Dostojevski! Dat vertelde hij in een interview met de BBC, die daar natuurlijk meteen op in ging. Een tennisser die ook nog wel eens wat gelezen heeft, dat wil natuurlijk wel wat. Op de vraag wat hij dan wel van Dostojevski had gelezen, was het antwoord: ‘The idiot’. Grote ogen, dat spreekt. Want wie zo’n dik boek zomaar vanzelf gelezen heeft, nou.’
‘Dat moet wel een intellectueel zijn!’
‘Ja. En wat was je dan nu aan het lezen, Tipsarevic? Een boek van Schopenhauer, hij wist niet hoe de Engelse titel ongeveer was, maar hij gaf wel een totaal onbetrouwbare samenvoeging van de inhoud. Terwijl hij die samenvoeging gaf, zwenkte de camera een keer naar de interviewer die er volkomen verbouwereerd bij zat.’
‘Die had zoiets nog nooit gelezen, bedoel je.’
‘Die had nog nooit van Schopenhauer gehoord, ja.’
Goebbels
‘Goebbels zou dezelfde straf gekregen hebben als Blokzijl.’
‘Ja, maar dat bedoel ik niet. Ik bedoel: wie van de Nederlandse politici van de laatste 30 of 40 jaar lijkt er nou het meest op Goebbels.’
‘Ik zou het niet weten, Ben.’
‘Laat het hele politieke landschap eens aan je oog voorbij trekken, Sarah.’
‘All right. Den Uyl? Neuh. Wiegel... Nee, ook Wiegel niet. Die is later nog wel op een lichtelijk corrupte wijze bij de gezondheidszorg in de weer geweest, maar nee. Wiegel keek wel altijd in de televisiecamera, naar jou toe, weet je wel, naar de gewone mens.’
‘Naar de Volksmensch, ja. Dat heeft hem aan de ene kant zetels opgeleverd, maar aan de andere kant ook zetels gekost. Nee, Wiegel komt niet door de Goebbels-test.’
‘Van Agt dan? Nee, die helemaal niet. Lubbers? Ook niet, die praatte te moeilijk. Kok? Ook niet.’
‘Je kunt ook politici van uiterst links of uiterst rechts proberen, Sarah.’
‘Marcus Bakker? Dat mocht ie gewild hebben. Nee, daar was hij toch niet te goed gebekt voor. Uiterst rechts...? Tja, ik ben nooit in de vriendenkring van mevrouw Rost van Tonningen binnengedrongen. Ik ken die mensen niet goed genoeg.’
‘Geert Wilders, komt die in aanmerking?’
‘Nee. Wel, als je aan die soort van bescherming gaat denken. Bescherming tegen wie, in godsnaam. Dat had Goebbels ook. Hele patrouilles. Maar Geert heeft toch te weinig flux de bouche. Ik weet een andere naam.’
‘Zeg op.’
‘Pim Fortuyn!’
‘Die was dapperder dan Geert of dan Goebbels. Fortuyn wou zich niet laten beschermen.’
‘Dat spreekt voor hem, natuurlijk. Maar ik weet niet of je je herinnert hoe Pim een spreekbeurt had in Bergen. De mensen waren razend enthousiast. Maar ze hadden niet door dat ze geen Hitler zagen, maar eenvoudig een tja, een sprekerd.’
‘Je bedoelt te zeggen: die hele beweging van Pim Fortuyn was geen Nazipartij.’
‘O nee.’
‘Maar een beweging zonder leider.’
‘Ja. Er was een spreker. And that was it.’
‘Ja, maar dat bedoel ik niet. Ik bedoel: wie van de Nederlandse politici van de laatste 30 of 40 jaar lijkt er nou het meest op Goebbels.’
‘Ik zou het niet weten, Ben.’
‘Laat het hele politieke landschap eens aan je oog voorbij trekken, Sarah.’
‘All right. Den Uyl? Neuh. Wiegel... Nee, ook Wiegel niet. Die is later nog wel op een lichtelijk corrupte wijze bij de gezondheidszorg in de weer geweest, maar nee. Wiegel keek wel altijd in de televisiecamera, naar jou toe, weet je wel, naar de gewone mens.’
