vrijdag 28 september 2007

We’re not depressed, Sir!

Dag Zeester,
Ikzelf kom nauwelijks buiten, en ik heb ook niets roods om aan te trekken. Maar ik heb een felrood kussentje, dat op de bank ligt. Dus heb ik dat maar meegenomen naar de supermarkt vanochtend.
‘Waarvoor is dat, jongen?’ vroeg een dame me.
‘Dat is voor Birma, mevrouw.’
‘O.’
‘Want het is vandaag Birma-dag en de hele wereld draagt iets roods, net zoals de monniken van Birma. Maar ik heb geen rode kleding, helemaal niets. Dus neem ik dit kussentje mee.’
‘Ja, vanzelf. Nou, ik moet weer verder, hoor.’
Thuisgekomen bedacht ik een wiegconstructie van touw waarin het kussen zou passen, zodat het rode kussen voor mijn raam hangt.
Het is wel duidelijk, Zeester, een depressie komt er niet meer aan. Juicht mede! Het blijft beperkt tot een dip, die ook al weer wijkende is. Godzijgegodzijgegodzijgeloofd.
Van die Tsjechen is er werk van bijvoorbeeld Piacka, Komacek, Kulhanek. Kulhanek is een jaar of 25 geleden even bekend geweest in Nederland. Toen stonden er prenten van hem in ‘Maatstaf’.

1 opmerking:

Anoniem zei

Ha Ben,

Wat fijn dat er geen depressie meer in aantocht is. Ik juich met je mee! Uit je drievoudige aanroep van de allerhoogste blijkt hoe opgelucht je bent over het uiblijven van die depressie.

Ik heb een rood jack aangetrokken maar het viel me op dat er weinig mensen in het rood waren.
Wat een heerlijk gesprek had je met die dame in de supermarkt. Ik denk niet dat ze na jouw uitleg alsnog begreep waarom je met dat kussentje rondliep.

Ik ga straks eens zoeken op die namen. Van wie zijn die werken die je op je blog hebt geplaatst?