‘Naar de Volksmensch, ja. Dat heeft hem aan de ene kant zetels opgeleverd, maar aan de andere kant ook zetels gekost. Nee, Wiegel komt niet door de Goebbels-test.’
‘Van Agt dan? Nee, die helemaal niet. Lubbers? Ook niet, die praatte te moeilijk. Kok? Ook niet.’
‘Je kunt ook politici van uiterst links of uiterst rechts proberen, Sarah.’
‘Marcus Bakker? Dat mocht ie gewild hebben. Nee, daar was hij toch niet te goed gebekt voor. Uiterst rechts...? Tja, ik ben nooit in de vriendenkring van mevrouw Rost van Tonningen binnengedrongen. Ik ken die mensen niet goed genoeg.’
‘Geert Wilders, komt die in aanmerking?’
‘Nee. Wel, als je aan die soort van bescherming gaat denken. Bescherming tegen wie, in godsnaam. Dat had Goebbels ook. Hele patrouilles. Maar Geert heeft toch te weinig flux de bouche. Ik weet een andere naam.’
‘Zeg op.’
‘Pim Fortuyn!’
‘Die was dapperder dan Geert of dan Goebbels. Fortuyn wou zich niet laten beschermen.’
‘Dat spreekt voor hem, natuurlijk. Maar ik weet niet of je je herinnert hoe Pim een spreekbeurt had in Bergen. De mensen waren razend enthousiast. Maar ze hadden niet door dat ze geen Hitler zagen, maar eenvoudig een tja, een sprekerd.’
‘Je bedoelt te zeggen: die hele beweging van Pim Fortuyn was geen Nazipartij.’
‘O nee.’
‘Maar een beweging zonder leider.’
‘Ja. Er was een spreker. And that was it.’
dinsdag 3 juli 2007
Alles proberen
‘Ik heb een droom gehad die ongeveer zo ging. Het begin weet ik niet meer. Ik ben ongeveer 16 jaar oud, ik ben in Alkmaar bij een schoolkameraad, wiens naam ik niet meer weet. Hij kon goed leren, hij kon alles wel goed, maar hij heeft geen indruk achtergelaten. Ik weet alleen nog hoe hij er uitzag.’
‘En haaa, pardon. Hoe zag hij eruit?’
‘Hij was wat kleiner dan ik. Had een volle kop haar, bruinkleurig, krullerig. Grappig gezicht. Geen verdere kenmerken.’
‘Ga door met je droom.’
‘Ik was bij hem thuis, wat ik in werkelijkheid nooit geweest ben. Hij had een vader en een prachtige, blondharige moeder. Die vader had een electronicazaak en daar liepen we ook door. Onzinnige televisies, ik bedoel: onzinnig van vorm. Ik herinner me dat er trots op gewezen werd hoe je zo’n televisie ’s nachts kon gebruiken en overdag. Dan moest je het nachtscherm opzijdoen en naar het dagscherm kijken. En voor € 17,64 was er ook geluidsapparatuur te koop. Dat bedrag herinner ik me nog, waarom weet ik niet.’
‘Toen hadden ze nog geen euro’s, toch?’
‘Nee, maar dat vond ik om de een of andere reden niet gek. Vader bood me de apparatuur gratis aan. Voor mijn vakantie naar het buitenland. Ik zeg nog: ik ga helemaal niet naar het buitenland, dus ik hoef die apparatuur niet. Toen komt hij aanzetten met een filmcamera of zoiets. Ik zeg: ik heb van mijn leven nog niet gefilmd, en dat ga ik ook zeker niet doen. Terwijl ik dat zeg, zie ik die mooie, blondharige vrouw naar mij kijken.’
‘Ze lacht je toe.’
‘Ja. En omdat ze me toelacht, doe ik er nog een schepje bovenop. Ik zeg: ik heb ook nog nooit een foto genomen! Nu begint het hele stel te lachen. Zijn vader zegt lachend: en dat zul je ook nooit doen!’
‘Je begint te verzinnen, Ben.’
‘Vooruit, ja. Even later ben ik terug in Limmen, mijn geboortedorp. Ik loop van de Dusseldorperweg naar de Middenweg, over de Pruiken- of Jan Valkeringlaan. Achter me aan komt opeens die vader weer, en die vader zit op een dikke rhinoceros, en dat beest rent ontzettend hard rond.’
‘Kwam hij achter je aan?’
‘Nee, hij zat me niet achterna. Hij springt van het beest af, dat beest gaat links van de Pruikenlaan aan het water wat staan drinken (er is daar helemaal geen water, maar goed), die vader springt weer op het beest, rent me voorbij en zegt: ‘Je moet alles proberen! Niet vergeten!’ Het enige wat ik verder nog weet, is dat het wegdek zeer onregelmatig was. Er waren slangen. Er waren ook cheetahs, of hoe heten zulke dieren.’
‘Dat laatste heb je vast onthouden van die National Geographic-uitzendingen die je soms zit te bekijken.’
‘Hoe ook. Maar ze komen terug in de werkelijkheid van mijn dromen. Wat mij interesseert, is hoe zo’n aardige man mij nu kan toeroepen dat ik alles moet proberen.’
‘En waarom interesseert dat je?’
‘Omdat die zin normaal wordt uitgesproken door mensen aan wie ik een hekel heb. Jongens en meisjes die op survivaltochten gaan bijvoorbeeld.’
‘In Costa Rica. Ik heb een programma gezien op Discovery Channel dat daarover ging. Een man die zulke tochten organiseert en die inderdaad ongeveer zegt dat een mens geen mens is voordat hij van alles geprobeerd heeft.’
‘Afschuwelijke vent.’
‘Nare vent, ja.’
‘En haaa, pardon. Hoe zag hij eruit?’
‘Hij was wat kleiner dan ik. Had een volle kop haar, bruinkleurig, krullerig. Grappig gezicht. Geen verdere kenmerken.’
‘Ga door met je droom.’
‘Ik was bij hem thuis, wat ik in werkelijkheid nooit geweest ben. Hij had een vader en een prachtige, blondharige moeder. Die vader had een electronicazaak en daar liepen we ook door. Onzinnige televisies, ik bedoel: onzinnig van vorm. Ik herinner me dat er trots op gewezen werd hoe je zo’n televisie ’s nachts kon gebruiken en overdag. Dan moest je het nachtscherm opzijdoen en naar het dagscherm kijken. En voor € 17,64 was er ook geluidsapparatuur te koop. Dat bedrag herinner ik me nog, waarom weet ik niet.’
‘Toen hadden ze nog geen euro’s, toch?’
‘Nee, maar dat vond ik om de een of andere reden niet gek. Vader bood me de apparatuur gratis aan. Voor mijn vakantie naar het buitenland. Ik zeg nog: ik ga helemaal niet naar het buitenland, dus ik hoef die apparatuur niet. Toen komt hij aanzetten met een filmcamera of zoiets. Ik zeg: ik heb van mijn leven nog niet gefilmd, en dat ga ik ook zeker niet doen. Terwijl ik dat zeg, zie ik die mooie, blondharige vrouw naar mij kijken.’
‘Ze lacht je toe.’
‘Ja. En omdat ze me toelacht, doe ik er nog een schepje bovenop. Ik zeg: ik heb ook nog nooit een foto genomen! Nu begint het hele stel te lachen. Zijn vader zegt lachend: en dat zul je ook nooit doen!’
‘Je begint te verzinnen, Ben.’
‘Vooruit, ja. Even later ben ik terug in Limmen, mijn geboortedorp. Ik loop van de Dusseldorperweg naar de Middenweg, over de Pruiken- of Jan Valkeringlaan. Achter me aan komt opeens die vader weer, en die vader zit op een dikke rhinoceros, en dat beest rent ontzettend hard rond.’
‘Kwam hij achter je aan?’
‘Nee, hij zat me niet achterna. Hij springt van het beest af, dat beest gaat links van de Pruikenlaan aan het water wat staan drinken (er is daar helemaal geen water, maar goed), die vader springt weer op het beest, rent me voorbij en zegt: ‘Je moet alles proberen! Niet vergeten!’ Het enige wat ik verder nog weet, is dat het wegdek zeer onregelmatig was. Er waren slangen. Er waren ook cheetahs, of hoe heten zulke dieren.’
‘Dat laatste heb je vast onthouden van die National Geographic-uitzendingen die je soms zit te bekijken.’
‘Hoe ook. Maar ze komen terug in de werkelijkheid van mijn dromen. Wat mij interesseert, is hoe zo’n aardige man mij nu kan toeroepen dat ik alles moet proberen.’
‘En waarom interesseert dat je?’
‘Omdat die zin normaal wordt uitgesproken door mensen aan wie ik een hekel heb. Jongens en meisjes die op survivaltochten gaan bijvoorbeeld.’
‘In Costa Rica. Ik heb een programma gezien op Discovery Channel dat daarover ging. Een man die zulke tochten organiseert en die inderdaad ongeveer zegt dat een mens geen mens is voordat hij van alles geprobeerd heeft.’
‘Afschuwelijke vent.’
‘Nare vent, ja.’
maandag 2 juli 2007
Geen plaatjes meer
‘We doen geen plaatjes meer, Saar.’
‘Per?’
‘Per nu. De 2de juli 2007.’
‘Dus nooit meer een ondersteunend plaatje?’
‘Nou, nooit meer. Dat weet ik niet. Maar zoals ik het tot nu toe deed, dus steeds een plaatje boven het verhaaltje, dat doe ik niet meer. Het was soms wel leuk om zo’n plaatje te vinden en te gebruiken, maar meestal was het niet zo leuk en had het gemakkelijk zonder een plaatje gekund. Alleen als er een plaatje bij moet, komt er een plaatje bij.’
‘Als je bijvoorbeeld zegt: het slechtste schilderij van de 20ste eeuw was dit of dat, dan komt er een plaatje van dat schilderij bij.’
‘Bijvoorbeeld, ja. Dan zoek ik een waardeloos doek van Kareltje Appel op en dat zet ik er dan boven.’
‘Jij bent ook niet iemand die voor z’n plezier foto’s gaat maken, hè.’
‘Nee, nee. Dat heb ik van mijn leven ook nooit gedaan. Ik heb ook geen oude familiefoto’s en zo. Ik weet nog precies hoe ikzelf er uitzag toen ik een jaar of zes was - ik stond voor de spiegel. En ik weet ook nog precies hoe de rest van de familie er uitzag, en hoe ze er nu uitzien, weet ik ook nog. Met mijn geheugen is dus niets mis.’
‘Ik begin je, geloof ik, te begrijpen, Ben.’
‘Daar komt nog bij dat deze blog ‘Ben liegt nooit’ heet. Dat betekent dus: geen foto’s.’
‘Per?’
‘Per nu. De 2de juli 2007.’
‘Dus nooit meer een ondersteunend plaatje?’
‘Nou, nooit meer. Dat weet ik niet. Maar zoals ik het tot nu toe deed, dus steeds een plaatje boven het verhaaltje, dat doe ik niet meer. Het was soms wel leuk om zo’n plaatje te vinden en te gebruiken, maar meestal was het niet zo leuk en had het gemakkelijk zonder een plaatje gekund. Alleen als er een plaatje bij moet, komt er een plaatje bij.’
‘Als je bijvoorbeeld zegt: het slechtste schilderij van de 20ste eeuw was dit of dat, dan komt er een plaatje van dat schilderij bij.’
‘Bijvoorbeeld, ja. Dan zoek ik een waardeloos doek van Kareltje Appel op en dat zet ik er dan boven.’
‘Jij bent ook niet iemand die voor z’n plezier foto’s gaat maken, hè.’
‘Nee, nee. Dat heb ik van mijn leven ook nooit gedaan. Ik heb ook geen oude familiefoto’s en zo. Ik weet nog precies hoe ikzelf er uitzag toen ik een jaar of zes was - ik stond voor de spiegel. En ik weet ook nog precies hoe de rest van de familie er uitzag, en hoe ze er nu uitzien, weet ik ook nog. Met mijn geheugen is dus niets mis.’
‘Ik begin je, geloof ik, te begrijpen, Ben.’
‘Daar komt nog bij dat deze blog ‘Ben liegt nooit’ heet. Dat betekent dus: geen foto’s.’
Abonneren op:
Posts (Atom)

